Dinsdag 10/12/2019

Dwars door België

'Grand Central Belge' heet het nieuwe boek van auteur Pascal Verbeken. Genoemd naar de 19de-eeuwse spoorlijn die Wallonië met Vlaanderen verbond. Ooit locomotief van industrieel België, nu vaak niet meer dan stalen sporen van verval. Wij trokken met de auteur mee op reis naar een verdwijnend land.

Zeventien februari 2011. Pascal Verbeken zapt zich in slaap. De Arabische Lente wordt de woonkamer in gestraald. Kogels in Sanaa, in Jemen. Een radeloos Tahrirplein, in Egypte. En dan plots, mortieren noch granaten, maar feest en frieten. België grijpt het wereldrecord van de langste regeringsvorming. "Het waren onwerkelijke beelden", herinnert hij zich. 'Terwijl die Arabische jongeren neergekogeld werden voor vrije verkiezingen, toostte de verwende Belgische jeugd op het failliet van haar democratie. Het was ook de periode waarin steeds luider het einde van België aangekondigd werd. Ik besloot een plan uit te voeren waarmee ik al jaren rondliep: België bewandelen. Tijdens het schrijven van Arm Wallonië had ik al gemerkt dat er nog een groter verhaal rond het boek zat: de teloorgang van België, ooit een land van belofte."

Een paar weken later begint hij aan de voetreis. Dwars door België. Wekenlang. Maandenlang. Van Treignes bij de Frans-Belgische grens tot Antwerpen, tot het moment dat Di Rupo in Laken Albert II in de ogen kijkt en zijn getrouwheid aan de koning, gehoorzaamheid aan de Grondwet en de wetten van het Belgische volk uitspreekt. In dat vacuüm, van het wereldrecord tot de eedaflegging, schrijft Verbeken voetnoten bij een land in ontbinding. Zijn route loopt langs de Grand Central Belge, de private spoorwegmaatschappij waarvan de noord-zuidas Wallonië met Vlaanderen verbond, het indus- triegebied van Le Pays Noir met Antwerpen. Maar ook België met de rest van Europa. De slagader van wat ooit een industriële mogendheid was. De spoorwegen zijn de spreekwoordelijke waterdruppel die de vaderlandse geschiedenis spiegelt, schrijft Verbeken. De treinen waren de trotse vaandeldragers van een ambitieus, modern land. Niet toevallig reed de eerste trein op het Europese continent in 1835 van Brussel naar Mechelen. Vandaag is de nationale spoorwegmaatschappij het zinnebeeld van een land in verval. Een sterk merk van politisering.

Verbeken neemt ons mee naar het nulpunt, Treignes, naar de grens met Frankrijk, diep in Namen. Naar een van de eerste dorpen waar zijn wandeling een jaar geleden passeerde. Hier begint België. Tussen het mos en de bomen, tussen bielsen en keien. Langs de elegante rivier Viroin doemt de spoorweg op. Er is geen beginpunt. De stalen rails komen uit Niemandsland. Plots, uit het niets. In een mistig bos vol woekerende takken ontspringt de Grand Central Belge. Het beeld van het kleine bos lijkt van de hand van Caspar David Friedrich. Uit het verleden weerklinkt de echo van een stomende trein.

"Deze streek, Entre Sambre et Meuse, was ooit een eldorado. In de Romeinse tijd was het al een van de meest geïndustrialiseerde streken van Europa", zegt Verbeken. "Met de aanleg van de spoorwegen in de 19de eeuw kon het grote geldgewin pas echt beginnen, althans dat was het plan. Dankzij het spoor heeft België zich in de 19de eeuw kunnen ontwikkelen tot een wereldspeler. Tot de Eerste Wereldoorlog was ons land de vierde handelsnatie en de derde industriemacht. In deze tijden kun je je dat nog nauwelijks voorstellen.

"Het kapotte, vastgelopen België was ooit veel groter dan zijn grenzen. Het bouwde spoorlijnen in Rusland, China, India en Congo. De meeste Russische trammaatschappijen waren Belgisch. In niks doet het land nog denken aan de Great Expectations van vroeger."

Verbeken is geen nostalgicus. Geen heimwee naar de tijd van toen. "Dat België toen brokken maakte, betekent niet dat het welzijn van de Belgen even snel vooruitging. De uitbuiting in de industrie was meedogenloos, zonder gelijke in Europa. Maar ook in deze streek waren het harde tijden. De gemiddelde levensverwachting van een Ardeense ardoisier in een leisteengroeve bedroeg voor de Tweede Wereldoorlog ongeveer 55 jaar. En van alle leisteendorpen was de levensverwachting van de arbeiders het laagst in Oignies, een paar kilometer verderop. Het fijne leisteenstof drong dieper door dan het stof van steenkool. Eind 19de eeuw waren Oignies, Zele en Hamme inwisselbaar als gaten van ellende. Ook al had het zuiden van het land de reputatie voorspoedig en rijk te zijn, het geld zat niet bij de Walen die de rijkdom creëerden. Het vloeide naar holdings en investeringsmaatschappijen als de Société Générale de Belgique, waarvan de aandeelhouders meestal in Brussel woonden."

