Woensdag 28/10/2020

Postuum

E.L. Doctorow, geschiedschrijver met een grote bek

E.L. Doctorow.Beeld AP

Romancier E.L. Doctorow (84) is in New York overleden aan longkanker. Met zijn eigenzinnige en provocerende visie op geschiedschrijving - de roman Ragtime was het bekendste voorbeeld - won hij zowat alle literaire prijzen in de VS.

Doctorow wordt algemeen beschouwd als een van de belangrijkste auteurs van zijn tijd. Hij schreef twaalf romans, drie verhalenbundels en een toneelstuk. Bijna al zijn werken zijn eigenzinnige, soms uitgesproken provocerende herschrijvingen van bepaalde perioden in de Amerikaanse geschiedenis. Daarbij stelde hij dat de interpretatie die hij als literator van historische gebeurtenissen gaf (his story) even waarachtig was als die van het geschiedenisboek (history).

Dat voortdurend opduikende thema wekte Doctorow op telkens een andere manier tot leven: nu eens via een alwetende verteller (Ragtime); dan weer via een onbetrouwbare ik-verteller (Andrew's Brain); soms via meerdere, niet of nauwelijks te identificeren vertellers (City of God); een andere keer via een ik-figuur die de lezer bij de hand neemt en overal zijn commentaar op levert (The Waterworks).

Edgar Lawrence Doctorow werd op 6 januari 1931 geboren in het New Yorkse stadsdeel The Bronx, als zoon van tweede generatie Joods-Russische immigranten. Hij werd vernoemd naar een van de favoriete schrijvers van zijn vader, Edgar Allan Poe. In een interview liet Doctorow zich later - kenmerkend provocerend - ontvallen: "Mijn ouders lazen veel, maar mijn vader was gek op een boel slechte schrijvers. Gelukkig was Poe onze grootste slechte schrijver. Ik heb wel eens tegen mijn moeder gezegd: 'Realiseren pa en jij je wel dat jullie me hebben vernoemd naar een aan drugs verslaafde, alcoholische, verdwaasde paranoïde met sterke necrofiele neigingen?' Dat vond ze geen leuk grapje."

Grenzeloze fantasie

Niet verrassend voelde Doctorow zich al op jonge leeftijd aangetrokken tot de literatuur. Toen hij op de middelbare school vooral in het gezelschap bleek te bevinden van slimme beta-medeleerlingen, zocht hij zijn toevlucht in de schoolkrant. Daarin publiceerde hij onder meer het sterk op Kafka geïnspireerde verhaal The Beetle en een opmerkelijk goed journalistiek portret van de portier van Carnegie Hall. Toen de schoolkrant een foto van de portier wilde laten maken, kwam uit dat hij geheel aan de fantasie van Doctorow wat ontsproten.

Na studies aan Kenyon College in Ohio en Columbia University in New York vervulde Doctorow een jaar lang zijn militaire dienstplicht in Duitsland. Vervolgens kreeg hij in New York een baan als scriptlezer voor een filmmaatschappij. Het lezen van talloze middelmatige scripts inspireerde hem tot zijn eerste roman, Welcome to Hard Times (1960), een parodie op de western.

Na zijn tijd als scriptlezer was Doctorow negen jaar lang redacteur en uitgever bij een tweetal uitgevershuizen, en begeleidde in die hoedanigheid auteurs als Ian Fleming, Ayn Rand, James Baldwin, Norman Mailer en William Kennedy. In 1969, met inmiddels een tweede roman op zijn naam - het naar sciencefiction knipogende Big as Life (1966) - zei hij de uitgeverswereld vaarwel en werd hij gastschrijver aan de University of California.

Twee jaar later volgde zijn literaire doorbraak, met de publicatie van The Book of Daniel, een gefictionaliseerde weergave van het proces tegen Julius en Ethel Rosenberg, het echtpaar dat ervan was beschuldigd Amerikaanse nucleaire geheimen te hebben verstrekt aan de Sovjet-Unie, en daarvoor in 1953 was geëxecuteerd. Het boek werd alom bejubeld en door sommige critici betiteld als een meesterwerk.

