Zondag 07/06/2020

BrexitPortret

Een akkoord of de afgrond: deze mannen moeten de nieuwe handelsrelatie VK-EU smeden

Fransman Michel Barnier onderhandelt voor de Europese Commissie, namens de lidstaten. Beeld REUTERS

Na drie krankzinnige jaren is het nu tijd voor de definitieve scheiding. De EU en het VK moeten het eens gaan worden over alles, en dat nog vóór het einde van het jaar. Anders strandt Brexit in een No Deal. Aan twee mannen de taak om eruit te komen: de Brit David Frost en de Fransman Michel Barnier.

Michel Barnier: zware wandeling voor de boeg

Michel Barnier (69) is een fervent bergwandelaar – niet vreemd voor iemand die nabij de Franse Alpen is geboren. Tijdens de even slepende als onvoorspelbare brexitsoap in de afgelopen drie jaar gebruikte de stoïcijnse EU-onderhandelaar graag de metafoor van een ongewisse bergtocht om de moeizame gesprekken met het Verenigd Koninkrijk te karakteriseren. Als gebaar van goede wil gaf hij de toenmalige Britse brexitonderhandelaar David Davis in 2017 een handgesneden houten wandelstok uit de Savoie. Davis gaf Barnier een wandelgids.

De onderhandelingen over de brexit – zeg maar: de scheiding – waren feitelijk niet meer dan een eerste uitstapje, de tocht naar het basiskamp. Barnier begint nu aan maanden van veel complexere onderhandelingen over de nieuwe handelsrelatie tussen de EU (450 miljoen inwoners) en het Verenigd Koninkrijk (66 miljoen inwoners). Eind dit jaar moet dat akkoord er liggen, zo niet dan wacht het ravijn: de gevreesde no deal, waarmee de handel tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk wordt teruggebracht tot een karig minimum.

De EU biedt Londen een veelomvattende handelsrelatie aan, geheel in lijn met de politieke verklaring die de EU en de Britse premier Boris Johnson in oktober vorig jaar ondertekenden. Die verklaring is juridisch niet bindend – in tegenstelling tot het scheidingsakkoord – maar was bedoeld als ‘schets’ (van 25 pagina’s) over hoe Brussel en Londen verder zouden gaan. Het Verenigd Koninkrijk vertrekt immers uit de EU, niet uit Europa. Als Johnson en zijn onderhandelaar David Frost de komende tijd afstand nemen van die verklaring, vraagt Brussel zich af wat hun handtekening waard is.

Barnier zal vandaag herhalen dat Britse bedrijven zonder belemmering (geen invoertarieven, geen invoerquota) toegang houden tot de Europese markt, mits er geen sprake is van oneerlijke concurrentie. Het Verenigd Koninkrijk moet de Europese regels voor staatssteun en concurrentie (tegen kartels, prijsafspraken) blijven volgen, ook als de EU die in de toekomst aanscherpt. De bestaande standaarden voor milieu-, arbeids- en sociale bescherming wordt Londen geacht niet af te zwakken.

Hoe meer afstand Londen neemt van de EU-regels, des te beperkter de toegang tot de Europese markt. Zoals Barnier vorige week zei: “De EU wil een ambitieuze handelsrelatie, maar niet tegen elke prijs.” De EU koppelt een handelsverdrag voor goederen en diensten aan een akkoord over de toegang van de Europese vissers tot de Britse wateren. Dat laatste moet er liefst al voor 1 juli liggen.

Wat zwaar meeweegt voor de EU is dat het Verenigd Koninkrijk op enkele tientallen kilometers afstand ligt en na 47 jaar EU-lidmaatschap immens is verweven met de Unie. Die geografische en economische nabijheid maakt dat Brussel bevreesd is dat Britse bedrijven straks met lagere standaarden en belastingen hun Europese collega’s kapot concurreren. Het handelsverdrag met het Verenigd Koninkrijk zal dus anders zijn dan dat met Canada, dat 5.000 kilometer verderop ligt en waarvan het goederenverkeer met de EU tien keer zo klein is.

Brussel meent dat Londen de ‘vragende’ partij is. Bijna de helft van de Britse export gaat naar de EU, andersom is dat 5 procent. Het Verenigd Koninkrijk heeft dus meer te verliezen. Brusselse ambtenaren verwachten daarom dat hun Britse collega’s zenuwachtig worden naarmate de tijd verstrijkt.

Prettig voor de lidstaten is dat de EU een geoliede onderhandelingsmachine is. Bovendien voert Brussel al jaren de handelsgesprekken namens de lidstaten. Londen ontbeert die ervaring en ambtelijke capaciteit. Een groot nadeel, zeker nu het Verenigd Koninkrijk tegelijkertijd ook handelsgesprekken met de VS moet beginnen.

Daar staat tegenover dat Barnier steeds moet overleggen met 27 lidstaten die uiteenlopende belangen hebben. Johnson en Frost weten zich gedekt door hun van critici ‘gezuiverde’ regering en een ruime meerderheid in het Lagerhuis. Al leert de ervaring van de afgelopen drie jaar dat Britse parlementariërs liever elkáár een stok tussen de benen steken, dan het door hen zo gehate Brussel.

