Zondag 31/05/2020

Een andere dimensie

Onderhoudend, maar te makkelijk: Peter Ackroyd.

'De Plato-geschriften'

Geert Lernout

Dat we in een materiële wereld leven zal wel niemand ontkennen, maar de vraag is waarom we dat blijkbaar niet leuk vinden. Wie de geschiedenis een beetje kent, weet dat we in onze geschriften al meer dan drieduizend jaar verwoede pogingen doen om aan de materie te ontsnappen, en in het echte leven overtuigen we onszelf ervan dat we in die pogingen geslaagd zijn. Wat we vooral niet onder ogen willen zien is dat we zelf materie zijn. De geschiedenis van de mensheid begint zelfs waarschijnlijk op het ogenblik waarop de mens zichzelf voor het eerst buiten de materie plaatste. In de meeste godsdiensten begint men met het gegeven dat de mens meer is dan een miezerig hoopje vlees en beenderen. De essentie van de mens is dan juist wat aan de materie en dus aan de zintuigen ontsnapt: een onzichtbare en onsterfelijke essentie.

Die laatste eigenschap is natuurlijk erg belangrijk: als we liever niet alleen maar materie willen zijn, dan is dat vooral omdat we voortdurend meemaken dat alle materie vroeg of laat stuk gaat. Als we eenmaal aannemen dat er iets ontsnapt aan aftakeling en dood en dat er dus iets is dat altijd blijft, dan is het een kleine stap om te veronderstellen dat er naast onze beperkte want materiële wereld een andere, geestelijke werkelijkheid is, die daarom ook 'echter' is dan wat we om ons heen kunnen waarnemen.

De meeste godsdiensten en heel wat filosofieën zijn idealistisch: de wereld om ons heen is slechts een schaduw van een echte, niet-materiële wereld die eeuwig is en alle menselijk begrip te boven gaat. Verandering en tijd zijn slecht, alleen wat blijft is belangrijk. Plato zei dit alles met een parabel: de mensheid is als iemand die in een grot vastgekluisterd zit en alleen het schaduwspel kan zien dat door de echte dingen op de muren wordt geworpen.

Toen de fysica in de negentiende eeuw het idee opperde dat er meer dimensies zijn dan de vier die we kunnen waarnemen, lag het voor idealistische denkers voor de hand dat we de wereld van de Ideeën in een andere dimensie moeten zoeken. Dat is een basisidee van de science-fiction en nu vinden we het ook terug bij Peter Ackroyd in een boek dat niet toevallig De Plato-geschriften heet.

In een verre toekomst leven de mensen in een andere dimensie, die het hun onmogelijk maakt vast te stellen dat de wereld van het verleden net naast de hunne voortleeft. Behalve een zekere Plato, die beweert de bewoners van het verleden in een ondergrondse ruimte bezocht te hebben. Natuurlijk wil niemand hem geloven. Plato is altijd al een rare kwast geweest: hij interesseert zich voor het verleden, voor de voorwerpen die geregeld opgegraven worden en hij vertelt daar graag verhalen over.

Dat is het tweede element dat Ackroyd van de klassieke science-fiction leent: het gedachtenexperiment is natuurlijk ook zonder meer erg interessant. Stel u voor dat men binnen vierduizend jaar onze cultuur probeert te reconstrueren aan de hand van een zelfde gebrek aan materiaal als waarmee wij de prehistorische levenswijze proberen te ontcijferen. Neem nu dat men alleen deze krant terugvindt, of alleen uw dagboek, of allebei. Hoe moet men in de toekomst beslissen welke betekenis die dingen hebben? Naast buitenaardse wezens zijn wijzelf binnen een paar duizend jaar de beste observators van het gekke gedrag van de mens vandaag.

Ook de vorm van de roman haalt Ackroyd bij Plato: de lezer krijgt een verzameling dialogen en transcripties van voordrachten door Plato. De figuur Plato lijkt meer dan een beetje op de Socrates uit de Platonische dialogen: hij is degene die meer weet dan alle anderen omdat hij de enige is die weet dat hij niets weet. Hij is de enige die ontsnapt, die anders is dan alle anderen omdat hij de enige is die voor zichzelf wil denken, die zich niet in andermans denkschema's willen laten vangen. Het boek is wat mager uitgevallen, en dat heeft niet alleen te maken met het vele wit en de nauwelijks 150 pagina's tekst die Ackroyd ons hier bezorgt. Natuurlijk is het leuk om jezelf te lachen door iemand in een verre toekomst verkeerde veronderstellingen te laten maken. Plato leest Darwins On the Origin of Species alsof het een komische roman van die andere Charles D. is. Hij beschrijft de Amerikaanse samenleving op basis van wat hij in de verhalen van Edgar Allan Poe heeft gelezen en stelt een heel woordenboek samen met woorden uit de wereld van vroeger: "organist: een soort slager, zie ook organisme". Ook Sigmund Freud (spreek uit als 'fraude') is een komisch auteur. Ackroyd brengt het allemaal wat te snel, het gaat allemaal net iets te makkelijk en heel de tijd kun je het gevoel niet onderdrukken dat de auteur net als Plato iets te zeer in de ideeën van zijn rechtschapen held gelooft. Zeker als die het heeft over de stad Londen als een soort levend organisme dat op de een of andere manier meer is dan de mensen die er wonen.

Tijdens het verwachte proces aan het einde van het boek (uiteraard wordt ook de Plato uit 3700 na Christus ervan beschuldigd de jeugd te willen bederven) krijgt deze Plato bijna net zo makkelijk de morele overhand als de Socrates in de dialogen van de Griekse Plato. Daardoor voldoet dit boek iets te makkelijk aan de definitie die Plato hier zelf van literatuur geeft: "Literatuur: woord van onbekende herkomst, in het algemeen toegeschreven aan het woord 'littel', of luttel."

Peter Ackroyd (uit het Engels vertaald door H. Montijn), De Plato-geschriften, BZZTÔH, Amsterdam, 159 p., 650 frank.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234