Maandag 16/12/2019

'Durven verliezen is noodzakelijk'

Zoals je de suiker en de aardbei niet meer van elkaar kunt onderscheiden in de confituur. Zo voelt ze Thomas Blondeau. 'Hij lost op in mij.' We zijn een jaar na de dood van de schrijver en Liesbet Waegemans moest zonder haar vriend opnieuw leren leven. 'Hij heeft altijd voor de liefde gevochten.'

Een doos van karton waar ze met stift 'Thomas' op schreef, staat op haar hoogste schap. Daar kan ze niet zomaar aan. Erin zitten boeken en spullen van hem. Nu kijkt ze er nog niet in. "Alle fysieke aanwezigheid die aan Thomas herinnert, versterkt de fysieke afwezigheid", zegt Liesbet Waegemans.

Zij is 33 en hij was 35 toen hij op 20 oktober 2013 bij zijn ouders in Poperinge overleed. Amper twee maanden eerder was Het West-Vlaams versierhandboek verschenen, de derde roman van Thomas Blondeau na eX en Donderhart. Op 19 oktober 2013 - op Twitter zal het eeuwig die dag blijven - deelde hij dit nog met de wereld: 'Nu ik op bètablokkers zit, vind ik Arvo Pärt nog beter. Ik vergeet hem gewoon al een halve dag uit te zetten.' Die nacht begaf zijn hart het.

"Thomas was een ongelooflijk grappige man. Zijn humor lag er vaak in zichzelf kwetsbaar op te stellen. Hij speelde heel hard met het grote en het kleine. Als we samen voor de spiegel stonden, dan zei hij: 'Wie is dat klein Michelinmanneke naast jou?' Zeker in de liefde was Thomas heel groot. Dat was het allerbelangrijkste. Als hij voor iemand ging, twijfelde hij niet. Het was zalig om met hem te zijn."

In deze uren gebruikt ze de verleden tijd niet consequent. Soms spreekt Liesbet Waegemans, zelf kunstenares (tot vorige zondag liep haar expo The World Needs Some Sleep met foto's en installaties), over haar liefde in het heden. "Thomas is iemand die op mensen afstapt." Of: "Thomas is iemand die banden creëert." Het verlies went niet, oh neen, niet alle clichés over de dood kloppen. Liefde kan lang blijven. Zoals verdriet: weg gaat dat nooit meer.

En weg is de interviewer nu. Omdat de woorden van Liesbet Waegemans, over hem, over zichzelf en over leven dat niet meer samen kan, maar altijd samen zal blijven, geen woorden van vreemden meer verdragen. Een dag voor Allerheiligen, tellen alleen die van haar.

"Wanneer is een ideaal moment om over Thomas te praten? Jouw vraag om mij te interviewen voedde mijn besef dat het proces nog volop aan de gang is. Ik ben naar een rouwpsychiater gegaan, en ik heb een ongelooflijk goede huisarts bij wie ik regelmatig langsga en met wie ik lang praat. Dat is heel belangrijk. Zij begeleiden me in mijn proces. Maar ik heb helemaal geen behoefte om boeken te lezen van mensen zoals Connie Palmen die hetzelfde meegemaakt hebben. Ik vind het vooral heel belangrijk om stil te staan bij wat ik zelf voel en niet te veel na te denken over de dood. Wel. Er valt niet zoveel over te denken.

"Ik onderga de gevoelens. Ik probeer in de zee te gaan liggen en de golven over mij te laten komen. Dat is niet gemakkelijk. Soms is het zo heftig en soms kunnen gedachten mijn gevoel in de weg staan. En soms merk ik dat mijn geloof mijn gevoel in de weg zou staan. Want aanvankelijk vond ik het een troostend idee dat ik Thomas ooit zou terugzien. Zo van: 'Ik maak er het beste van, ooit zie ik hem toch terug.' Maar nu merk ik dat ik, om écht te leven, dat idee moet loslaten. Dat zijn stappen die je moet zetten. Afscheid nemen doe je niet in één keer. Het gebeurt in veel stapjes.

"Ik geloof dat er meer is dan dit levenen geloof nog altijd heel sterk dat ik Thomas ooit terugzie. Maar tegelijk voel ik dat ik bijna atheïstisch moet zijn om nu te leven. Om niet 'uitgesteld' te leven. Hoe meer ik Thomas loslaat, en geen verwachting heb dat hij ergens een oogje in het zeil houdt, hoe meer hij er precies toch is.

