Woensdag 27/01/2021

Eddy Merckx, Walter Godefroot, Herman Vanspringel en Patrick Sercu blikken terug Bij de veertigste verjaardag van 'de generatie van 1965'

'Wij hebben de mensen gelukkig gemaakt'

Het is niet alleen Eddy Merckx die een verjaardag viert. Ook de zogenoemde 'generatie van 1965' stapte veertig jaar geleden over naar de profs. De grootste kampioen aller tijden was het speerpunt van de mooiste lichting die België ooit had. De Morgen sprak met de vier meest illustere vertegenwoordigers: Eddy Merckx, Walter Godefroot, Herman Vanspringel en Patrick Sercu. 'We hebben prachtige jaren gehad. We hadden plezier in onze sport, we werden vrienden, we waren fier op onze prestaties.' Walter Pauli / Jeroen De Preter / Tony Landuyt / Foto's Stephan Vanfleteren

Ze zijn er zelf niet uit wie nu juist in dat magische jaar 1965 is overgestapt naar de beroepswielrenners. In tegenstelling tot elke goede wielerencyclopedie is Herman Vanspringel er bijvoorbeeld nog altijd van overtuigd dat hij niet in 1965 maar pas in 1966 zijn eerste echte profkoers reed. En Roger Swerts, hoorde die bij de club of niet?

We laten niet de herinneringen maar de feiten spreken, zoals verzameld in de Gotha, het oude maar nog altijd feilloze naslagwerk ter zake. Hoorden onder meer tot de lichting van 1965: Eddy Merckx (°1945), Walter Godefroot (°1943), Herman Vanspringel (°1944), Patrick Sercu (°1944), Willy Planckaert (°1944), Roger Swerts (°1942), Jos Spruyt (°1943, latere meesterknecht van Merckx) en Antoine Houbrechts (°1943, de sterke luitenant van Gimondi). Wat betekent dat Eddy Merckx, ook in eigen land, niet zomaar eenoog in het land der blinden was. Hij had bikkelharde concurrentie.

En de vier mannen rond tafel waren grote talenten, en lieten dat meteen zien. Walter Godefroot was nog neoprof toen hij in 1965 het Belgisch kampioenschap won, vóór Eddy Merckx nota bene. Herman Vanspringel werd in 1966 derde in zijn eerste Milaan-Sanremo, ná Eddy Merckx, won datzelfde jaar Gent-Wevelgem, en werd zesde in de Tour. Had Herman die prestatie vandaag neergezet, hij zou nu al geld met sloten hebben verdiend. En Patrick Sercu werd meteen wereldkampioen snelheid op de piste. Dit waren de mannen die met enige regelmaat Eddy Merckx het vuur aan de schenen legden, al van toen ze nog piep waren.

Sercu: "Ik heb Eddy al heel jong leren kennen, wedstrijdjes bij de nieuwelingen en juniores in het sportpaleis van Brussel: de Prix des jeunes, puntenkoersen en zo."

Merckx: "Ik kon hem toen niet kloppen."

Sercu: "We begonnen wat met te praten en werden al snel een team. Dat hij zo'n talent was had ik niet door."

Merckx: "Ik kwam aanvankelijk iets te kort. De eerste twee maanden bij de liefhebbers, in 1963, was ik 17 jaar. Ik kon wel winnen, maar makkelijk was het zeker niet. Het is niet zo dat ik er bovenuit stak."

Godefroot: "Ik zie hem nog komen met een Mercedes 190, maar ik wist eigenlijk niets van hem. Ik reed tot dan vooral in Oost-Vlaanderen. Koersen was meer dan nu een lokale gelegenheid. Het was toeval als je elkaar tegenkwam."

Vanspringel: "De ploegen zaten ook zo in elkaar. Bij IJsboerke zaten de renners van de Kempen, bij Flandria de West-Vlamingen. Ik kende Eddy vooral van zijn uitslagen in de krant."

Sercu: "Er zijn renners genoeg geweest die in de jeugdreeksen veel winnen maar zich niet doorzetten. Denk aan Herman Van Loo, het grote talent bij de liefhebbers. Op zijn zeventiende werd hij tweede in het WK achtervolging. Eddy kon dat wel."

