Woensdag 13/11/2019

Een archipel vol letteren

Zo divers als de Indonesische geografie is, zo verscheiden is de literatuur van de eilandrepubliek. Van geschiedenis en ecologie tot islam en gender: het festival Europalia Indonesia zet een hele reeks auteurs in de kijker. Een revelatie.

Nusantara, zo heet het huidige Indonesië in het Maleis, 'de ruimte tussen de eilanden'. Zijn het er vijftien-, zestien- of zeventienduizend? De archipel, de grootste ter wereld, laveert op de evenaar, in het onmetelijke overgangsgebied tussen de moslimwereld, Azië en Oceanië, de Stille en de Indische Oceaan.

Laveren klinkt als lava: Indonesië ís niet, het wórdt. Eilanden verdwijnen en verschijnen, vulkanen spuwen vuur en storten in, tsoenami's verzwelgen de kust waarna de zee alweer een spiegel wordt - waarin, zoals Atjeh eind 2004, het verwoeste land zichzelf ontmoet.

Nusantara is niet hun grond, zeggen de Indonesiërs, maar de plek ertussenin: het woelige, wassende of onbewogen water, 'een oceaan in wording', zoals ook literatuurwetenschappers Melani Budianta en Manneke Budiman schrijven als het over 's lands hedendaagse letteren gaat.

In de gelijknamige, fijne bloemlezing die ze naar aanleiding van Europalia Indonesia publiceerden, stellen de auteurs dat de Indonesische literatuur zo heterogeen en vloeibaar is als het landschap, het natuurlijke evengoed als het sociale. 'Om de rijkdom aan hedendaagse literatuur uit Indonesië recht te doen, zouden boekdelen nodig zijn.'

'Pram'

Het is dat onze Nederlandse bovenburen om voor de hand liggende, historische redenen op het land betrokken zijn gebleven, ook tot ons taalgebied is de Indonesische literatuur maar tot zekere hoogte doorgedrongen.

Meer nog, tot voor kort had een beetje bibliotheek of boekhandel in het beste geval alleen Pramoedya Ananta Toer (1925-2006) in de aanbieding.

'Pram', zoals de communistische auteur vaak genoemd wordt, verwierf wereldfaam met zijn Buru-tetralogie. Van die cyclus maakt ook het in het Nederlands vertaalde Lied van een gevangene deel uit, penetrante verhalen die zich afspelen tegen de achtergrond van het nationalistische reveil in het begin van de 20ste eeuw. Onder sterke man Soeharto (wiens afzetting in 1998 tot de Reformasi en al bij al best succesvolle democratisering leidde) zat Pramoedya zelf op het eiland Buru in de cel, en moest zijn manuscript blaadje per blaadje naar buiten gesmokkeld worden.

Pramoedya Ananta Toer was afkomstig uit Java, het volkrijkste, rijkste en machtigste eiland van de archipel, waar zeker de stad Yogyakarta, een smeltkroes van boeddhistische, hindoe- en islam- invloeden, de nationale kwintessens belichaamt.

Maar net aan dat oude Java- centrisme willen Budianta en Budiman enigszins ontsnappen. Voor hun Europalia-florilegium selecteerden ze negen auteurs die, behalve uit Java, ook uit Sumatra komen (het onder de sharia functionerende Atjeh in het noorden en de matriarchale Minangkabau-etnie in het westen), uit Sulawesi (de vroom-islamitische vissershaven Makassar) en uit het in hoofdzaak door hindoes bewoonde Bali.

Met zijn kwart miljard zielen is Indonesië, de grootste moslimnatie ter wereld, kortweg gigantisch. Bij hun keuze hielden beide wetenschappers niet alleen rekening met de geografische spreiding, de behandelde auteurs hoorden ook eerder al in een of meerdere Europese talen te zijn verschenen of in bloemlezingen te zijn voorgekomen. Budianta en Budiman hanteerden voorts criteria als intra-islamitische, gender- en seksuele diversiteit, ecologie en maritieme cultuur, de voorouderlijke inspiratie, of nog, koloniale en postkoloniale ervaringen.

Alle auteurs werden door Europalia uitgenodigd, sommigen treden de komende dagen en weken in België en Nederland aan.

