Vrijdag 23/08/2019

Antwerpen-Centraal

Earl Johnson liet het basketbalveld voor de Thalys-locomotief: "Daar stond ik, bij die NBA-sterren. Bloednerveus"

Earl Johnson is een Belg met Brits en Jamaicaans bloed. Hij speelde nog in de Belgische eerste klasse van het basketbal en nam als 16-jarige deel aan trainingskampen met latere NBA-sterren. Nu is hij machinist bij de Thalys.
 Beeld Illias Teirlinck

Door het zwart van de nacht rijdt Earl Johnson naar Frankrijk. Dan denkt hij aan Lebron James, aan Jamaica of aan Bosnië. Aangekomen in Parijs sluit hij het portier en kijkt naar zijn trein. Die is donkerrood en tweehonderd meter lang.

"Ik? Ik ben een treinbestuurder. Nee, ik heb niets speciaals te vertellen. (lacht) Er lopen in dit station veel interessantere mensen rond."

Earl Johnson staat te midden Antwerpen-Centraal, op het platform waar de grote elektronische borden hangen met de vertrekuren en de vertragingen. Earl oogt ontspannen. Hij draagt het personeelsuniform van Thalys en praat met een collega van de NMBS. Straks gaat hij een vriend bezoeken in de stad. Nadien navigeert hij de Thalys-trein naar Parijs.

"Ik heb roots in Jamaica. Maar zo speciaal is dat niet."

Zou hij van het bestaan weten van zijn naamgenoot? Die andere Earl Johnson, die ook roots heeft in Jamaica. Dat was de allerlaatste Checker-taxichauffeur in New York. De Checker was de oertaxi die tot eind vorige eeuw het gros van de gele vloot in de Big Apple uitmaakte. Dat typische hoge, geblokte jaren 70-model met het zwart-witte dambordmotief op de flanken. Die Earl had wereldsterren aan boord. Soms keek hij in de achteruitkijkspiegel en zag Elizabeth Arden, Walter Cronkite of Muhammad Ali. Tegen die laatste zei hij: "Hi, champ." Wellicht heeft de Earl Johnson van Antwerpen-Centraal geen idee wie zijn sierlijke, bordeauxrode trein bevolkt.

"Jamaica, ja. Maar ik ben gewoon nen Antwerpeneir."

Er lopen zo veel onbekende verhalen rond in Antwerpen. En telkens iemand zo’n verhaal prijsgeeft, dan ervaar ik een moment van geluk. Kio Stark, een Amerikaanse socioloog, schreef daar ooit een boek over: When Strangers Meet. Over het plezier van het onverwachte. Hoe het dagelijkse leven doorbreekt en die onverwachte ontmoeting de eenzaamheid verdrijft. Te weten dat een ander ook maar wat aanmoddert op deze aardkloot.

Er zijn in het dorp dat Antwerpen-Centraal is ook veel mensen die het boek over hun vorig leven hebben verbrand en in de anonimiteit van de massa een nieuw leven hebben opgebouwd. In het station vertelde iemand me over zijn vader, hoe die ooit de Braziliaanse voetballer Pelé had ontmoet. Kreeg ik nog de kans ook om die vader op te bellen. Dat werd een half uur durend gesprek via WhatsApp naar de andere kant van de wereld. Die vader klonk gelukkig, en dat was zijn zoon ook.

Tot ik het verleden van die zoon ontdekte, dat verleden voorzichtig opwierp, en hij niet langer wilde meewerken aan deze verhalenreeks. Ook niet toen ik benadrukte dat een mens het recht heeft vergeten te worden. Desondanks toch de schrik dat er ooit nog iets zou verschijnen over wat vroeger was en nu niet meer is. Het ging om internationale drugstrafiek.

Wie is deze Earl Johnson en wat is zijn verhaal?

Ik nodig hem uit voor een kop koffie in een bar wat verderop. "Allez, het is goed", zegt hij. "Maar geen idee of je iets met mijn verhaal kunt aanvangen." Nog geen half uur later is de koffie koud en zegt Earl dit: "Ik heb nog tegen Yao Ming en Dirk Nowitzki gebasketbald. Nu je het zelf zegt, dat was inderdaad een bijzondere tijd." Yao Ming en Dirk Nowitzki zijn voormalige wereldsterren in de NBA, de beste basketbalcompetitie ter wereld. Earl: "De cappuccino is hier lekker, hé."

