Dinsdag 27/07/2021

Interview

Econome Maja Göpel: ‘Leg alle belastingen weer op de tekentafel’

Maja Göpel: ‘Als een multinational geen belastingen betaalt, zou hij geen toegang mogen krijgen tot de infrastructuur van het land.’ Beeld Kai Mueller
Maja Göpel: ‘Als een multinational geen belastingen betaalt, zou hij geen toegang mogen krijgen tot de infrastructuur van het land.’Beeld Kai Mueller

Keren we na de dodelijke coronacijfers in het journaal straks gewoon terug naar de beursberichten? Nooit meer, als het van de Duitse politiek topeconome Maja Göpel (44) afhangt. ‘Klimaatdoelen moeten de nieuwe beurscurves worden’.

De uitputting van de natuur is standaard geworden. Elk jaar springt de dag waarop we hebben verbruikt wat voor een jaar zou moeten volstaan verder naar voren. In 2019 was dat op 29 juli. Vanaf de volgende dag nemen we bij de natuur een krediet op, zonder dat terug te betalen, waardoor we in het volgende jaar nog minder natuur hebben dan het jaar ervoor. Voor Duitsland lag deze zogenoemde Overshoot Day in 2019 zelfs nog vroeger, op 3 mei. De wereldkampioen export importeert op grote schaal natuur en grondstoffen uit andere landen. Als onze Duitse levensstandaard globaal zou worden ingevoerd, dan hebben we nóg een aarde nodig.”

BIO • geboren in 1976 • politiek econoom en duurzaam­heids­wetenschapper • leidt de denktank The New Institute in Hamburg, waar ze focust op verande­rings­onderzoek • medestichter van Scientists for Future • was o.a. lid van de Club van Rome, de World Future Council en de Balaton Groep • schreef o.a. The Great Mindshift en nu Onze wereld, nieuw denken

Dit is maar een van de vele voorbeelden waarmee de Duitse politiek econome Maja Göpel in haar recente bestseller Onze wereld nieuw denken, nu vertaald in het Nederlands, waarschuwt om urgent slimmer om te gaan met natuurlijke hulpbronnen, menselijke arbeidskracht en de klimaatverandering. We spreken haar via Zoom in The New Institute in Hamburg, waar ze zich met veranderingsonderzoek naar een duurzamere economie en samenleving bezighoudt. De huidige pandemie is voor haar een teken aan de wand.

Kunnen of moeten we de huidige pandemie als deel van de klimaatverandering zien? Zoönose coronavirussen springen van dier op mens omdat hun ecosysteem door ons wordt vernield.

“Ja, inderdaad, dit is exact het moment waarop we klimaatverandering in een breder perspectief moeten plaatsen. We spreken in dit verband beter over ‘het bereiken van onze planetaire grenzen’. Deze afbakening omvat ook de biodiversiteit van de aarde, met een afnemend aantal levensvormen en hun levensruimte waar wij door ons landgebruik op binnendringen. De pandemie toont aan hoe we als biologische wezens met alle andere leven verbonden zijn en dat ook nodig hebben om te overleven. De pandemie verlegde onze blik radicaal van artificiële systemen zoals financiën en technologie naar gezondheid, voedsel, menselijke communicatie en connectie – onze relevante oersystemen. Meer dan ooit toonde corona dat we allen door hetzelfde lot verbonden zijn. We zitten allemaal in hetzelfde schuitje.”

Tijdens deze pandemie bracht de EU honderden miljarden euro’s bijeen voor de heropstart van de economie. Moet dat geld nu in één adem aangewend worden om onze economie circulair te maken in de strijd tegen klimaatverandering?

“Voor een duurzaamheidstransformatie zijn deze publieke investeringen inderdaad dringend nodig. Tegelijk, en dat mis ik nu wat in het debat, moeten we ook zorgen dat het bijdrukken van geld ook niet tot inflatie en extra sociale uitdagingen zal leiden. Een voorbeeld is de stijging van huurprijzen, wat leidt tot grote druk op gezinsbudgetten zodat veel van deze gezinnen niet genoeg geld hebben om de energiefactuur te betalen... We moeten ons dus afvragen wélke economische waarde we met deze publieke investeringen willen scheppen en wat mensen het beste beschermt.

“Wie duurzame zakenmodellen wil introduceren, krijgt het nog altijd te moeilijk onder druk van de markt die een snelle financiële return on investment nastreeft. Onze leidende numerieke economische concepten, van jaarbalansen tot belastingen en het bruto binnenlands product (bbp), moeten verbreed worden door niet-financiële kosten en opbrengsten in rekening te brengen. Een eerste sleutelaspect wordt het afstemmen van de prijszetting van producten op ecologische schade door bijvoorbeeld CO2-emissies.”