Een van hen is Ben Sohib (1967), een scenario- en verhalenschrijver die pleit voor een minder verkrampte omgang met Allah. Zijn twee heerlijke kortverhalen, 'Hadji Syriah' en 'Hoe Nasrul Marhaban omkwam en in herinnering bleef', steken de draak met 'de morele hypocrisie en oppervlakkigheid en laten de ironie van een rigide en letterlijke interpretatie van de islam in het dagelijks leven van de gewone mensen zien', aldus Budianta en Budiman.

Overduidelijk roept Ben Sohib, die behoort tot de Arabische minderheid in Indonesië, de moslims op om meer humor en zelfspot aan de dag te leggen. In 'Hadji Syriah' doet Sohib het relaas van de plotselinge islamisering van twee drinkebroers, en hoe de tolerante Hadji hen liever monter en beschonken zag dan rigoureus en hooghartig. Nasrul Marhaban wordt door de gemeenschap dan weer als een heilig man herdacht nu hij schielijk verdronken is in een poging een in het water gevallen koran te redden. Nasruls vrouw Emeh weet wel beter.

Moreel conservatisme

Hoezeer het bahasa Indonesia ook de eenheidstaal geworden is, en de honderden regionale en lokale talen gaandeweg in de verdrukking dwingt, aardig wat Indonesische auteurs blijven in hun moederspraak actief.

Dat doet ook de West-Javaan Godi Suwarna (1956), die in het Soendanees schrijft. Godi Suwarna heeft een indrukwekkend aantal gedichten, verhalen en romans op zijn naam staan. Hij trad aan op het Jakarta-Berlin Arts Festival in 2011, op het International Festival of Literature and Translations in Melbourne (2012) en op het International Poetry Festival in het Italiaanse Genua, drie jaar geleden.

Met zijn poëzie situeert Godi Suwarna zich op het kruispunt van declamatie, muzikale performance en spoken word. Zijn werk legt de nadruk op de orale traditie van Indonesië, maar versnijdt het met typische kwellingen van ons tijdvak: het helse verkeer in de grootstad, beschreven in het gedicht 'Grand-Prix', het klimaatgeweld, of nog, de vervuiling van stromen en rivieren, waarvan 'Een brief naar Aki Caraka', de oude gezant, getuigt.

Academica en schrijfster Intan Paramaditha doceert aan Macquarie University in Sydney en gaf in 2015, toen Indonesië daar het gastland was, present op de boekenbeurs van Frankfurt. Net als haar collega Norman Erikson, een christelijke Batak wiens werk eveneens in de bundel opgenomen is, verwijst Intan naar het oprukkende morele conservatisme en de controle over het lichaam: dat van de vrouw, dat van de homoseksueel en dat van elk individu dat zich niet aan de oude patriarchale orde wil onderwerpen.

'Op een keer', schrijft Erikson in het korte verhaal 'Curriculum Vitae', 'schopte zijn vader hem en verstuikte zo zijn voet waardoor hij niet naar kantoor kon. Maar zijn moeder zei dat híj de oorzaak was van alle problemen thuis.'

Uitgesproken maatschappijkritisch, pacifistisch en feministisch is het werk van Zubaidah Djohar, die naam maakte met haar inzet voor de vrouwen en kinderen van Atjeh. Djohar, een moslima uit het Minangkabau-gebied, versmelt dichtkunst en muziek in Het land van de zevenduizend rokken en Omdat je vrouw bent.

Djohars collega Lily Yulianti Farid, uit Sulawesi, schrijft dan weer veelal door vrouwen bevolkte verhalen met een magisch-realistische inslag. Zowel in Jois en de engel als De keuken is de sfeer persoonlijk en intiem, al gaat het in wezen over maatschappelijke verhoudingen en, in dat laatste verhaal, over de corruptie van de Indonesische ambtenarij.

Voordrachtskunstenaar en gitarist Tan Lioe Ie komt dan wel uit Bali, meer dan de Balinese traditie belichamen zijn haiku-achtige gedichten het Chinese erfdeel van Indonesië, de fascinerende want door de eeuwen heen deels geassimileerde peranakancultuur. Zowel in de Sumatraanse hoofdstad Medan, in het Maleisische Malacca als in Singapore vallen de historische woonhuizen te bezoeken van deze erg productieve maar vaak vervolgde minderheid. Met zijn werk toont Tan Lioe Ie vooral aan hoezeer de Chinezen deelnemen aan de interculturele dynamiek op de eilanden.

