Donderdag 20/01/2022

'Duitsland en Duitsland zijn een, alleen ik ben nog verscheurd'

Met Wolf Biermann op wandel in 'mijn dorp Berlijn'

Reportage

Het verenigde Duitsland heeft de tiende verjaardag van de val van de Berlijnse Muur als een hoogdag in zijn geschiedenis gevierd. Nationale en internationale politieke vedetten stalen de show, de rebellen die in 1989 de revolutie maakten en tienduizendvoudig riepen 'Wir sind das Volk' werden bij voorkeur vergeten. Toch mocht Wolf Biermann, die al lang voor 1989 een stukje muur uit de hoofden van de DDR-mensen had geslagen, weer in zijn oude stad optreden.

De liedjesmaker, die als enige wapen "mijn muil en mijn gitaar" heeft, was door de Duitse tv naar de glazen studio aan het Brandenburger Tor uitgenodigd, vlak bij de plek waar ooit het dikste deel van de Muur stond. Waar een decennium geleden brokken uit de Muur werden gehaald, zong hij over een verenigd land waar iedereen thuis zou kunnen zijn en het toch niet is. "Ik in de eerste plaats." We lopen elkaar later op het lijf op de Weidendammer Brücke, niet ver van het Berliner Ensemble, zijn oude theater, en het standbeeld van Bertolt Brecht, zijn oude leermeester. We halen gemeenschappelijke herinneringen aan Brussel op en hebben het vervolgens over Berlijn. "Je moet mijn nieuwe cd horen," zegt Biermann. "Die sluit perfect aan bij je werk hier: jij schrijft artikels, ik liedjes over deze stad."

Een collega van de Berliner Zeitung loopt mee door de metropool, die nog lang geen eenheid is. Zij werkt voor een krant die voor oostmensen gemaakt is en in West veel minder wordt gelezen. Zelfs zo loopt nog een Muur door deze stad: "Berlijners kopen de kranten van de anderen nauwelijks." Biermann vergelijkt de situatie met die van een gekooide vogel: "De mensen in Oost zijn heen en weer geslingerd tussen de vreugde dat de dictatuur eindelijk weg is en de pijn dat alles moeilijker, langzamer gaat dan men had gedacht. Het is als met een vogel die zo lang in een kooi heeft gezeten dat hij er niet meer uit vliegt. Het deurtje is open, maar hij vliegt niet."

Onze wandeling wordt een lange babbel over álles. Over zijn cd, die Paradies uff Erden heet, terwijl de stad dat toch niet is. "In Berlijn zeggen we uff en niet auf zoals het hoort." Over de straat waar hij gewoond heeft en het huis waar hij uit werd verjaagd, over Brecht en, hoe kan het anders, over de oude DDR. De cd heeft als ondertitel Een Berlijns prentenboek en is ook als afzonderlijke dichtbundel te krijgen. Hij is een soort literair-muzikaal stadsplan voor wie door Berlijn wil dolen en sporen zoekt van een nog niet zo oud verleden.

Het westelijke deel van de stad kent Biermann eigenlijk nog niet lang en hij heeft het voor zichzelf moeten veroveren, maar hier in het oosten weet hij elk steegje te vinden. Pas in 1998 heeft hij West-Berlijn leren kennen, toen hij een jaar in het Berliner Wissenschaftskolleg werkte. In al de jaren dat hij zijn DDR-staatsburgerschap kwijt was (1976-1989) en de Muur er nog stond, vluchtte hij na concerten meteen weg uit West. Hij vertelt dat hij Parijs en New York beter kende dan West-Berlijn en dat hij het niet had kunnen verdragen om vanuit West op die Muur te staan kijken. "Stel je voor, van achter de Rijksdag over de Spree loeren en weten dat een paar honderd meter verder mijn mensen onbereikbaar waren, ik had het niet gekund."

Maar over de rivier, aan de oostkant, is hij in "mijn viswijvendorp", waar hij met gesloten ogen de weg vindt. We lopen over de Schiffbauerdamm naar het pleintje dat Bertolt Brecht-Platz heet en waar het beroemde theater in de steigers staat. "Hij ziet er nog goed uit, de ouwe," zegt de leerling bij het bronzen standbeeld van de meester. Biermann blijkt nog wel populair, af en toe wordt hij herkend en komt iemand bij ons staan handjesschudden. De restauratiewerkzaamheden van het Berliner Ensemble hebben achterstand opgelopen. "Ze kunnen maar beter zorgen dat ze op tijd klaar zijn: op 12 januari moet ik hier optreden. Een kaartje kan ik je niet bezorgen. Het is uitverkocht."