In 1975 verscheen wat Doctorows beroemdste boek zou blijken: Ragtime. Het is wellicht de beste illustratie van zijn postmoderne visie dat de waarheid van de romanschrijver dezelfde geldigheid heeft als die van de historicus. De in Ragtime beschreven gebeurtenissen spelen zich af tussen 1902 en het begin van de Eerste Wereldoorlog. Het boek verhaalt de lotgevallen van een aantal fictieve personages, maar ook die van een aantal historische figuren, zoals boeienkoning Harry Houdini, anarchiste Emma Goldman, actrice Evelyn Nesbit, bankier J. Pierpont Morgan, autofabrikant Henry Ford en de psychoanalytici Freud en Jung.

In de roman beschrijft Doctorow onder meer een lesbisch onderonsje tussen Goldman en Nesbit, waarbij het fictieve personage Mother's Younger Brother zich vanuit een kast toekijkend aftrekt. Elders laat hij Morgan geloven dat Ford de reïncarnatie is van een Egyptische farao waarvan hijzelf de mummie in bezit heeft, terwijl iedereen denkt dat die zich in Cairo bevindt. De twee heren richten samen het supergeheime genootschap The Pyramid op. In weer een ander tafereel maken Freud en Jung samen een boottochtje door - hoe freudiaans - de Tunnel of Love in het Luna Park van Coney Island.

Gevraagd of bijvoorbeeld Goldman en Nesbit elkaar überhaupt ooit hadden ontmoet - wat onaannemelijk is - antwoordde Doctorow: "Nu wel." En over Morgan zei hij: "Mijn portret van hem doet de ziel en de essentie van de man meer recht dan dat in de geautoriseerde biografie."

Schieten op haviken

Met het zeer toegankelijk geschreven maar tevens sterk filosofische en uitdagende Ragtime vestigde Doctorow definitief zijn reputatie. In de boeken die volgden, gemiddeld een roman per vijf jaar, bleef hij consequent bouwen aan wat je zijn persoonlijke Amerikaanse geschiedschrijving van de laatste 160 jaar zou kunnen noemen. In The March schreef hij over de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865); in The Waterworks over de jaren 1870; in Loon Lake, World's Fair en Billy Bathgate over de crisisjaren dertig. Elk van die boeken is doortrokken van een links-liberale levensovertuiging.

In de loop der jaren verzamelde Doctorow zo ongeveer alle literaire prijzen die de Verenigde Staten te bieden hebben: de Pulitzer Prize, de National Book Award, twee PEN/Faulkner Awards, drie National Book Critics Circle Awards, ga zo maar door.

Na een leven lang de geschiedenis te hebben herschreven, situeerde Doctorow zijn laatste roman, Andrew's Brain (2014), in het heden. Het boek bestaat geheel uit dialoog, maar wel een waarin nog met scherp geschoten wordt op Republikeinse haviken George Bush jr., Dick Cheney en Donald Rumsfeld. De schrijver bleef tot het laatst provoceren.

5 Doctorow-toppers

The Book of Daniel (1969)
Gebaseerd op het proces tegen Julius en Ethel Rosenberg uit 1951, beschuldigd van samenzwering en spionage voor de Sovjet-Unie.

Ragtime (1975)
Via een uitvoerige cast van fictieve en historische personages geeft Doctorow zijn kijk op de periode net voor WO I.

World's Fair (1985)
Doctorows meest autobiografische roman, met de Wereldtentoonstelling van 1939 in New York als uitgangspunt.

City of God (2000)
Dit veelstemmige eerbetoon aan de macht van de vertelkunst is Doctorows meest filosofische en, ironisch genoeg, minst toegankelijke roman.

The March (2006)
Oorlog als 'een karakterloze verstrikking van hersenloze krachten'.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234