Maandag 18/01/2021

Dutroux voor ongelovigen verklaard

Exact vier boeken over de zaak-Dutroux liggen vandaag in de Nederlandstalige boekhandel, en ze zijn nog interessant ook. Wat merkwaardig is: alle vier behoren ze tot het kamp dat gemakshalve 'believers' heet. Nochtans zijn het net de believers die hier nieuwe argumenten aandragen, nieuwe inzichten geven, verbanden leggen en vragen stellen. Zijn dat tekens van blind geloof?

Douglas De Coninck

Marc Dutroux. Het stilste jongetje van de klas

Houtekiet, Antwerpen, 190 p., 14,95 euro.

Douglas De Coninck

Dode getuigen. Dertig mensen die niet zullen spreken op het proces Dutroux

Houtekiet, Antwerpen, 293 p., 15,95 euro.

Paul Marchal

Mijn kind kwam dutroux en lelièvre tegen

Van Halewijck, Leuven, 304 p.,18,50 euro.

Herwig Lerouge

Het dossier Nihoul. De knoop in het proces-Dutroux

Epo, Antwerpen, 230 p.,

15,50 euro.

Vorige vrijdagavond, een van die late treinen van Brussel naar Leuven. Lange werkdag, en nog wat lezen in de vier boeken over Dutroux voor deze recensie. De conducteur komt langs, kijkt, informeert terloops naar mijn lectuur. "Ik weet er ook wat vanaf", zegt hij ineens. En: "Ik ben er allang bij betrokken." Was het die onbestemd droeve blik in zijn ogen? Die zweem van herkenbaarheid, zelfs bij een man die je nooit eerder zag? "U bent familie van An Marchal?" Hij knikt. "Haar oom. Ik ben een broer van Betty."

De kaartjes van de trein zijn geknipt, dus hij kan er even bij zitten, praten. Met zachte stem vertelt de broer-conducteur hoe hij het proces-Dutroux volgt, meestal van thuis uit. Op de beginzitting na dan, toen was hij in Aarlen "om Betty en Paul te steunen". Hij kent de weg die de familie is gegaan, de vertwijfeling, het verdriet, de woede, het geploeter, de charlatans en de opportunisten die zich rond zijn schoonbroer verzamelden, de critici die hem in het vizier kregen, de vriendelijke mensen bij het gerecht en de politie, en ook, helaas, de anderen. Helemaal nieuw is het niet; Paul Marchal schrijft er immers uitgebreid over in zijn boek Mijn kind kwam dutroux en lelièvre tegen. En toch was wat de man zei leerzaam, zelfs confronterend. De stembuiging, de blik in de ogen, meestal rustig, maar dan ineens een kleine flikkering als hij sprak over typen die nog hadden geprobeerd geld te slaan uit An. Uit één of twee kleine details leer je het meteen: je zou het zelfs je ergste vijand nooit toewensen dat zijn kind overkwam wat An, Eefje, Julie of Mélissa overkwam.

Meer dan welke tv-reportage ook doet zo'n praatje de intensiteit aanvoelen van het proces-Dutroux, het belang ook, zowel voor het beantwoorden van individuele gerechtigheid van de getroffen families als voor de mentale hygiëne van de Belgische samenleving.