Hoe meer CO2 er nodig is voor producten, hoe hoger de kost, bepleit u. Hoe doe je dat?

“Er is een groot debat hierover in Duitsland. Ons voorstel is om in het belang van de planeet alle belastingen terug op de tekentafel te leggen en te kijken wat nu eigenlijk hun sturende impact is. Belastingen kunnen iets aantrekkelijk maken of niet. Het is hoog tijd om de ecologische kosten in de prijs te internaliseren. Alleen al door de belastingen van arbeid naar natuurlijke bronnen te verleggen, kunnen ze op termijn neutraal worden voor gezinnen.

Maja Göpel: ‘Als de Duitse levensstandaard globaal zou worden ingevoerd, dan hebben we 
nóg een aarde nodig.’ Beeld REUTERS
Maja Göpel: ‘Als de Duitse levensstandaard globaal zou worden ingevoerd, dan hebben we nóg een aarde nodig.’Beeld REUTERS

“Je kunt ze dan ook in één instrument samenbrengen, zoals we in Duitsland al overwogen om de CO2-prijs van iedereen in te zamelen en dan terug te geven per capita naargelang je CO2-score. Dit betekent dat mensen met kleinere levensruimte en minder onnodige mobiliteit nettowinnaars zouden zijn, terwijl diegenen die hun budget overschrijden een bedrag moeten betalen aan een trust die de opbrengsten aan alle deelnemers uitkeert en investeert in de ombouw van energievoorzieningen (Ook een EU-initiatief, de zogenoemde European Effort Sharing – lastendeling – van emissies, is gebaseerd op dat idee. Zo zal Duitsland boetes tot 60 miljard euro aan buurlanden moeten betalen als het zijn klimaatpolitiek niet radicaal verandert, red.).”

Concreet: niemand mag nog meer dan 42 ton kooldioxide uitstoten als we willen dat de aarde niet meer dan 1,5 graden opwarmt. Maar wie rijk is, stoot veel meer uit. Hoe verdeel je de lasten eerlijk?

“Het is een zeer belangrijk punt. We zullen geen klimaatrechtvaardigheid bereiken met prijszetting alleen. Ik probeer nu ook Duitse liberalen te overtuigen dat een ecobegroting binnen een liberale agenda past, vanuit het idee dat individuele vrijheden samengaan met individuele verantwoordelijkheid. Hierover hadden we een fel debat in onze Adviesraad voor Globale Verandering, die ik tot vorige herfst voorzat. Een van de denkpistes is om de erfenisbelastingen deels te hervormen als CO2-compensatiebelasting. Veel grote familiefortuinen in Duitsland zijn vergaard door het uitstoten van grote CO2-emissies, van de staal-, tot scheeps- en cementsector enzovoort. Je zou kunnen beargumenteren dat een deel daarvan aan de samenleving moet worden teruggegeven als het vergaard werd in de voorbije dertig jaar, zodra de wetenschap aangaf dat het klimaat aan het veranderen was. Je kunt niet meer zomaar zeggen: ‘We wisten het niet’.”

Als EU zijn we in hetzelfde bedje ziek. U wijst erop dat de ecologische voetafdruk van de EU anderhalve keer zo groot is als het continent, omdat we onze landbouw en grondstoffen in Afrika, Latijns-Amerika, Azië… verbouwen. Is de Green Deal die vorig jaar werd overeen­gekomen voldoende om dit onevenwicht te herstellen?

“De Green Deal is een zeer belangrijke stap in de goede richting, maar de uitvoering door de lidstaten wordt de lakmoesproef. Wel gaat het volgens mij nog te veel over alleen maar een doel. Als je onze planetaire grenzen ernstig neemt, moet je absolute cijfers afbakenen die je niet mag overschrijden. De komende tien jaar zijn cruciaal, zowel voor klimaatverandering als voor biodiversiteit.”

Duitsland voerde een ‘Energiewende’ door maar die helpt niet noodzakelijk dat doel. Kerncentrales werden uitgefaseerd, maar jullie economie leunt nu nog onevenredig zwaar op fossiele brandstoffen – bruinkool uit eigen land, gas uit Rusland… – terwijl de hernieuwbare energie achterophinkt.

“Wat we kunnen leren is dat de start door gevestigde belangengroepen werd bemoeilijkt. We kenden bijvoorbeeld een grote toename van hernieuwbare energie-groepsaankopen. Deelnemers kregen eerst geld terug. En toen werd (onder druk van de grote nutsbedrijven met fossiele brandstofbelangen, red.) een competitieve prijsindicator geïntroduceerd voor er vergunningen werden toegekend, waardoor de mogelijkheid tot bredere participatie werd vertraagd.

