Woensdag 30/11/2022

Dwalen door fictieve gebouwen

Het tijdschrift DW B leidt ons binnen in vijftig fictieve gebouwen, verbeeld door schrijvers én architecten. Een intrigerende excursie.

Architectuur en literatuur: ze komen te zelden in elkaars territoriale wateren. Of je moet Georges Perec heten. Hij schreef in 1976 met Het leven, een gebruiksaanwijzing een tomeloze roman over een Parijs' appartementsgebouw aan de fictieve rue Simon Crubellier 11, waarin hij de verhalen van de bewoners ordende volgens het principe van de paardensprong in het schaakspel. En de Zwitserse schrijver Max Frisch had in Zürich zelfs een architectenbureau, tot het schrijven de overhand nam.

Essayistiek van hoog niveau over de raakpunten tussen literatuur en gebouwen is ook al schaars. Het literaire tijdschrift DW B vult nu een lacune in, met een uitstekende special over vijftig fictieve gebouwen uit de wereldliteratuur.

Schrijver Christophe Van Gerrewey, een bevlogen essayist maar sinds kort ook doctor in de architectuur, stelde het nummer met bijzondere zorg samen. Hij trok vijftig auteurs aan de mouw om 'één plek, een verhaal of een gedicht te beschrijven in een tekst van maximaal 450 woorden'. Hoe verbeelden zij zich bijvoorbeeld het kantoor van Bartleby, het behouden huis van Willem Frederik Hermans, het huis Usher van Edgar Allen Poe, Het kaartenhuis van Mark G. Danielewski of de ondergrondse van Dostojevski?

Van klein naar groot

Te vaak wordt een plaats of gebouw in de literatuur weggezet 'als functioneel decor' of 'naar een onbewuste dimensie van de leeservaring verplaatst', vindt Van Gerrewey, hoewel ze doorslaggevend kunnen zijn voor de sfeer of de afloop.

Zo vraagt Nikolaj de Meulder zich af hoe het huis van Le Petit Prince er uit zou zien. De planeet waar de kleine prins vandaan komt (asteroïde B 612) is nauwelijks groter dan een huis. Saint-Exupery bedenkt: 'Als je tegen grote mensen zegt: "Ik heb een mooi huis gezien met roze stenen, geraniums voor de ramen en met duiven op het dak", dan kunnen ze zich dat niet voorstellen. Je moet hen zeggen: "Ik heb een huis gezien van honderdduizend frank. Dan roepen ze uit: "Wat is het mooi!"'

Hoe benauwend is de 'kraamkliniek' in Jeroen Brouwers' Joris Ockeloen en het wachten? En hoe belandt Pluk in de Petteflet, in het beroemde verhaal van Annie M.G. Schmidt? Daniël Rovers: 'Van duif Dollie krijgt hij een tip. In een duizelingwekkend hoge flat in de buurt, de Petteflet, is een torenkamertje vrij. En zo krijgt Pluk zomaar een huis! En wat voor één! Helemaal rond met ramen aan alle kanten.' Rovers noteert dat het avontuur van Pluk in de grotemensenwereld gewoon kraken zou heten.

Van Gerrewey stuurde de ingezamelde teksten vervolgens op naar een architect of kunstenaar, die het fictieve gebouw op zijn beurt verbeeldde en tekende. Het traject tussen de vijftig fictieve gebouwen ordende hij van klein naar groot: 'Het begint in één kleine kamer en het eindigt bij het grootst denkbare gebouw: de oneindigheid', in dit geval van De kamer van Marguerite Duras, tot 'een brok oneindigheid' in de roman De kellner en de levenden van Simon Vestdijk.

Mooie bijlichting

Van Gerrewey zelf brengt het kantoor van Bartleby, de systematisch nee zeggende held van Herman Melville in het korte verhaal Bartleby the Scrivener, in kaart: 'Het lege hart van een met kopieerwerk doortrokken wereld.' Van het huis Buendía van García Márquez tot de bibliotheek van Umberto Eco, het is een ware staalkaart van de wereldliteratuur die voorbij defileert, met teksten van onder meer David Nolens, Atte Jongstra, Daniel Rovers, Ger Groot, Maria Barnas of Joris Gerits.

Soms puntig, dan weer iets te hermetisch. Maar meestal zijn het mooie bijlichtingen van de gekozen literaire plek, in een strakke zwart-witvormgeving met maximaal effect. Deze fictieve gebouwen, 'vijftig dubbel geleide wandelingen door nog onbetreden ruimtes', voeden volop de verbeelding. Alsof ze zo uit de 3D-printer kunnen rollen.

Met zijn jaarlijkse special bevestigt DW B zijn reputatie van scherpzinnig literair tijdschrift dat ons aan het denken zet.

DWB 159/5, special edition 3, uitgeverij MER Paper Kunsthalle, 29,50 euro (met poster), ook als gewoon nummer.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234