Zondag 15/12/2019

Echte namen

Eindelijk had ik een nieuwe vriendin gevonden. Onze eerste ontmoeting vond plaats in de centrale leeszaal van de grote bibliotheek, alhier in onze stad. In deze zaal zaten vier mensen te lezen: ik, twee andere mannen, en een prachtig meisje. Aanvankelijk hield ik me, tegen m'n natuur in, niet met dit meisje bezig (bijvoorbeeld de hele tijd staren naar haar en eventueel knipogen), omdat ik dringend verder moest met het lezen van een boek dat belangrijk was als basismateriaal voor m'n nieuwe roman. Deze roman zou als titel dragen De nazi met het keppeltje en het boek dat ik las in de bibliotheek handelde over ongedwongen collaborerende joden in de Tweede Wereldoorlog. Je zal denken: zijn er echtwaar in de oorlog joden geweest die volop en uit eigen wil hebben gecollaboreerd, en dan kan ik niet anders antwoorden dan: ja hoor, lees er mijn roman maar op na, waarvan het hoofdpersonage, Abraham Cohen niet alleen z'n naam verandert in Willy Der Buschkabooter, maar zich ook nog 'ns opwerpt tot Hauptbahnsturmer bij de SS, en in die functie onder andere verantwoordelijk is voor de deportatie van z'n vader Salomon, z'n moeder Sarah, z'n zus Anne en z'n broer Joshua, hoewel die laatste was ondergedoken in Waarschoot, maar op den duur werd hij min of meer verraden door z'n pseudoniem, Adolf Der Buschkabooter.

Sommige mensen kiezen nu eenmaal voor een erg onhandig of zelfs overbodig pseudoniem. Kijk naar Phara de Aguirre. Haar echte naam, Sonja De Keukeleire, is toch veel leuker? Dat zei ik laatst nog op een feestje tegen haar. Ik zei: "Sonja, waarom jij voor Phara hebt gekozen, het is me nog steeds een raadsel." Wat Sonja antwoordde ging verloren, omdat ik ineens aan m'n mouw werd getrokken door Katja Retsin (echte naam: Marieke De Peuter), die me vervolgens in m'n oor fluisterde dat ze me een geile beer vond. Omdat ik echter geen last wilde met Mariekes echtgenoot Jan Schepens (Kamiel Van Kukkel), negeerde ik de omroepster en ging ik maar naar huis ook, het was tenslotte al na elf uur, en bovendien hou ik niet van feestjes, omdat ik geen alcohol drink, en derhalve nooit zat genoeg ben om van mij van echtgenoten geen bal aan te trekken en achter een struik een of ander Marieke achterwaarts in de poes te naaien. Echt waar, geen alcohol drinken, dat is de hel op aarde.

Maar goed, ik zat dus in die leeszaal dat dikke boek te lezen, en de drie anderen, de twee mannen en dat prachtige meisje, zaten ook te lezen toen er ineens, in de stilte die er immers heerste, een enorme scheet weerklonk. Werkelijk een scheet alsof ze van de Dikke Bertha zelve afkomstig was. Tjonge, zo'n scheet had ik niet meer gehoord sinds m'n grootvader Frans tijdens de begrafenis van z'n schoonzus Zotte Stanse, niet alleen die scheet liet maar ook nog 'ns heel z'n broek volkakte, zodat er ineens een geur in de Sint-Reinhildekerk (Hamme) hing, die de geur van wierook met gemak overklaste, dat zweer ik je. De pastoor werd zelfs ongemakkelijk van die geur, trok bleek weg en viel ten gronde. Zodoende werd de rest van de begrafenisdienst afgelast en werd de kist met groottante Stanse erin wat later in de put gepleurd zonder dat het Vabiscum over haar werd uitgesproken. Niet dat het mij wat kon schelen, ik was pas negen jaar in die tijd, en begrafenissen interesseerden me geen bal; het enige wat me toen interesseerde waren voetbal, kleiduifschieten, wielrennen en door het sleutelgat kijken als onze poetsvrouw, Andrea, op het toilet zat te pissen.

