Maandag 25/05/2020

Duurzaam papier, Op papier dan toch

Het was een opvallend berichtje in de krant enkele weken geleden: “Nieuwe luier spaart zes bomen per baby uit.” Het Duitse merk Moltex Öko bracht onlangs de eerste wegwerpluiers met een groen label op de markt. Het FSC-label geeft aan dat tijdens de productie gebruik werd gemaakt van papierpulp uit duurzaam beheerde bossen.

Nu al wordt verwacht dat de ecologische pampers tegemoet zullen komen aan een groot gat in de markt. De Forest Stewardship Council, een internationale non-profitorganisatie, staat immers al jaren bekend als hét keurmerk van duurzame producten. Het gamma is sinds de oprichting in 1993 danig uitgebreid: van FSC-papier en -hout over schriften, kladblokken, zakdoekjes, behangpapier, en sinds kort dus ook luiers. In België bieden 600 winkels FSC-producten aan. Met de stijgende vraag naar fairtrade en duurzame, milieuvriendelijke producten kan FSC de vraag van bedrijven om een FSC-label amper bijhouden. Op dit moment is wereldwijd meer dan 131 miljoen hectare bos gecertificeerd door FSC International.

Bij freelancejournalisten Leo Broers en An-Katrien Lecluyse deed het succesverhaal van de FSC-producten vragen rijzen. De eerste had op zijn reizen in Zuid-Amerika met eigen ogen gezien dat de lokale papierindustrie vaak heel wat problemen had. “Hoe meer we de mantra ‘FSC staat voor 100 procent duurzaamheid’ hoorden, hoe harder we aan het twijfelen sloegen”, vertelt Lecluyse. “Klopt dit wel?” Het tweetal trok in februari naar de FSC-gecertificeerde eucalyptusplantages van Veracel rond Eunápolis, in de Braziliaanse deelstaat Bahia, en keerde terug met de ophefmakende documentaire Duurzaam op papier, die eerstdaags in Gent in première gaat.

98 procent export

Dona Gilda was er rotsvast van overtuigd: het leven in en rond de Braziliaanse gemeente Eunápolis zou er drastisch op verbeteren met de komst van papierpulpfabriek Veracel. De fabriek zou jobs opleveren. Jobs voor haar zonen. Dat hadden de mannen van Veracel Dona Gilda beloofd toen ze haar een aanbod deden om haar land op te kopen. Net als zovelen in de regio besloot de Braziliaanse te verhuizen. “Toen ik hen later opzocht, zeiden ze dat er geen vacatures waren. Dat ze mannen met ervaring hadden aangenomen”, vertelt Dona Gilda in de documentaire. “‘Er is nu geen werk. Kom later maar eens terug.’ En zo gaat het iedere keer weer.”

Veracel, een joint venture tussen het Braziliaanse Fibria en het Zweeds-Finse Stora Enso, bezit anno 2011 ruwweg 205.000 hectare land in de Braziliaanse deelstaat Bahia, waarvan 96.000 hectare uitsluitend beplant is met eucalyptus. Goed voor een jaarlijkse oogst van 1 miljoen ton cellulose, een belangrijke grondstof voor het maken van papier. De komst van de papierpulpfabriek zou de regio een economische injectie geven en hoognodige banen creëren, zo werd bij de start in 1991 aangekondigd. De Europese Investeringsbank investeerde 110 miljoen dollar in het project.

Vandaag werken naar verluidt 2.600 mensen op de eucalyptusplantages van Veracel in Bahia, oftewel één baan per 37 hectare. Gilmar, de zoon van Dona Gilda, moest tot dusver genoegen nemen met een eenmalige betaalde opdracht van Veracel. “Ze vroegen me om een stuk regenwoud plat te branden. Ik kreeg geld en mocht het tegen niemand zeggen. Ik deed wat ze me vroegen. Het regenwoud vatte vuur. Daarna plantte Veracel er eucalyptusbomen.”

Wie spontaan een papierwinkel in Bahia was begonnen bij het horen van de komst van Veracel is er eveneens aan voor de moeite: 98 procent van de papierpulp die in de fabriek wordt geproduceerd eindigt in vrachtschepen richting Europa, China en de Verenigde Staten.

“De manier waarop Veracel werkt, is in mijn ogen een nieuwe vorm van kolonisatie”, vertelt Winifried Overbeek, coördinator van World Rainforest Movement en lokale ngo Cepedes. “In die zin dat men naar Brazilië komt omdat de productie daar goedkoper is dan in Zweden of Finland en ze dus meer winst kunnen maken. De rijkdom in Zweden wordt daarmee verhoogd, terwijl het Braziliaanse volk er over het algemeen slechter van wordt.”