Merckx: "Toen ik wereldkampioen werd bij de amateurs, was dat mijn angst. Ik keek naar de erelijst van de wereldkampioenen bij de liefhebbers, en zag dat niemand later echt had kunnen doorbreken."

Sercu en Godefroot hadden wel een olympische medaille op zak.

Godefroot: "Dat betekende niet veel. Het wereldkampioenschap was veel belangrijker."

Sercu: "Toen we terugkwamen van de Olympische Spelen in Tokio, had men een 'cadeau' voor ons. Dat wilde zeggen: we mochten onze training houden en ons kostuum."

Godefroot: "Wij waren onmondig en wisten niet beter. Moeder en vader werkten in de fabriek, wij waren tevreden met alles. Wij waren al blij als we een profcontract kregen. Terwijl we minder verdienden dan het loon van een arbeider."

Sercu: "Je moest rijden om prijzengeld te verdienen. Waarom heeft Rik Van Looy twee winters lang alle zesdaagsen meegereden? Niet omdat het de optimale voorbereiding was op het voorjaar. Het waren ook niet toevallig de winters nadat hij wereldkampioen was geworden. Met zijn regenboogtrui kreeg hij pas dikke contracten. Dat was voor het geld, en alleen daarom."

Dan moet Vanspringel wel érg rijk geweest, want die reed nooit op de piste.

Vanspringel: (heftig protest) "Ik reed niet graag op de piste, heb zestien jaar lang 150 wedstrijden per jaar gereden. Om dezelfde reden: geld verdienen."

Sercu: "Je kunt je die tijden nauwelijks nog voorstellen. Toen ik terug kwam van Tokio, wilde ik een auto kopen om naar mijn koersten te rijden. Maar ik had niet genoeg, terwijl ik al olympisch kampioen en wereldkampioen geweest was, en ik van mijn ouders mijn startgeld mocht houden, ik moest het thuis 'niet afgeven', zoals wel eens de gewoonte was. Toch heeft mijn vader moeten bijleggen voor die auto."

Merckx: "Ik heb mijn eerste auto gekocht in mijn derde jaar als beroepsrenner. Toen ik wereldkampioen werd, kreeg ik 125.000 frank per jaar."

Sercu: "Ik heb onlangs nog een contract gevonden tussen de oude rommel. Ik kreeg 10.000 frank per maand. Niet voor twaalf, maar voor tien maanden."

Met andere woorden: de grote drijfveer om te rijden en te winnen was toch geld.

Sercu: "Nee, we deden het in de eerste plaats omdat we het graag deden. En in de hoop dat we er een goed belegde boterham mee konden verdienen. Door prijzen te rijden, want door één criterium te winnen verdiende je in een klap 10.000 frank."

Godefroot: "Er was meer dan alleen maar het geld. Er was ook het eergevoel van de sportman. Als Eddy op kop ging rijden, deden we er alles aan om hem af en toe af te lossen. Ook al duurde dat maar 50 meter. Je wilde bewijzen dat je sportman was."

Sercu: "In die tijd moesten we ook al ons materiaal zelf kopen."

Merckx: "Zelfs bij Peugeot was dat zo: wielen, tubes, ik kocht het allemaal zelf. Daarom was het ook zo'n verademing om in Italië te fietsen. Het is geen toeval dat alle groten van die tijd in Italië wilden rijden. Er was een structuur, organisatie, medische begeleiding."

Godefroot: "Ik reed in Italië, bij Salvarani, een keurige, professionele ploeg, en ben naar Frankrijk gegaan. Ik had een Franse manager, en die overtuigde mij. Mijn overstap naar Peugeot was de grootste vergissing van mijn leven. Een grote ploeg, maar op het vlak van organisatie echt een ramp."

Dus een zeer nuttige ervaring voor uw latere carrière als manager.

Godefroot: "Ik heb er geleerd hoe het niet moest."

Hoe raakt zo'n slechte ploeg aan zulke goede coureurs? Want Peugeot is natuurlijk een ploeg met haast legendarische bijklank.

