Dinsdag 29/09/2020

Echt tegenover schijn

De verloren zingeving

Ignaas Devisch wil enige kanttekeningen plaatsen bij de overpeinzingen die Yves Desmet de lezers van deze krant meegaf in zijn 'Standpunt' van 24 december.

Dit zijn de passages die mij opvielen en verwonderden. Ten eerste: "Ergens in deze eeuw hebben we onze zingeving verloren. Of beter, hebben we die vervangen door status, macht en rijkdom. Nochtans heeft de mens die zingeving, dat metafysische nodig om te weten wat kan en niet kan, om ethische grenzen aan de vrijheid aan te brengen, om verantwoordelijkheid te dragen. Als je zo'n zin opschrijft, voel je je bijna preken als een ouderwetse pastoor, zo individualistisch, materieel en cynisch zijn we geworden." Dit stukje tekst roept om commentaar omdat het zo rijk is aan filosofische veronderstellingen, ethische theorieën en antropologische claims. Ik vrees daarom dat mijn commentaar zal uitdraaien op een vragenronde, zo overweldigd als ik ben door de compactheid van die enkele zinnen. Neem nu de aanhef : "wij hebben in de loop van deze eeuw onze zingeving verloren". Daarmee wijst De Smedt op een geschiedenis van verval. Een chronologisch verloop van gebeurtenissen dat uitmondt in het verdwijnen van waarden of zin voor gemeenschappelijkheid. Voorheen deelden wij een bepaalde zingeving. Die zingeving is niet meer de onze omdat we die ergens onderweg zijn kwijtgeraakt. Desmet plaatst zich met deze stelling in een aloude traditie. Van Augustinus tot Bernardus van Clairvaux en Petrus Lombardus, van Jean-Jacques Rousseau tot hedendaagse auteurs als Alasdair MacIntyre en in zijn kielzog het 'communitarisme': de klacht om een verloren gemeenschappelijkheid, zingeving of natuurlijkheid is nooit ver weg geweest. De klaagzang om een verloren besef van gemeenschappelijkheid of van zingeving vormt het hedendaagse pendant van een soort filosofeem: een weerkerend thema dat door de hele geschiedenis van de westerse cultuur heen geregeld de kop opsteekt. Het is de gedachte dat we in een crisis de zingeving zijn kwijtgespeeld, maar op het einde van de crisis diezelfde zingeving intact kunnen herstellen door er eenvoudig naar terug te keren. Er is bijgevolg niets echt verloren gegaan. Maar vanwaar dan nog de gedachte dat iets ons voorgoed is ontvallen? Mag ik Desmet bovendien vragen of hij bij machte is aan te duiden waar wij juist onze zingeving verloren hebben? Waar ergens zou iets verloren zijn geraakt? En ook: wat is er ons juist ontvallen? Iets - een zingeving, een gemeenschappelijkheid - is ons blijkbaar ooit eigen geweest. Maar sinds we 'iets' hebben verloren leven we in een schijnwereld vol onverdraagzaamheid en egoïsme.

Een tweede citaat: "Ook de samenleving zelf is in dat bedje ziek. Basisnormen als solidariteit, verdraagzaamheid, tolerantie, vrijheid en rechtvaardigheid komen in de verdrukking. Angst, individueel of collectief egoïsme, onverdraagzaamheid en haat komen in de plaats. De fout ligt niet bij het individu of bij de gemeenschap, maar veeleer bij een collectieve bewustzijnsvernauwing, waarbij we niet langer de vragen stellen die er echt toe doen. Het wordt tijd weer een metafysische dimensie aan het politieke debat toe te voegen." Ook hier staat het schema 'echt - schijn' voorop: er zijn echte vragen die voortkomen uit een metafysische dimensie, een dimensie die wij nodig hebben. Jammer genoeg leven we in een tijdsperiode waar de schijn het haalt op het echte. Dit alles kent één duidelijke oorzaak: een 'collectieve bewustzijnsvernauwing'. Hier moet ik passen maar Geert Lernout, specialist wetenschappen van deze krant en gewoon om het echte van het valse te onderscheiden (zie zijn besprekingen van Freud en Lacan), zal ongetwijfeld de wetenschappelijkheid van die term kunnen evalueren.

Aan de stelling van Desmet ligt trouwens een heuse behoeftetheorie ten grondslag: wij hebben het metafysische, het echte, nodig. Ik zou het interessant vinden mocht de hoofdredacteur dit expliciteren. Want een van de vragen is - aangezien wij zo gemakkelijk vervluchtigen in die schijnwereld van consumptie en materialiteit - of wij die materialiteit dan niet evenzeer nodig zouden hebben? Want het is toch vreemd, zo moet Desmet zich ongetwijfeld hebben afgevraagd, dat de mens zich afkeert van wat hij nodig heeft en zich afwendt naar het overbodige van een materiële schijnkosmos. Zullen we het dan nooit leren, zo moet hij zich hebben verwonderd, mijmerend over wat in de Heilige Schrift over geluk en zondeval te lezen valt. Is het vanuit die verwondering dat hij zichzelf een ongemakkelijke positie weet toegekend? Maar dan nog liever de positie van een ouderwetse pastoor dan die van een cynicus, zo moet hij hebben gedacht. Want blijkbaar is het (zie eerste citaat) ofwel pastoor zijn - de moed hebben om te wijzen op onze verloren zingeving - ofwel cynisch zijn: nihilistisch genietend opgaan in de materiële schijnwereld en daar geen graten in zien.

Vreemd toch dat diezelfde klacht om een verloren zingeving even sterk aanwezig is bij elementen wier partij het etiket 'extremistisch' krijgt toebedeeld. Want steekt men ook daar niet de loftrompet van het verval? Daar luidt het evenzeer dat de zingeving door onder meer perverterende marktmechanismen kapot is gemaakt. Het verderft onze jeugd en het bezorgt hen verwilderde zeden, geconfronteerd als zij dagdagelijks worden met al dat geweld en al die obscene naaktheid op de openbare weg. Het doet hen twijfelen aan wat de echte waarden in het leven zijn, aan wat de echte zin uitmaakt van ons interval hier op aarde. Vreemd toch dat diezelfde analyse tegelijk én applaus krijgt vanop 'progressieve' banken, én vanop diezelfde banken wordt weggejoeld wegens te conservatief. Zeer vreemd, maar gelukkig is het standpunt van dit dagblad onafhankelijk: als een doorgewinterde hegeliaan (zie deel zoveel van 'Het verhaal van de filosofie') kan het tegelijk alle posities innemen.

De klaagzang om een verloren besef van gemeenschappelijkheid of van zingeving steekt in de geschiedenis van de westerse cultuur geregeld de kop op'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234