Antwerp Giants

"Als tiener nam ik in de jaren 90 deel aan een trainingskamp in Frankrijk. Samen met tweehonderd andere jonge talenten was ik door Nike geselecteerd voor hun gereputeerde All Star-kamp. De beste jonge spelers uit Europa, Azië en Afrika werden samengebracht in Parijs om te trainen met toppers uit de NBA. Charlie Ward was een van de coaches. Hij is de vroegere pointguard van de New York Knicks. En Tim Hardaway, die nog goud won met de Verenigde Staten op de Olympische Spelen in Sydney, in 2000, samen met mannen als Kevin Garnett, Jason Kidd en Vince Carter.

"Ik nam deel aan dat kamp op aandringen van mijn latere coach bij Racing Basket Antwerpen, nadien omgedoopt tot Antwerp Giants. Maar ik had stress man, pf! Sta je daar oog in oog met die NBA-sterren, omringd door de beste jonge spelers ter wereld. Alleen de Amerikanen hadden hun eigen kamp in de VS. Al de rest zat in Parijs. Ik dus ook. En ik was bloednerveus.

"Ik was toen gewoon een jonge gast uit Nijlen. Niet meer dan dat. Kind van een Jamaicaanse vader die in de jaren 60 zijn vaderland verliet, naar het Verenigd Koninkrijk trok en in het Brits leger ging. Tijdens de Koude Oorlog was hij in de Kempen gekazerneerd en leerde er mijn moeder kennen. Ik ben geboren op de legerbasis in Cheltenham, niet zo ver van Oxford, mijn zus op een legerbasis in Duitsland en een andere zus dus in de Kempen. Vader en moeder zijn nog altijd samen. Ze wonen zeven maanden in Nijlen en vijf maanden in Ocho Rios, op Jamaica. Een Vlaamse Kempenzoon, dat was ik toen, en ik wist niet goed wat mij overkwam in Parijs."

Dromen van Amerika

"Als kind speelde ik eerst voetbal, maar ik mat al 1,80 meter op mijn twaalfde en werd aangesproken door basketbalclubs. Mijn eerste wedstrijden waren een ramp. Technisch was ik nog niet geschoold, maar mijn shots gingen er uiteindelijk wel vlot in. Na een groeispurt in mijn puberteit doorbrak ik de grens van de 2 meter en stegen ook de verwachtingen.

"Als jonge gast speelde ik altijd tegen jongens die ouder waren. Die hogere leeftijdscategorie zorgde voor extra druk, want die gasten waren beter, sterker. Maar goed, ik was groter. Die strijd om altijd maar een hoger niveau te halen vrat enigszins aan me, al gold dat ook voor sommige anderen. Zelfs in Parijs. Yao Ming, de Chinees van 2,29 meter, mat als tiener al snel 2,20 meter en die was echt nog niet op niveau. Een deftige pas moest je van Ming niet verwachten, maar die kerel heeft nadien wel een enorme progressie gemaakt en speelde jaren in de NBA bij de Houston Rockets.

"En oh ja, voor de petite histoire: George Raveling, een man met een lange geschiedenis in de Amerikaanse basketbalwereld – hij won goud op de Spelen in L.A., in 1984 – was een van de sterke mannen achter dat Nike-kamp. Wel, die George Raveling heeft het originele manuscript van de bekende 'I have a dream'- speech van Martin Luther King. Raveling gaf zich op als vrijwilliger bij de bewakingsdienst, stond tijdens de speech op een paar meter van de dominee en vroeg na afloop om die paar bladzijden die King net in zijn jaszak wilde opbergen. Raveling heeft ze nog altijd. De enorme som geld die ze ervoor bieden weerstaat hij. Misschien moet ik hem een keer bellen." (lacht)

"Natuurlijk droom je als jonge gast van het allerhoogste, Amerika, maar merk je al snel dat weinigen daar echt geraken. En dan nog: al ben je als tiener nog zo getalenteerd, dat is nog altijd geen garantie op succes. Integendeel. Vaak zijn het niet de ultieme supertalenten die het snelst doorbreken, maar wel de mannen net daaronder die plots een enorme ontwikkeling doormaken.

