Zaterdag 05/12/2020

Troost in tijden van quarantaine

‘Duizend jaar weer, wind en water in de Lage Landen’, de wereld teruggebracht in de oorspronkelijke stilte

Jan Buisman.Beeld Belgaimage

De Morgen laat zijn cultliefhebbers de film-, platen- of boekenkast uitspitten op zoek naar troostrijke klassiekers. Vandaag: Marnix Peeters over Duizend jaar weer, wind en water in de Lage Landen van Jan Buisman.

Als bezoekers mijn boekenkast zien, durf ik er een kopje Roundup op innemen dat ze binnen de minuut zeggen: ‘Wat staat dát hier te doen?’

Dan hebben ze het over de zeven delen van Duizend jaar weer, wind en water in de Lage Landen. Vijfduizend bladzijden, kleine druk, vol voetnoten, bijlagen en indexen, en met een chronologisch, hypergedetailleerd overzicht van het weer sinds 763. De winter was zeer koud, dat jaar. Het vroor van Kerstmis tot Pasen.

In 1240 bleef het in april en mei droog, de rest van het jaar was nat.

Onweer met rukwinden in Henegouwen, 28 juli 1447.

Het weer interesseert me geen reet, zolang de zon maar schijnt, maar die zeven boeken van Jan Buisman, die doorsnuffel ik met een grote regelmaat.

Jan Buisman is een Nederlandse onderwijzer die pas op latere leeftijd ging doorstuderen, en die na zijn pensionering aan deze cyclus begon te schrijven. Hij is 95 jaar oud. Hij werkt momenteel aan deel 8 (1826-heden), waar ik samen met een handvol andere halvegaren reikhalzend naar uitkijk.

Dat van die halvegaren denken mijn bezoekers terwijl ze beleefd zwijgend voort mijn boekenkast inspecteren. Weten zij veel.

Het weer lijkt een bijzaak geworden, anno 2020. Als het ons niet aanstaat, gaan we naar een ander land waar het beter is. Het mag nog zo hard hagelen, onze oogsten mislukken zelden. Niet zo lang geleden was dat anders. In de winter van 1364 bleef het in Vlaanderen zo lang onophoudelijk vriezen dat de wijn in brokken werd verkocht, die bij vuren moesten worden gesmolten. Het voedselgebrek dat op de koude volgde, hield jaren aan.

Het weer besliste altijd over álles. Gezondheid, voedsel, geluk, succes, leven en dood.

Door felle wind nam op 9 maart 1361 een vuurtje snel uitbreiding. Een groot deel van de stad Aalst brandde af. Tot in Gent werden asdeeltjes gevonden.

In 1006 mislukten na een natte zomer de oogsten, de hongersnood was immens. Op vele plaatsen werden, vanwege het grote aantal gestorvenen en door de weerzin van de doodgravers, mensen die nog ademhaalden, ook al verzetten zij zich met hun laatste krachten, samen met de doden begraven.

Wat wij nu ‘verschrikkelijk’ en ‘mensonterend’ noemen, was in een niet zo ver verleden gewoon een deel van het leven, en altijd opnieuw speelden de weergoden de belangrijkste rol.

En niets gebeurde zomaar. Het was altijd de Hemel die strafte, het waren boze geesten die ons sarden, het was de duivel die onheilspellende kometen in de lucht joeg. Een vermoedelijke meteorietinslag op de maan zorgde op 25 juni 1178 voor ‘Een hoorn die vuur spuwde, hete kolen en vonken’ – met alle angsten en voorspellingen vandien.

Om drie uur ’s middags op 17 juni 1433 was de paniek compleet, bij een volledige zonsverduistering. ‘Veel mensen zijn bang dat de wereld vergaat.’

Ik ben dol op verhalen die je vizier bijstellen, die je perspectief veranderen, die je rotsvastheid even uit de hengsels tillen. Je went aan de wereld zoals hij is op het moment dat je geboren wordt, en zolang de kalmte bewaard blijft en de orde gerespecteerd, word je nooit echt uitgenodigd om je manier van leven aan de mensheid te toetsen, aan het verleden, aan het grote geheel. Geschiedenislessen zijn te abstract en te klinisch en focussen meer op de keizer dan op de mens, meer op de oorlog dan op de akker. Jan Buisman duwt de lang geleden mens in zijn allerfijnste kleinschaligheid het podium op, in zijn grootste herkenbaarheid. Je kunt je heel gemakkelijk samen met een boer uit 1406 staan vergapen aan ‘Hagel ter grootte van walnoten, die drie dagen bijzonder warm weer niet kon doen smelten’.

Geen kuiltjes in je autodak, hooguit zes maand geen eten.

Je relativeert alles, als je geregeld Buisman leest.

In wat voor angst en aardsheid en ontzag moet een mens toen geleefd hebben. Geen wonder dat God bestond.

Regens vernielden de oogsten in de zomer van 1316, met verschrikkelijke gevolgen. ’s Nachts werden heimelijk lijken van de galgen gehaald en opgegeten. Radeloze ouders nuttigden hun kinderen.

De corona van toen. Veel vochtige warmte deed in het midden van de veertiende eeuw de vlooienpopulatie groeien. De daaropvolgende pest doodde een derde van de Europese bevolking. ‘Overal rouw, overal tranen. Zodra het gerucht van de ziekte onder het volk ging, vluchtten de mensen van de plaats weg. Huizen werden door de bewoners verlaten, nog bewaakt door alleen gelaten hondjes. Kinderen vluchtten weg van de onbegraven lichamen van hun ouders. Je kon de wereld teruggebracht zien in de oorspronkelijke stilte. Geen stem op het land, niet het fluiten van een herder. Heel de dag het gekras van de sterk in aantal toegenomen raven, hun snavel boven de doden. Doorgeschoten gewassen wachtten op hun oogster. De wijngaarden, met stralende druiventrossen, bleven ongerept, terwijl de winter naderde. Geen moordenaar was er te zien en toch zag men lijken zover men kijken kon.’

Zonder iemand te willen choqueren: wij hebben het zo kwaad nog niet, vandaag.

Er valt ook flink wat te glimlachen in deze reeks, want Buisman schetst in de marge van het weer geregeld gebruiken, gewoonten en nieuwigheden. In het midden van de dertiende eeuw deed bij de rijken de beerput zijn intrede. Die leegscheppen, moest met de hand gebeuren, waarbij je zou denken dat dat een knelpuntberoep zou zijn. Het tegendeel was waar: de scheppers deden vaak kostbare vondsten, en werden ‘gouddelvers’ genoemd.

Jan Buisman.Beeld Belgaimage
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234