Donderdag 15/04/2021

Ed Harcourt

undefined

Heel af en toe stuit je als recensent op een plaatje dat al vanaf de eerste noot magie belooft. Maplewood, het zes tracks tellende minidebuut van ene Ed Harcourt, is er zo een. De artiest in kwestie blijkt een 23-jarige doe-het-zelver uit de omgeving van Brighton te zijn. Naar het schijnt heeft hij al driehonderd songs in zijn notitieboekje staan en gaat hij, als hij piano speelt, zo gewelddadig op de toetsen te keer dat hij na ieder optreden een paar snaren dient te vervangen.

Op zijn eerste EP, eigenlijk een verzameling viersporendemo's waarop hij zelf alle instrumenten bespeelt, bewijst Harcourt meteen dat de schepper hem een gulle portie talent en veelzijdigheid heeft toegestopt. Zijn songs variëren van experimentele pop à la Flaming Lips ('Hanging With the Wrong Crowd') tot broeierige, door moeraskoorts aangestoken polka's waarin een banjo, harmonica, gestopte trompet, vervormde stem en hinkelende ritmen centraal staan. Het meest voor de hand liggende referentiepunt voor songs als 'I've been Misguided' en 'He's Building a Swamp' is Tom Waits ten tijde van Rain Dogs, maar Harcourt heeft net iets te veel eigen pijlen op zijn boog om als de zoveelste epigoon te worden weggewuifd. Bovendien getuigen zijn liedjes van lef en humor: "I'm not one for nostalgia / I don't really like the past", zingt de ex-kok ergens, terwijl zijn door blues, jazz en gospel gekleurde miniatuurtjes toch vrijwel uitsluitend uit een ver verleden putten.

Zelf beschouwt Ed Harcourt zich als een geestesgenoot van Harry Nilsson, Randy Newman en Screamin' Jay Hawkins, lieden die hem hebben ingefluisterd dat speelsheid, lust en romantiek perfect kunnen samengaan. In ieder geval is het eclecticisme van de door wasberen geobsedeerde artiest nu al indrukwekkend. En Maplewood is nog maar een voorsmaakje van Ed Harcourts eerste langspeler, die tegen mei bij de platenslijter wordt verwacht. We kunnen onze nieuwsgierigheid nauwelijks bedwingen.

Ed Harcourt, Maplewood, Heavenly/EMI

Bonnie 'Prince' Billy

De Amerikaan Will Oldham is een artiest die onderhand zoveel verschillende alter ego's bezit dat alleen de slimsten van de klas nog kunnen volgen. Dezer dagen laat hij, na verscheidene Palace-incarnaties, weer het personage Bonnie 'Prince' Billy op de wereld los. Maar Ease Down the Road klinkt wel rustieker, folkier en traditioneler dan het twee jaar geleden verschenen I See A Darkness: Oldham en zijn twaalf begeleiders zijn volop in de weer met banjo's en fiddles en laten zich ook nu weer vormelijk inspireren door oude mountain songs uit de Appalachen. Dat leidt niet alleen tot archaïsch taalgebruik, maar ook tot tongue-in-cheek gebrachte plattelandswijsheden, die steevast op een grappige tot perverse manier worden doorgeprikt.

Terwijl de vorige plaat van Bonnie 'Prince' Billy vooral in het teken stond van de dood, staan op de nieuwe de duurzame en vluchtige aspecten van de liefde centraal. En ook: haar uitwassen, zoals verlies, haat, passie, lust, overspel, jaloezie, machtswellust en eenzaamheid. Het resultaat is, zowel qua toon als qua stijl, opvallend gevarieerd. Het verstilde 'Careless Love' lijkt op een gebed, 'Just to See My Holly Home' op een malicieus drinklied en 'Sheep' op een cryptische, bloeddoorlopen fabel. 'A King of Night' handelt over hoe het aanvoelt koning te zijn in een leeg paleis, 'After I Made Love to You' over geniepig gefrutsel in een goedkope hotelkamer en de titeltrack is een hilarisch verhaal over een man die opzettelijk brand sticht, zodat de brandweerman wiens vrouw hij wil verleiden het huis uit moet.

Oldham houdt de begeleiding sober en organisch, maar verre van reliëfloos, al heb je meer dan één beluistering nodig om dat in te zien. Wat de liedjes extra fragiel maakt, is zijn onvaste stem. Net als Neil Young is de Paleiswachter immers van oordeel dat de emotie van het moment belangrijker is dan technische perfectie. En ook al klinkt Ease Down the Road bij momenten als een ouderwetse folkplaat, tekstregels als "I lick you dry until you're laughing / My finger is in your behind" zouden in de preutse negentiende eeuw wellicht ondenkbaar zijn geweest. Bonnie 'Prince' Billy concerteert op 14 april in de Brusselse Botanique. Een unieke gelegenheid om deze vreemde prins eens van dichtbij te aanschouwen.

Bonnie 'Prince' Billy, Ease Down the Road, Domino/PIAS

The Divine Comedy

De Ier Neil Hannon is al jaren een toonbeeld van intelligentie en goede smaak. De platen van zijn groep, The Divine Comedy, zijn dan ook pareltjes van compositorisch vernuft. Hannon houdt van een warme klank en meticuleus uitgekiende arrangementen waarin een uitgebreid instrumentarium wordt aangewend. In dat opzicht valt zijn werk te vergelijken met dat van Scott Walker, Billy MacKenzie, Cousteau en die oude rakker Burt Bacharach, maar de man legt wel duidelijk zijn eigen accenten. Ook zijn teksten dragen een aparte signatuur. Wellicht is dat te wijten aan zijn voorliefde voor de poëzie van William Wordsworth, de romans van F. Scott Fitzgerald en de films van de Franse Nouvelle Vague.

