Zondag 17/10/2021

Dwarsdenkers eindigen alleen

Oskar Lafontaine blikt terug op zijn gevecht tegen Gerhard Schröder en de Derde Weg

door Ruud Goossens

Oskar Lafontaine

Econ Verlag, München, 317 p., 39,90 DM.

Zo ongenadig als Oskar Lafontaine tijdens zijn vijf maanden durend ministerschap werd fijngemalen, zo hard werd ook zijn boek over die periode afgekraakt. Als een Duits minister van Financiën de internationale kapitaalmarkt aan controle wil onderwerpen en ondubbelzinnig het primaat van de politiek poneert, hoeft hij niet te rekenen op veel mededogen van het establishment. Toch had een iets bedachtzamere aanpak het Lafontaines tegenstanders wellicht moeilijker gemaakt zijn kritiek onder de mat te vegen. Dat dat toch gebeurd is valt te betreuren, want zijn vragen bij de neoliberale pensée unique zijn wel een diepgaande discussie waard. Zeker in sociaal-democratische kringen.

"Geachte heer bondskanselier, hiermee treed ik terug als minister van Financiën. Met vriendelijke groeten." Oskar Lafontaine was nogal kort van stof die elfde maart 1999. Ook tijdens de daaropvolgende dagen wilde hij zijn onverwachte vertrek uit de regering van Gerhard Schröder nauwelijks verduidelijken. Met een verwijzing naar het "slechte ploegspel" van de eerste rood-groene coalitie mochten collega's, kiezers en journalisten aan het speculeren gaan. Zelfs, of zeker, kanselier Schröder lukte het niet Lafontaine nog aan de lijn te krijgen. Pas nu, maanden later, kijkt de Napoleon van de Saar in Das Herz schlägt links uitgebreid terug op wat achteraf zijn definitieve afscheid uit de actieve politiek blijkt te zijn.

Hij doet dat tegen een fikse vergoeding. Voor de tekst van ruim driehonderd bladzijden ontving Lafontaine, die de vrije markt bij zijn zoektocht naar een uitgever op een sublieme manier liet spelen, ongeveer 16 miljoen frank. Het hart mag dan wel links kloppen, de portefeuille hou je beter stevig in de rechterbinnenzak. Dat de eerste uittreksels bovendien verschenen in de publicaties van het rechtse Springer-concern (Welt am Sonntag en Die Welt) heeft zijn geloofwaardigheid bij de achterban evenmin vergroot. "Hou je mond en ga thuis een glas rode wijn drinken," sneerde Nobelprijswinnaar Günter Grass, die "afscheid nam van een vriend".

Lafontaine probeert in zijn boek met een nauwgezette reconstructie duidelijk te maken waarom hij op 11 maart zo onverwacht de handdoek in de ring wierp. De hoofdrol in dat koningsdrama is niet echt onverwacht weggelegd voor kanselier Gerhard Schröder. Na diens verkiezingsoverwinning in Niedersachsen in februari 1998 had Lafontaine zich erbij neergelegd dat Schröder het aan het eind van 1998 tegen Helmut Kohl zou opnemen. Omdat zo een verscheurende broedertwist vermeden (nu blijkt: uitgesteld) kon worden en omdat der Gerd nu eenmaal de lieveling van de media was.

Niet dat Lafontaine zich daarom verzoende met het leiderschap van Schröder. Hij bleef partijvoorzitter en hoopte als sterke man achter de kanselier de lijnen te kunnen uitzetten. "Zijn doel was eerder de goedkeuring van de publieke opinie, minder de ontwikkeling van nieuwe programma's die de levensomstandigheden van de burgers ten goede zouden komen," noteert Lafontaine droogjes. Enig probleem: Schröder zelf was niet op de hoogte van de rol die hij geacht werd te spelen. De kersverse kanselier ergerde zich dan ook mateloos aan de doorslaggevende invloed die de Duitse pers zijn minister van Financiën toedichtte. "We zitten met een imagoprobleem," constateerde hij.