"Toen hij stierf, voelde ik mij nog heel erg verbonden met hem. Je wandelt van het station naar huis, alleen, maar plots lijkt het alsof je lief naast je loopt. Dat gevoel had ik vaak: veel liefde. Ik kreeg ook prachtige dromen. We gingen trouwen, hadden een dochter en woonden in de zee. Of tussen de dino's.

" Ook overdag voelde ik zijn aanwezigheid vaak. Als ik mij klaarmaakte, hoorde ik bijna: 'Doe die mooie schoenen maar aan.' Eén keer werd ik 's ochtends wakker en halfslapend zei ik hem iets. Het leek alsof hij antwoordde, en nadien heb ik hem heel erg gevoeld. Alsof hij uit licht bestond. Tegelijk was het een sterke man die me vastpakte. Alsof Thomas een extra vacht rond mij was. Beschermend. Het gevoel dat niks me kon gebeuren.

"En dat gevoel heeft me nog meer doen geloven. Als ik nog zo veel liefde voelde, zonder dat ik het opzocht... Er is zo veel dat ik niet kan verklaren, maar toch geloof ik dat het goedkomt. Al blijft het leven me eraan herinneren dat ik het geluk hier moet zoeken."

"Belangrijke data verrassen me. De laatste dagen voor 20 oktober was ik er minder mee bezig, maar op zo'n dag krijg je dan 's avonds plots toch een serieuze klop. Het blijft onverwacht. 21 juni, zijn verjaardag, was een ramp. Zoals ook mijn eigen verjaardag, op 7 maart. Ik besef wel dat ik me aan zo'n dag volledig moet overgeven en niet te veel moet plannen.

"De voorbije maanden was ik heel erg bezig met mijn tentoonstelling, en dat was goed. Het was één van de weinige dingen waar ik me aan optrok. Maar de laatste weken voor de opening liepen een paar dingen mis en dan is goede raad heel welkom. Toen heb ik Thomas verschrikkelijk gemist. Het voelde aan als op die verjaardagen. Dan was ik echt eenzaam.

"Ik heb van alles geprobeerd, maar niks hielp tegen het verdriet. Gelukkig ben ik enorm vatbaar voor troost. Meteen na zijn dood was ik constant onder mensen. (glimlacht)Ik heb fantastische vrienden en ben bij mijn beste vriendin ingetrokken. Ze hadden een Excel-sheet gemaakt met een schema, zodat er altijd iemand was. Tot januari sliep er elke nacht iemand bij me. Vrienden, mijn moeder, mijn broer. Ik liet me troosten. Ik heb toen net zoveel gelachen als geweend.

"Het is absurd, maar ik had een enorm schuldgevoel. Nu nóg soms. Ik voelde me bijvoorbeeld schuldig dat ik Thomas niet tot leven kon wekken. Zo ver kan het gaan. En nu mijn herinneringen aan hem een klein beetje aan scherpte verliezen, voel ik me ook schuldig. Ben ik het al verloren? Is het dát maar geweest? In het begin dacht ik 24 uur op 24 aan hem. Nu gebeurt het dat ik een paar uur wakker ben en daarin niét speciaal aan hem denk. Zijn contouren als mens worden minder duidelijk. Hij lost meer op in mij. Dat is heel mooi, zoals je de suiker en de aardbei niet meer van elkaar kan onderscheiden in confituur. Dat is met Thomas aan het gebeuren.

"Maar het verdriet blijft groot en hij heeft veel in me achtergelaten. Hij ging voor de liefde. Tot op het laatste moment vocht hij ervoor."

"We hebben elkaar maar een half jaar gekend. Ik heb Het West-Vlaams versierhandboek dus gelezen als boek en me niet de hele tijd de vraag gesteld: zou dit echt gebeurd zijn en gaat dit wel echt of niet over hem? Ik vond het dus niet speciaal confronterend. Al weet ik dat sommige fragmenten autobiografisch waren. Maar het was ook een spel van Thomas. Wat is echt en wat is niet echt? Ik vond het niet zo interessant om dat uit te pluizen. Ik had wel het gevoel dat ik hem goed kende.

"Thomas woonde in Amsterdam, maar omdat hij niet van Koninginnedag hield, kwam hij die dag naar Antwerpen, waar hij graag kwam, en wat vrienden had. Die avond had hij afgesproken met Ellen Schoenaerts, die mijn beste vriendin is, om naar Mogelijkheden te gaan kijken. Een stuk dat ze met Steve Aernouts speelde. Ik was er ook en nadien bleven we lang in de Monty hangen. (lacht)

"Hij is vrij direct op mij afgestapt. De interesse was zeer duidelijk. We zijn die avond in een zeer intens gesprek verwikkeld geraakt, vrienden rond ons stonden erbij te gniffelen. De volgende dag hebben we in 'De Duifkes' afgesproken. Toen is het heel snel gegaan.

