Vrijdag 18/10/2019

dwaaltocht door een eeuw kunst- en vliegwerk

Een vrolijke 'pas de deux' van hedendaagse kunstenaars, een beeldhouwer uit de belle époque en een nieuw jasje voor de vaste collectie: het Museum van Elsene zet de zomer in met een heus festivalpakket.

Neen, de tentoonstelling met de aanstekelijke naam Pop-Up heeft niets te maken met speelse plaatjesboeken, maar alles met kunst. Het Museum van Elsene bedacht een nieuwe formule om zijn aankooppolitiek van contemporaine stukken in de verf te zetten. Elke uitverkoren kunstenaar mocht één extra werk meebrengen en een gast uitnodigen. De bedoeling? Artistieke verbanden in de verf zetten en confrontaties tussen (overwegend Belgische) artiesten uitlokken. Dat is nog gelukt ook.

Het is een bont allegaartje, daar in de grote expositiezaal. Tientallen werken uit evenveel stromingen krioelen door elkaar: tekenkunst en fotografie, conceptueel geweld en video, arte povera en minimalisme. Wie het concept letterlijk wil volgen, zal dwangmatig op zoek gaan naar kunstenaars die bij elkaar horen. Soms is dat duidelijk, meestal niet. Bespaar je dus de moeite en dwaal tussen de werken door. Ze rijmen, ze klinken en ze botsen, want het lijkt wel alsof het de ruimte is die het parcours bepaalt, en niet de curator. Huiskunstenaars en hun gasten worden weleens naast elkaar op dezelfde muur of in een kabinet gepresenteerd, maar even vaak zit er een grote afstand tussen. Het geeft niet, want meestal is het goed gedaan.

Courtens en co.

De ingepakte auto op de foto Night Horse van Boris Demazy krijgt een stille klankband in de fragiele zandsculptuur Rooar van het duo The Plug en Stéphanie Rolin. Het gitzwarte miniatuurfregat uit de beklemmende video van Harald Thys en Jos De Gruyter - een reeks stills van kijkende mannen, boven een dreigende klankband - past even toevallig als perfect bij de funeraire monumenten door Renato Nicolodi. Is het onscherpe werk van Bert De Beul een foto of een schilderij ? Beeldverwantschappen kunnen ook evident zijn: Geert Goiris en Sine Van Menxel vullen elkaar mooi aan, en dat doen ook het duo Felten-Massinger en Quentin Smolders. Enkele werken refereren aan de kunst zelf. Gauthier Hubert citeert Holbein en Goya. Freek Wambacq gaat nog wat verder: achter glas (en dus volstrekt onleesbaar voor een blinde) heeft hij een beschrijving in braille van de bronzen sculptuur Huiselijke zorgen van Rik Wouters opgehangen - even verderop in het museum loop je tegen dezelfde Nel aan, nu poserend als Het zotte geweld. Zo klein is de wereld van de kunst.

Niet elk werk moet in dialoog gaan met de omgeving. Les premiers seront les derniers van Vincent Solheid is aardig op zich: een fietsende Christus met opgeheven armen geeft een peloton speelgoedwielrenners het nakijken. De heerlijke kortfilm van Thomas de Brabanter, met twee pratende en wandelende personages, zou een metafoor voor het hele ensemble kunnen zijn: het gaat hier over diverse, intense manieren van kijken.

Voor wie de geschiedenis van het museum kent, is het geen verrassing dat de beeldhouwer Alfred Courtens (1889-1967) hier wordt geëerd met een sober maar omstandig retrospectief. Courtens sloeg zijn vleugels uit in de belle époque, toen Brussel (even) het kloppende hart van de kunst was en dit museum werd gesticht. Hij studeerde bij de befaamde Charles Van der Stappen en Thomas Vinçotte. De eerste Courtens is de beste: de jongeman wint in 1913 de Godecharleprijs met Le Caprice, een nimf op een springend bokje. In die dagen haalt hij zijn inspiratie bij Rodin en Carpeaux; met fijne naakten, rieuses en penseuses komt hij in de buurt van Wouters en Medardo Rosso. Het non finito en de art nouveau doen hun invloed gelden, maar lang duurt dat niet, want Alfred volgt zijn schilderende vader Franz op als hofleverancier. Voortaan zal hij de dynastie portretteren. Albert en de Leopolds poseren als trotse heersers, hun dames ogen delicaat en edelmoedig. Met oorlogsmonumenten en andere allegorische opdrachten is de stap naar kitsch en bandwerk snel gezet.

De vierde ster van deze recensie danken ze in Elsene aan de herinrichting van de vaste collectie. Wereldniveau is het, met affiches van Toulouse-Lautrec, Steinlen of Privat-Livémont en een boeket symbolisten, fauvisten, neo-impressionisten, expressionisten en surrealisten. Aandachtig kijken is de boodschap, want onze kroonjuwelen zijn even vaak het werk van kleine meesters als van grote namen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234