Donderdag 17/10/2019

Eddyonze Eeuwige Eerste

Eddy Merckx is voor het wielrennen en voor België wat Pelé en Cruijff zijn voor het voetbal en voor Brazilië of Nederland: de legendarische nummer één, die altijd nummer één zal blijven, ook al komen er renners die soms meer winnen of een van zijn records verbreken. Eddy Merckx heeft stilaan ook een recordaantal boeken ‘over hem’ op zijn naam staan. In de aanloop naar de Tour liggen er zelfs twee (eigenlijk drie) prachtboeken klaar, het ene nog prestigieuzer dan het andere. Door walter pauli

O p zijn 65ste is Eddy Merckx meer in dan ooit: levende legenden gaan namelijk nooit met pensioen. Dit jaar staat zelfs de Tour de France, die zaterdag start, om die reden een beetje in het teken van Eddy Merckx. De karavaan komt door Meise, waar Merckx woont, en de koninginnenrit wordt de Tourmalet, die imposante col vanwaar in 1969 Merckx, 24 nog maar, zijn beslissende raid naar het verre Mourenx-Ville-Nouvelle opzette en de verzamelde tegenstanders op vele minuten reed, en dus op ettelijke kilometers. Die dag vond Tourbaas Jacques Goddet het woord ‘Merckxissimo’ uit, de overtreffende trap van een superlatief.

Ook Eddy Merckx / Limited Edition van Uitgeverij Kannibaal is een overtreffende trap van het begrip ‘boek’. Het is een boekproject, een kunstbox van uitzonderlijk formaat en superieure kwaliteit - zeker met de bijgevoegde flesjes ‘relikwieën’ (water uit de fontein van San Remo, kassei uit Parijs-Roubaix,...). Het is een boekissimo, een boek dat net zoals Merckx alles in zijn genre ver achter zich laat, al geldt dat eerlijkheidshalve ook voor het prijskaartje. Noem het vooral geen salontafelboek, want uw salontafel zou weleens kunnen bezwijken onder dit majestueuze volume.

Uitgeverij Kannibaal kan trouwens niet los gezien worden van Eddy Merckx. Deze uitgeverij werd vorig jaar speciaal opgericht voor de productie van het bekende huldeboek Merckxissimo. ‘Kannibaal’ is een project van fotograaf Stephan Vanfleteren, sportjournalist Karl Vannieuwkerke en uitgever Jan Maes. De ambitie is hoog: ze willen alleen “perfecte boeken” maken. Inhoud, vormgeving, fotografie, druk, alles alles alles, tot het kleinste detail, moet ‘juist’ zitten. Dat is dus bij Eddy Merckx / Limited Edition in hoge mate het geval. De schitterende fotocollectie is het resultaat van een selectie van Stephan Vanfleteren. Natuurlijk zijn die beelden niet nieuw of exclusief. Een aantal van de mooie zwart-witfoto’s stonden al in het mooie kijkboek Merckx, mens & mythe van Philippe Brunel, een van de meer bevlogen pennen van de Franse sportkrant L’Equipe. Hoewel over Merckx dus zogoed als alles getoond en gezegd is (Le Soir-journalist Stéphane Tirion noemde in 2006 zijn Merckxbiografie Tout Eddy, een woordspeling op ‘Tout est dit’), toch blijf je je ogen uitkijken op de rijkdom van de in dit boek opgenomen foto’s. Sommige beelden zijn klassiek, zoals die foto van de jonge Merckx op de Piazza della Signoria te Firenze. Merckx, amper 22, blikt fier in de lens in zijn prachtige Peugeottrui in zwart en wit, met klassiek beeldhouwwerk op de achtergrond. Maar ook de jonge renner is ‘klassiek’ in zijn pose: een variant op Michelangelo’s ‘David’: tegelijk jong en sterk, fel en voornaam, ingetogen en zelfbewust.

En dan zijn er zogezegd kleine beelden. Die zo menselijke, en dus zo charmante beelden. Die enig mooie foto uit de Tour 1974: de renners hebben op het einde van de tour een collectieve verplaatsing per trein. Eddy Merckx, in trainingsbroek, grapt wat met de renners van Gan-Mercier, een van de weinige ploegen die het hem dat jaar moeilijk hadden gemaakt. Raymond Poulidor leunt gelukzalig achteruit, in de wetenschap van weer een tweede plaats, en naast hem zit zijn jongere, pientere collega Alain Santy - Santy zou naar verluidt Merckx bedacht hebben met de bijnaam ‘le cannibal’. De Tour zit er bijna op. De renners drinken koffie en zelfs bier. Zelfs Merckx geeft de indruk dat hij op terugweg is van een schoolreis. De waarheid bedriegt, want een paar uur later zou Eddy Merckx een korte, vlakke, volkomen betekenisloze etappe winnen met bijna anderhalve minuut voorsprong. Om te tonen dat hij het nog altijd kon. De Kannibaal, jawel.