Godefroot: "Gaston Plaud was een slechte sportbestuurder, maar wel de beste pr-man die ik ooit heb gekend. Die man ging de hele dag dineren. Hij had tijdens de Tour meer maatpakken in zijn valies dan ik sokken. Ik herinner me een Tour-rit naar Pau. We moesten de Tourmalet en de Aubisque beklimmen en komen aan in de stromende regen. Ik lag met Wilfried David op een kamer. We komen in ons hotel aan, en horen dat het water al in het bad stroomt. Amai, nogal een service, denken we. We hadden niet gezien dat de badkamer diende om twee kamers te bedienen. Als we in bad willen, bleek dat niet te gaan. Gaston zat in bad. 'Ha les garçons', begroette hij ons, 'attendez un peu!' Dus die zat lekker te baden terwijl Wilfried en ik zaten te klappertanden van de kou. In afwachting dat Plaud uit bad kwam, zijn we met ons twee onder de lakens in bed gaan liggen."

Sercu: "Weten jullie dat de Ronde van Frankrijk toen sportief minder voorstelde dan de Giro? In Italië was het deelnemersveld véél sterker dan in Frankrijk. Dat is intussen spectaculair veranderd, maar toen had ik het als sprinter veel moeilijker om in Italië een rit te winnen dan in Frankrijk. In de Giro ging het tegen kleppers als Marino Basso, Dino Zandegu, Michele Dancelli. De beste renners reden voor Italiaanse ploegen. In Frankrijk was het sprinten tegen de tweede rij, Jacques Esclassan, Gerben Karstens, Barry Hoban.

"En Italianen interesseerden zich niet in Frankrijk. Ik heb bij mijn ploeg Brooklyn zelfs moeten dreigen dat ik mijn contract zou verbreken als ik de Tour niet mocht rijden. Eén keer maar."

Een Tour waarin je de groene trui behaalt en zelfs één keer de gele trui draagt.

Sercu: "In 1974 was ik al dertig jaar, ik wilde de Tour dus eens meemaken. Die groene trui interesseerde me niet, ik wilde gewoon eens de Tour rijden. Uiteindelijk mocht dat, maar alleen als ik eerst ook de Giro afwerkte.

"In 1977 ben ik nogmaals gestart in de Tour, ik reed toen als ploegmaat van Merckx bij Fiat. Het moet zijn invloed zijn. Ik sliep bij Eddy op de kamer en begon, als sprinter, ineens solovluchten op te zetten."

Die vlucht was memorabel - Sercu alleen door Brussel, over de boulevards van zuid naar noord, en applaus van honderdduizend man publiek.

Merckx: "En, niet te versmaden, aan de Beurs een premie van 100.000 frank!

"Maar wat Patrick zegt over de Ronde van Italië, dat klopt natuurlijk. Ook ik reed in 1968 bij een Italiaanse ploeg, Faema, en die toonde geen interesse voor de Tour. Ze hebben zelfs een sponsor willen vinden, Coca Cola, om te betalen om de Tour te rijden. Maar ik was 23 jaar, en ik heb het niet gedaan. Ik had het ook wel gezien in Frankrijk. Ik heb bij Faema getekend de dag voor het wereldkampioenschap in Heerlen, in 1967. Ik kon er drie keer zoveel verdienen als bij Peugeot, de twee jaar daarvoor."

En toch is Merckx helemaal 'Merckx' geworden in de Tour. Als er over de grootste prestaties van Eddy Merckx geschreven wordt, dan ontbreekt nooit zijn solo door de Pyreneeën naar Mourenx. Herman Vanspringel, jij reed toen ook. Jij deed er die dag een half uur langer over.

Vanspringel: "Niemand hield dat voor mogelijk. Hij viel aan op een moment dat wij dachten: 'Komaan zeg.'

En u dacht...

Vanspringel: "Ik dacht niets. Ik dacht alleen aan aanklampen!"

Sercu: "Eddy deed dat meer, hoor. In de Giro van 1974 droeg Fuente de roze trui. Het was de rit van Pietra Ligure naar Sanremo - eerst de finale van Milaan-Sanremo, en dan het binnenland in, en dan terug naar de kust, een col op.

"Al van bij de start is Eddy weg. Het hele peloton verklaarde hem voor gek, zeker omdat er nog 200 kilometer moest worden gereden en Fuentes Kas-ploeg meteen de achtervolging leidde. Maar Eddy zette door, en tijdens die rit heeft hij de Giro gewonnen. Het was slecht weer, het regende, het bliksemde. Ik zat in een groepje achterop, we wisten niet meer of we nog op het juiste parcours zaten. Na de aankomst vroeg ik wie gewonnen had? Merckx was het antwoord. Hij had die dag Fuente op minuten gereden."