Ook in België kun je duurzaam papier gemaakt van pulp uit Bahia kopen, zo wordt ons in de Antwerpse vestiging van Stora Enso verzekerd. “Van de pulp wordt in Finland papier gemaakt”, weet medewerkster Anja Van der Veken. “Een deel daarvan wordt hier versneden en verkocht. Heel mooi blinkend papier overigens: houtvrijgestreken. Als ik me niet vergis, worden de kookboeken van Jamie Oliver ook met dat papier gemaakt.”

‘Perfect veilige pesticide’

Een FSC-label krijg je niet zomaar. Aan elke certificering gaat een controle vooraf door een organisatie die door FSC International wordt aangesteld. Wie het boompjeslogo op zijn producten wil afbeelden, moet aan bepaalde regels voldoen, die onder meer het milieu en de rechten van de arbeiders beschermen. Zo stelt regel drie: “Het bosbeheer zal de grondstoffen en rechten van de inheemse volkeren niet bedreigen of verminderen. Noch direct, noch indirect.”

Er was een tijd dat de Pataxo-indianenstammen in Bahia leefden van wat ze vonden in de natuur. De vruchten die aan de bomen groeiden, de dieren die ze strikten in het woud. Maar dat was voor de komst van Veracel in 1991. “Met de eucalyptusbomen verdwenen ook de dieren en de vissen. Je zou hier nog geen slang vangen”, zegt Takuahy van de Pataxo. “Zonder natuur zitten we hier als het ware gevangen.”

“Veracel heeft gronden rond Eunápolis op een heel strategische manier opgekocht, zodat de lokale en inheemse bevolking beetje bij beetje omsingeld werd door eucalyptusplantages”, vertelt An-Katrien Lecluyse. “Waardoor ze uiteindelijk ook besloten te verhuizen en hun land te verkopen. Vaak voor een goedkopere prijs. Voor Veracel de fabriek besloot te bouwen, was de grond rond Eunápolis bijzonder vruchtbaar. Nu vind je er amper nog landbouw. Een monocultuur als de eucalyptusplantages verzwakt nu eenmaal de regio. De bomen slorpen enorm veel water op, waardoor rivieren en bronnen uitdrogen. En dan is er nog de herbicide, die in grote hoeveelheden wordt gespoten.”

De Pataxo-indianen, die vaak vlak naast de plantages leven, klagen dat hun drinkwater vergiftigd wordt, Veracel is zich van geen kwaad bewust. Hoewel werknemers zich eerst in een astronautenpak hijsen alvorens ze de plantages met pesticide te lijf gaan, houdt bosingenieur David Fernandes vol dat er geen enkel risico is voor mens of natuur. “We gebruiken Roundup, een perfect veilig product.” Amerikaanse wetenschappers aan de universiteit van Pittsburgh kwamen in 2005 tot een andere conclusie. Bij kikkers die in contact waren gekomen met Roundup werden genetische schade, abnormale ontwikkeling en een vroegtijdige dood vastgesteld. Glyfosaat, de werkzame stof van het bestrijdingsmiddel, werd eveneens in verband gebracht met een verhoogd risico op lymfklierkanker, miskramen en ADHD.

Tijdens het eerste jaar van een plantage sproeit Veracel negen liter glyfosaat per hectare.

Meer dan 800 rechtszaken

Openbaar aanklager João Alves da Silva heeft zijn handen vol met Veracel. “Veracel overtreedt de arbeids-, milieu- en strafwetgeving”, zegt hij voor de camera. Da Silva schat dat er ook meer dan 800 arbeidsrechtzaken tegen het bedrijf en zijn onderaannemers lopen. In 2008 werd Veracel door de federale rechtbank veroordeeld tot een boete van 20 miljoen real, of zo’n 8 miljoen euro, voor ontbossing van het Atlantische regenwoud. Aangezien de firma niet beschikte over een geldig milieu-effectenrapport bij de aanplanting van de eucalyptusbomen, oordeelde de rechter dat de plantages onwettig waren. Veracel ging in beroep.

