Woensdag 28/07/2021

Duitstalige literatuur

voor u geselecteerd door Joseph Pearce & Marnix Verplancke

Antisemiet Gregor von Rezzori geeft inkijk in zijn ideeëngoed

Wilt u weten hoe een antisemiet denkt en voelt? Hoeveel vooroordelen, veralgemeningen en andere onwetendheden er door zijn brein stormen? In Memoires van een antisemiet legt Gregor von Rezzori (1914-1998) u dat allemaal haarfijn uit, en dat op zo'n meesterlijke wijze dat Hans Maarten van den Brink in zijn nawoord toegeeft dat deze memoires weliswaar "de wereld niet vooruit(helpen), maar wel de literatuur". Van den Brink waarschuwt overigens voor het waarheidsgehalte in deze biecht van een Jodenhater. Maar dat neemt niet weg dat Von Rezzori met een vlijmscherpe maar o zo fraai geslepen pen het turbulente leven beschrijft van een man op zoek naar zichzelf. En zie: tegen het einde van het boek vindt hij de bron van de zelfkennis en laaft hij zich met gulzige teugen aan alles wat een stempel op zijn jachtige leven heeft gedrukt. Natuurlijk is Von Rezzori geen simpele geest. Hoewel hij Joden verafschuwt, eindigt hij tot zijn verbazing toch altijd in de liefdevolle armen van een Jodin. Bovendien is hij ook ongenadig voor degenen die hun alledaagse antisemitisme willen inruilen voor moord. Briljant is zijn kernachtige synthese van het ideeëngoed van het Derde Rijk. "(Men wil) een kleine minderheid van andersdenkenden de verantwoording (...) toeschuiven voor duizend jaar scheefgegroeide Duitse geschiedenis. En men (neemt) bovendien iedereen in de maling (...) door alle beloofde gouden toekomstbeelden en de daarmee gewekte hoop te koppelen aan de zogeheten oplossing van dat vraagstuk." Von Rezzori werd geboren in Czernowitz, dat zogenoemde multiculturele paradijs in de Boekovina, waar ook onder meer Paul Celan en Aharon Appelfeld vandaan kwamen. Voor Von Rezzori was het gebied zowel een natuurparadijs als een vuilnisbelt van achterlijkheid en ellende. Maar bovenal daagt hij de lezer uit: denkt en voelt hij precies zoals de schrijver? (JP)

Gregor von Rezzori

Memoires van een antisemiet

Oorspronkelijke titel:

Memoiren einen Antisemiten

Vertaald door Kris Lauwerys

Atlas, Amsterdam, 318 p., 24,90 euro.

Thomas Hürlimann treft de Zwitserse hypocrisie recht in het hart

Marie Meier née Katz leidt een dubbelleven. Thuis doopt ze zichzelf Sterrenmarie, daarbuiten Spiegelmarie. Thuis denkt ze terug aan haar opgeofferde carrière als concertpianiste en aan haar overleden ouders en tantes. Daarbuiten speelt ze de charmante vrouw van Max, een ambitieus Zwitsers politicus die het liefst in het middelpunt van de belangstelling staat, want anders "klapten zijn mondhoeken naar beneden en lieten zijn humeur als een vracht zand van een kiepende vrachtwagen glijden". Hoewel Marie de ideale vrouw is "voor een man die hogerop wil", weet ze dat haar leven als water tussen haar vingers is weggevloeid. Dat besef dringt vooral door wanneer ze jarig is. Elk jaar stuurt haar man haar dan een ruiker rozen. Elk jaar veertig stuks, ook al is ze intussen ver voorbij de veertig. Thomas Hürlimann (1950) beheerst zijn onderwerp als een doorgewinterde dirigent zijn orkest. In vinnige zinnen roept hij perfect de nerveuze krampachtigheid van Marie op om altijd goed gekapt en opgemaakt aan de zijde van haar man te verschijnen. On a du style, nietwaar? Goede raad van haar maman, die ze met op elkaar geklemde kaken opvolgt. Maar door de vaak elliptische dialogen waait een kille wind die, net zoals de föhn, iedereen onrustig maakt. Vindt Hürlimann Marie een zielig figuur? Integendeel. Ten eerste is ze de dochter van een Jood, en Joden hadden het in Zwitserland in de jaren dertig niet onder de markt. En vervolgens liet haar vader haar bij het uitbreken van de oorlog in de steek en stak hij haar bij nonnen in een katholiek internaat. Wie die hel overleeft, verdient bewondering. Ondanks een onbevredigend slotakkoord, verdient Veertig rozen een staand applaus. Hürlimann is een volleerde stilist en een scherp criticus voor wie één uitval van zijn sabel volstaat om de Zwitserse bekrompenheid recht in haar ijskoude hart te treffen. (JP)