Schoonheid van verval

Volgende halte: Olloy. Ooit een kloppend hart van vooruitgang. Hier passeerden goederenwagons richting Charleroi, volgestouwd met houten balken om de gangen in de steenkoolmijnen te stutten. Nu ligt geen hout meer op het perron, maar is het grindpad bezaaid met scherven vensterglas. De ramen van het station zijn dichtgetimmerd. Hier en daar is bloemenbehang zichtbaar. Het behang leeft. Vlinderstruiken prikken door het dak. De voegen barsten. De schoonheid van verval. Geen verval van de schoonheid. Verbeken: "Dit station is een favoriet in de kaartenbak van location hunters. Naar verluidt werd een aflevering van de Maigretreeks met Bruno Cremer hier opgenomen. Ooit was de claim to fame van dit station zijn vele overwinningen in de NMBS-wedstrijd voor 'het mooist bebloemde station van België'."

Het doet Verbeken geen pijn om de teloorgang te beschrijven. Het is de interesse voor zijn land die hem aanzette tot dit requiem. België is voor hem een roman die hij graag herleest. Context bij het België anno 2012. Tweestromenland. Hij wil tonen hoe het ooit was. Door het verleden te duiden wordt het heden pas duidelijk. "Je kunt een ingewikkeld, verdeeld land als België alleen begrijpen vanuit zijn geschiedenis", zegt hij. "De tweets van de Wetstraat en haar pers maken je niets wijzer."

Mariembourg, 15 kilometer noordelijker, leefde ooit van de ijzeren weg. Inwoners waren cheminots, spoorwerkers. En er waren winkels, véél winkels, vooral in de rue de la Gare, die teerden op het station. Op de rangeersporen kunnen treinspotters nu hun hart ophalen. Gitzwarte locomotieven, houten banken, loodgroen geverfde ramen, en het statige symbool van de NMBS. De B in een ovalen kring. Simpel, maar sterk. Van architect-ontwerper Henry Van de Velde, nota bene. "Ooit was de NMBS de drager van Belgische stijl en savoir-vivre. Ook dát is vandaag nog moeilijk voor te stellen."

Sodazout

Voor zijn vorige boek, Arm Wallonië, over de exodus van een half miljoen Vlamingen naar het Zuiden, trok de auteur al naar Charleroi. Ook in Grand Central Belge vormt de grootste Waalse stad een belangrijke halte in de voetreis.

"Charleroi is dé industriemetropool op het traject van de Grand Centrallijn. Een anarchistische, onvatbare stad. Een vlek van vijftien gemeenten die in elkaar gegroeid zijn tussen de terrils, kanalen en fabrieken. En die gemeenten worden ook nog eens opengereten door autosnelwegen, viaducten en metrolijnen. Het is een onontkoombare stad, een stad die je meteen kamp doet kiezen als je er voor de eerste keer komt. Ofwel ren je gillend weg ofwel blijf je heel je leven terugkomen. Charleroi durft zijn littekens en blutsen en builen te tonen. Geen enkele andere Belgische stad heeft ooit zo geknetterd."

Vanop de terril Saint-Charles, een relict van industriële vooruitgang, is te zien hoe het industrieterrein van La Providence zich uitstrekt tot aan de horizon. Grauw is de kleur van de lucht en de skyline, zwart is het verleden. "Er is gewoon géén andere plek waar de 19de-eeuwse grandeur zo overweldigend is. Hier kun je alleen in verwondering toekijken. Bijna alle hoogovens en staalfabrieken zijn al gesloten. Charleroi is een openluchtmuseum. Le Pays Noir was het Silicon Valley van de eerste industriële revolutie, een bastion van economische vooruitgang, innovatie en creativiteit. Van sodazout tot vensterglas: alles kwam van hier.

"In de jaren 50 is de Borinage ingestort, in de jaren 70 Charleroi en in de jaren 80 Luik, en dan vooral Seraing. Dit is het verleden van België. Een België dat niet meer in die vorm bestaat. Natúúrlijk willen de Waalse politici hier niet raken aan de sociale zekerheid. Zelfs bij de dunste kaasschaaf bloedt deze streek nog meer. Je kunt het de Walen niet verwijten dat de steenkoolsector is ingestort. Maar er is wél een grote politieke verantwoordelijkheid voor het voortduren van de crisis in deze streken. Ik ben geen PS-basher, maar deze streek heeft een hoge prijs betaald voor de machtshonger van het partij-establishment."

Verbeken praat als een trein die op de Grand Central voorbijraast. Hij praat met kennis, en met gevoel. Een duidelijk discours. Zonder grote politieke boodschappen te willen verkondigen is hij een chroniqueur van rood, geel en zwart. Tussen het wereldrecord en de eedaflegging liep hij hier alleen rond. Pratend met inwoners van verkoolde wijken. Met ardoisiers en zwartsnoeten, met bejaarde revolutionairen en jonge hemelbestormers. België, "het accident van de geschiedenis", wil hij vastleggen. De Grand Central Belge is de ideale leidraad. Een roetsjbaan door de annalen. Door Noord en Zuid. Door een tijd waarin Belgen of Nederlandstalig, of Franstalig waren. Geen Vlamingen of Walen. Gewoon Belgen, quoi.