Al snel besliste Lafontaine dat opstappen de enig overblijvende mogelijkheid was: de communicatie verliep desastreus (zo las hij de tekst van de regeringsverklaring pas de dag voor die moest worden voorgelezen in de Bondsdag) en vanuit Schröders kamp werd er duchtig geïntrigeerd tegen de minister van Financiën. Bovendien kreeg hij, tegen zijn verwachting in, ook niet veel steun vanuit de hoek van de Groenen, die zich op aansturen van Joschka Fischer steeds pragmatischer opstelden. Na de verkiezing van Johannes Rau tot president in mei zou Lafontaine vertrekken. "Onjuiste" berichten in Bild vervroegden het afscheid. Na de kabinetsraad van 10 maart schreef het blad dat Schröder na een nieuwe aanvaring met Lafontaine had gedreigd met opstappen. 's Middags stapte de Saarlander, die wel wist waar die 'primeur' vandaan kwam, zelf op.

Toch is het boek van Lafontaine meer dan een aaneenschakeling van opmerkelijke anekdotes over persoonlijke conflicten. De breuk met Schröder heeft in de eerste plaats politieke, zo u wilt ideologische, grondslagen. Terwijl der Genosse der Bosse (Schröder) het vooral als zijn taak zag het de ondernemers zo goed mogelijk naar de zin te maken (dan volgt de rest wel), zocht Lafontaine geregeld de confrontatie op met hun belangengroepen. Loonkostenverlaging en besparingen in de sociale sector zijn de "neoliberale" recepten van Schröder. Lafontaine vindt dat de maatschappij zich niet ten dienste moet stellen van de economie maar wel omgekeerd. Hij spande zich in om sociale maatregelen in het regeerprogramma van de SPD te krijgen.

Lafontaine heeft ook heel wat bedenkingen bij de evoluties op de internationale kapitaalmarkt. Is het normaal dat het Internationaal Muntfonds, de belastingbetaler dus, moet ingrijpen omdat op een onverantwoorde manier tegen de peso is gespeculeerd en de Mexicaanse economie aan de rand van de afgrond staat? Is het logisch dat de winsten op die manier geprivatiseerd en de verliezen gesocialiseerd worden? Is het niet revolterend dat de beurskoersen kelderen wanneer de Verenigde Staten het "slechte bericht" bekendmaken dat er in één maand 750.000 banen gecreëerd werden? Kan de belastingverlagingswedloop eindeloos blijven doorgaan?

Neen, vindt Lafontaine. Daarom pleit hij in een tijdperk van deregulering voor meer spelregels. Waarom worden kortetermijnspeculaties niet zwaarder belast? Waarom maakt men niet dringend werk van een fiscale harmonisering op Europees niveau? Is het niet de hoogste tijd voor een stabilisering van de wisselkoersen? Vergeet niet, poneert Lafontaine, dat de liberalisering van de internationale kapitaalmarkt een politieke beslissing is geweest en niet "gottgegeben". Samen met ex-kanselier Helmut Schmidt vindt Lafontaine dat het kapitaalverkeer net als het luchtverkeer behoefte heeft aan toezicht en controle.

Ook het op de Verenigde Staten en Engeland afgestemde buitenlandse beleid van de groene minister van Buitenlandse Zaken Joschka Fischer ("Hij hangt aan de lippen van Madeleine Albright") krijgt kritiek. Indien ik op 11 maart geen ontslag had genomen, dan was de deelname van Duitsland aan de oorlog in Kosovo sowieso het einde geweest, beweert Lafontaine. Toen het steeds waarschijnlijker werd dat de Duitsers gevraagd zou worden om bij de militaire acties niet aan de zijlijn te blijven staan, zei Schröder op een kabinetsraad tegen Scharping en Fischer: "Als het zover is, bellen we elkaar." Naar de oorlog per telefoon: Lafontaine was razend over zo'n lichtzinnigheid. Dat er uiteindelijk gebombardeerd werd zonder VN-mandaat, vindt hij een grove fout.