"Wie heeft er hier die kanjer van een scheet gelaten?!", riep ik boos in de leeszaal. Eerst deed iedereen, ikzelf inclusief, alsof z'n neus bloedde, en even leek het erop dat het nooit aan de oppervlakte zou komen van wie de scheet oorspronkelijk afkomstig was, tot het prachtige meisje ineens in snikken uitbarstte en schreeuwde: "Ik was het! Het spijt me maar ik heb ze laten vliegen! Het was sterker dan mezelf!" Dat arme schaap, ik had meteen medelijden met haar. Zo'n prachtig meisje zijn en dan toch zo'n vieze stinkende scheet laten, het was allicht geen pretje voor haar. Zodoende stond ik op van m'n stoel, en ik ging op de stoel naast de hare zitten, en ik wiegde haar in m'n armen, en ik zei tegen haar: "Kom kom, zo erg is het niet, iedereen laat wel eens een scheet, herinner je die keer toen, tijdens de Nacht van de Vlaamse Televisiesterren, Jeroen Meus voor de derde keer als winnaar van een Ster op het podium werd geroepen en tijdens z'n dankwoord zo'n scheet liet dat de achterste naad van z'n geleende kostuumbroek in tweeën scheurde, wist je trouwens dat Jeroen Meus een pseudoniem is en dat hij in het echt Sylvain Van Muttekes heet?"

En zo raakten we aan de praat, en het meisje verbeet haar schaamte en frustratie omtrent haar bibliotheekscheet, en nog diezelfde avond gingen we samen eten in restaurant Het Keizershof op de Vrijdagmarkt, waar ik de scampi diabolique met kroketten koos, en zij ook, wat een goed teken was, want als het meisje met wie je gaat eten op restaurant hetzelfde gerecht kiest als jij, dan is de kans groot dat ze verliefd op jou aan het worden is. Dat deed mij veel deugd, ik ben immers het type man dat graag heeft dat meisjes verliefd op hem worden. Tot dan toe was dat nog maar weinig voorgevallen. Slechts drie meisjes waren eerder op mij verliefd geworden. Het eerste was Wendy, een gehandicapt mokkeltje dat, toen ik veertien jaar, een briefje in de postbus bij me thuis, op Theet 77 te Hamme, had gestoken en daarop stond geschreven: "Aio kikke dissi dissi blop." Nu wist ik wel dat Wendy geestelijk invalide was en dat ze aanvaardbaar noch lezen kon noch schrijven, en toch was ik benieuwd wat ze had bedoeld met de tekst op het briefje. Daarom ging ik naar haar thuisadres, in de Spurtstraat 16 te Hamme, en ik vroeg aan haar moeder, Leona de Dwergin (pseudoniem van Leona De Groote, wat haar pseudoniem des te schrijnender maakte), een vrouw van een meter zesendertig, en ik vroeg haar dus: "Leonaatje, je dochter Wendy heeft mij een briefje geschreven waarop stond aio kikke dissi dissi blop, wat zou ze daar mee bedoelen?" Leona dacht diep na, haalde ondertussen zes neuskeutels uit haar gigantische pief, krabde in haar kruis, spuwde naar de kat, en zei: "Ik denk dat onze Wendy verliefd is op jou." Voor ik van m'n verbazing bekomen was zei Leona: "En ik ben ook verliefd op jou", en ze greep naar m'n gulp doch ik kon net op tijd ontsnappen en ik holde weg, met Leona achter me aan maar omdat zij van die heel korte beentjes had en ik niet kon ik haar algauw afschudden. Daarna heb ik tot in de eeuwigheid ontmoetingen met Wendy én Leona vermeden.

Het tweede meisje dat verliefd was op mij, zei op een avond: "Herman, ik ben verliefd op jou", en in de seconde nadat ze dit blozend aan mij had toevertrouwd viel er een meteoriet uit de hemel en die verpletterde haar. Dat is toch nauwelijks te geloven? Het heeft nochtans in de krant gestaan, in 1971.

En het derde meisje dat gek was op mij, was m'n eigen Grote Liefde, Tania de Metsenaere (die als pseudoniemen Phoebe, Lio en Blue had), en ze werd mijn tweede echtgenote, en op een dag verliet ze mij, en ach, wat ben ik daar nog altijd niet overheen.

En zou nu dit meisje, de schetenlaatster uit de bibliotheek, de scampivreetster uit Het Keizershof, de blonde stoot met groene ogen, het vierde meisje worden dat ooit verliefd op mij is geworden? Dat zal mogelijk hieronder duidelijk worden in de rest van mijn vertelling.