Want dat is het intussen: een zaak van nationaal belang. Wie even terug wil blikken, staat verwonderd te kijken hoezeer de zaak-Dutroux heeft ingegrepen op het Belgische bestel. Of is er ooit één andere zaak geweest die leidde tot de enige uitspraak van het Hof van Cassatie (het spaghettiarrest) die spontane werkonderbrekingen en scholierenmanifestaties veroorzaakte? Eén zaak die zorgde voor de grootste betoging in de Belgische geschiedenis (de Witte Mars)? Voor een parlementaire onderzoekscommissie (de commissie-Verwilghen)? Voor het ontslag van minstens drie ministers (Stefaan De Clerck en Johan Vande Lanotte, bij de korte ontsnapping van Dutroux, nadien ook Jean-Pierre Grafé, wegens 'in opspraak gekomen' in een duistere zedenzaak)? Is er nog een zaak die de ene politicus destabiliseerde (de onterecht van pedofilie betichte Di Rupo) en een ander lanceerde (Van Quickenborne begon bij Triangel, de professioneelste want best gesponsorde organisatie uit de nevel van Witte Comités)? Is er nog een zaak die leidde tot een een bijna-omwenteling in het politieke landschap (de gesprekken van Zaal-F) en tot de afschaffing van rijkswacht en gerechtelijke politie? Tot de allereerste keer dat de modale Vlaming en Waal zich spontaan identificeerde met een Marokkaanse familie, en een meisje - toen nog met hoofddoek - algemeen applaus kreeg om haar burgerzin (de zaak-Benaïssa)? Tot een totaal ander maatschappelijk aanvoelen over seksualiteit en permissiviteit en tolerantie? En is er ten slotte één andere zaak die leidde tot een verrijking van de Belgische taal (jawel, Belgisch, want het gaat om begrippen die ineens opleefden aan beide kanten van de taalgrens maar nooit voorbij de landsgrens raakten): Witte Ridder, met hoofdletter, of De Neus, ook met hoofdletters. Of Nieuwe Politieke Cultuur. Of 'believers' en 'non-believers'. Want ja, er waren en zijn heuse kampen in de zaak-Dutroux, maar daarover straks meer.

Zo bezien liggen er over een dermate belangrijke zaak nog vrij weinig boeken in de Nederlandstalige boekhandels. Twee van De Morgen-journalist Douglas De Coninck, een van de betrokken ouders, de alombekende Paul Marchal, en een van Herwig Lerouge, redacteur bij Solidair, het blad van de marxistisch-leninistische PVDA.

De Coninck schrijft het best en het vlotst, Marchal zorgt voor het persoonlijkste relaas, Lerouge wil het nadrukkelijkst duiden. Alle vier behandelen ze andere aspecten van de zaak-Dutroux. De Coninck schetst het verhaal van Dutroux tot vlak voor de fatale ontvoeringen, de moorden en de doden. Het is een wrang verhaal. Uitgerekend de man die ervoor zorgde dat vandaag geen verdachte meer moet proberen een rechter te vermurwen met 'mijn ongelukkige jeugd' maakte zelf droeve, zo niet intrieste kinderjaren mee. Maar goed, zijn broers zijn geen 'Dutroux' geworden. Het tweede boek van De Coninck gaat niet over Dutroux zelf. Het is een schets van het milieu waarin hij vertoefde, aan de hand van een reeks portretten van vooral slechte vrienden met wie hij optrok. De verleden tijd (vertoefde, optrok) is niet toevallig: de dertig personen die De Coninck verzamelde kruisten de laatste jaren allemaal Dutrouxs pad en zijn nu allemaal dood. En de grote meerderheid stierf niet in bed.

Dat is ook Paul Marchal opgevallen. Hij schrijft natuurlijk een persoonlijk relaas, en hij mag dat. Dat Marchal 'dutroux', 'lelièvre', 'nihoul' en 'martin' geen hoofdletter gunt, is al bij al een brave vorm van afreageren. De familie-Marchal is zowat gek geworden van wanhoop en verdriet, en ook achteraf bleef hen weinig gespaard. Als Marchal schrijft dat onderzoeksrechter Langlois er niet één keer in geslaagd is 'An Marchal' foutloos te schrijven, en dat hij zelf altijd de foute naam van zijn dochter ('Ann') moest intikken als hij iets over haar wilde opzoeken op de cd-roms van het gerecht, dan voelt iedere lezer dat die zogenaamde 'slordigheid' van Langlois de ouders tot in hun ziel heeft gegriefd.