Die foto’s staan niet alleen in het ‘grote fotoboek’ van Uitgeverij Kannibaal - niet verkrijgbaar in de boekhandel, enkel te bestellen op de site van de uitgeverij, en dan nog zijn er nog alleen maar een paar exemplaren van de Engelstalige versie beschikbaar - maar ook in de democratische uitgave Merckx 525. Die kwam er op vraag van Eddy Merckx zelf - “wielrennen is een volkssport en ook de gewone man moet een boek over mij kunnen kopen”, en is een grondige herwerking van het luxeboek. De titel verwijst naar de 525 officiële overwinningen uit zijn carrière. Al zijn het volgens de auteurs eigenlijk welgeteld 553 zeges, en die staan allemaal netjes opgelijst.

Ook de ‘kleine’ editie is puntgaaf afgewerkt. De tekst krijgt verhoudingsgewijs meer plaats, en dan valt toch het enige euvel bij dit prestigeproject op: het Merckxverhaal is goed, degelijk, maar niet bijzonder - en dat is jammer in een uitgave die in alles pretendeert juist wel uitzonderlijk te zijn. Er zijn een paar hoofdstukken waarin auteur Frederik Backelandt wel verrassend uit de hoek komt: als hij reconstrueert hoe Merckx eigenlijk wel aardig zijn best deed om Parijs-Tours toch éénmaal te winnen (het gangbare verhaaltje is dat die klassieker Merckx eigenlijk niet interesseerde, dat ballonnetje is bij deze doorgeprikt). Maar andere hoofdstukken - het duel Merckx-Ocaña in 1971, de verloren Tour tegen Thévenet in 1975, Merckx’ eigen Götterdämmerung in de Tour van 1977 zijn zeer gewoontjes opgetekend. En dat er dan hier en daar nog een feitelijke fout insloop, is een slordigheid die bijna álle wielerboeken kenmerkt, maar die eigenlijk not done is in een prestigeboek waarvoor de koper toch bijna duizend euro neertelt.

Dat is dan weer het voordeel van dat andere boek, Eddy Merckx, van uitgeverij Borgerhoff & Lamberigts. Het is ook een keurig werk, zonder dat er daarom vergelijking mogelijk is met het ‘grote’ project van Kannibaal. Dat is geen schande. De concurrentie van Merckx raakte ook amper in zijn schaduw, en toch waren renners als Walter Godefroot en Herman Van Springel natuurlijk ook bijzonder knappe atleten.

Maar bij dit Merckxboek zijn de foto’s, hoe prominent en veelvuldig ook (té veelvuldig eigenlijk, met ettelijke beelden op één pagina samengestouwd), niet het belangrijkste. Eigenlijk maakt de ondertitel duidelijk waarom dit boek volstrekt uniek is: Getuigenissen van Jan Wauters (1939-2010). Door zijn plotselinge dood is dit Jan Wauters’ eigen in memoriam geworden, een terugblik op een deel van zijn zo plots afgebroken leven. Want Merckx leverde amper een prestatie zonder radioman Jan Wauters ‘vanop de motor’ in zijn rug. Wauters was uitzonderlijk goed ingelicht over het doen en laten en het wel en wee van Eddy Merckx. Dat kwam vooral omdat twee meesterknechten van Eddy Merckx, twee van zijn vaste luitenants als er geklommen moest worden, dorps- en streekgenoten van Jan Wauters waren: Martin Van den Bossche en Ward ‘Warre’ Janssens. Zo loodste Van den Bossche in de Ronde van Italië 1969 in het stadje Savona Jan Wauters binnen in hotel Excelsior, tot op de kamer bij een snikkende Merckx, die wegens een positieve dopingplas uit de Giro was gezet. Een paar weken later is Jan Wauters ooggetuige van de wraak van Merckx, wanneer hij in de Tour de France - met hulp van diezelfde Martin Van den Bossche - zijn gram haalt op alles en iedereen, en ook op zichzelf.

Wauters’ (opgetekende) teksten zijn volstrekt uniek, omdat ze zo dicht bij zijn spreekstijl blijven. Je hebt voortdurend de neiging om hele passages hardop te lezen, om beter te kunnen genieten van Wauters’ woordklank. Als hij de jonge Merckx evoceert met zijn lof over “de bambino van Faemino”. Als hij mijmert over “De lijdende Merckx, de lijdende mens”. Natuurlijk bewondert Jan Wauters Merckx. Maar hij doorgrondt hem ook. “Eigenlijk was dat wielrennen ook een soort van verslaving voor hem, wat moest hij anders?” Een halve zin, en je bent weer wijzer. Vintage Jan Wauters. De allerlaatste keer, helaas.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234