Donderdag 27/01/2022

Een al te tere huid

Johan Vandenbroucke

In iedere bedaagde lezer is een jongetje gestorven, dus ook in mij. In 1977 stond dat jongetje op een trapladdertje in boekhandel Roeland om uit het bovenste schap, bij de K van Koolhaas, behoedzaam Vanwege een tere huid te nemen. De erudiete, strenge maar goedmoedige boekenvrouw keek van boven haar leesbrilletje goeddunkend toe. Later zou ze aan zijn moeder zeggen dat het jongetje zo respectvol de boeken behandelde, in de haast gewijde stilte van dat oudmodische boekenhuis.

Nog later ging de mevrouw dood, de winkel werd overgenomen door een boekenwinkelketen, de volgestouwde, hoge houten rekken werden plexi of plastic toonbanken voor bestsellers, en in januari 1998 is er geen boek van Anton Koolhaas meer te vinden. De schrijver is overigens ook al jaren overleden en de kippige verkoopster moet zijn naam gespeld krijgen vooraleer ze op het computerscherm kan zien of er nog iets van hem leverbaar is. Ondertussen klinkt er muzak. Vanwege een tere huid (zevende druk, november 1975) kostte 170 frank en was het eerste boek voor volwassenen dat ik kocht met eigen centen. Sinds mijn humanioratijd heb ik het niet meer ingekeken en ik ervaar zowaar een hernieuwde ontroering als ik de eerste zinnen teruglees: "Alle ramen van het huis van de eerste geliefde hebben de eigenschap, dat zij zelf er onverhoeds voor kan verschijnen. Die vensters zijn daardoor rusteloos als een te dunne huid, die bij iedere emotie bloost of juist helemaal wit wordt, of vlekkerig als er spanning is."

In de roman uit 1973 beschreef Koolhaas het verhaal van een eerste verliefdheid, in "poëtisch en breekbaar proza, op de rand van het zegbare," zoals de kritiek toen stelde. De ontluikende liefde tussen de twaalfjarige Jokke ("een straf zo'n naam, in een klas") en het meisje Takkie. Met het boek brak Anton Koolhaas door bij een groter publiek. Hij had in 1956 gedebuteerd met dierenverhalen, maar vanaf de jaren zestig schreef hij ook 'mensenverhalen', waarin dieren vaak nog een belangrijke rol spelen.

In enkele romans breidde hij zijn bestiarium zelfs uit met verzonnen diersoorten, zoals de Afrikaanse hoedna's in Vanwege een tere huid. Koolhaas verzon de hoedna's "omdat ze dichter bij het bewustzijn moesten staan dan enig ander dier. Anders had ik waarschijnlijk bevers genomen". Ze hebben een vaag gevoel van herinnering aan hun Afrikaanse afkomst, even vaag als de toekomstverwachting van Takkie en Jokke. De twee verhaallijnen worden knap verweven, herinnering en verwachting botsen als de hoedna's de twaalfjarige Jokke voor een belager aanzien.

Op het achterplat: "En na die eerste liefde is er iets veranderd in het meisje en de jongen. Of zoals de vader aan het einde van het verhaal stelt: 'In iedere vrouw is een meisje gestorven en in iedere man een jongetje'." Jokke wordt gedood door de stevige klauwen aan de achterpoten van de hoedna. Voor wie de talloze vorige verwijzingen nog niet had begrepen, staat het even voordien nog eens aangekondigd: "Ja, het bezit van die achterpoten met die verschrikkelijke nagels die overal doorheen krassen en dwingen, geeft ze iets triomfantelijks, iets van meesters over dood en leven".

'Iets van dood en leven', dat wou Koolhaas onmiskenbaar duidelijk maken. In een interview zei hij: "Na Vanwege een tere huid maakte ik een soort rouwproces door. Het was ontzettend pijnlijk om die Jokke en Takkie verloren te laten gaan. Lezers hebben dat kennelijk ook zo ervaren. Na lezingen kwamen er wel eens oudere mensen dreigend op me af omdat ik Jokke had laten sterven. Dan zei ik: hij is niet dood, het jongetje in hem is dood."