Explicieter in hun benadering van het 'Chinese vraagstuk' zijn Iksaka Banu (1964) en Margareta 'Margie' Astaman (1985). In De gevallen ster beschrijft Banu, wiens fictie geworteld is in het koloniale verleden, de spanningen binnen het Nederlandse militaire establishment op het moment van de 'Chinezenmoord', die in 1740 in Batavia plaatsvond. Banu draagt zijn verhaal op aan de Chinese slachtoffers van mei 1998, toen de val van Soeharto bloedige vendetta's tegen Chinese Indonesiërs tot gevolg had.

In haar bijdragen beschrijft blogger-ondernemer Astaman, die op luchtige wijze thema's als identiteit, vrouwen en grootstad aanroert, hoe ze met haar minderheid-meerderheidscomplex omspringt: Chinezen zijn een minderheid in Indonesië, maar vormen de meerderheid in de stadstaat Singapore, waar ze journalistiek studeerde. Of hoe de jonge schrijfster zich in een paradox gevangen voelt.

Truckchauffeur

Niet in Een oceaan in wording opgenomen, maar prominent op Europalia aanwezig, is Ayu Utami (1968), een van de belangrijkste stemmen uit het post-Soehartotijdperk. Ayu, die als journaliste haar sporen verdiende met een zwartboek over de corruptie onder de dictator, kreeg lovende recensies voor haar debuutroman Saman, die intussen al 100.000 keer over de toonbank ging en aan een 25ste druk toe is.

In het recentere Het getal Fu, dat naar het Nederlands vertaald werd, trekken de vrienden Parang Jati en Yudi door het gebergte van Oost-Java. Terwijl Yudi daar een mystieke en spirituele ervaring wacht, is Parang Jati vooral behept met de politieke strijd tegen de vaak fanatieke islamisering van zijn land. (Gelukkig lijkt de op hardrock kickende president Joko Widodo daar paal en perk aan te willen stellen.)

In het Brusselse Muntpunt, waar voor de gelegenheid een seduisante collectie Indonesische, Nederlands-Indische en Nederlands-Indonesische boeken is uitgestald, ligt ook werk van Eka Kurniawan (1975). Hoewel Eka zeer helaas niet op de gastenlijst van Europalia staat, moest u deze fascinerende auteur, van wie tot dusver alleen Schoonheid is een vloek in het Nederlands vertaald is, toch maar lezen!

In een ander werk, Vengeance Is Mine, All Others Pay Cash, vertelt hij het picareske verhaal van Ajo Kawir. Kawir is een Javaanse tiener die last heeft van zijn hormonen, door een stel onverlaten gedwongen wordt mee een vrouw te verkrachten, door het daaropvolgende trauma impotent raakt en het als volwassen man - meer verklappen we niet - tot truckchauffeur schopt. Het gejaagde, gewelddadige maar even grappige als prachtig vertelde relaas roept, wat ons betreft, herinneringen op aan de Amerikaans-Dominicaanse auteur Junot Diaz en diens The Wonderful Life Of Oscar Wao. Zoals die laatste de Caraïben tot leven wekt, zo laat Vengeance Is Mine de tragische geschiedenis en moderniteit van Indonesië spreken.

Een archipel vol letteren, dat is het land zeker. Gesteld dat er in uw leesplan nog tientallen boeken wachten in de rij, en u bovenstaande suggesties niet zo gauw behapt krijgt, dan kunt u nog altijd naar de verbluffende expo's en activiteiten die Europalia in petto heeft.

In de Gentse Vooruit is vanavond Ayu Utami te gast in het gezelschap van David Van Reybrouck en Gie Goris (MO*). Voor het complete programma, zie europalia.eu

Melani Budianta en Manneke Budiman,Een oceaan in wording. Literatuur uit de Indonesische Archipel, The Lontar Foundation (i.s.m. Europalia), 130 p. Gratis aangeboden op de literatuuravonden van Europalia.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234