Fuente kon u wel ambeteren in de Giro.

Merckx: "Amai zeg! Om Fuente te kloppen in de Giro moest zelfs ik goede papieren hebben. Hoho. Hij woog 50 kilo, tenminste als hij goed nat was. Hij was zeer goed voorbereid omdat hij de Vuelta reed, en dus ronderitme had, en wij hadden de klassiekers gereden, en schakelden om naar het ronderitme. En klimmen alsof het zot was!"

Hadden jullie ooit last gehad van het Merckx-complex, de knagende gedachte dat zonder hem jullie palmares er zoveel indrukwekkender had uitgezien?

Vanspringel: "Niet echt. Je legt je er na een tijd bij neer. Je hebt ook geen keuze. Als het niet gaat, dan gaat het niet."

U hebt Merckx ooit geklopt in de Ronde van Lombardije.

Vanspringel: "Toen was ik fier, ja."

Merckx: "Die dag was Herman veruit de sterkste. Hij had dat wel. Het WK van 1974 in Montréal bijvoorbeeld, dat had ik nooit gewonnen zonder jou, Herman."

Vanspringel: "Het was loodzwaar, en heel warm. Thévenet reed ver voorop, en ik heb toen rondenlang alles gegeven. We hebben de zaken kunnen rechtzetten, en Eddy heeft toen overgenomen, en haalde zijn derde wereldtitel. Dat is mijn mooiste herinnering aan Merckx - dat ik hem die dag écht heb geholpen."

Sercu: "Ik niet. Ze zeiden vooraf dat het een WK voor sprinters zou worden. Daarom werd ik geselecteerd, de enige keer in mijn loopbaan. Fier dat ik was. Ik heb heel wat bijgetraind. Wij dus naar Canada. Ik doe met Eddy een verkenning van het parcours, en ik ben twee dagen ziek geweest. Zo zwaar, dat kun je je niet voorstellen. De dag van het WK zelf was het een wedstrijd om vooral niet als eerste op te geven. Maar toen er één het voor bekeken hield, stopten er ineens twintig in dezelfde ronde."

Godefroot: "Ik trok me op aan de dagen dat ik evengoed was als Eddy. Dat waren er jaarlijks een stuk of vier. (lacht) Evenveel als Eddy slechte dagen had. En dat is volgens mij de échte grootheid van Eddy Merckx: de herhaling. Altijd maar opnieuw winnen, en altijd maar opnieuw op indrukwekkende wijze.

"Als ik naar mijn spieren keek, wist ik natuurlijk wel dat ik nooit een groot klimmer zou worden. Ik kon bergop, en als ik erop getraind had zou ik nog meegekund hebben in het middelgebergte."

Maar u won zowel de Ronde van Vlaanderen als Luik-Bastenaken-Luik. Die renners zijn er vandaag nog nauwelijks.

Godefroot: "Ja, maar in de Ardennen was het wel altijd aanklampen, zelfs lossen. Als Eddy op de Stockeu of de Haut-Levée doortrok, moest ik eraf. Ik herinner me dat hij mij samen met Herman eraf had gereden. Herman zei: 'Blij dat ge hier ook zijt. Samen pakken we hem terug.'"

Jullie sloten een pact tegen Merckx?

Godefroot: "Je oriënteerde je koers naar hem. Maar uiteindelijk reed iedereen zijn eigen wedstrijd. Sportief, ieder voor zich, kijken waar je uitkwam."

Frans Verbeeck ook? In het Belgisch kampioenschap van 1973 ontsnapt Herman Vanspringel. Eddy laat zijn Molteni's rondenlang jagen. Vanspringel wordt ingelopen, Merckx gaat. Hij krijgt Verbeeck in het wiel. Die doet geen meter kop, maar verslaat Eddy in de sprint. Kwáád dat Merckx was.

Godefroot: (lacht) "Misschien was Verbeeck de uitzondering, ja. Laten we zeggen dat Frans over het algemeen wel zijn beurt deed in het kopwerk, tot hij één seconde met zijn neus in de wind moest rijden. Dan stopte hij meteen."

Merckx moest op een bepaald ogenblik toch tegen iedereen rijden?

Merckx: "Zo gaat dat als je goed bent. Je moet het gewicht van de koers dragen.

