Zondag 28/11/2021

Dure consultants kapen kwart ontwikkelingsbudget weg

Een kwart van wat de rijke landen aan ontwikkelingssamenwerking uitgeven gaat op aan dure westerse consultants, wier rapporten niet bijdragen tot minder armoede op het terrein. Dat stelt de Britse ontwikkelingsorganisatie ActionAid, die meent dat bijna de helft van het ontwikkelingsbudget als 'spookhulp' beschouwd moet worden.

Door Sybille Decoo

Brussel l ActionAid berekende op basis van officiële cijfers dat er jaarlijks zo'n 20 miljard dollar gaat naar overbetaalde westerse adviseurs, training en onderzoek, waarbij vaak foute oplossingen worden opgedrongen. Ongeveer de helft daarvan gaat op aan honoraria, de rest aan onkostenvergoedingen, toelagen, huishuur en schoolgeld voor de kinderen, die vaak op dure privéscholen zitten.

Een typische consultant verdient meer per dag dan een gemiddelde inwoner van een arm land in een jaar. In Cambodja werden consultantshonoraria van 13.000 euro genoteerd terwijl een overheidsambtenaar het daar met 31 euro per maand moet doen.

Donorlanden schakelen bijna altijd westerse consultancybureaus in. Daarbij gaan ze niet alleen voorbij aan de lokale expertise, het leidt er vaak toe dat er foute oplossingen worden opgedrongen. De notie 'het beste komt van het Westen' is diepgeworteld.

In Groot-Brittannië bijvoorbeeld, dat er officieel een politiek van niet-gebonden hulp op nahoudt, ging 80 procent van de contracten naar Britse firma's. De Britse ontwikkelingsdienst spendeerde de laatste vijf jaar 144 miljoen euro aan de vijf grote internationale consultancybureaus: PriceWaterhouseCoopers, KPMG, Deloitte & Touche, Ernst & Young en Accenture.

Die zogeheten technische bijstand slaagt er volgens ActionAid niet in om lokale capaciteit op te bouwen of de armoede te bestrijden. Ze wordt gestuurd door de prioriteiten van de donorlanden, niet door de behoeften van het land in kwestie. Zo werd in zes arme landen de technische bijstand ingeschakeld ter ondersteuning van de voorwaarden die Wereldbank en IMF opleggen aan landen: voor de privatisering van de waterbevoorrading in Rwanda, de liberalisering van de economie in Vietnam en de hervorming van de energiesector in Bangladesh.

Een berucht voorbeeld was het geval van de Tanzaniaanse stad Dar es Salaam, waar de Britse ontwikkelingsdienst een denktank die de vrije markt promoot inhuurde om de bevolking de privatisering van de waterbevoorrading te doen slikken. Toen bleek dat het water daardoor veel duurder zou worden, verzette de bevolking zich ertegen. Twee jaar later trok de private sector zich terug en bleven miljoenen mensen achter zonder water.

Nog in Tanzania installeerden door Japan betaalde adviseurs dure Japanse irrigatiepompen in plaats van te kiezen voor de gravitatie-irrigatie die elders in het land gebruikelijk is. Door de dure diesel zijn de irrigatiekosten daar nu driemaal hoger. Slechts een op de drie pompen is in gebruik, ook al omdat er niemand is om ze te repareren.

Uit het tweede rapport van ActionAid over het gehalte 'ware hulp' versus 'spookhulp' in de officiële ontwikkelingssamenwerking blijkt echter dat er beterschap op til is. Bedroeg het gemiddelde gehalte spookhulp in 2003 nog 53 procent, dan is dat nu gezakt naar 47 procent. Behalve de consultancybudgetten gaat het over slecht gecoördineerde projecten, hulp die te weinig gericht is op armoedebestrijding, het dubbeltellen van kwijtgescholden schulden en het geld dat in eigen landen wordt uitgegeven aan de opvang van vluchtelingen maar dat bij de ontwikkelingsuitgaven worden geteld.

De grootste zondaars zijn de Verenigde Staten, Australië, Spanje, Oostenrijk en Griekenland. Ze hebben de meeste spookhulp en geven het minste uit aan ontwikkelingssamenwerking. Noorwegen, Zweden, Denemarken, Ierland, Nederland en Luxemburg zijn de beste donors: ze zijn het meest genereus en hebben de minste spookhulp.

Met 48 procent spookhulp in 2004 (komende van 64 procent in 2003) zit België in de middenmoot.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234