Dit meisje heette Sophia, was 24 jaar oud, studeerde geneeskunde, was een meter vijfenzeventig lang, en ze beweerde dat ze verliefd was op mij. Zij beviel mij ook wel enigszins en we brachten verschillende dagen na elkaar samen door, waarbij we allerlei activiteiten ondernamen, onder meer een bezoek aan het Rijksmuseum in Amsterdam, een weekendje Parijs, naar de voorstelling gaan kijken van stand-upcomedian Joost Vandecasteele (lachen!), een paar uurtjes gaan kleiduifschieten, en een wandelingetje door het Citadelpark, dat bijna onprettig afliep toen Sophia's tas van haar schouder werd gerukt, doch ik liep achter de overvaller aan en sloeg die Maghrebijn praktisch knock-out. Ik heb vroeger nog veel gevochten, en vandaar. Ja, als je in het Hamme van de jaren zeventig niet overweg kon met je vuisten, dan was je de lul. Ik herinner me vooral het gevecht tussen mij, leider van de toenmalige Honda Dax-bende, tegen de leider van de concurrerende Mobylette-bende. De winnaar zou veel aanzien verwerven in de achterbuurten van Hamme, en dus vocht ik op een heel uitgekiende, eigenlijk redelijk smerige manier, in die zin dat ik op een bepaald moment tijdens het gevecht tegen One Eyed Joe, zoals de leider van de Mobylette-bende als pseudoniem droeg (echte naam: Joe Van Eenoo), zei: "Kijk eens daar, wat een leuke jongen", omdat ik wist dat Joe diep in zichzelf een homoseksueel van de ergste soort was en natuurlijk geobsedeerd was door leuke jongens, en toen ik dat gezegd had en tevens achter hem wees, keek hij over z'n schouder, waarvan ik gebruik maakte om z'n schedel op twee plaatsen te breken. Dat waren nog eens tijden en ze keren tenimmer wederom.

Hoe dan ook, Sophia en ik leken te beginnen aan een toffe relatie, maar er waren nog een paar heikele punten. Zo waren we nog niet naar bed geweest. Ik wimpelde haar erotische signalen telkens weg, om een paar redenen: ten eerste, veronderstel dat ze tijdens de copulatie alweer een scheet zou laten, ten tweede, veronderstel dat ze tijdens de copulatie uit haar bek zou meuren, en ten derde, veronderstel dat het haar tijdens de copulatie zou opvallen dat ik impotent was. Maar ja, een meisje van 24 wil wel eens gedekt worden, en dus overwon ik m'n angst voor haar scheten en haar stinkbek, en die impotentie loste ik op door een half uur voor aanvang ongemerkt drié Viagra's te slikken. Verdomd, drie, dat bleken er toch een paar te veel. Niet alleen was ik in staat om Sophia négen keer na elkaar te dekken, tevens had ik vier dagen later nog altijd een erectie, toen we voor het eerst op bezoek gingen bij haar ouders. Gelukkig was haar inwonende grootmoeder, die bij de ontmoeting eveneens van de partij was, zo lelijk dat een eerste blik op haar verschrikkelijke bakkes m'n erectie als bij toverslag deed verdwijnen, temeer omdat dat wijf meteen tegen mij van wal stak met: "Ben jij die vuile schrijver van al die seksboekjes? En ik heb gelezen in de Story dat jij nog altijd met je ex-vrouw poept! En besef jij wel dat je de domste smoel hebt die ik ooit gezien heb! En vind je zelf niet, onnozelaar, dat je pseudoniem Herman Brusselmans wel héél belachelijk is!"

Sophia's vader, Vittorio (geen pseudoniem omdat hij immers een Italiaan was), probeerde z'n moeder te kalmeren, eerst verbaal en toen dat niet lukte door een kussen tegen haar gezicht te duwen tot ze bewusteloos op haar zetel lag, en Sophia's moeder Marleen, die geen Italiaanse was maar geboren en getogen in Destelbergen, schonk een pittig kopje koffie met een koekje erbij. Ik vond het zo'n lekker koekje (het was m'n favoriete speculoosje van Lotus) dat ik nog om vijf koekjes vroeg, en toen die op waren vroeg ik er nog om drie, en toen zei Marleen: "Je bent een beetje een koekjesfretter, waar of niet?" Waar moeide die griet zich mee? Als ik gek ben op speculoosjes van Lotus, dan is dat zo, en verder geen gelul. Kortom, zowel de grootmoeder als de ouders van Sophia vond ik geen aangename mensen, ook Vittorio niet, mede omdat die z'n smoel niet kon houden over de schoonheid van de landschappen in de buurt van Toscane, waar hij ergens ter wereld was gekomen, en die klojo bleef maar emmeren over de valleien en de dalen en de heuvels en de lekker ruikende grassen en mossen en bloemen en kruiden in dat afgezaagde Toscane, en op den duur zei ik tegen hem: "Luister, Vittorio, je mag Toscane bezingen zoveel je wil, het stelt geen reet voor in vergelijking met Hamme, waar we weliswaar geen valleien en dalen en heuvels en kruiden hadden, maar waar Ferdinand Bracke nog heeft gewoond, en die heeft ooit het werelduurrecord wielrennen gebroken en bovendien was Ferdinand z'n echte naam, dus hou nu maar op over dat totaal overschatte Toscane."