En hen wantrouwig heeft gemaakt. Ze vragen zich bijvoorbeeld af of de lijst dode getuigen van De Coninck wel toeval is. Dat laatste doet ook Lerouge; zij het dat die ook een antwoord formuleert. Lerouge lijkt in zijn boek vrij dicht te staan bij de stellingen van Jan Fermon, de advocaat van Laetitia Delhez. Net zoals Fermon trekt Lerouge de kaart van de bendevorming. Vandaar dat hij Nihoul de 'knoop' noemt en dat hij het aannemelijk vindt dat er sprake was van politieke bescherming. Omdat hij, als PVDA'er, dat móét vinden? Neen, omdat dat zo uit het dossier af te lezen valt. Nihoul was wat vandaag een 'netwerker' heet, met veel politieke contacten, vooral in de rechtervleugel van de Brusselse PSC. Maar terwijl andere 'networkers' hun contacten aaien en paaien met etentjes of nuttige informatie was Nihoul gespecialiseerd in de schemerzone van seksclubs, 'meisjes' (en het is bekend dat in de jaren zeventig, toen hij zich in zijn specialisatie bekwaamde, normen inzake minimumleeftijden veel losser waren dan nu), drugs ook en zwendel allerhande. Zo chanteerde hij en bond hij 'contacten' aan zich.

Maar zelfs al kun je niet of slechts moeizaam voorbij aan een aantal feiten die Lerouge aandraagt, toch zal zijn boek door een deel van de pers niet geloofd worden, laat staan gewaardeerd. Niet alleen omdat het wat roekeloze gedachtesprongen bevat, maar omdat het Nihoul in een kwaad daglicht stelt. Sommigen willen zulke boeken niet geloven. Ze noemen zichzelf 'non-believers'. Net zoals die journalisten ieder boek dat Douglas De Coninck over de zaak-Dutroux schrijft met grote zekerheid proberen af te doen als irrelevant. Zo gaat dat in deze tijd van believers en non-believers.

Die tweedeling is nog zo'n gevolg van de zaak-Dutroux: ineens kwam er een mediaoorlog tot uitbarsting, feller, dieper en soms ook gemener nog dan in de hoogtijdagen van de verzuiling. Nooit is er een journalistieke reeks even bejubeld en verguisd als de X-dossiers die deze krant publiceerde, nooit is er een getuige even genadeloos neergemaaid als Regina Louf. Nooit daarvoor, bijvoorbeeld, zou een katholieke krant bij herhaling schrijven dat een kind dat seksueel 'gebruikt' werd dat eigenlijk zelf had gezocht. Nooit daarvoor heeft het college van procureurs-generaal de pers samengetrommeld om te melden dat er allemaal niets van aan was.

Op zich is het natuurlijk niet nieuw of uitzonderlijk dat de publieke opinie verdeeld reageert bij een belangrijke juridische zaak. Dat kan niet anders, omdat de samenleving verschillende antwoorden formuleert; bij de collaboratieprocessen na de Tweede Wereldoorlog was dat niet anders. Maar dat waren processen over onrecht dat iedereen rechtstreeks had getroffen. De zaak-Dutroux gaat, strikt genomen, alleen de families van zes meisjes aan.

In werkelijkheid gaat de zaak-Dutroux natuurlijk over veel meer. Ze gaat ook over het vertrouwen in magistraten, advocaten, de rechtstaat tout court. Ook over de kritische zin van de publieke opinie en dus over die spanning tussen believers en non-believers. Zoals gezegd ontstond die tweedeling in een andere context dan het proces -Dutroux stricto sensu, namelijk in die van de X-verklaringen, en vooral die van Regina Louf, maar zonder veel omhaal wordt die tweespalt opnieuw getransponeerd naar de zaak-Dutroux. De kampen nu zijn ongeveer dezelfde als de kampen destijds. Wie alle X-getuigen om ter ongeloofwaardigst vond, wie toen oordeelde dat er echt niets uit te leren viel, die vindt nu dat Dutroux alleen handelde. Wie destijds dieper groef bij de X'en speurt nu ook verder bij Dutroux. Je zou kunnen zeggen: het gaat enerzijds om de altijd wantrouwigen, de eeuwige snuffelaars en anderzijds om de mensen van het gezond verstand, de voorzichtigen, de gematigden.