Sercu: "Wij waren keiharde concurrenten, maar na de koers waren we kameraden."

Altijd?

Sercu: "Altijd is veel gezegd. Maar het bleef nooit lang hangen."

Godefroot: "En in de koers geven we gas. Zelfs in een criterium. Dat is normaal gezien een exibitiewedstrijd, een koers die je cadeau krijgt. Maar niet voor ons. Wij vonden het nodig om ons ook hier te bewijzen. Normaal gezien mag de renner die voor eigen volk rijdt winnen. Wij respecteerden die wet, op voorwaarde dat de renner in kwestie ook liet zien dat hij bij de besten was."

Merckx: "Ik heb Walter ooit wel eens van de weg gereden. In een criterium in Eeklo, in 1965. Ik wou Walter kloppen maar het lukte niet. Walter was razend, en hij had geen ongelijk."

Sercu: "Je moest met Eddy gekoerst hebben om te begrijpen wat het was. Is het niet, Walter en Herman (instemmend geknik). Als je dat nu tegen een renner zegt, iedere koers om te winnen, altijd rijden, dan verklaart hij je halfzot."

Godefroot: "Ik herinner me een gewone Ronde van België. Eddy had 'een discussie' met Roger De Vlaeminck. In Milaan-Sanremo waren 'zaken gebeurd', foute tijden doorgegeven en zo, kortom, een hele historie. De Vlaeminck draagt op een bepaald moment de leiderstrui. De volgende rit gaat van Jambes naar Heist-aan-Zee, en het sneeuwt. Ik zeg tegen mijn ploegmaat Toine Houbrechts: 'Als Vlaeminck vandaag nog de trui heeft, versta ik er niets meer van. In Ronse wordt aangevallen, op de Kluisberg. Ik val aan, samen met Jos Spruyt en nog twee ander renners. Eddy sluit aan, niet met Roger, maar met Eric De Vlaeminck in het wiel. Een eerste demarrage, en we zijn met drie vooruit: Merckx, ik, Eric De Vlaeminck. De Vlaeminck weigert aan kop te komen, en Eddy wordt lastig. Juist buiten Deinze doet Eric zijn regenjasje uit. En juist dán demarreert Merckx, volle bak. Goed dat ik in zijn wiel zat, of ik had het niet kunnen houden. Zo fel vloog die ervandoor. Ze hebben Eric De Vlaeminck met de auto moeten lanceren achter ons, of die was gewoon weggewaaid. Eddy heeft toen zo een kilometer op kop gereden, dan mocht ik eens honderd meter overnemen, als hij even wilde ademhalen. Ineens vraagt hij aan mij: 'Kun je hem kloppen in de sprint?' Jazeker. 'Blijf dan maar zitten.' En ik heb geen meter kop moeten doen. Eddy heeft de hele tijd gereden, volle bak vooruit, met mij en Eric de hele dag in het wiel, tot in Heist. Daar hebben we 11 minuten voorsprong op de groep.

"Die rit is slechts een anekdote, maar zo reed hij, altijd, en overal. Ik weet wel, je kunt generaties moeilijk vergelijken, hoe zou je Hinault en Anquetil tegen elkaar moeten afwegen? Maar ik weet evenzeer dat, niet vóór Merckx en niet ná Merckx, geen renner is geweest die in iedere wedstrijd opnieuw wilde winnen, en blijven winnen, en dat tien jaar lang."

Is dat ook de reden waarom Eddy Merckx van jullie vier de kortste loopbaan had, en stopte op zijn 32ste. Sercu bleef tot zijn oude dag zesdaagsen winnen, Godefroot was al 35 toen hij de Ronde van Vlaanderen won, Vanspringel 37 toen hij zijn zevende Bordeaux-Parijs won.

Merckx: "Alle nummer-een-renners stoppen relatief vroeg. Hinault was ook 32 toen hij ophield. Mentaal was dat niet meer vol te houden."

Vanspringel: "Ik zie dat er nu renners zijn die op een jaar vijftig koersdagen op de teller hebben staan. In dat tempo had Eddy er nog vijf jaar kunnen bij doen."

In Eddy's laatste Tour tijdens de rit die eindigde op L'Alpe d'Huez zag je toch wel de afgang.