"Mogelijkheden is gebaseerd op de vertaling van een tekst van de Britse toneelschrijver Nick Payneen gaat over de verschillende scenario's die zich in een leven voordoen. De twee mensen op scène spelen telkens die verschillende mogelijkheden. Ze komen elkaar tegen op een feestje: praten ze of praten ze niet? Beginnen ze iets of beginnen ze niks? Later: sterft één van de twee of niet? Het vrouwelijke personage is een wetenschapster die met een parallel universum bezig is. Het idee dat er naast dit leven net zo goed iets anders bezig is. Daar heb ik al vaak aan gedacht.

"Is dat toeval? Ik geloof niet echt in toeval. Hoe het dan wel in elkaar zit, weet ik ook niet. Maar vlak voor ik Thomas ontmoette, voelde ik heel sterk: ik ga iemand tegenkomen, het is onafwendbaar. Nadat hij gestorven was, bleef mijn verliefdheid nog heel lang. Nu denk ik niet: kans gemist. Ik denk: ik ben gelukkig dat ik hem mocht kennen. En ik geloof dat ik opnieuw de liefde zal tegenkomen."

"Heel lang heb ik niet geweten hoe ik moest omgaan met de dingen die gebeurden in het leven. Ik voelde me lang alleen. Tot ik op mijn vijftiende de vrienden leerde kennen die vandaag nog altijd mijn vrienden zijn. Toen ging het beter. Mensen ontmoeten waar je je goed bij voelt en dan goed voor elkaar zorgen, dat is toch een beetje paradijs op aarde?

"Toen ik aan de universiteit Romaanse Talen studeerde, kwam ik tijdens de examens iemand op straat tegen die me vroeg hoe het met me ging. Heel goed, zei ik. Achteraf ging die mijn ouders vertellen: 'Jullie dochter is wel heel enthousiast tijdens de examens.' Ik was gekwetst. Ik studeerde graag, ik las graag en tijdens de examens vond ik het nog leuker om die filosofen in grote dosissen te kunnen verwerken. Ik werd er lichtjes extatisch van. En plots kon dat niet. Moest ik nuchter zijn. Het heeft me tijd gekost om op te komen voor mijn eigen manier om naar de dingen te kijken.

"Mijn vader is professor in Leuven, hij geeft Russische literatuur. Mijn moeder gaf ook les. Engels en Nederlands. Toen ze op pensioen was, ging ze filosofie studeren aan de universiteit van Antwerpen. Ze schrijft nu haar masterproef over Hannah Arendt. Een gezin dus waar lezen de hoofdactiviteit was en we musea bezochten.

"Ik herinner me als kind ook een theatervoorstelling waar nu Het Paleis zit. Ik was vijf en ik weet niet meer waarover het ging, maar wel dat ik nu nog altijd het gevoel kan oproepen hoe ik geraakt was. Toen ik zestien was, gingen we vijf weken naar de States en daar werd Engels - door de tekstjes bij de schilderijen in Guggenheim of Metropolitan - mijn taal bij beeldende kunst.

"Al blijft Détruire, dit-elle van Marguerite Duras het boek dat me het meest geraakt heeft. Ze slaagt erin een sfeer te scheppen door te vertellen wat er niet is. Er gebeurt heel weinig, maar het is enorm inspirerend. Van Thomas had ik nog niks gelezen voor ik hem leerde kennen. Een dag na onze eerste ontmoeting heb ik natuurlijk meteen Donderhart gekocht. En ik las het heel graag, gelukkig."

"Thomas werkte deeltijds aan de universiteit van Leiden en had veel vakantie. Hij was dus een weekje bij mij. Op zondag voelde ik me een beetje ziek, op maandag belde ik naar mijn werk dat ik niet kon komen. Thomas bleef bij me om heel zorgzaam voor me te zijn. Hij zorgde voor lekker eten.

"Op woensdag wilde hij bij de slager iets halen, maar na een kwartier stond hij hier terug met verschrikkelijke pijn in zijn rug. Hij kermde van de pijn. Ik belde de dokter, die schreef Voltaren voor en ik moest een crème op zijn rug smeren. 's Avonds ging het iets beter. Ook met mij ging het beter, en donderdagochtend vertrok ik, zoals gepland, voor mijn werk naar Athene.