Absurditeit

Nergens is de opdeling NL-FR duidelijker dan aan de taalgrens zelf. De volgende stop is Pécrot, waar de Grand Central Belge rakelings passeert. Pécrot zal altijd geassocieerd worden met de spoorwegen. Niet door de Grand Central, maar door spoorlijn 139. De plek waar op 27 maart 2001 acht mensen stierven na een frontale treinbotsing. De oorzaak was een taalprobleem. Helaas. Nederlands en Frans zorgde in de taalgrensstreek van Pécrot nooit voor een scherpe opdeling. Een symbool van unitair België. Tot 1962, tot het moment dat het Nederlands en het Frans geografisch werden gescheiden.

Verbeken: "Een wereldunicum. De taalgrens werd in een betonnen wet gegoten. In wezen is ze een absurditeit, maar ze zorgt wél voor de pacificatie van het land omdat ze de wederzijdse vrees voor overheersing remt. Alleen in de Vlaamse Rand van Brussel - waar de Franstaligen de taalgrens niet aanvaarden - woedt de taalstrijd verder. Hier in de streek van Pécrot duurde de vermenging nog tot het midden van de jaren 60. Toen heetten fanfares nog 'l'Alliance - De Dijlegalm'. Toen gingen Vlamingen nog naar Waalse cafés."

Alleen de kerkhoven in de taalgrensstreek herinneren nog aan die tijd. In Pécrot huwde Van Bever met Hoslet en Binard met Minne. Nu blijven alleen de gouden letters over. Zelfs God heeft de opdeling niet kunnen tegenhouden. Het porseleinen beeld van Jezeke is onthoofd. "Twee kilometer verder, voorbij het dorp Nethen, ligt Sint-Joris-Weert en zit je in een ander land met een andere taal."

Abdul

De Grand Central Belgeroute is ongeveer 200 kilometer lang. Waar onze tocht stopt in Pécrot, loopt die in het boek nog verder. Verbeken kijkt verder dan de spookstations in de Ardennen, verder dan het roet in Charleroi. Op weg naar Antwerpen banjert hij ook door de villawijken in Vlaams-Brabant en een migrantenbuurt in Mechelen. Daar waar de Belgische spoorwegtrots in 1835 ontsproot, ligt de laatste halte. Maar de blik in het verleden eindigt ook met een toekomstbeeld. Door de ogen van Abdul, een angry young Mechelaar van Marokkaanse origine en sympathisant van de Arabisch-Europese Liga, beschrijft hij het verhaal van de verschillende migrantengeneraties in België. Ook daarin is België een verdwijnend land.

"Abdul haat Mechelen, hij haat Vlaanderen en hij haat België omdat hij nooit het gevoel had erbij te horen. Dan spreken we over een jongeman die hier geboren en getogen is. Welke band met België heeft een Slowaakse of een Algerijnse nieuwkomer? Een land is meer dan een vlag en een volkslied. Het is een gedeelde geschiedenis, een collectieve herinnering aan de goede en kwade dagen. Maar wat als die gedeelde herinnering voor een groot deel van de bevolking onbestaande is? Concreet: wat heeft die Slowaak te maken met 1302, 1830, de koningskwestie en B-H-V? De volgende decennia zullen immigranten het België met zijn 19de-eeuwse taaltegenstellingen, met zijn oude frustraties radicaal veranderen in een ander land. Vandaag is 20 procent van de Belgen van allochtone afkomst. Over tien jaar zal dat 30 procent zijn. Antwerpen zal dan een allochtone meerderheid hebben. In nog veel andere Belgi- sche steden wordt de autochtone meerderheid in de volgende decennia een minderheid. De po- litiek en media onderschatten die omwenteling. Ze denken integendeel steeds strakker in Vlaams- Waalse schema's die dag na dag minder met de realiteit op straat te maken hebben.

"Tijdens mijn wandeling langs de Grand Central Belge heb ik overal vastgesteld dat veel zogenaamd 'gewone' Walen en Vlamingen wél aanvoelen welke grote veranderingen op til zijn. En ze beseffen óók dat de periode van vrede, welvaart en sociale bescherming die we gekend hebben sinds de Tweede Wereldoorlog niet meer vanzelfsprekend is. Als de Belgen vandaag nog ergens in verenigd zijn, dan is het in angst en onbehagen voor een onzekere toekomst. De meest boomende wijken van Charleroi zijn in nauwelijks 15 jaar veranderd in getto's. Waarom zouden de Vlaamse steden daarvoor immuun zijn? Ook de Carolo's hebben lang geloofd dat hun gloriedagen eeuwig zouden blijven duren."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234