Thomas Hürlimann

Veertig rozen

Oorspronkelijke titel: Vierzig Rosen

Vertaald door Gerda Meijerink

De Geus, Breda, 316 p., 22,50 euro.

Adalbert Stifter huldigt de schoonheid van het trage

Is het verstandig om Adalbert Stifter opnieuw uit te geven, een Boheemse schrijver die allang voor zijn dood in 1868 uit de mode was? Nou en of, want Kleurige stenen is een verademing voor wie het jachtige en op sensatie beluste proza van vandaag beu is. Desondanks uit Theo Kramer grote twijfels. Stifter, aldus de auteur van het nawoord, is "een schrijver die met zijn uiterst geduldige en microscopische aandacht voor een marginale wereld (...) ver van de moderne tijd af lijkt te staan". En alsof dat niet erg genoeg is, is Stifter wellicht een van die schrijvers die alleen door schrijvers op prijs worden gesteld. Allemaal prietpraat. Stifter is voor iedereen en van alle tijden. Zeker, elk woord houdt hij bewonderend tussen zijn vingers, stoft het vervolgens met een plumeau zorgvuldig af en zet het liefdevol op zijn plaats in de zin terug. En jawel, zijn lofzang op dorpsgemeenschappen vol liefdevolle, edelmoedige, noeste, fatsoenlijke en rechtvaardige lieden klinkt op zijn best naïef en op zijn slechtst klef. Maar Stifter gebruikt die zorgzaamheid en idyllische beschrijvingen om een fascinerende wereld te voorschijn te toveren waarin brute natuurkrachten met broze mensen botsen, en beperkte mensen elkaar leren aanvaarden. Een zedenpreker is hij evenwel niet, ook al was hij een man met conservatieve ideeën en hield hij elk leven voor groots "dat volledig in het teken staat van rechtvaardigheid, eenvoud, zelfbeheersing, redelijkheid, werkzaamheid in eigen kring, bewondering van schoonheid, gepaard aan een blijmoedig en kalm sterven". Stifter was aanvankelijk schilder. Een geoefend oor moet hij ook hebben gehad, want zijn zes verhalen schitteren zowel door hun visuele als hun muzikale pracht. Dit is geen proza voor snelheidsduivels, wél voor iedereen die troost wil vinden in de schoonheid van het trage en in de waarheid van het kleine. Modern, nietwaar?

(JP)

Adalbert Stifter

Kleurige stenen

Oorspronkelijke titel: Bunte Steine

Vertaald door Wilfred Oranje

Atlas, Amsterdam, 317p., 34,90 euro.

Vragen van schuld en boete tekenen boek van Bernhard Schlink

Een stel vrienden heeft elkaar in geen vierentwintig jaar gezien. Daarom komen ze samen in een afgelegen en vervallen landhuis waar de herinneringen heropleven en de wijn rijkelijk vloeit. Speel dit gegeven in handen van Maeve Binchy of Frances Mayes en ze nemen je geheid mee naar Toscane, waar de zon immer schroeit en de liefde al net zo lang broeit. Geef het echter aan Bernhard Schlink en je komt ergens in het landelijke Duitsland terecht, waar vragen over schuld en boete centraal staan en het zo hard regent dat de kelder onderloopt.

In Het eerste weekend volgen we Jörg, een voormalig RAF-terrorist die vier moorden pleegde en daarom veroordeeld werd tot vierentwintig jaar. Het is de dag van zijn vrijlating en daarom heeft zijn zus zijn vroegere vrienden en kompanen uitgenodigd om hem welkom te heten in het vrije leven. Geen van hen is echter de oude idealen trouw gebleven. Er zit een journalist bij, een lerares, de eigenaar van een keten tandheelkundige laboratoria en zelfs een heuse vrouwelijke bisschop. Naarmate de gesprekken op gang komen, krijg je als lezer door dat er heel wat onuitgesproken is gebleven tussen deze mensen, met als hamvraag: wie heeft Jörg verlinkt?