De lopende rechtszaken zijn publiek goed. Iedereen kan ze inkijken. Maar Da Silva heeft naar eigen zeggen nooit iemand van SGS Qualifor, de organisatie die Veracel in opdracht van FSC moest controleren, gezien. Toen de lokale ngo Cepedes opving dat Veracel naar een FSC-label hengelde, ondernam de organisatie verscheidene pogingen om FSC International van de bestaande klachten op de hoogte te brengen. “Onze protestbrieven naar FSC zijn nooit beantwoord”, vertelt Winifried Overbeek, coördinator van Cepedes en World Rainforest Movement. “Het probleem is dat FSC niet zelf certificeert, maar bedrijven zoals SGS Qualifor een vergunning geeft om dat voor hen te doen. Maar als je weet dat SGS door Veracel wordt betaald om de controle uit te voeren, kun je serieuze bedenkingen maken over het ‘onafhankelijk’ resultaat. Bij mijn weten heeft geen enkele klacht tegen een certificatie tot op heden succes gehad.”

Zelfs binnen FSC International weerklinkt er kritiek op de huidige gang van zaken. “Het FSC-label aan Veracel is uitgereikt op basis van beloften in plaats van vastgestelde feiten”, zegt Jutta Kill van milieuorganisatie FERN, die lid is van FSC. “Ze geloven Veracel op zijn woord als die zegt dat het de problemen zal aanpakken. Terwijl de hoeveelheid klachten alleen al aantoont dat het een groot vraagteken is of Veracel aan de regels van FSC voldoet om een label te krijgen. De problemen met FSC-labels beperken zich overigens niet tot Brazilië of Zuid-Amerika, maar reiken veel verder. FSC heeft natuurlijk ook veel goede projecten, maar het probleem zijn de boomplantages zoals die rond Eunápolis. Hoe kun je aan een eucalyptusplantage, een monocultuur, een duurzaamheidslabel toekennen dat staat voor het behoud van biodiversiteit?”

De Duitse milieuorganisatie Robin Wood besloot onlangs haar lidmaatschap van FSC International op te geven uit onvrede met de gang van zaken. “We willen niet langer medeverantwoordelijk zijn voor het feit dat industriële monoculturen zichzelf een groen imago kunnen toedichten dankzij het FSC-label”, verklaarde Robin Wood de actie in een persbericht.

Dan toch een onderzoek

Bij FSC België is men op de hoogte van de klachten. Op specifieke vragen over de situatie in Eunápolis kan men evenwel niet ingaan. “Daarvoor beschikken we over te weinig kennis van zaken wat dit concrete certificaat betreft”, zegt directeur Bart Holvoet. “Wel kan ik vertellen dat de 200.000 hectare tellende plantage van Veracel maar voor de helft uit eucalyptus bestaat. Anders zou de plantage niet in aanmerking komen voor een FSC-certificaat.”

In september besliste FSC toch een onderzoek in te stellen naar het certificaat van Veracel. Aanleiding was een klacht van documentairemakers Leo en An-Katrien. “Het onderzoek moet nu nagaan of het werk van de door FSC geaccrediteerde, onafhankelijke certificeerder correct verlopen is of niet”, aldus Holvoet. “Mogelijke gevolgen zijn dat de certificeerder wordt geschorst en Veracel zijn certificaat verliest.”

Bij Stora Enso, mede-eigenaar van Veracel, is men niet onder de indruk. “Laten we stellen dat de makers van de documentaire net die paar mensen zijn gaan interviewen die tegen Veracel gekant zijn”, zegt woordvoerder Lauri Peltola. “Zoiets schetst toch geen objectief beeld?”

Een paar mensen? Het OM spreekt van meer dan 800 arbeidsrechtszaken.

Peltola: “Stuk voor stuk zaken die van jaren geleden dateren. Ik zeg niet dat we geen dingen kunnen verbeteren, daar zijn we overigens volop mee bezig, maar onze basis is goed. Maar als je critici zoekt, zul je die altijd vinden. Als je genoeg mensen op straat aanspreekt in België met de vraag wat ze van de Belgische politiek vinden, zul je ook negatieve stemmen horen.”

Onder de ‘negatieve stemmen’ bevinden zich ook diverse ngo’s.

“Ach, veel heeft te maken met politiek. Ngo’s als Cepedes zijn extreem links. Ze gebruiken Veracel als schaamlapje om gehoord te worden door de buitenwereld. Deze mensen ijveren in de eerste plaats voor landhervorming. Kijk, Stora Enso staat in de top honderd van meest verantwoordelijke bedrijven. Neem het van mij aan: onze producten zijn gegarandeerd duurzaam. Onze klanten mogen op beide oren slapen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234