Sercu: "Ik was kamergenoot van Eddy Merckx in zijn laatste Tour de France in 1977. Het was die beruchte rit over de Glandon, naar L'Alpe-d'Huez. Ik kwam een uur na de winnaar binnen, ik weet niet hoever Eddy achter was. Voor mij was dit het einde. Ik rij nog alleen op de weg in functie van de piste, maar geen grote ronde meer. Maar ik weet wel dat Eddy nog zesde eindigde in die Tour. Voor hem was dat slecht. Als je vandaag zesde eindigt in de Tour als Belg, krijg je een monument. Dat is het verschil. Op het einde had hij wel problemen met zijn gezondheid. Dat was een vorm van slijtage."

Zijn jullie gefrustreerd dat jullie tegen Merckx moesten uitkomen? Felice Gimondi heeft er naar eigen zeggen jaren over gedaan om te aanvaarden dat het uitgerekend zijn lot was dat hij op Merckx viel.

Godefroot: "Ik begrijp dat goed. Zonder Merckx is Gimondi de nieuwe Coppi."

Sercu: "Ik bekijk het omgekeerd. Had ik maar méér met Merckx kunnen rijden, dan had ik geen 88 zesdaagsen gewonnen, maar zeker 150!

"De jongste generatie weet niet meer wie ik was. Eddy kennen ze nog wel. Hij is van de categorie van de allergrootsten. Eddy is voor het wielrennen wat Fangio was voor de autosport, of Mohammed Ali voor het boksen, of Pelé voor het voetbal: hors-catégorie."

Vanspringel: "Ik denk dat onze naam net langer is blijven hangen dankzij Merckx. Door zijn bovenaardse prestaties zorgde hij ervoor dat er plots veel meer mensen naar het wielrennen gingen kijken. En wij profiteren daar nog altijd van, want wij zijn de mannen die hem het leven moeilijk maakten. In die zin zijn wij Eddy best wel dankbaar.

"Het verschil met de rest, wij inbegrepen, is dat hij altijd, op alle terreinen en in alle omstandigheden, wilde winnen. En het ook deed."

Sercu: "Op dat vlak is de hele wielercultuur veranderd. Alle kampioenen reden in die tijd aanvallend. Vandaag zie je in het UCI-klassement renners bovenaan staan die ik nog nooit op kop van het peloton heb gezien."

Tom Boonen is een gelukkige uitzondering.

Merckx: "Dat is prachtig. Boonen is een winnaar, een kampioen oude stijl. Wij, en ik denk alle wielerliefhebbers, genieten daar enorm van."

Godefroot: "Dat was ook onze mentaliteit - rijden voor de overwinning. Niet bang zijn om te verliezen.

"Zoals Boonen, als sprinter, aanvalt in de E3-Prijs te Harelbeke, en kilometerslang een voorsprong van minder dan een halve minuut verdedigt, dat is toch prachtig? Al moet ik er bij zeggen dat dit door 'onze' hulp kwam. T Mobile-renner Klier steunde Boonen voluit, ook al reed kopman Wesemann in de achtervolgende groep. Ik zat de wedstrijd thuis op tv te volgen, en ploegleider Mario Kummer belt mij: wat doen? Ik zeg: 'Laten rijden. Dat is toch wielersport. Waarom zou Klier de benen stil moeten houden?"

Merckx: "Om te winnen moet je vooraan zitten, dat wordt vandaag wel eens vergeten."

Onze gedachten gaan nu automatisch naar Peter Van Petegem.

Sercu: "Tja. Ik kan hem moeilijk iets verwijten. Van Petegem heeft mooie koersen gewonnen en veel geld verdiend. Maar als iedereen zou koersen zoals hij zou er nog weinig te zien zijn."

Godefroot: "Van Petegem is het verhaal van koning eenoog in het land der blinden. Hetzelfde met Museeuw. Vergelijk Museeuw met Roger De Vlaeminck. Die kon zoveel meer... bergop rijden, tijdrijden, veldrijden, terwijl de impact van De Vlaeminck destijds veel minder losmaakte dan Museeuw."

Johan Museeuw heeft al vaak gezegd dat hij een standbeeld verdient.

(bulderlach, bij alle vier) Merckx: "Ik spreek alleen voor mezelf. Ik heb nooit gevonden dat ik een standbeeld moet krijgen."

