Vrijdag 23/10/2020

Een afstandelijke nabijheid

John Bayley. 'Elegie voor Iris': leven met een onkenbare vrouw

door Jos Borré

John Bayley

uit het Engels vertaald door Hein Groen, De Bezige Bij, Amsterdam, 286 p., 850 frank.

ø

Iris Murdoch stierf op 8 februari 1999, drie weken nadat haar man John Bayley haar in een verzorgingstehuis in Oxford had laten opnemen. Ze waren meer dan veertig jaar samen in een huwelijk waarin, zo blijkt uit zijn boek, ze naast elkaar ook nog een eigen leven leidden van werken en liefhebben en door zichzelf opgeslorpt worden. "Samen apart," schrijft hij. Doordat zij aan de ziekte van Alzheimer leed waren ze de laatste vijf jaar echter onafscheidelijk. Ze kon hem niet meer uit haar zicht zien verdwijnen zonder ongedurig en angstig te worden. Ze was zich er niet meer van bewust dat ze een bekende filosofe was en dat ze zesentwintig romans had geschreven. Steeds dikkere en minder gemakkelijk verteerbare, vonden critici en lezers. Ze had steeds meer woorden en personages en intriges nodig om steeds ijlere dingen uitgedrukt te krijgen.

Met haar laatste roman, Jackson's Dilemma (1995), ging het helemaal fout. Hij was veel korter dan de vorige en het schrijven ervan had haar veel inspanning gekost, schrijft Bayley. Ze was minder bij haar personage betrokken, liep vast in het verhaal en wist niet hoe ze er nog uit kon komen. "Ik geloof dat hij nog niet geboren is," zei ze. Alarmerende symptomen van haar ziekte deden zich enkele maanden na haar writer's block voor. In 1994 ging ze in op een uitnodiging van de Negev-universiteit in Jeruzalem, niet om een lezing te houden, maar om vragen over haar werk te beantwoorden. Dat deed ze altijd liever, vlot en onderhoudend. Tot ieders pijnlijke verwondering kwam ze toen niet uit haar woorden. Achteraf toonde alleen zij zich daar niet ongerust over.

Jarenlang heb ik haar boek na boek gevolgd, van toen ik nog veel te jong en te bleu was om iets zinnigs over haar werk te kunnen zeggen, maar toch al gefascineerd door de sfeer in haar vroege romans. Murdoch schreef niet over haar eigen leven, maar het blijft interessant in Elegie voor Iris te lezen hoe schijnbaar toevallige ervaringen in haar romans terechtgekomen zijn. Op huwelijksreis door Frankrijk in 1956 vinden ze bij het zwemmen in een rivier in de modder iets dat op een Griekse of Romeinse amfoor lijkt. Het prikkelt haar verbeelding. Stel je eens voor dat ze een grote oude kerkklok hadden gevonden die iemand daar voor de hugenoten had verborgen. In haar roman The Bell (De klok, 1958) wordt een oude kerkklok opgediept uit de vijver bij een abdij en raken religiositeit, seksualiteit, mythe en verbeelding danig verward.

In al haar romans brengt ze een groot aantal personages bijeen in onverwacht wisselende verhoudingen. De realiteit, zegt ze, is wat het individu als realiteit ervaart. In de omgang met anderen meet je je waarden af. Liefde, bijvoorbeeld, "is the extremely difficult realisation that something other than oneself is real". Het lijkt er wel op dat ze, in haar studie van de realiteit van het individu, achter haar personages aan holt om hun schijnbaar door het toeval voortgestuwde leven te registreren. Maar niemand, de personages noch de lezer, wordt daar ooit wijzer van. Contingency noemt zij het, toeval, willekeur, 'gebeurlijkheid' zegt het woordenboek. Haar personages zijn inconsequent en onberekenbaar in hun gedragingen, hun leven zit vol verrassende wendingen. Maar daardoor geven ze blijk van hun vrijheid en onafhankelijkheid, kwaliteiten van het individu die ze hogelijk apprecieerde.