Regeneration, inmiddels al de zevende cd van The Divine Comedy, werd geproducet door Nigel Godrich (zie ook: Radiohead en Beck) en is misschien wel de beste die het septet tot dusver heeft uitgebracht. Hannon bedacht de meeste liedjes oorspronkelijk op zijn akoestische gitaar en droeg er dus zorg voor dat de structuren nooit nodeloos ingewikkeld werden. Bovendien waren ook de overige bandleden nauw betrokken bij het schrijf- en arrangeerproces, zodat The Divine Comedy nu hechter klinkt dan ooit. Bedachtzame songs zoals 'Timestretched', 'Lost Property', 'Eye of the Needle' en 'The Beauty Regime' zijn majestueus en panoramisch opgevat, beschikken over memorabele melodieën en zitten vol auditieve details die de luisteraar, ook na talloze draaibeurten, nog de oren doen spitsen. Regeneration is dus precies wat de titel belooft: de wedergeboorte van een artiest die eigenlijk altijd al springlevend is geweest.

The Divine Comedy, Regeneration, Parlophone/EMI

Murphy & Matthews

Op het eerste gehoor hebben de New Yorkse Parijzenaar Elliott Murphy en de Britse Californiër Iain Matthews weinig gemeen. De eerste is een romantische kosmopoliet, de tweede een met country gevoede folkrockmuzikant die, voor hij solo ging, deel uitmaakte van groepen als Fairport Convention, Matthews Southern Comfort en Plainsong. Maar tijdens de voorbije decennia vatten beide songwriters respect en bewondering op voor elkaars werk en tegenwoordig delen ze zelfs dezelfde manager. Op initiatief van Edgar Heckman, de eigenaar van het Duitse Blue Rose-label, hebben ze nu ook samen een plaat gemaakt, en zoals de titel, La terre commune, suggereert, blijken de overeenkomsten tussen beide heren toch groter te zijn dan de verschillen.

Murphy en Matthews kampeerden, samen met gitarist Olivier Durand en drummer Florent Barbier, een week in een studio in het Noord-Franse Le Havre, speelden elkaars songs of covers, traden om beurten op de voorgrond en leverden uiteindelijk een aardige langspeler af die de ontspannen sfeer tijdens de opnamen getrouw weerspiegelt. Murphy herinterpreteert zijn eigen 'Dusty Roses', zij het minder goed dan op Murph the Surf, en zingt favorieten zoals Dylans 'Blind Willie McTell', Springsteens 'Sad Eyes' en Kurt Weills 'Ballad of the Soldier's Wife'; Matthews buigt zich onder meer over 'Darkness, Darkness' van The Youngbloods. Best mooi allemaal, maar niets waar je steil van achterover valt. En de nieuwe nummers van beide heren behoren evenmin tot de hoogtepunten uit hun carrière. La terre commune is dus eerder goed dan briljant, eerder gezellig dan op het scherp van de snee. Geen oninteressant document, maar of het deze vijftigers een nieuw publiek zal bezorgen valt zeer te betwijfelen.

Elliott Murphy & Iain Matthews, La terre commune, Last Call/Bang!

Sunzoo manley

Nog dit jaar verschijnt een nieuwe plaat van Ozark Henry, maar in afwachting verrast spilfiguur Piet Goddaer met Sunzoo manley, een nevenproject waarmee hij niet meteen de verwachte paden bewandelt. Dat merk je al aan de muzikanten die de programmeur en toetsenspeler met het oog op To All Our Escapes heeft opgetrommeld. Drummer Stéphane Galland is bekend van het Bruselse jazzcombo Aka Moon en tenorsaxofonist Frank Deruytter werd eerder al aan de zijde gesignaleerd van Toots Thielemans, Bobby Womack en Quincy Jones. Samen maken de heren overwegend instrumentale muziek die, in haar hang naar de vrije vorm, sterk aanleunt bij jazz, maar tegelijk ook de grenzen van andere genres, zoals ambient en drum'n'bass, lijkt af te tasten.

Sunzoo manley is niet alleen een spirituele erfgenaam van Miles Davis en John Zorn, maar ook van een muzikale vrijbuiter als Frank Zappa en Amerikaanse beatnikauteurs als William Burroughs (zie: 'A Junky's Christmas') of Charles Bukowski ('Love is a Dog From hell'). 'Amid the Breakers' koppelt een wild in het rond toeterende sax aan gesamplede operastemmen en het filmische 'Taxidriver' ambieert duidelijk een parkeerplaats op de dansvloer. Hoewel er op dit cd-debuut hecht, inventief en uitdagend wordt gemusiceerd, is het onzeker of het doorsneepoppubliek de capriolen van Sunzoo manley zomaar zal willen of kunnen volgen. Maar met To All Our Escapes bewijst Goddaer wel dat hij heel wat meer in zijn mars heeft dan je op grond van zijn werk met Ozark Henry had kunnen vermoeden.

Sunzoo manley, To All Our Escapes, MeTThod/Sony

Dirk Steenhaut

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234