Vanaf welk ogenblik wisten jullie eigenlijk dat jullie niet moesten rijden tegen een wielrenner genaamd Eddy Merckx, maar tegen de beste aller tijden, een fenomeen?

Godefroot: "Eddy was een concurrent. Je wist dat hij kon rijden, maar ik heb hem zeker in de beginjaren nooit als een fenomeen bekeken."

Sercu: "Ik dacht al bij de liefhebbers: Eddy zal de eerstvolgende Belg zijn die de Tour wint. Hij was niet alleen getalenteerd, hij wilde zich altijd overtreffen. Hij had er de mentaliteit voor."

Merckx: "Bij de liefhebbers dacht dat Jos Huysmans de Tour kon winnen. Zoals die in de Ronde van Zwitserland kon klimmen. Hij is later een van mijn beste helpers geworden."

Toch was het Herman die ei zo na als eerste de Tour zou winnen.

Vanspringel: "Voor mij was die nederlaag in de Tour, de laatste dag je gele trui verliezen aan Jan Janssen, natuurlijk erg pijnlijk. Vooral omdat ik toen wist al dat er voor mij geen tweede kans ging komen. Eddy kwam er namelijk aan. En die was beter, om dat te zien moest je niet slim zijn. In 1973, dat ene jaar dat Eddy er niet bij was en Ocaña de Tour wint, was ik zesde. Ik kon wel aanklampen in het hooggebergte, maar ik kon er het verschil niet maken. Daarom was ik nooit meer in staat de Tour te winnen. Ik was regelmatig, ik stond er altijd wel, maar ik had geen uitschieters."

Ben je niet te bescheiden? Je hebt in de Tour mooie bergritten gewonnen, naar Briançon over de Galibier.

Vanspringel: "Dat was niet in de klim maar in de afdaling. Goed, we waren met zes, zeven man voorop. In de afdaling greep ik mijn kans."

In de afdaling? Dat durfde je zogezegd toch niet?

Merckx: "Maar die van 'Poeders Mann' reden met een zwaardere fiets dan ons!" (gelach)

Hij kan niet dalen, en hij wint in Briançon. Hij kan niet sprinten, en hij wint de groene trui. Of klopt Freddy Maertens in een sprint met twee, in de E3-Prijs te Harelbeke in 1974.

Vanspringel: "Eddy, zeg zelf, de afdaling van de Galibier is niet voor dalers. Dat is voor sterke renners. De weg daalt wel, maar de wind staat er zo verschrikkelijk, dat je niets anders moet doen dan over je stuur liggen en hard, héél hard trappen. En dat kon ik wel."

Wanneer heeft hij jullie het meest pijn gedaan?

Sercu: "Altijd." (lacht)

Godefroot: "Eddy kon me geen pijn doen. Hij was altijd weg. En als hij weg was, kon je hem toch niet krijgen. Zelfs bij een georganiseerde achtervolging met twee of drie renners.

"Ik herinner me een Gent-Wevelgem, ik weet niet meer welk jaar. Hij kreeg het plots in zijn hoofd om te demarreren op de Molenberg met Verbeeck in het wiel. Ik weet dat ik die dag een van mijn beste koersen uit mijn carrière reed. Ik reed de ziel uit mijn lijf, maar we geraakten geen meter dichter. Integendeel, ze liepen nog uit en dat was zeker niet door het werk van Verbeeck."

Vanspringel: "Een van zijn strafste stoten voor mij is zijn prestatie in de Ronde van Piemonte. Eddy liep weg op 60 kilometer van de aankomst. Als ploegmaat was het mijn taak om af te stoppen, maar dat had weinig zin. Ik zat daar tussen de wereldtop: Bitossi, Gimondi, Dancelli, Zilioli, al die mannen fietsten zich compleet uit de naad om Eddy terug te halen. Zijn voorsprong bedroeg nooit meer dan 200 meter, maar geloof maar niet dat hij omkeek, of zich oprichtte omdat hij niet verder uitliep. Zo bleef hij tot aan de aankomst doorfietsen."

Vanspringel: "Met Eddy wist je nooit wanneer het ging gebeuren. Ofwel demarreerde hij bij zijwind, op een lastige kasseistrook, bij een valpartij of direct na de start. Ik zat meestal op mijn gemak achteraan in het peloton en dan hoorde ik dat hij vertrokken was."