Beeld REUTERS

David Frost: diplomaat die brexit steunt

De voertaal van de onderhandelingen mag dan Engels zijn, de Brit David Frost zou zijn Franse EU-collega Michel Barnier zonder problemen kunnen toespreken in middeleeuws Frans. Dit vak studeerde hij, naast Europese middeleeuwse geschiedenis, aan het St John’s College, Oxford. Uiteraard Oxford, want dat is de leerschool van de Britse politieke en ambtelijke elite. Dat gezegd hebbende: David George Hamilton Frost ging niet naar een van de grote kostscholen, maar met een beurs naar een privéschool in Nottingham.

Dat hij een beurs kreeg, wijst op een scherpe geest, die hij nodig zal hebben als aanvoerder van een ploeg van ongeveer honderd handelsjuristen. Frost, voormalig ambassadeur in Denemarken, is een carrièrediplomaat met één typisch kenmerk: anders dan veel van zijn collega’s gelooft hij in de brexit. Daarin verschilt hij van bijvoorbeeld de hoofdonderhandelaar in de eerste brexitepisode. Olly Robbins, inmiddels adviseur bij Goldman Sachs, was EU-gezind en werd met argwaan bekeken door Boris Johnson en de zijnen.

Anders dan toen is er nu wel eenheid aan Britse zijde. Johnson en zijn kabinet weten precies wat ze willen en iedere Conservatieve parlementariër heeft trouw gezworen aan de partijleiding. Met een meerderheid van tachtig zetels en een oppositie die druk met zichzelf bezig is, heeft Johnson van het parlement weinig te vrezen. Aan het bekeren van de EU-gezinde ambtenarij wordt ondertussen hard gewerkt. De verdeeldheid in Brussel op de begrotingstop is Londen niet ontgaan en de verwachting is dat daar meer breuken zullen ontstaan.

Frost is goed bekend in Brussel, waar hij in 1993 ging werken. Hij was redelijk enthousiast over het Europese samenwerkingsproces, maar de manier waarop de Europese instellingen functioneren, maakten van hem al snel een euroscepticus. Op het als EU-gezind bekendstaande ministerie van Buitenlandse Zaken kon hij dat niet hardop zeggen. “Nadat Nederland in 2005 ‘nee’ had gestemd tegen de Europese Grondwet”, zei hij onlangs, “trok ik me met enkele gelijkgezinden voor een borrel terug in een achterkamertje op het departement.”

Frost openbaarde dit tijdens een rede in Brussel, waarin bij de brexit omschreef als een opstand tegen een systeem, ‘tegen een ‘geautoriseerde versie’ van Europese politiek – een systeem waarin er maar één manier van politiek bedrijven is, en er in veel gevallen maar één politieke keuze te maken is;  tegen een politiek waarin de belangrijkste teksten even makkelijk leesbaar zijn als de Latijnse Bijbel voor het gewone volk ten tijde van Karel de Stoute.’ Hij zijn woorden die het goed doen bij Johnson, die Frost in 2016 aanstelde als zijn adviseur.

Wat de Britten willen, is duidelijk: een vrijhandelsverdrag zoals de Canadezen dat met de EU hebben afgesloten. Dit wijkt af van de politieke verklaring uit het brexitakkoord, waarin een hechtere band is voorzien. De Britten zijn bereid om Europese regels te volgen – de Britse regels voor ouderschapsverlof, arbeid en milieu gaan overigens verder dan die van de EU - maar dat doen ze liever eigener beweging, en niet omdat het moet van de EU-onderhandelaars. Met het Europese Hof van Justitie wil Londen niets te maken hebben.

De twee partijen verwijten elkaar de politieke verklaring deels te negeren. Zoals het er nu naar uitziet, stevenen ze af op een harde breuk. Daarbij zouden zowel Groot-Brittannië als de Europese lidstaten – Ierland, Duitsland en Nederland voorop - veel economische schade oplopen.

Om de kou wat uit de lucht te halen wil Frost, bewonderaar van Charles de Gaulle, Barnier er allereerst van overtuigen dat de brexit wel degelijk een toegevoegde waarde kan hebben, dat als de Britten ‘dingen op een andere manier doen, dat goed voor zowel Europa als Groot-Brittannië kan zijn’.

Druk schema voor beide partijen

De onderhandelingen die maandag in Brussel beginnen tussen de Europese Commissie (namens de lidstaten) en Londen, worden in principe in het Engels gevoerd. Maar EU-onderhandelaar Michel Barnier kan als hij wil zijn moedertaal Frans spreken. De kosten voor de tolken zijn voor de EU.

De vergaderingen vinden om en om plaats in Brussel en Londen in blokken van drie weken: een week voorbereiding, een week onderhandelen, een week verslag uitbrengen aan de achterban.

Elk blok wordt afgetrapt door Barnier en de Britse onderhandelaar David Frost. Daarna gaan experts van beide partijen twee dagen lang parallel in elf verschillende werkgroepen aan de slag, onder meer over handel in goederen, diensten, transport, eerlijke concurrentie, energie, visserij en samenwerking bij de bestrijding van misdaad. De Britten willen vooralsnog niet over buitenlands en defensiebeleid praten. Aan het eind van elke onderhandelingsweek maken Barnier en Frost de balans op.

In juni volgt een tussentijdse evaluatie, Brussel en Londen hopen dan in elk geval een akkoord over de toegang tot de Britse viswateren te hebben. Eind dit jaar moet het volledige handelsverdrag er liggen - een deadline die volgens velen in Brussel niet zal worden gehaald.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234