Het bevlogen pathos van Koolhaas in Vanwege een tere huid greep me als zeventienjarige sterk aan. Ik herinner me dat ik de roman ooit mijn mooiste ooit gelezen boek noemde. Nu ik het twintig jaar later voor het eerst teruglees, valt het echter bitter tegen. Het leest als een stuntelig jeugdboek: al te expliciete duiding, overdreven symboliek en emotionaliteit, overduidelijke aanwijzingen hoe het verhaal geïnterpreteerd moet worden. Maar meer nog dan de uitroeptekens en de doorzichtige bedoelingen, wekken het associatieve gehakkel en het slordige geschrijf ergernis.

Eén voorbeeld. Het gegeven: Jokke in verdrinkingsnood. Het citaat: "En ineens zitten alle mensen die ooit met Jokke te maken hebben gehad op een tribune en ze kijken ernaar op die tribune. Hij zou ze niet eens allemaal kennen. Er zitten er zelfs meer dan hem kennen misschien wel." (De laatste zin is helaas niet verkeerd overgetikt.) Bij nauwkeurige lezing is er nauwelijks een alinea te citeren zonder een slordige, onlogische of onnauwkeurig geformuleerde zin. Af en toe zijn de gedachten even warrig als de verwarrendste momenten uit de puberteit. Soms zijn het pertinente taalfouten, maar vaker zijn het stijlfouten, vermengingen van enkelvoud en meervoud, verkeerde samentrekkingen, onbestaande werkwoorden, holle uitdrukkingen, overbodige wendingen en verbasteringen. Samengevat: slordig denken, en daarenboven haast wraakroepend verkeerd geplaatste komma's. De roman is een in één ruk geschreven kladversie.

De uitgever, de oude Van Oorschot, vond blijkbaar ook na meerdere herdrukken een revisie en correctie overbodig. Na de dood van Koolhaas in 1992 schreef Rinus Ferdinandusse in Vrij Nederland een roerend in memoriam, waarin hij gewag maakte van de haastig getikte, soms nauwelijks ontcijferbare toneelrecensies die Koolhaas placht in te leveren: "Ik kan me herinneren dat ik toen wel eens dacht: laten we dit maar naar de zetterij sturen en eens kijken wat de typograaf ervan maakt. Iets wat, naar ik later hoorde en uit sommige recensies begreep, ook zijn uitgever Van Oorschot wel eens dacht en deed."

Romans schreef Koolhaas in de vakanties. Hij 'ramde' ze uit zijn schrijfmachine, een keer zelfs met handschoenen omdat zijn vingers kapot getikt waren. In een soort vervoering, zoals hij het zelf noemde. Over Vanwege een tere huid deed hij negen dagen. "Ik loop er eerst een jaar over te tobben en dan schrijf ik het in een 9-tal dagen omdat ik niet meer tijd tot mijn beschikking heb. Dan schrijf ik het als een soort explosie. Ik maak ook nooit aantekeningen; en het gebeurt dat, wanneer ik een boek af heb en het komt van de drukker en ik herlees het nog eens, dat ik ineens merk dat ik nog een heel stuk vergeten ben." Aan Bibeb zei hij: "Nee, nooit geworstel met de taal... daar moet ik absoluut niet aan denken."

In Vanwege een tere huid: "Eerste liefdes moeten elkaar nooit voor feiten plaatsen. Die zijn dodelijk. De eerste liefdes doden als werkelijke personen alles wat er in het leven valt te hopen aan volmaaktheid, onaantastbaarheid en bovenal: de verrukking van leed, als het enige dat harmonie in een leven kan geven." Ook: "Groot worden is langzaam verdrinken."

De boeken van Anton Koolhaas verschenen bij uitgeverij Van Oorschot.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234