Zondag 28/02/2021

Een altaar voor de goden in de mode

Verwacht geen uitstalling van kerkelijke gewaden, geen stukken uit de Virga-Jesseprocessie. De tentoonstelling die afgelopen weekend in het Hasseltse Modemuseum van start ging, laat zien hoe hedendaagse ontwerpers en kunstenaars zich door religie laten inspireren.

Modemuseum Hasselt toont religieus geïnspireerd werk van internationale ontwerpers en kunstenaars

HASSELT

De tentoonstelling Devout/Divine beperkt zich niet tot de banden met de katholieke godsdienst. De vijf grote komen er in aan bod. En wie wilt, neemt na afloop een hedendaagse interpretatie van het pastoorshemd of een glamoureuze hoofddoek mee naar huis.

Na het internationale succes van UltraMegaLore - museumcoördinator Kenneth Ramaekers is er nog niet van bekomen - volgt een iets minder spectaculair project. Maar wel een onderwerp dat met twee voeten in de actualiteit staat: het verband tussen mode en religie. Denk maar aan het boerkaverbod, de hoofddoekendiscussie, het dragen van religieuze symbolen in openbare gebouwen.

Op de zolderverdieping, staat een portret van couturière Jeanne Lanvin. De foto werd gemaakt in 1932 en de ontwerpster staat erop in devote houding met een creatie die je best als een wit nonnenhabijt met kapmanteltje zou kunnen omschrijven. De interferentie tussen twee zo ver uit elkaar liggende domeinen is dus zeker niet nieuw. Opvallend is wel dat ze vandaag zo veel voorkomt. “We hebben ons moeten beperken tot designermode”, zegt Ramaekers. “Hadden we streetwear erbij genomen, dan hadden we een tweede museum kunnen vullen.” Hij verwijst naar t-shirts met slogans als ‘Jesus is my homeboy’, ‘Jesus set me free’ of met een beeld van Teresa van Avila in extase. Want er was materiaal genoeg te vinden in de ‘haute’ mode en de modefotografie.

Voor de scenografie van de tentoonstelling tekende Michael Verheyden, vooral bekend als ontwerper van handtassen. Met piepschuim, doorkijkjes en kaarsen heeft hij een sacrale sfeer geschapen, met afwisseling van lichte en donkere ruimtes.

De vijf silhouetten aan de ingang geven meteen aan waarover het gaat: niet alleen de katholieke leer als inspiratie, maar de vijf wereldgodsdiensten. In een aparte zaal vormen de zeer kleurrijke, op het hindoeïsme geïnspireerde silhouetten van Manish Arora een verbluffend geheel. Elders zien we de gesluierde vrouwen van Girbaud, de hedendaagse sari’s van Dries Van Noten, een hemd bedrukt met teksten uit de Thora van Adam Courtney.

De verwijzingen naar de katholieke godsdienst liggen voor het rapen: de t-shirts met Mariabeelden van Dolce e Gabbana, de haute couturecollectie van Jean-Paul Gaultier met bloedende harten op magnifieke avondjurken, de op kazuifels geïnspireerde mantels van Raf Simons, de kruisen van A.F. Vandevorst, de capejes van Tod Lynn.

Pronkstuk is een mantel van Cristobal Balenciaga, een ontwerper die bekend stond om zijn nauwe band met het oerkatholieke Spanje, maar die tegelijkertijd kleding ontwierp die getuigde van een zeer grote moderniteit.

Kwam er weinig of geen kritiek van de katholieke kerk op de openlijke verwijzingen in de mode, dan ligt dat bij andere godsdiensten gevoeliger. Jean Paul Gaultier stuurde in 1993 zijn collectie Rabbi Chic de catwalk op, met grote bonthoeden en de karakteristieke pijpenkrullen. Jammer dat hiervan geen video te zien is, de show is zo typisch voor de provocerende aanpak van Gaultier.

Alleen een foto is er te zien van een jurk die Karl Lagerfeld maakte voor de haute couture 1994 van Chanel en die werd gedragen door Claudia Schiffer. De korte jurk heeft een doorzichtige rok van tule, en een strapless lijfje met geborduurde Arabische tekens. Lagerfeld zei ervan overtuigd te zijn dat het een liefdesvers was, maar het bleek te gaan om een zin die herhaaldelijk in de Koran voorkomt. Het protest uit de moslimwereld was zo groot dat Lagerfeld publiekelijk zijn excuses aanbood en Chanel de jurk verbrandde. Desalniettemin werd in sommige landen opgeroepen om het merk te boycotten en kreeg Claudia Schiffer doodsbedreigingen.

Een ander beeld dat nog sterk in ons modegeheugen geprent staat, is dat van een defilé van de Brit Hussein Chalayan in 1996, die vijf mannequins liet aantreden in een boerka die telkens korter werd, tot de laatste naakt was, op een hoofddoek na. De reacties waren minder fel dan op de Chaneljurk, misschien wel omdat de boodschap dubbelzinniger was. Wou Chalayan de dwang van het bedekte lichaam aanklagen, of wou hij stellen dat wie het recht heeft om half naakt rond te lopen, ook het recht mag hebben om zich te bedekken? Jammer dat ook dit beeld niet in de tentoonstelling te zien is. “Chalayan wou niet meewerken, de beelden mogen niet meer getoond worden”, zegt Raemakers daarover. De designer zal er dan toch meer reactie op gekregen hebben dan oorspronkelijk gedacht. Of misschien is men iets voorzichtiger geworden, nu een beeld via het internet razendsnel de wereld rondgaat, en er ook de affaire met de Deense Mohammedcartoons is geweest.

Wel te zien zijn de kleurrijke, gebreide boerka’s van Walter Van Beirendonck. Hij liet ze dragen door mannen, en wou aldus nieuwe discussiestof leveren aan het hoofddoekenverbod: wat als het gewoon een modieus kledingstuk wordt, dat geen rechtstreeks verband meer houdt met de regels van de religie?

Niet omstreden, en erg nieuw, zijn de hoofddoeken van het Antwerpse merk NoorD’Izar. De ontwerpster is zelf moslima, en ze geeft een antwoord op de vraag van moderne moslima’s die vinden dat de bestaande sjaals te saai zijn. We zien een hoofddoek met ingebouwde zonnebril, en eentje met een bontrand, voor de winter.

Ook nieuw is een concept van een hemd met een wisselend priesterboordje, bedacht door reclameman Carlos Boidin. Vier voorbeelden zijn te zien in de tentoonstelling, twee ook in de museumshop. Bij de tentoonstelling hoort ook een compacte catalogus, waarin dieper wordt ingegaan op het verband tussen devotie, mode, en afbeeldingen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234