Dinsdag 14/07/2020

Dyab Abou Jahjah en de prijs van identiteitspolitiek @5 INFO Opinie:

Nadia Fadil ziet in het lot van de AEL een illustratie van hoe moelijk het is om de witte status-quo in vraag te stellen

Nadia Fadil is als sociologe verbonden aan de Europese universiteit in Firenze en de KU Leuven. Ze onderzoekt de verbanden tussen religie, secularisme en islam.

Het hof van beroep in Antwerpen heeft Dyab Abou Jahjah en Ahmed Azzuz van de Arabisch Europese Liga (AEL) vrijgesproken. Het hof achtte het niet bewezen dat zij enige verantwoordelijkheid droegen voor de vernielingen die jongeren in Borgerhout aanrichtten na de moord op Mohammed Achrak in november 2002. Sociologe Nadia Fadil legt de diepere gronden achter de 'demonisering' van de AEL uit.

@4 DROP 4 OPINIE:Dyab Abou Jahjah en Ahmed Azzuz zijn gisteren vrijgesproken door het Antwerpse hof van beroep voor hun betrokkenheid bij de relletjes van Borgerhout in november 2002. Met dit oordeel komt (hopelijk) een einde aan het jarenlange juridische getouwtrek over hun aandeel in de rellen, en wordt alsnog vermeden dat het controversiële artikel 66 van het strafwetboek wordt gebruikt. Recht is gesproken en democratie is geschied, blijkt dus.

Maar wil dit zeggen dat bij dezen het dossier-AEL als afgesloten kan worden beschouwd? Wat overblijft, is de vraag waarom de AEL en Dyab Abou Jahjah tot personae non gratae konden worden uitgeroepen, en waarom halve waarheden over de beweging zo gemakkelijk op grote schaal konden worden verspreid via de media, opiniemakers en politici. Bovendien blijft het ook de vraag waarom de beweging de Belgische instituten zodanig hard 'stoorde' dat op een bepaald ogenblik alle mogelijke middelen aanvaardbaar leken om ze klein te krijgen. Het memorabele parlementaire debat - of moet ik eerder spreken van een scène? - van 28 november 2002 waarin AEL voor criminele organisatie werd uitgemaakt (dixit de toenmalige premier Verhofstadt) en waarbij ermee werd gedreigd het juridische arsenaal aan te passen om de organisatie buiten de wet te plaatsen (dixit de toenmalige binnenlandminister Duquesne) ligt nog vers in het geheugen.

Hoe ontluisterend ook, de demonisering van de AEL is helaas geen alleenstaand geval, maar illustreert de moeizaamheid waarmee een dominant assimilatiedenken in vraag kan worden gesteld door minderheidsgroepen die vanuit een eigen identiteit vertrekken, zeker als die groepen moslims zijn in een post-9/11 context.

Iets ten zuiden van ons land, in Frankrijk, stoot men immers al snel op soortgelijke voorbeelden. Hoewel minder 'radicaal' van toon en verschillend qua inhoud, is de bekende pleitbezorger van een Europees islamitisch burgerschap, Tariq Ramadan, sinds 2004 persona non grata in Frankrijk. Hij werd gelinkt aan internationaal terrorisme, beschuldigd van antisemitisme, fundamentalisme en het huldigen van een 'dubbel discours'. Dat alles maakte hem zo verdacht dat hij niet langer welkom is in sommige tv-programma's en dat zelfs zalen voor publieke debatten met hem geweigerd worden. In het voorjaar van 2007 ontstond zelfs aan de vrijdenkende universiteit ULB (als het regent in Parijs druppelt het in Franstalig Belgie) commotie rond Ramadans deelname aan een debat georganiseerd door studenten. Eerst weigerde de rector zijn fiat te geven, zich beroepend op het argument dat het gedachtegoed van Ramadan niet strookte met de waarden en normen van de universiteit.

Maar zulke demoniseringen beperken zich niet tot het Europese vasteland en nog minder tot islamitische minderheidsgroepen. Zelfs in 'geavanceerdere' multiculturele landen zoals de VS merken we hoe Afro-Amerikaanse minderheidsgroepen die zich langs identiteitslijnen mobiliseren afwijzend worden onthaald door de dominante (witte) mainstream. In de huidige VS-presidentsverkiezingen kwam de Black Liberation Theology Movement van Jeremiah Wright in maart 2008 in opspraak, en werd dankbaar gebruikgemaakt van een aantal ongelukkige uitspraken van die laatste om zijn beweging als separatistisch en racistisch te bestempelen. De Wrightcontroverse werd zo hevig dat niemand minder dan de presidentskandidaat Barack Obama afstand moest nemen van zijn voormalige pastoor, vriend en raadgever.

Deze gevallen tonen aan hoe fel reacties kunnen zijn op bewegingen, individuen of groepen die zich langs identiteitslijnen mobiliseren en aldus de dominante (witte) culturele status-quo in vraag stellen. Zowel AEL, Tariq Ramadan als Jeremiah Wright richten zich in hun mobilisatie op welbepaalde, achtergestelde segmenten van de Europese en Amerikaanse samenleving en trachten volgens principes als 'Arab Power', 'Islamic Pride' of 'Black Pride' deze groepen in de maatschappij te betrekken. De nadruk ligt vaak op een herontdekking van culturele of religieuze referentiekaders die maar zelden aan bod komen in het officiële schoolsysteem of in gangbare culturele producties.

Dergelijke mobilisaties veronderstellen echter ook een nadrukkelijke bevraging van een culturele context die als 'norm' wordt gepresenteerd, maar eigenlijk de weerspiegeling is van een dominante (witte) etnische groep. Dat de AEL onder meer in opspraak kwam omdat ze de term 'integratie' (begrepen als 'assimilatie') verwierp, en dat er commotie ontstond toen Dyab Abou Jahjah het idee opperde om het Arabisch als vierde landstaal te erkennen, toont aan hoe gevoelig zulke bevragingen liggen, zeker als ze komen van minderheidsgroepen die als 'allochtoon' worden gezien. De criminalisering van de AEL gaat dus niet alleen over de demonisering van een emancipatiebeweging omwille van haar 'radicale' standpunten, het illustreert ook hoe moeilijk het is een bepaalde (witte) culturele status-quo in vraag te stellen. Een bevraging die echter noodzakelijk is om tot een samenleving te komen waarin minderheden niet alleen in hun meerkleurigheid worden aanvaard, maar ook in wat ze cultureel, religieus of historisch te bieden hebben.

De vraag blijft waarom de AEL en Abou Jahjah tot personae non gratae konden worden uitgeroepen, en waarom halve waarheden over de beweging zo makkelijk op grote schaal konden worden verspreid

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234