Door m'n bits geprononceerde uitval was de stemming ietwat naar de kloten geraakt en nadat ik nog vier Lotus-speculoosjes had opgegeten zei ik tegen Sophia: "Kom schat, we gaan terug naar Gent, ik heb wel zin om gezellig naar de dvd te kijken van de laatste film Tot altijd van Bal Nicthasar, die als pseudoniem het redelijk doorzichtige Nic Balthasar heeft gekozen." En dus gingen we naar m'n loft in het centrum, maar kijken naar Tot altijd zat er niet in, omdat Sophia droevig was vanwege de animositeit tussen mij en haar ouders. In plaats van bij mij te blijven slapen ging ze naar haar eigen flat, wat me goed uitkwam, want m'n doosje Viagra was leeg.

De relatie tussen Sophia en mij verliep, zoals de meeste relaties, met ups en downs. Soms waren we erg vriendelijk met elkaar en soms minder vriendelijk, zoals die keer dat ze me zodanig op de zenuwen werkte dat ik haar een schop gaf tegen haar rechterscheenbeen. Je mag daarbij niet vergeten dat ik vroeger nog een heel veelbelovende voetballer ben geweest, die vooral bekend stond om z'n verschroeiende schop met z'n linkervoet. Met die befaamde linkspoot van mij heb ik tussen 1972 en 1976 zeker 165 doelpunten gemaakt, dat mag je vragen aan m'n vroegere trainer Etienne Schelfout, die als pseudoniem voor Etienne Spelfout had gekozen, wat in het begin wel wat grappig overkwam maar van lieverlede niemand meer tot lachen kon aanzetten, en echt waar, je mag hem gerust vragen of ik niet een van de beste voetballers van Hamme was, maar of je vraag tot hem zal doordringen is een ander paar mouwen, want Etienne is lichtelijk aan het dementeren en iedere vraag die je hem stelt beantwoordt hij met: "'t Is maar hoe je bekijkt dat de kokosnoten achter het fornuis belandt zijn als het erop aankomt dat ik m'n oren aan de Bohemers ga verkopen voor een half pond groene zwezeriken", inclusief de dt-fout in 'belandt'.

Het is toch spijtig dat er mensen zijn die, hoe ouder ze worden, hoe meer ze hun verstand verliezen, en in die context moet ik altijd denken aan Hugo Claus en aan de laatste keer dat ik de grootmeester onzer letteren ontmoette en ik vroeg aan hem: "Hugo, hoe komt het dat jij nooit voor een pseudoniem hebt gekozen?", waarop hij zei: "Daar zit je fout, makker, ik heb ooit wel voor een pseudoniem gekozen en onder dat pseudoniem heb ik de rottigste kutboeken uit m'n carrière geschreven", en uiteraard vroeg ik hem wat dat pseudoniem dan wel was, en toen speelde z'n Alzheimer weer op en kon hij zich onmogelijk nog herinneren of dat pseudoniem Monika Van Paemel of Mireille Cottenjé was geweest. Zo zie je maar hoe onze eventuele toekomst als bejaarde er uit zal kunnen zien, en in mijn geval zou dat gerust niet al te lang meer kunnen duren, in die zin dat ik al 54 ben en vroegtijdige seniliteit bij ons in de familie zit. M'n groottante Stanse was al seniel op haar 62ste, kende sindsdien het verschil niet meer tussen haar mond en haar vagina zodat na het ontbijt haar flamoes altijd vol confituur hing, en is desondanks toch nog 73 geworden.