Die probeerde ze ook in haar eigen leven te realiseren. Hoewel ze beiden seks "een bijkomstigheid" vonden, maakte Murdoch ook nadat ze getrouwd waren geen geheim van een aantal verhoudingen met mannen, schrijft Bayley, die ze "haar gunsten gaf uit bewondering voor wat ze beschouwde als goddelijke eigenschappen". Bayley spreekt van een "meervoudige exclusiviteit". Alleen met haar relatie met Elias Canetti, wiens naam hij nog steeds weigert uit te spreken, heeft Bayley het blijkbaar moeilijk gehad. "We all live in the interstices of each other's lives," schreef Murdoch ooit. In de kieren, de spleten, de tussenruimten. Cedar Lodge, het huis buiten Oxford waar ze meer dan dertig jaar woonden, deelden ze met de ratten die ze door een spleet achter de betimmering weg zagen glippen of onder de vloer hoorden rondhollen. "Zij leidden hun leven en wij het onze."

Maar onvatbaar was ze vooral doordat ze ook in haar privé-leven het solipsisme huldigde, de overtuiging die uit al haar romans spreekt dat de mens in wezen alleen zichzelf kan kennen. "Naarmate ik Iris beter leerde kennen, begreep ik steeds minder van haar," schrijft Bayley en daar legde hij zich al heel vroeg bij neer. Nog op huwelijksreis worden ze op een Italiaans terras getroffen door een sombere ober. Ze stellen zich daarbij allerlei zielenroerselen voor, maar eigenlijk weten ze niets van hem, ze projecteren zijn neerslachtigheid alleen maar in zijn "onkenbaar leven". Op een soortgelijke manier zitten de verse echtelieden daar tegenover elkaar in gedachten verzonken. "Wat wisten we toch weinig van elkaar, wat waren we alleen! Plotseling leek dat me het meest kenmerkende van onze liefde en ons huwelijk. We waren samen omdat we getroost en gerustgesteld werden door de eenzaamheid die we bij elkaar herkenden."

Deze "afstandelijke nabijheid" typeert heel hun verhouding. Beiden gaan ze volledig op in hun werk. Zij praat nooit over de groei van haar romans, hij leest ze pas als ze gepubliceerd zijn. Hij is duidelijk heel de tijd de dienstbare van de twee geweest, hij heeft zich erbij neergelegd dat ze geestelijk vaak afwezig was en maar weinig betrokken bij de praktijk van hun gemeenschappelijke leven. Een tijdlang beredderde hij het huishouden, maar spoedig gaf ook hij de pogingen op om de hen omringende realiteit in de hand te houden. Uit twee huizen zijn ze weggetrokken omdat ze ze hopeloos verwaarloosd hadden; de tuin verwilderd, de kamers volgestouwd met rommel waar ze geen afstand van konden doen, stapels kleren, rondslingerende papieren, brieven, boeken en lagen stof. Telkens voelden ze zich er niet meer dan "getolereerd (...) op een plek die altijd aan andere schepsels toebehoorde". Een bevriende schrijfster omschreef hun levenswijze als "alles naar de bliksem laten gaan en kijken wat er dan gebeurt". Elegie voor Iris is een typisch voorbeeld van de ouderwetse Britse memoires: losjes neergeschreven, met veel zin voor de anekdotiek van het leven, zonder veel oog voor structuur, soms de herinneringen opkruiend op een korte tijdsspanne, dan weer met grote sprongen vorderend in de tijd. Bayley illustreert het cliché van de excentrieke oude Britse intellectueel, met zijn boekenwijsheid, zijn liefde voor klassiek Italië en voor de natuur, en zijn volstrekte onthechting van materieel comfort. Hij schreef dit boek toen zij nog leefde, vertederd en dankbaar terugblikkend op hun gemeenschapppelijk leven. Als bevoorrechte getuige wijst hij vol bewondering een aantal bronnen van haar inspiratie aan. Maar misschien zonder het te weten onthult hij ook hoe vooral haar levensvisie toonaangevend was in hun relatie en hoe dominant die in de vorm en de opzet van haar romans aanwezig is.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234