Dat die inhoudelijke passages nauwelijks aandacht kregen, heeft Lafontaine ten dele aan zichzelf te danken. Hij wist op voorhand dat er in een gecommercialiseerd medialandschap meer aandacht is voor smeuïge anekdotes dan voor iets taaiere, inhoudelijke brokken. Bovendien haalt de ex-voorzitter te hard uit naar te veel partijgenoten om in eigen rangen nog om op enige steun te kunnen rekenen. Zo lardeert hij zijn blik in de keuken van het politieke bedrijf met dodelijke bijzinnetjes die vroegere medestanders onderuithalen. Naast Schröder mogen onder anderen ook "Kriegsminister" Rudolf Scharping, "bekeerling" Joschka Fischer en opvolger Hans Eichel zich in Lafontaines gram verheugen. En als een Duitse socialist het monument Willy Brandt op de korrel neemt, weet hij dat hij politieke zelfmoord pleegt. Geen enkele SPD'er die Lafontaine nog openlijk durft te verdedigen.

Dat Lafontaine voor de totale Krieg heeft gekozen hoeft niet echt te verbazen. Zeker na de aanslag die in 1990 op hem gepleegd werd, zijn enige koppigheid, onverzoenlijkheid en arrogantie hem niet vreemd. Het is ook die houding die hem nekte als minister van Financiën. Zowel Hans Tietmeyer van de Bundesbank als Wim Duisenberg van de Europese Centrale Bank - we noemen slechts twee namen - moesten het geregeld ontgelden. Terwijl de bankiers zo op hun onafhankelijkheid staan, pleitte Lafontaine, die het absurd vindt dat politici zich niet mogen mengen met het monetair beleid, openlijk voor een renteverlaging. Het leverde hem talloze banvloeken op. De Engelse krant The Sun noemde de Duitse minister van Financiën zelfs de "gevaarlijkste man van Europa".

Het zou te gemakkelijk zijn om de demonisering van Lafontaine volledig te wijten aan zijn stijl. De vakkundige wijze waarop hij geliquideerd werd, toont evenzeer aan hoe ongenadig het financiële, politieke en journalistieke establishment te werk gaat als een politicus, al is hij dan democratisch verkozen, de consensus doorbreekt. De reacties na zijn ontslag spraken boekdelen. "Een van de mooiste dagen uit mijn beroepsleven," jubelde Hans Schreiber, voorzitter van de verzekeringsvereniging. "Nu heeft de kanselier zich bevrijd van een blok aan zijn been," liet werkgeverschef Hans-Olaf Henkel weten.

Jammer dat Oskar Lafontaine zo'n verschrikkelijk groot ego heeft, want in de discussie over de toekomst van de Duitse en Europese sociaal-democratie telt hij door zijn rancuneuze uithalen niet meer mee. Daarover maakt hij zich ook niet langer illusies. Nochtans is de marsrichting allesbehalve vastgelegd. Lafontaine betwijfelt of de kiezers door de Derde Weg van Tony Blair, waar Schröder zo mee oploopt, aan de sociaal-democratie gebonden kunnen worden, als het marketingconcept eenmaal is doorgeprikt. Volgens hem is de hoofdopdracht van een moderne sociaal-democratische partij "een losgeslagen kapitalisme" aan banden te leggen en er, tegen de tijdgeest in, voor te zorgen dat de democratisch verkozen politici en niet langer de markten de beslissingen nemen. Daarvoor zijn een plastic glimlach, een Armani-pak en een flinke portie retorisch talent niet genoeg.

'Geachte heer bondskanselier, hiermee treed ik terug als minister van Financiën. Met vriendelijke groeten'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234