“Wat intussen wel gebeurde, is dat er een enorme technologiemarkt voor hernieuwbare en participatieve energie is ontstaan. De zittende energie-exploitanten zien dat niet graag gebeuren. Politiek wordt er bijgevolg geen haast gemaakt. Er wordt nog steeds gebikkeld over de zonne-energie, waar een plafondniveau op is gezet. Had men dat niet gedaan, waren de mogelijkheden onbegrensd geweest.”

Wat zou uw advies zijn voor België, dat zijn kerncentrales wil uitfaseren tegen 2025 maar kan eindigen met het importeren van jullie bruinkool en kernenergie uit Frankrijk omdat we te weinig alternatieven hebben?

“Een cruciaal element is dat je moet vertrekken van primaire doelen voor hernieuwbare energie en deze van meet af aan moet beschermen tegen lobbygroepen. Tegelijk moet je wel tijd inbouwen om de verandering mogelijk te maken. Om hernieuwbare energie écht op grote schaal te doen slagen, is er volgens mij maar één oplossing: een Europese strategie. In tussentijd kun je bufferen en manoeuvreren met andere energiebronnen, maar het einddoel zal 100 procent hernieuwbare energie voor de EU moeten zijn. Je moet op een geïntegreerd Europees distributiesysteem voor hernieuwbare energie inzetten en tegelijk de hernieuwbare energietroeven van je land maximaal ontplooien. Ik zou ook op participatiemodellen inzetten, rond lokale windenergie bijvoorbeeld.”

In uw boek wijst u ook op de milieuschade door de industriële veestapel. ‘We offeren onze natuur op om steaks te kunnen exporteren’, schreef een bioloog hier onlangs. U groeide zelf op in een kleine ecoboerderij. Is dat dan het toekomstmodel voor onze landbouw?

“We teelden enkel groenten, bewust geen vee. (lacht) Maar landbouw is een kunst. We moeten dit enorm belangrijk beroep heruitvinden en opwaarderen. Nu wordt er op neergekeken, terwijl ons leven ervan afhangt. Met de Adviesraad voor Globale Verandering brachten we vorig jaar nog een rapport over ons landpatroongebruik uit. Er bleek te veel concurrentie om dezelfde paar vierkante meters, zonder enige beleidscoherentie. Er sprak een nood uit om de bestemmingen opnieuw te bekijken.

“Bio-regionale planning is volgens mij de beste manier. Een veelbelovend project zag ik in Beieren waar een groep stadsplanners en architecten vaststelden dat de samenhang in hun ruimtelijke planning verloren ging. Ze gingen daarop na hoe vierkante meters het best konden worden gebruikt volgens de multisolving approach, waarbij je bijvoorbeeld op dezelfde plek biodiversiteit ontwikkelt, voedsel teelt, CO2 opvangt en foto­voltaïsche energie opwekt. We moeten de bio­reactor van onze aarde terug aan de praat krijgen, terwijl we door onze monoculturen deze levensnoodzakelijke circuits van wederzijdse versterking ontmantelden. Het herwaarderen van landelijke ecosystemen kan een veerkrachtige manier zijn om veel dingen die we nodig hebben tegelijk voort te brengen. Het platteland mag geen plek zijn vanwaaruit mensen enkel naar de stad vluchten, maar moet cocreator worden voor welvaart in de steden.”

Kunnen we globale aanvoerketens wel met zo’n circulaire en ecologisch verantwoorde economie verzoenen?

“Een goede aanvoerketen kijkt niet alleen naar de output (opbrengst) maar ook naar de outcome, de uitkomst voor de gemeenschappen waar ze doorheen loopt. We moeten naar een regeneratieve economie evolueren, die niet louter financieel is maar verweven is met de ecologische en sociale waarden – die nu niet in het bbp zijn opgenomen, maar het kappen van regenwoud bijvoorbeeld wel.

‘We willen mens en natuur in het ritme van mechanische systemen laten rennen, maar dat is niet het ritme van het leven’.  Beeld Kai Mueller
‘We willen mens en natuur in het ritme van mechanische systemen laten rennen, maar dat is niet het ritme van het leven’.Beeld Kai Mueller

“Sommige zakenmodellen werken gewoon niet meer. Als een multinational geen belastingen betaalt, zou hij geen toegang mogen krijgen tot de infrastructuur van het land, die gefinancierd wordt door burgers die wél hun belastingen betalen. We moeten dat durven zeggen. Als zij aan ons publieke spaarvarken bijdragen, zijn ze uiteraard welkom. Ik hoop dat de EU hier een punt van gaat maken, want uit alle studies blijkt dat Europa door deze scheefgroei de grootste inkomstenverliezen lijdt. Maar dan moet de race naar de bodem in belastingconcurrentie tussen lidstaten wel eindelijk stoppen.