Bahnhof Friedrichstrasse, waar vroeger de West-Duitsers voor een dagje naar DDR-Berlijn mochten, ligt aan de overkant in de motregen en toch is het niet meer zo grijs als toen. Der Tränenpalast (tranenpaleis) noemden ze het transitgebouw destijds, omdat het nooit zeker was of de bezoeker de arbeidersstaat wel binnen mocht, ook na een paar uur ondervraging nog niet. Vandaag is het een satirisch theater, waar om andere redenen tranen worden gelaten. Het stuk Alzheimer in Wunderland zorgt er momenteel voor hilariteit.

Het naar beneden lopende stukje Friedrichstrasse roept een heel bijzondere herinnering op bij Biermann, maar hij wil er vandaag niet doorlopen omdat "ik toch geen masochist ben, zeker". Het leidt naar het kerkhof waar Bertolt Brecht ligt en waar Brechts laatste woonhuis (vandaag BB-museum) staat. Maar om er te komen moet je Chausseestrasse 131 passeren en "dat zou vandaag toch al te pijnlijk zijn". Chausseestrasse 131 was Biermanns Berlijnse adres toen hij in 1976 zijn land niet meer in mocht, maar het was ook veel meer dan dat. Hij woonde er met Eva Maria, de moeder van Nina Hagen. Zijn telefoon werd er afgeluisterd en zijn voordeur door Stasi-agenten bewaakt, maar hij ontving er ook binnenlandse dissidenten, zoals zijn vriend professor Robert Havemann, die ook door de Stasi werd opgejaagd. 'Buitenlandse' oproerkraaiers zoals de West-Berlijnse studentenleider Rudi Dutschke kwamen sluiks naar dit adres, waar Biermanns Duitse-democratische gedichten werden gekopieerd en verboden toneelstukjes werden opgevoerd. Toen de zanger het land was uitgejaagd, ging een Stasi-bonze in Biermanns flat wonen. Naar verluidt woont hij er nog en kan de man zich van vroeger niet veel meer herinneren. "Waar ik mijn kleurrijkste grijze tijd heb beleefd," zegt een vers in het gedicht 'Meine Wohnung'.

Die woning heeft er zeker mede voor gezorgd dat Wolf Biermann tot vandaag een gespleten relatie met zijn stad heeft. Verwijzend naar de nazi's noemde hij Berlijn "Hitlerhoertje, voor het overwinningsfeest werd je gevierendeeld en aan vier nieuwe vrijers gebonden," over de periode van de Berlijnse Stasi-terreur luidde het "Brüder von der Sicherheit, Ihr allein kennt all mein Leid" en vandaag zegt hij: "Ik kom niet meer in jouw ban / laat dat nest aan de Spree maar zijn / van het Westen trek ik mij niets aan / en het Oosten doet alleen maar pijn."

Maar Chausseestrasse 131 is vooral de titel van een van zijn bekendste platen, die hij in 1969 op de tweede verdieping op bandjes opnam, een paar meter boven de mutsen van rokende Stasi-mannen beneden. Die hadden niets in de gaten en hoorden niets omdat boven alle vensters openstonden en de voorbijratelende trams de muziek overstemden. Tramlawaai als backing vocals op een dissidente plaat, prachtig. Met nummers zoals 'So soll es sein - So wird es sein', waarin hij de toekomst van een vrije en toch rode DDR voorspelt. "De vrijheid is een mooi wijf / ze heeft een boven- en een onderlijf / ze is geen vet burgerzwijn / zo moet het zijn / zo zal het zijn."

De almachtige Stasi kon niet beletten dat de bandjes naar West-Berlijn werden gesmokkeld, bij de klassenvijand tot plaat werden geperst en sporadisch weer de DDR binnen geraakten. De 'klassenvijand', het was het geliefkoosde jargon van het stalinistische regime als het over het Westen, vooral de Bondsrepubliek, ging. En Wolf Biermann woonde dan toevallig nog tegenover de vertegenwoordigers van die vijand.

Vanuit zijn venster op twee hoog kon hij het gebouw zien dat toen de West-Duitse ambassade was maar niet zo mocht heten. In de Hannoversche Strasse stond de zogenaamde Ständige Vertretung der Bundesrepublik, die zich alleen maar 'permanente vertegenwoordiging' mocht noemen omdat het woord ambassade kon suggereren dat Bonn de DDR als autonome staat zou erkennen. Het gebouw staat er nog, maar is nu een filiaal van het ministerie van Wetenschapsbeleid van het eengemaakte land. Voor veel Oost-Duitsers was het de poort naar het aards paradijs, dat achter de Muur lag. Biermann heeft nooit geprobeerd het witte bouwwerk te bereiken. Eerst wilde hij niet uit de DDR weg en later mocht hij er niet meer in, maar dat was geen kwestie van visum en stempels. Erich Honecker had de deur van zijn land gewoon op slot gedaan toen hij terug wilde keren.

