Zaterdag 16/01/2021
Beeld BELGA

Taalblog

Durft ons onderwijs van taalzorg een vak te maken?

Schrijfster Ann De Craemer heeft een taalblog op deze site. Rode draad: haar fascinatie voor taal. Van spreekwoorden tot verspreking; van kromtaal tot heerlijk helder; van Middelnederlands tot smileys. Vandaag: taalverloedering.

'Me'. Dat woord(je) werd begin deze week uitgeroepen tot meest ergerlijke woord van 2015. Het Instituut voor Nederlandse Lexicologie organiseerde voor het derde jaar op rij de verkiezing 'Weg met dat woord', en het foutieve gebruik van 'me' als bezittelijk voornaamwoord, bijvoorbeeld in 'me auto' en 'me moeder' in plaats van 'mijn auto' en 'mijn moeder', kreeg 30 procent van de 25.000 stemmen.

Dat toont meteen aan dat de verkiezing heel Nederlands getint was, want ik hoor Vlamingen zelden tot nooit 'me auto' zeggen - laat staan schrijven. Alle kritiek op de Vlaamse tussentaal ten spijt is dus ook het Noord-Nederlands - dat toch nog altijd als norm wordt gepropageerd - ten prooi aan taalverloedering.

Maar is 'me' in plaats van 'mijn' wel taalverloedering? Volgens Volkskrant-columniste Aaf Brandt Corstius helemaal niet. In haar column van afgelopen woensdag schreef ze dat alleen 'ontalige mensen' zich ergeren aan 'me': "Ik vermoed (...) dat de mensen die het stom vinden als je 'Ik ga me jas pakken' zegt of schrijft, heel erg níét-talige mensen zijn. Het zijn mensen die zo ontalig zijn dat ze hun taligheid willen tonen door van de daken te schreeuwen: 'Ik weet dat het fout is om 'me jas' te zeggen! Knap van mij, hè?'"

Corstius verwijst naar haar vader Hugo Brandt Corstius (1935-2014), taalvirtuoos en auteur van het legendarische Opperlans (1981), waarin spelen met taal primeert op de regels. "Mijn vader geloofde al helemaal niet in taalregels", aldus dochter Aaf. "Tot op hoge leeftijd heb ik daardoor 'groter dan jou' gezegd, of misschien zelfs 'groter als jou', want thuis werd ik op geen enkele manier gecorrigeerd. Waarom, zei mijn vader, zou 'groter dan jij' beter zijn dan (of als) 'groter als jou'? En daar had hij gelijk in. (...) Zoals mijn vader altijd zei: als iets logischer of makkelijker is, gaan mensen het zeggen. Over honderd jaar zeggen we allemaal 'me jas' en zeurt niemand er meer over."

Ann De Craemer.Beeld Eric De Mildt

De column van Aaf Brandt Corstius leidde tot verhitte en vijandige reacties op de Facebookpagina van de Volkskrant - maar ze had wel een punt. Als taalgebruiker kan ik me ook ergeren als ik 'me auto' en 'groter als jou' hoor, maar als iemand die de taal bestudeert, bekijk ik het anders. Mensen zondigen zo vaak tegen bijvoorbeeld 'groter als' versus 'groter dan', dat het niet anders kan of die regel voelt onnatuurlijk aan. Het verschil tussen 'als' en 'dan' zal daarom verdwijnen, want zoals Aaf Brandt Corstius zegt, streven taalgebruikers onbewust altijd naar vereenvoudiging. Daarom is er in het Nederlands ook een evolutie naar een vereenvoudiging in het lidwoordensysteem, zoals ik in een eerdere blog schreef: het lidwoord 'het' zal uit het Nederlands verdwijnen. 'Taalverloedering!', roepen sommigen. Nee, zegt taalkundige Jan Stroop: taalgevoel. In zijn boek Hun hebben de taal verkwanseld (2010) plaatst hij het begrip 'taalverloedering' in een interessant historisch perspectief. Zeventiende-eeuwse taal-en letterkundigen zagen het als een vorm van taalverval dat het Middelnederlands evolueerde naar een systeem met minder naamvallen. Maar de taalvereenvoudiging won het pleit - tegen alle opgelegde taalregels in. De taalgebruiker gaat voor beter, aldus Stroop:

"Dat het nogal kortzichtig is om bij een taalverandering te spreken van vervuiling of verloedering blijkt als je kijkt naar het Nederlands van enige tijd geleden, bijvoorbeeld dat van Multatuli (1820-1887). Hij schrijf in een brief aan zijn verloofde Tine op 20 november 1845: Wat heb je begonnen, volgens de algemene regel dat werkwoorden met een lijdend voorwerp met hebben vervoegd worden, zoals in ik heb dat boek ook gelezen. Een Nederlander van nu schrijft niet wat heb je begonnen? maar wat ben je begonnen? Welke van de twee is nu goed? Wie ervan uitgaat dat de oudste vorm altijd de juiste is, moet hier concluderen dat de hedendaagse vorm dus fout is. Een onzinnige conclusie natuurlijk. Een taalkundige vraagt zich in zo'n geval niet af: mag dat zomaar? maar: wanneer is die verandering begonnen, waar en waarom? Hoe is die verandering tot stand gekomen en wat is de oorzaak ervan? En welke verbetering levert zo'n verandering op? Want elke taalverandering is in wezen een verbetering."

Het is dus wat kortzichtig om bij elke taalverandering meteen 'taalverloedering' te roepen: taalkundig is er meer aan de hand. Bovendien zijn de klachten over taalverloedering van alle tijden: Socrates vond al dat jongeren slecht spraken en Augustinus jammerde dat zijn tijdgenoten hun Latijn verwaarloosden. Toch is enig hedendaags realisme op zijn plaats: in de tijd van Socrates en Augustinus kon je niet chatten en whatsappen, en ontegensprekelijk leiden chat-en sms-taal vooral bij jongeren tot minder taalzorg. Docent mediarecht Leo Neels beklaagde zich er deze week in een opiniestuk voor Knack nog over dat weinig studenten erin slagen een foutloos gespelde tekst af te leveren. Hij wijst met een beschuldigende vinger naar het onderwijs, maar er is meer aan de hand. Dat er in het onderwijs minder aandacht is voor taalzorg en dat fouten minder streng bestraft worden dan vroeger, lijkt me slechts een symptoom van een breder maatschappelijk probleem: taalzorg is een teken van verfijning en beschaafdheid, en die kwaliteiten worden ook in andere domeinen minder vanzelfsprekend. Denk maar aan het verkeer: net zoals in de (schrijf)taal gelden er daar regels, maar de overtredingen en het je m'en foutisme en de lompigheid (om maar eens een foutief Vlaams woord te gebruiken) nemen toe. Ander voorbeeld: terwijl mijn ouders op school nog etiquetteles kregen, weten veel jongeren niet eens meer wat het woord 'etiquette' betekent.

Dat brengt ons dan toch weer bij de verantwoordelijkheid van het onderwijs, dat van taalzorg niet alleen in de lessen Nederlands een aandachtspunt zou kunnen maken. Maar welke leerkracht geschiedenis of biologie zal het, oog in oog met steeds mondiger studenten die tegen hun scholen processen aanspannen wanneer ze niet geslaagd zijn, nog aandurven om punten af te trekken voor een taalfout?

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234