Het stond Sophia niet aan dat ik tegen haar scheenbeen had geschopt en ze zei: "Herman, als je agressief en gewelddadig wordt, dan weet ik niet of onze relatie wel kan blijven duren." "En ik", zei ik, "weet niet of onze relatie wel kan blijven duren als jij niet eens vijf topnazi's kan opnoemen." Dat had ik haar namelijk de dag tevoren gevraagd, om eens vijf topnazi's op te noemen, en ze kwam niet verder dan Hitler en Goebbels, wat me bijzonder tegenviel, in die zin dat ik vind dat een ongeveer 24-jarig meisje dat geen vijf topnazi's kan opnoemen gerust een achterlijk wijf kan genoemd worden, waarop Sophia tegen mij had gezegd dat ze het niet leuk vond om een achterlijk wijf genoemd te worden, en toen zei ik: "Het is typisch voor achterlijke wijven dat ze het niet leuk vinden om een achterlijk wijf genoemd te worden", en toen begon Sophia te huilen en op de koop toe liet ze - volgens mij puur om mij te pesten - een scheet die weerkaatste tegen de vier muren van m'n loft.

Dus ja, zoals men merkt waren er ups en downs, en dan vermeld ik eigenlijk nog niet eens dat die Sophia, hoe meer de tijd vorderde, vaker en vaker op m'n systeem begon te werken en mij het bloed van onder de nagels haalde en mij verveelde zoals nooit iemand eerder mij verveeld had en ik vond haar eerlijk gezegd niet zo mooi meer als in het begin van onze relatie, integendeel, het viel me op dat ze een scheve neus had, en te dikke wenkbrauwen, en van die half-Italiaanse bakkebaarden, en ze vond schrijvers of muzikanten of beeldhouwers of schilders die ik apprecieerde maar niks. Neem nu de achttiende-eeuwse dadaïst Donaat de Riemaecker (pseudoniem van Appolonia Van Dukdalf), een schilderes die ik rangschik bij de allerbeste tien kunstenaars van niet alleen de achttiende eeuw maar van alle tijden. Het begon er al mee dat Sophia nog nooit van Donaat de Riemaecker had gehoord. Nou ja, dat kan gebeuren, en ik dacht bij mezelf: weet je wat, ik laat haar m'n schilderij van Donaat de Riemaecker zien en dan zal ze wel meteen overstag gaan. Ik ging naar de kelder, waar ik het schilderij van Donaat achter slot en grendel in bewaring houd, en bracht het meesterwerk, getiteld De eisprong bij nacht, mee naar boven en ik liet het zien aan Sophia. Ze keek er ongeïnteresseerd naar en zei: "Vind jij dat fantastisch? Ik zie niet eens wat het voorstelt." "Luister, trut", zei ik, "het hoéft niet eens dat je ziet wat het voorstelt, want Donaat was niet voor niets een dadaïst, en daarbij, je moet wel blind zijn als je niet eens ziet wat het voorstelt, met name een vrouw die midden in de nacht haar eisprong krijgt." Sophia staarde nog een keer naar het schilderij, met niet al te veel meer belangstelling dan de eerste keer, en ze zei: "Nee, ik zie er niks in. En nog iets: in de achttiende eeuw bestond het dadaïsme nog niet, of denk je misschien dat je mij alles kan wijsmaken?"

Kijk, dat soort dingen is bij mij geregeld de druppel die de emmer doet overlopen. Het dadaïsme nog niet bestaan in de achttiende eeuw?! Het bestond zelfs al in de dertiende eeuw, zij het onder een andere benaming, overigens een stelling waarover ik een essay aan het schrijven ben dat, zo hoop ik, medio 2014 gepubliceerd zal worden in De Morgen. Maar waar het om gaat is dat die Sophia en ik veel te verschillend waren, en dat ik het ook beu was om iedere keer Viagra te slikken voor ik haar negen keer dekte, en dat ze steeds geregelder scheten liet en uit haar bek rook, en dat ze het niet apprecieerde dat ik weigerde om naar de begrafenis van haar grootmoeder te gaan, en dit en dat en zus en zo en men begrijpt dat op een zeker ogenblik het moment was gekomen dat ik het uitmaakte met Sophia Verswijfel (pseudoniem van Sophia Santalucia). Nog zoiets: pas net voor ik haar definitief de deur uitgooide verklapte ze mij haar echte naam. En ik vind dat mensen van wie je de echte naam niet weet onbetrouwbaar zijn, en dat je hen niet in je leven moet toelaten, en echte namen zijn heel, héél belangrijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234