Het Duitse verleden en hoe ermee om te springen, houdt Schlink al vanaf zijn eerste boek bezig. In De voorlezer stond de verwerking van de Holocaust centraal en ook in De thuiskomst was niet om de Tweede Wereldoorlog heen te komen. Hier richt hij zijn aandacht dus op recentere tijden, en op een heel andere ideologie, maar de morele kluwens waar zijn personages zich een weg doorheen moeten banen zijn even verraderlijk. Moet Jörg spijt hebben van de moorden? En kan hij dit überhaupt wel? Verschilt wat hij deed van de daden van een SS'er, zoals zijn door hem verstoten zoon hem vraagt, wanneer deze vermomd als student kunstgeschiedenis het gezelschap binnendringt. Een eenduidig antwoord op deze vragen komt er nooit, meer zelfs, zo lijkt Schlink te suggereren, er zijn vragen die niet te beantwoorden zijn, en die waar Jörg en zijn vrienden mee worstelen maken daar zeker deel van uit. (MV)

Bernhard Schlink

Het eerste weekend

Oorspronkelijke titel: Das Wochenende

Vertaald door Gerda Meijerink

Cossee, Amsterdam, 187 p., 19,90 euro.

Verhalen vol vervreemding van Ingo Schulze

Een man verblijft alleen in een afgelegen vakantiehuis. 's Nachts schrikt hij wakker van het geluid dat een stel vandalen maakt. Ze schoppen zijn hek kapot en de man vreest het ergste. Maar daar blijft het bij. 's Ochtends meet hij de schade op en komt zo in contact met een buurman wiens auto een paar flinke deuken heeft gekregen door de onverlaten. Om zich iets veiliger te voelen beslissen ze hun gsm-nummers uit te wisselen. Een paar dagen later vertrekt de man terug naar zijn vrouw in de stad. Wanneer die avond de gsm afgaat en het de buurman is die fluistert dat de herrieschoppers er weer zijn, wordt de vrouw kwaad. Hadden ze niet afgesproken dat ze nooit hun nummer aan een vreemde zouden geven? En wanneer een paar minuten later de gsm opnieuw rinkelt, nemen ze zelfs niet meer op.

Het titelverhaal van Ingo Schulzes bundel Nul-zes is typerend voor het hele boek. Schulze is een voormalige Oost-Duitser die na de val van de muur in 1989 zijn land met reuzensprongen zag veranderen. En wat die veranderingen met de mensen hebben gedaan, is niet altijd zo fraai. Er is rijkdom en vrijheid gekomen, maar ook geweld en onverschilligheid.

Schulze houdt ervan midden in een verhaal te beginnen, waarna de lezer zelf maar moet uitzoeken wat er allemaal aan de hand is. Bovendien maakt hij ook vaak grote sprongen door de tijd, waarbij de details door diezelfde lezer ingevuld dienen te worden. Enerzijds zorgt dit voor een gevoel van vervreemding, wellicht te vergelijken met hoe de Ossi's zich na de Wende voelden, anderzijds ervaar je daardoor een heel ander soort relatie met de schrijver. In plaats van netjes een verhaaltje gevoerd te worden, moet je immers met de auteur in discussie treden, waardoor er een opwindend soort interactie ontstaat.

Ook al heeft Schulze oog voor de positieve veranderingen, meestal gaat hij toch voor de ironische knipoog. Grandioos is bijvoorbeeld de manier waarop hij een door de huisbewaarder van een Ests schrijversverblijf uitgedachte bijverdienste laat ontsporen. De man had het plan opgevat een stel rijke Finnen op een ouwe Russische circusbeer te laten jagen. Hoe konden zij immers weten dat het geen wild exemplaar betrof? Maar dan komt de aap uit de mouw natuurlijk, of liever de beer op de fiets.

(MV)

Ingo Schulze

Nul-zes

Oorspronkelijke titel: Handy

Vertaald door Ard Posthuma

Meulenhoff, Amsterdam, 255 p.,

22,50 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234