Dat zou misschien gekund hebben, ware er niet de zaak-Cools geweest. Wat die vermoorde PS-politicus ermee te maken heeft? Wel, precies dezelfde tweedeling in believers en non-believers zag men opduiken in de berichtgeving over en de onderzoeksjournalistiek naar de moord op André Cools, en de betrokkenheid van het kabinet-Van der Biest daarin. En dat is zéér relevant: het concrete dossier-Cools heeft immers níéts te maken met het concrete dossier-Dutroux. In de zaak-Cools is er niet één element, zelfs geen detail dat naar Dutroux verwijst, en vice versa. (Er is natuurlijk één grote parallel, maar dan in de omkadering van het onderzoek: onderzoeksrechter Connerotte trad in beide dossiers op en boekte er vooruitgang.) Met andere woorden, het moet wel iets anders zijn dan de merites van de dossiers zelf dat de geesten van journalisten en media scheidt. Als het niet aan het object van het onderzoek ligt (het dossier zelf), dan moet het wel gaan om het subject: de betrokken media en journalisten, hun opvattingen en hun kunde.

In de zaak-Cools werd de juridische waarheid uiteindelijk het dichtst benaderd door zij die het actiefst en concreetst speurden naar de moordenaars, en hen situeerden in het kabinet-Van der Biest. Het merkwaardige is dat de protagonisten van die factuele onderzoeksjournalistiek door het leven moeten met de bijnaam 'believers' - als waren het sekteleden. Terwijl degenen die geen bewijsmateriaal verzamelden maar uitgingen van theoretische premissen als 'Alain Van der Biest was een dichter, geen samenzweerder' zichzelf non-believers noemen. Maar wat hadden ze uiteindelijk meer, behalve hun geloof in zijn onschuld?

Neen, het is niet zo dat alle foute inschattingen van de laatste jaren op het conto van de zogenaamde non-believers te schrijven vallen. Zij zijn het niet die hebben laten uitschijnen dat er 'netwerken van hooggeplaatsten' waren vol pederasten. (Hoewel, de enige concrete hooggeplaatste die ooit werd overgeleverd aan een poging tot publieke lynchpartij is Elio Di Rupo. En die 'onthulling' stond in het vlaggenschip van de non-believers). Maar het is evenmin zo dat de zogenaamde believers 'gelovers' zijn. Het zijn onderzoeksjournalisten, en wel van de meest gedreven soort.

Als de boeken van De Coninck, Lerouge en ook wel van Marchal iets niet verdienen, is het wel dat hatelijke predikaat 'believer'. Zij geven inzicht, speuren naar waarheid, tot het laatste detail, en dat altijd, altijd op basis van onderzoek. Niet op basis van het onwankelbare vertrouwen in een persconferentie van procureurs-generaal, nu al meer dan vijf jaar geleden, niet op basis van de premisse dat Nihoul niet betrokken kán zijn, omdat men nu eenmaal niet gelooft in netwerken (Nog zo iets vreemds: een reeks ontvoeringen die beraamd werden door het genootschap Dutroux, Michelle, Lelièvre en Weinstein heet in deze optiek een geïsoleerde bende. Een reeks ontvoeringen die beraamd werden door het genootschap Dutroux, Michelle, Lelièvre, Weinstein én Nihoul heet ineens een netwerk. En die bestaan niet. Zo is de cirkelredenering snel rond).

Niet dat Douglas De Coninck perfect is, verre van. Maar al die jaren dat we hem kennen, zagen we een journalist aan het werk die níéts gelooft dat hij niet zelf natrok. En zo iemand heet dan een believer. De zaak-Dutroux heeft echt alles op zijn kop gezet.

Walter Pauli

Ineens kwam er een mediaoorlog tot uitbarsting, feller, dieper en soms ook gemener nog dan in de hoogtijdagen van de verzuiling

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234