Wolf Biermann heeft eigenlijk voor de eerste barst in de Muur gezorgd toen iedereen nog dacht dat die er voor altijd stond. Toen het stalinistische Honecker-regime hem in 1976 het land niet meer in liet, kwam in de DDR een spontane protestbeweging op gang tegen deze willekeurige daad, die zelfs volgens de DDR-grondwet niet kon. Voor het eerst hebben toen schrijvers en kunstenaars, die dertien jaar later bij de val van de Muur ook weer een rol zouden spelen, hun angst afgelegd en openlijk geprotesteerd tegen de uitburgering van de zanger. Het bewind reageerde met nauwelijks ingehouden woede - je kunt moeilijk heel de intellectuele elite het land uit jagen - maar, protest of niet, Biermann kwam er in elk geval niet meer in. Op zijn boeken en platen werd jacht gemaakt en wie ermee betrapt werd, vloog achter tralies. Nochtans had der Wolf jaren voordien vrijwillig "het betere Duitsland" als zijn thuis gekozen. Hij was in november 1936 in Hamburg geboren, in een gezin van overtuigde communisten. Zijn vader, die ook nog de handicap had een jood te zijn, zat als havenarbeider in het verzet tegen Hitler en werd in 1943 in Auschwitz vermoord. In 1953 verliet Biermann zijn vaderstad om in Oost-Berlijn te gaan wonen. Dat was kort na de dood van Stalin en vlak voor de arbeidersopstand van de 17de juni, waar toen al om democratische hervormingen in de DDR werd gevraagd. Het was toen dat Bertolt Brecht - samen met Heinrich Heine ook vandaag nog het grote idool van Biermann - zijn beroemde vers schreef: "Als het volk de regering niet bevalt, moet ze het maar ontbinden en zich een nieuw volk kiezen."

Hij mocht op staatskosten ("in wat ik toen het betere Duitsland achtte was dat zo") economie studeren en doet nadien nog filosofie en wiskunde aan de gerenommeerde Humboldt-Universität. Maar wat hij de Brechtvirus noemt had hem al te pakken. Biermann werd regieassistent aan het Berliner Ensemble, het theater van de grote meester, waar hij coryfeeën als Helene Weigel, Ernst Busch, Gisela May en natuurlijk Brecht zelf ontmoette.

Assistent zijn bij een wereldvedette was best goed, maar zélf doen vond Biermann beter. Hij richtte het legendarische b.a.t-theater in de Prenzlauer Berg op, de wijk die al eeuwen bekendstond om haar rebelse kunstenaars. Maar de Stasi waakte en verbood zijn theater in 1963. Een deel van zijn liederen en gedichten werd eveneens verboden, maar omdat "de Duitse censoren domoren zijn" (Heinrich Heine) zagen ze niet álle dubbele bodems in zijn teksten. Tot 1965 trad hij met zijn "niet-verboden liederen" op in de DDR en werd een bijtende criticus van het regime. De Stasi deed onverwacht een geste: in 1964 en 1965 mocht hij bij de klassenvijand in de Bondsrepubliek gaan optreden. Hun stille hoop dat hij daar wel zou blijven, was vergeefs. Biermann kwam braaf terug naar zijn DDR. Daarop sloeg het regime onverbiddelijk toe: vanaf november 1965 kreeg hij een totaal verbod opgelegd om op te treden of te publiceren.

Het duurde tot 1989 voor de protestbeweging het DDR-regime kon dwingen de verjaagde zoon tot een concert toe te laten. Weer in november. "Ja, ik heb iets met die maand, net zoals heel Duitsland," zegt Biermann lachend als we naar het water van de Spree staren. In de novembermaand gebeurden in de Duitse geschiedenis inderdaad vaak spectaculaire dingen. In 1848 begon de revolutie, in 1918 riep Karl Liebknecht de socialistische republiek uit, in 1938 staken de nazi's de synagogen in brand ('Reichskristallnacht') en in 1989 viel de Berlijnse Muur. Allemaal in november. "En nu lopen we in mijn viswijvendorp op straat. Op zoek waarnaar eigenlijk? Voor Duitsland ben ik niet bang, de eenheid gaat zo haar gang; heimwee naar vroeger heb ik niet, ook niet naar oude kommernis; Duitsland en Duitsland zijn weer één, alleen ik ben nog verscheurd."

Het boekje Paradies uff Erden (uitgeverij Kiepenheuer&Witsch) zal wel in de betere boekhandel te bestellen zijn. De cd vinden is wellicht minder makkelijk omdat hij alleen in de winkelketen 2001 wordt gedistribueerd en die bestaat enkel in een paar grote Duitse steden.

'Heimwee naar vroeger heb ik niet, ook niet naar oude kommernis'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234