"Dirk Nowitzki, bijvoorbeeld. Met de nationale jeugdploegen speelde ik tegen hem. Was hij goed? Natuurlijk. Was hij het ongezien grote talent? Nee, toen nog niet. Maar hij speelt uiteindelijk wel al twintig jaar bij de Dallas Mavericks. De Turk Hidayet 'Hedo' Türkoğlu is nog zo’n kerel die ik tegenkwam. Ook hij schopte het tot de NBA, bij de Sacramento Kings en Orlando Magic. Het is en blijft een afvalrace. De Belgen waar ik even mee samenspeelde en die uiteindelijk het verst zijn geraakt, zijn Dimitri 'Doum' Lauwers en Tomas Van Den Spiegel. Topkerels.

Earl Johnson. Beeld Illias Teirlinck

"Zelf mag ik niet klagen. In 1996 werden we met de Belgische juniorenploeg vierde op het Europees Kampioenschap in het Franse Lourdes, en als speler van de club die vandaag Antwerp Giants heet, werd ik landskampioen in België. Ik zal eraan toevoegen dat ik quasi de hele tijd op de bank zat. (lacht) Al heb ik veel gezien, veel meegemaakt. Met de Giants speelden we Europese wedstrijden in steden als Jeruzalem en Široki Brijeg (Bosnië, MDC). Die laatste match vergeet ik nooit. Kort na het einde van de oorlog in het toenmalige Joegoslavië was dat. Op weg naar de wedstrijd zagen we vanuit de bus de kogelgaten in de huizen en uitgebrande autowrakken in de gracht. Het enige nieuwe gebouw in de stad was de sporthal. Zoiets blijft je bij.

"Uiteindelijk speelde ik nog liever met mijn vrienden op een pleintje in Antwerpen dan te moeten presteren op het veld. De begeleiding in de basketbalwereld was toen ook niet bijzonder professioneel voor jonge spelers. Dus ben ik langzaam afgezakt naar de lagere reeksen. De combinatie studeren, basketballen en uitgaan was ook niet de ideale weg naar een lange profcarrière. Ik had bovendien al een nieuw leven in gedachten: treinbestuurder, dat zou ik worden."

Thalys-machinist

"Ik heb een tijd in de Antwerpse haven gewerkt als scheepsagent voor een Iraanse rederij en maakte de laadlijsten voor alle containers die vanuit Antwerpen naar Iran vertrokken. Een mooie tijd was dat, maar mijn hart lag bij het spoor. Dat was als kind al zo, bijna tot frustratie van mijn ouders, omdat ik goed scoorde op school. Ik begon als treinbestuurder in de haven. Na de training nam ik snel een douche en haastte me naar het depot, om daarna rond te bollen in de dokken en later ook goederen te vervoeren naar Calais, Parijs, Metz, Luxemburg of een of andere uithoek in België.

"Ik hield en hou nog altijd van de rust die de job inhoudt. Je bolt door het land, of door de nacht. Op je eentje. Ik heb me opgewerkt en rijd nu met de Thalys naar Parijs. Soms een paar keer per week. Dan blijf ik daar een nacht en keer terug. Een mooie job, en Thalys is een mooi bedrijf. Dat zeg ik niet zomaar. Het is de waarheid. Basketbal speelt geen rol meer in mijn leven. Al kan ik na het werk natuurlijk nog altijd uitpakken aan de toog. (lacht) En ik volg de NBA wel. Ik was nooit echt fan van Michael Jordan. Tot voor een paar weken was hij voor mij toch de beste ooit. Misschien is LeBron James dat nu. 

"Ik heb geen grote carrière laten liggen, denk ik. Wellicht was ik gewoon niet goed genoeg om echt door te breken en de absolute top te bereiken. Maar de herinneringen zijn er, en ik hou van mijn leven. Geef mij maar een trein en ik ben gelukkig.

"Voilà, dat is het. Je ziet maar of je er iets mee aankunt."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden