Maandag 03/10/2022

Dylan Klebold en Eric Harris kwamen uit 'all American families'. Maar ze slaagden er niet om bij de 'jocks' te horen, de sporters, die in de schoolhiërarchie de hoogste plaats innemen

De angst voor de tienerangst

'Kiekeboe', zei een van de schutters tegen een leerlinge die onder een tafel zat verscholen. En schoot haar in de nek. Daarna barstte hij in lachen uit.

Dylan Klebold en Eric Harris leken hun lol niet op te kunnen toen ze dinsdag 13 mensen vermoordden en 28 anderen verwondden. Lachend en juichend raasden ze als een bloederige wervelwind door Columbine High School. Ze zwaaiden met een handpistool, een semi-automatisch wapen en twee geweren met afgezaagde loop. "We nemen wraak!", schreeuwden ze uitgelaten.

Vooral de jocks, de sporters, moesten het ontgelden. "Zij hebben ons uitgestoten", zeiden Klebold en Harris tussen de schoten door. Ze bevolen iedereen die in een sportteam zat op te staan, zodat ze wisten op wie ze moesten schieten. Leerlingen met een sportpetje op waren vogelvrij verklaard. Omdat de schutters ook 'niet van negers hielden', werd een zwarte jongen in zijn gezicht geschoten. Klebold en Harris raakten door het dolle heen. "Oh God, kijk eens naar zijn hersens! Geweldig!"

Sommige zwaargewonde leerlingen wisten te ontvluchten. "Help! Ik bloed dood!", stond op het bord dat een jongen voor het raam hield. Nog maar half levend veegde hij met zijn hand traag het glas van de gebroken ruit weg en klom uit het raam. Met kogels in zijn borst, buik en beide armen viel hij als een pop naar beneden.

Jongens en meisjes fladderden in paniek alle kanten op. Ze vroegen omwonenden of ze bij hen konden schuilen, maar werden uit angst niet binnengelaten. Binnen verborgen leerlingen en leraren zich onder bureaus, hopend dat de twee jongens in hun zwarte lange jassen hen zouden overslaan. Twee meisjes hielden hun hoofden tegen elkaar. Bij één van hen sloeg een kogel door haar schedel.

In de bibliotheek dwongen Klebold en Harris 45 leerlingen een reden op te geven waarom ze niet moesten worden doodgeschoten. Terwijl een meisje hun smeekte om haar leven te sparen, knalden de schutters mensen om haar heen neer. Ze vertrokken geen spier. "Ik keek een van hen in de ogen", zei een getuige later. "Die waren dood."

Het eerste wat de wereld wist van Eric Harris en Dylan Klebold was dat ze tot de 'trenchcoatmaffia' behoorden. Geen bende, maar een kliek, een groepje van ongeveer tien jongeren die elke dag, hoe warm het ook was, een zwarte lange regenjas droegen. Het soort dat bandieten in het Wilde Westen droegen. Soms hadden de leden van de trenchcoatmaffia swastikatekens op hun kleding en droegen ze banden met de woorden 'Ik haat mensen' erop. Ze luisterden naar Marilyn Manson en naar Duitse rockmuziek, en spraken vaak in die taal met elkaar. Ze waren in zichzelf gekeerd en uitgestoten door de rest.

"Niemand wilde iets met hen te maken hebben. Ze werden heel veel gepest", herinnerde een leerling zich.

In het Columbine-jaarboek van vorig jaar staat een vrolijke foto van de trenchcoatmaffia. Daarop ontbreken Klebold en Harris. 'Wie zegt dat we anders zijn?', luidt het bijschrift. 'Krankzinnigheid is gezond! Blijf leven, blijf anders, blijf gek!'

Volgens sommige leerlingen waren de meeste trenchcoatmaffialeden vrij normaal. Anderen noemen hen daarentegen uitermate vreemd. Ze spraken over onthoofden en wapens. Op de muren van de toiletten krabbelden ze kreten als 'Alle jocks moeten dood' en 'Columbine zal op een dag exploderen'.

Niettemin nam geen van hen deel aan de schietpartij van dinsdag. Wat dreef Eric Harris en Dylan Klebold om hun voornemen wel uit te voeren? Verwoed probeert Amerika een beeld te krijgen van de twee nerds uit Littleton.

Het stadje in Colorado is een van de oudste gemeenschappen in Amerika. Vlakbij Columbine High School proberen archeologen te voorkomen dat bulldozers een stuk land omspitten dat als een van de eerste, in 9.500 voor Christus, door indianen werd bewoond. In de jaren vijftig bouwde het Pentagon in de buurt een fabriek, waar elke dag raketten en satellieten worden gemaakt voor telecommunicatie, ruimteonderzoek en geheime militaire projecten.

Littleton is het soort plaats dat in Amerika 'Anytown' wordt genoemd. Een tot voor kort anonieme voorstad van Denver, waar de Republikeinse partij een grote aanhang heeft. Glooiende heuvels, waarop vorig jaar nog vee graasde en groenten werden verbouwd, worden volgebouwd met eengezinswoningen en sportvelden.

De meeste inwoners zijn blank en horen tot de Amerikaanse middenklasse. Etnische minderheden zijn hier sterk in de minderheid. Op Columbine High School zijn slechts zo'n vijftien zwarte jongeren. Dat beeld verschilt niet zoveel van de rest van Colorado. De laatste jaren heeft de staat regelmatig het nieuws gehaald met racistische incidenten.

Twee jaar geleden kwam Eric Harris met zijn ouders in Littleton wonen. Een all American family, zo typeert de buurt hen. Al gaf een buurvrouw toe dat niemand Eric echt kende. "Hij was heel stil en op zichzelf."

Het laatste jaar ging Eric zwarte kleding dragen en Duits praten. Hij verzamelde Duitse relikwieën uit de Tweede Wereldoorlog.

Dylan Klebold woonde al van kind af aan in Littleton. Ook hij maakte een metamorfose door. Van een jongen die grappen maakte met anderen veranderde hij in een gesloten, introverte tiener.

Klebold was een begaafde, intelligente leerling die om die reden niet naar de buurtschool ging, maar naar Columbine. Hij reed met een zwarte BMW.

De twee hadden vaak een grijns op hun gezicht, zei een vriend van hen. Maar ze wilden nooit vertellen wat hen bezighield.

Hun donkere kant werd af en toe opeens zichtbaar. Klasgenoten merkten op dat Klebold soms zijn zelfbeheersing verloor. Net als Harris trok hij zich niets aan van zijn leraren. Eén van hen - wie is niet duidelijk - richtte eens een pistool op een andere leerling en zei dat hij het beu was om altijd uitgelachen te worden. "Ik schiet je neer", zei hij. Omstanders wisten hem tot bedaren te brengen.

Harris bedreigde zijn vriend Brooks Brown met de dood. Die had aan Harris' ouders verteld dat hun zoon de ruit van zijn auto met een stuk ijs kapot had gegooid. Harris zette zelfs een boodschap op zijn website waarin hij iedereen aanmoedigde die Brown wilde vermoorden. Browns familie nam daarover drie keer contact op met de politie, maar die greep niet in. Ook werden de autoriteiten tevergeefs gewaarschuwd dat Harris bommen maakte en die in de stad tot ontploffing bracht.

Dit jaar stelde Brown aan Harris voor om de strijdbijl te begraven. "Cool", vond die. Hij leek daarna weer goedgehumeurd, maar hij zat volgens Brown vol haat. Tijdens de filosofielessen praatte hij constant over het wapen dat hij wilde kopen. Hij was net achttien geworden. Tijdens een videoles maakte Harris een film over pistolen. Zijn vader, een militair, ging kort geleden met pensioen en had een arsenaal wapens.

Ondertussen zette Eric Harris op zijn website, die pas tijdens het drama de volle aandacht kreeg, referenties naar zijn plan. Er waren tekeningen met een satanische figuur op te zien, evenals een tekst uit een Duits lied. Met daarin de regel: 'Wat ik voel, zeg ik niet.' Ook gaf hij recepten voor zelf te maken bommen: "Eén van de gemakkelijkste manieren om mensen om te brengen." Bij 'hobby's' had Harris geschreven: "Dit is mijn laatste dag op aarde." Dinsdagavond sloot Internet-provider America Online de website af.

Afgelopen weekend brachten Harris en Klebold door in de garage van Harris. Daar maakten de twee waarschijnlijk de dertig bommen die ze dinsdag in en rond de school plaatsten. Een buurman hoorde voortdurend het geluid van brekend glas.

Dinsdag parkeerde Harris zijn auto op een andere plek dan normaal. Brooks Brown, die net naar buiten liep om een sigaret te roken, zag Harris. Hij was grote tassen uit zijn auto aan het laden. "Brooks, ik vind je aardig. Maak dat je wegkomt. Ga naar huis", waarschuwde hij. Brooks rende weg.

Vervolgens gooide Harris een bom op het dak van de school. Daarna stormde hij met Klebold naar binnen en opende het vuur. Ruiten werden aan diggelen geblazen. Bommen gingen af. De lokalen hingen vol rook en de lucht van buskruit.

Ruim vier uur later werden de lijken van Klebold en Harris in de bibliotheek van de school gevonden. Ze hadden zichzelf om het leven gebracht. In een tijdsbestek van een paar uur hadden de zelfmoordenaars de school in Dante's inferno weten te veranderen, zei één van de aanwezige agenten.

Sommige slachtoffers waren zo ernstig verminkt dat er gebitsgegevens nodig waren om hen te identificeren. Al snel na de ontknoping mocht het leger deskundigen weer komen opdraven om de grote vraag te beantwoorden: waarom zijn 'onze zonen' zo gewelddadig en hoe kunnen we hen redden?

Het is een discussie die al sinds 1996, toen een jongen in de staat Washington drie klasgenoten en een lerares neermaaide, wordt gevoerd. Een sluitend antwoord is nog nooit gegeven.

Ligt het aan de media en de entertainmentindustrie die geweld verheerlijken? De christelijke politici waren er snel bij om de schuld daar te leggen. "Zoals we de tabaksindustrie laten betalen voor de gevolgen van roken, moeten we de prijs van een bioscoopkaartje verhogen om de slachtoffers van geweld te helpen", vond de woordvoerder van een christelijke organisatie.

Deze week begonnen de families van drie slachtoffers van een schietpartij in Kentucky, twee jaar geleden, een rechtszaak tegen diverse entertainmentondernemingen. Ze eisen 130 miljoen dollar omdat computerspellen, Internet-porno en de film The Basketball Diaries, waarin Leonardo DiCaprio in een lange zwarte jas zijn klas neerschiet, volgens hen de dader hebben gemotiveerd.

Is er te weinig aandacht voor de geestelijke problemen van jongeren? Volgens psychologen moet er meer worden gelet op waarschuwingssignalen, zoals problemen op school, drugs- of alcoholverslaving en verwaarlozing of geweld door de ouders. Minister van Justitie Janet Reno stuurde vorig jaar alle scholen een gids waarin werd uitgelegd hoe potentieel gewelddadige leerlingen kunnen worden herkend.

Jongens, die toch al agressiever zijn aangelegd, komen begeleiding en liefde tekort, beweerde psycholoog en schrijver Michael Gurian. "Hun emotionele ontwikkeling stagneert. Ouders moeten een sociaal vangnet rondom hun zoon creëren en de communicatie met hem beter op gang houden."

Ouders dragen de verantwoordelijkheid, vindt Gurian, want de scholen zijn op zich veilig. De cijfers geven hem daarin gelijk. Door wapenbezit op scholen strenger aan te pakken is het risico om op school te worden neergeschoten verminderd tot één op een miljoen. Niettemin heeft 10 procent van de openbare scholen te maken gehad met gewelddadige misdaad tussen 1996 en 1997. Vorig jaar vielen er 42 doden op scholen.

Het incident in Littleton vindt plaats op de vooravond van een (afgelast) debat in Colorado over nieuwe wapenwetten. Eén daarvan zou jongeren toestaan om een wapen te kopen en te bezitten. Door een ander voorstel zou iedereen van 21 en ouder die geen strafblad heeft een vergunning kunnen krijgen om een verborgen wapen te dragen.

De National Rifle Association, de machtige wapenlobby, dringt er in diverse staten op aan om zulke wetten door te voeren. Enige weken geleden stemden kiezers in Missouri tegen. De verwachting was dat Colorado de motie wel zou aannemen. Volgens voorstanders van de wet bewijst het drama dat verborgen wapens noodzakelijk zijn om criminelen te stoppen. Maar hun stemmen klonken de laatste dagen niet zo overtuigend als die van de antiwapenactivisten. Die wezen erop dat kinderen te gemakkelijk toegang tot wapens hebben en dat je met een geweer simpelweg sneller veel slachtoffers maakt dan met bijvoorbeeld een mes. Bovendien, zei cultureel antropoloog Philip Scher, "hoe vaker het gebeurt, hoe meer het een optie wordt".

Maar ook de wapenlobby zelf laat zich niet onbetuigd in het Littleton-debat. Het bloedbad was te voorkomen geweest als er een gewapende wacht voor de school had gestaan, zei Charlton Heston, de filmacteur en voorzitter van de NRA, gisteren. Heston sprak vooral schande over de kleding van de trenchcoatmaffia. "Het is toch ongehoord dat een school het toestaat dat haar leerlingen zwarte regenjassen mogen dragen", zei hij tegen het Britse persbureau WENN.

Tegelijk kondigde de NRA aan haar jaarlijkse conventie in Denver, vlak bij de middelbare school in Littleton, sober te houden. Dit gebeurt "uit sympathie" met de slachtoffers van het bloedbad. Volgens de planning moet de jaarlijkse NRA-bijeenkomst beginnen op 30 april. Heston riep deelnemers op toch vooral naar Denver af te reizen. "We moeten volharden in sombere, maar onwankelbare eenheid, zelfs in deze tijden van smart", liet hij in een ledenbrief weten.

Opmerkelijk is dat in het debat niet wordt ingegaan op het sleutelmotief voor de moorden: de sociale omgang tussen Amerikaanse jongeren op school. Waarom hadden Harris en Klebold het gemunt op de jocks, de sportjongens?

Het onderwijssysteem in de Verenigde Staten is fundamenteel anders dan dat in Europa. Het recht op onderwijs is zo sterk dat leerlingen alleen van school kunnen worden verwijderd als ze een gevaar voor anderen vormen of wekenlang aan een stuk spijbelen.

"Daardoor hebben wij een cliëntèle dat Europese scholen niet zouden accepteren. Veel disfunctionele mensen die niet komen om iets te leren, maar hun tijd uitzitten", zegt Lou Willner, assistent-schoolhoofd van Garfield High School in Seattle.

Aan de andere kant van het spectrum staan de jocks. Zij nemen in de schoolhiërarchie de hoogste plaats in. Ze zijn het populairst en krijgen de meeste aandacht. Want jocks zijn sportief, gezond, goed gebouwd en succesvol. Allemaal kenmerken die in de Verenigde Staten hoog worden aangeslagen.

Willner: "Amerikanen kijken om andere redenen naar iemand op dan Europeanen. Daar hebben mensen met de beste familienaam de meeste status. Maar in een land dat 200 jaar oud is en waarvan de inwoners overal vandaan komen, betekent zo'n naam niets. Dus bedenk je andere criteria, zoals geld en succes."

De trenchcoatmaffia bekritiseerde sporters omdat die in hun eigen wereld zouden leven en menen dat ze boven iedereen staan. De noodzaak om aanzien te verwerven is groot in Amerika. Niet alleen goede prestaties geven prestige, maar ook de juiste kleding. Zulke sociale codes heersen vooral sterk in het soort cultuur in Colorado waarin Harris en Klebold leefden: een vrijwel geheel blanke middenklassebuurt waarin iedereen hetzelfde, christelijke leven leidt.

"Ik snap wel waarom deze jongens het mikpunt van spot waren", zegt Willner. "Op de school waar ik werk, leven veel etniciteiten naast elkaar. Daardoor zijn de leerlingen veel toleranter tegenover mensen met een afwijkende levensstijl, zoals het dragen van een zwarte lange jas. Op onze school zie ik zo'n schietpartij niet voorkomen."

Hélène Schilders

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234