Sercu (wijst naar Vanspringel): "Hij reed altijd afvallingskoers. Iedere geloste reed hij voorbij tot er niemand meer overbleef."

Vanspringel: "Een hele dag wringen in het peloton om vooraan te blijven, lag me niet. Daarom bleef ik liefst voorzichtig achteraan. Tot we plots met zijwind, een fietspad of een kasseiweg te maken kregen. De koers brak dan open en daar zat ik dan.

"Daarom heb ik destijds ook bij Molteni getekend, dus bij Merckx. Ik was een heel goede renner, maar ik was geen winnaar. De rol van schaduwkopman was mij op het lijf geschreven, en dat kon bij Molteni. Ik ben er zelfs kampioen van België geworden. En bovendien kon ik er drie keer zoveel verdienen als bij mijn vorige ploeg, Poeders Mann."

Waarom waren jullie zo goed, zo eergierig vooral? Is dat, zoals bij Vinokoerov vandaag, het gevolg van een eenvoudige afkomst: weten wat werken is.

Eddy Merckx: "Het heeft te maken met het karakter van de persoon."

Walter Godefroot: "Wij zijn inderdaad opgegroeid in een sfeer van 'geen prijs is geen eten'. Je wist dus waarvoor je fietste. Voor de eer, maar vooral om er financieel beter van te worden. Daartegenover staat dat financiële welstand op een bepaald moment tot verzadiging kan leiden.

"Maar Eddy heeft gelijk. Je kunt niet alles door de afkomst verklaren. Het karakter speelt mee. Dat zie je ook bij de Oostblokkers. De ene is de andere niet. Ik heb ex-DDR-renners in de ploeg. Allen hebben ze dezelfde opleiding en opvoeding gehad, en zijn op dezelfde basis geschoold. Maar het zijn drie verschillende karakters. Wesemann verandert van Porsche als van hemd. Zabel is dan weer een heel ander persoon. Hij heeft de mentaliteit van Merckx, inzet en karakter."

Merckx: "Freddy Maertens was een bijzonder talent. Hij had het ook in zich om een heel grote kampioen te worden. Hij kon alles."

Godefroot: "Het grote verschil tussen Maertens en Merckx ligt niet in het talent. Maertens had talent zat. Maar hij had niet het karakter van Eddy."

En misschien was hij ook wat roekeloos met 'medische begeleiding.'

Godefroot: "Ik denk dat die medische begeleiding, zoals jullie dat noemen, bijkomstig is. Dat heeft nog nooit een kampioen gemaakt. Wat ik wel denk, is dat supertalenten die karakterieel niet zo sterk staan, niet toevallig vaak foute keuzes hebben gemaakt in hun entourage. Ik denk aan Freddy Maertens, maar ook aan Frank Vandenbroucke. Het valt op dat ze allebei achterdochtig waren tegenover wie het goed met hun meende."

Merckx was een van de eersten om als gewone renner door de koning ontvangen te worden. Als je de foto's van Boudewijn en Fabiola ziet met Eddy en Claudine, kun je je afvragen of het niet eerder een eer was voor Boudewijn en Fabiola om naast Eddy te staan.

Merckx: "Aan die redenering doe ik niet mee. Als zoon van een kleine zelfstandige was het mooi om bij de koning ontvangen te worden."

En voor de koning was het mooi dat hij naast de beste wielrenner aller tijden mocht staan, niet?

Merckx: "In 1969 was ik dat nog niet. Ach, dat speelt allemaal weinig rol. Ook de vergelijking van generaties gaat niet op. Voor mij is het belangrijk om de beste te zijn van je generatie."

Jij gaat wel verkozen worden als grootste Belg in de geschiedenis.

Merckx: "Maar nee, toch! Pater Damiaan is de grootste. Die heeft veel meer voor de mensheid gedaan. Op sportief gebied heb ik voor België veel betekend. Maar op wetenschappelijk en geneeskundig gebied heeft ook dokter Janssens veel meer betekend. Zij hebben iets voor de maatschappij gedaan. Ik heb slechts ontspanning gebracht."

Godefroot: "Maar dat is niet 'slechts'. Is dat eigenlijk niet het belang van sport? Wij hebben met onze prestaties de mensen in België verenigd, ze laten genieten. Met een groot woord: we hebben in onze tijd de mensen een beetje geluk gebracht."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234