“Er is nu te veel macht in handen van een kleine schare transnationale ondernemingen die zéér invloedrijk zijn in het vormen van de ontwikkelingsagenda, wat betekent dat de primaire begunstigden altijd in hun aandeelhouderskantoren zitten. Een voorbeeld uit het boek: 70 procent van de import en export van landbouwproducten is ‘inmiddels in handen van vijf internationale concerns. We hebben Global Governance nodig, een multilaterale orde tussen staten, met als enige doel het common good.”

Klimaat- en biodiversiteitscijfers zijn voor veel mensen nu een ver-van-hun-bedshow. Hoe kunnen ze tastbaarder worden gemaakt?

“Het klopt dat we alle cijfers hebben. We weten waar we staan en waar we naartoe moeten om klimaatneutraal te worden in 2050. We moeten ze toegankelijker maken, op dagelijkse basis. Nu hebben we in Duitsland bijvoorbeeld een kwartier lang beursberichten voor elk achtuurjournaal. Het is cryptisch voor veel mensen maar iedereen weet dat het belangrijk is, goed nieuws voor de economie als ze stijgen, slecht als ze dalen. In deze pandemie kwamen daar de coronacurves bij. Bijna iedereen is intussen mee met het doel: de curve platslaan.

“Daarom hebben we in Duitsland nu een campagne om in het vervolg ook ‘klimaat voor het achtuurjournaal’ te brengen. De klimaatdoelen moeten onze nieuwe beurscurves worden. We hebben intussen de wetenschappelijke kennis om dagelijks te berichten over de positieve en negatieve CO2-emissies, zelfs per regio zoals het weerbericht.

“Je kunt dan zowel aangeven dat de uitstoot in het ene gebied te hoog was en uitleggen waarom dit catastrofaal is, maar ook dat in een ander gebied een succesvolle daling werd bereikt, en uitleggen hoe dat daar door de lokale gemeenschap is bereikt. Je moet mensen activeren zodat ze beseffen deel te zijn van het probleem, maar ook van de oplossing. Op termijn zijn de klimaatcijfers belangrijker dan de beurs, want ze moeten zorgen dat we onze planetaire grenzen niet over­schrijden.”

Er gaapt wel nog een grote kloof tussen uw voorstellen en regeringsbeleid. Hier in België verenigden meer dan 60.000 mensen zich in Klimaatzaak.be om de overheid voor de rechter te dwingen sneller maatregelen te nemen. Gelooft u in zulke initiatieven?

“Ja, we moeten onze politieke stem verheffen. We zijn te timide. De mensen hebben gelijk als ze op straat komen of naar de rechtbank trekken met de eis dat de instellingen hun rol spelen. Als we het Klimaatakkoord van Parijs tekenen, moeten we dat naleven. In onze Duitse grondwet staat zelfs dat de staat de plicht heeft om de natuur voor toekomstige generaties te beschermen. De wet is een laatste redmiddel, maar het is legitiem dat de burger er ook zijn overheid mee aansprakelijk houdt. Het doel is niet om de economie lam te leggen maar juist structureel te hervormen zodat we allemaal beter leven. Want, hoe kleiner onze ecologische voetafdruk, hoe hoger onze sociale handafdruk en menselijke ontwikkeling kan worden.”

Hoe heeft u uw eigen leven veranderd om uw ecologische voetafdruk te verkleinen?

“Wij proberen hier in Duitsland de vier F’s na te leven: Fliegen, Fleisch, Fummel & Finanzen. Minder vliegen, duurzame vleesconsumptie, nadenken waar je kledij vandaan komt en hoe je bank je financiën investeert. Zo krijg je een verband tussen je dagelijkse keuze en de noodzakelijke systeemverandering. Zelf kijk ik nu vooral reikhalzend uit naar de terugkeer van de nachttreinen om duurzaam te kunnen reizen.” (lacht)

Samengevat: minder is meer?

“Ja, al hou ik liever van ‘genoeg is goed’. ‘Genoeg’ is een interessant woord als je erover nadenkt: er zit een veiligheidscomponent in, want je zult nooit te veel eten en je krijgt een voldaan gevoel. We hebben niet altijd méér nodig, terwijl in onze huidige economische modellen het woord genoeg niet bestaat. Het kan nooit genoeg zijn...

“Alle biologische systemen hebben nochtans een rustmoment nodig – een winter, of een slaapfase zodat ze op krachten kunnen komen. Maar wat doen wij? We proberen de mensen en de ­natuur in het ritme van mechanische systemen te laten rennen, maar dat is níét het ritme van het leven.”

Maja Göpel, Onze wereld nieuw denken, Uitgeverij Pluim, 187 p., 21,99 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234