"Hij wilde hier wat blijven, maar toen hij zijn ouders belde en die hoorden dat hij ziek was, vroegen ze hem toch maar naar Poperinge te komen. 'Je kan beter hier uitzieken.' Zijn vader is hem komen halen. En hij was dus blij dat zijn mama hem zo verwende.

"Daar is het gebeurd. We hadden veel contact tussen Poperinge en Athene. De pijn aan zijn rug was niet over, maar het ging beter. Hij was gerust, en ik ook. Zaterdag werd het erger en had hij onregelmatige hartkloppingen. Hij is daar naar de dokter gegaan en zo nam hij die bètablokkers. 's Avonds belden we nog. Hij zei dat het goed was, dat hij wist dat hij zijn bloeddruk in de gaten moest houden, maar dat het ook niet meer dan dat was. Hij ging die avond op zijn kamer werken aan een stuk over Morrissey.

"Zondagochtend hebben zijn ouders hem gevonden met zijn vingers op het klavier van zijn laptop. Dat overtuigt ons dat het snel moet gegaan zijn."

"Er zijn nadien mooie dingen over hem geschreven. Het boek van Thomas en Roderik Six las ik nog niet.Het leukste vind ik die stukken waarin ik Thomas terugvind. Het gevoel: ja, dat klopt, zo is hij helemaal. Frank Provoost,de hoofdredacteur van Mare schreef mooi over de grappen die Thomas altijd maakte. Ik heb niet de neiging om me helemaal te verdiepen in alle details van Thomas' leven. Ik hoef niet alles te weten. Soms kan ik hem beter terugvinden in mezelf.

"Naar Athene ga ik even niet terug. En Amsterdam is een mijnenveld. Ik ben er wel geweest, omdat het moest, maar ik liep er meer te janken dan iets anders. Zaterdag vertrek ik met een hele goeie vriendin naar Marrakech, en dat blijft spannend. Zoals alles wat ik voor de eerste keer zonder Thomas doe."

"'I can't go on, I will go on!' is een quote van Samuel Beckett. Die heeft Thomas' zus laten kappen op een steen die de vrouw van Peter Verhelst maakte. Het was zijn motto. Als ik zijn ouders en zijn zus bezoek in Poperinge, ga ik wel eens langs bij zijn graf. Maar dat zijn zeker niet de meest intense momenten. Het is er wel mooi en rustig, en op zijn verjaardag was het er zonovergoten. Dat vond ik heel leuk.

"Is het mijn eigen motto? Ja en neen. Ik doe verder, met veel overtuiging. Maar het is net zo belangrijk om, als het niet gaat, niet te willen voortgaan. Ik heb opnieuw moeten leren leven, al moest ik eerst door het eerste verdriet. Ik denk dat je pas opnieuw kunt leven als je beseft dat het leven nog erger kan.

"Soms heb ik de neiging om dubbel zo hard te leven, maar eigenlijk probeer ik een voorbeeld te nemen aan hem. Hij is dood en nu moet niks meer voor hem. Dus moet ik ook niks meer. Zijn dood verloste Thomas van alle maatschappelijke verplichtingen. Daar wil ik ook vanaf. Als je echt iets voor de maatschappij wilt betekenen, dan kun je dat enkel als je vrij bent. Niet door te denken dat je een schakeltje moét zijn.

"Na bijna vier maanden ging ik weer halftijds werken bij SOIT (dansgezelschap Stay Only If Temporary, RVP) , maar het ging al snel niet meer. Dus ben ik gestopt. Er wachtte een project op me, maar ik heb beslist het niet te doen. Ik ga nu freelance werken, denk ik. Rustig aan. Ik merk dat als je jezelf die vrijheid permitteert, je meer durft doen wat je echt wilt. Dat is een risico. Ik weet niet of ik iets ga verdienen. Maar het kan me niet schelen, en ik geloof dat moed beloond wordt. Onlangs zei ik: 'Als ik niks verdien, vind ik misschien wel wat geld op straat.' Twee weken later vond ik 225 euro.

"Door Thomas' dood heb ik geleerd dat het er in het leven op aankomt te durven loslaten. Zoals ik Thomas zou moeten kunnen loslaten. Als je sterft, neem je ook niet alles mee. Durven verliezen is echt noodzakelijk. In de week voor hij stierf, kondigde hij overigens zijn ontslag aan de universiteit aan. Die moed en daadkracht inspireert me."

"Heb ik genoeg gezegd wat voor een lieve man Thomas was?"

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234