Zondag 20/06/2021

'Drums en gitaren in de opera? Moet kunnen'

René Jacobs is de laatste maanden nauwelijks uit de muzikale actualiteit weg te slaan. Nominaties, prijzen, nieuwe opnames, festivals... het houdt niet op. Vanavond heeft de dirigent een 'wereldpremière' in de Munt met Cavalli's Eliogabalo, een zeventiende-eeuwse maar nog nooit opgevoerde opera. 'Mister Baroque Opera' kreeg ooit nog sneren als 'kletser' naar het hoofd geslingerd maar voor wie van barokopera houdt, is de dirigent gewoon incontournable. En als het moet, is hij zelfs niet vies van moderne instrumenten.

Brussel

Van onze medewerker

Stephan Moens

Genomineerd voor de cultuurprijzen van de Vlaamse Gemeenschap, eregast en laureaat (voor een opname van Scarlatti's Griselda) bij de Caeciliaprijzen, een nieuwe opname van Mozarts Le nozze di Figaro en min of meer huisdirigent voor barokopera in de Munt, dit seizoen met een reprise van Agrippina van Haendel, een concertante uitvoering van Marc' Antonio e Cleopatra van Hasse en vanaf vanavond een soort wereldpremière met Eliogabalo van Cavalli (zie ook kader). Neem daar nog zijn activiteiten aan de Staatsopera van Berlijn en bij zijn eigen oudemuziekfestival in Innsbruck bij en je mag Jacobs eigenlijk 'Mister Baroque Opera' noemen. Dat is ooit anders geweest. Jaren geleden noemde de toenmalige muziekdirecteur van de Munt, Sylvain Cambreling, in een interview Jacobs als dirigent nog "un fumiste", een kletser.

U zou gemakkelijk uw tijd kunnen vullen met Mozart-opera's en ander populair spul. Waarom steekt u nog uw tijd in een totaal onbekend werk als deze Eliogabalo?

René Jacobs: "Ik ben altijd wat meer geïnteresseerd in subversieve operathema's dan in andere. Eliogabalo, de voorlaatste opera van Cavalli (van de laatste, Massenzio, hebben we muziek noch libretto), heeft zo'n subversief element. Het stuk werd gecensureerd en is daarom nooit opgevoerd. Waarom, daar zijn veel speculaties over. Het verst kom je als je het libretto van Aureli, dat Cavalli gebruikte, vergelijkt met dat van dezelfde dichter voor de opera van Boretti, die uiteindelijk wel werd opgevoerd. Aureli had eerst op vraag van de senaat de tekst nog veranderd maar Cavalli wilde daar geen muziek meer op schrijven.

"De componist was toen al een erg verbitterd man, sinds zijn ervaring met de opera Ercole amante, die hij voor Lodewijk XIV had geschreven maar die Lully compleet had geboycot. In dat libretto is er bijvoorbeeld een scène in de Romeinse senaat geschrapt. Waarschijnlijk was die scène de steen des aanstoots. Eliogabalo, een Romeinse keizer naast wie Nero wel een koorknaap lijkt, komt daarin als vrouw verkleed naar de senaat en kondigt aan dat hij een nieuwe senaat met louter vrouwen, eigenlijk prostituees, heeft ingesteld. Hij laat de koppelaarster Lenia een spelletje organiseren waarbij die vrouwen geblinddoekt moeten raden wie hen kust. Als zij het raden, krijgen zij een politiek ambt. Nu was Italië in de zeventiende eeuw niet anders dan het nu is. De Venetiaanse senaat kampte met een corruptieschandaal en vond die toespeling blijkbaar te subversief.

"Een andere hypothese heeft te maken met de jezuïeten, meer dan eeuw lang verdreven uit Venetië maar kort voor Eliogabalo teruggekeerd. De congregatie kreeg prompt een grote invloed. Blijkbaar wilden zij niet dat er een tirannenmoord in het stuk voorkwam. Op het einde van de opera wordt Eliogabalo door het volk gelyncht. Alessandro (Alexander Severus), de volgende keizer, die op dat moment veertien jaar is (Eliogabalo is er zeventien), is tot dan tegen de tirannenmoord, zelfs nog nadat de keizer zijn verloofde heeft verkracht. Maar als Eliogabalo is gedood, verdedigt hij de moord met een jezuïtisch argument: iedereen heeft gezondigd, dus is de zonde misschien geen zonde meer maar door God gewild. Je kunt dat vergelijken met wat er nu in Amerika gebeurt. De neoconservatieven waren aan het bewind en die reactie van Alessandro is typisch neoconservatief. Maar blijkbaar was dat nog niet voldoende voor de moraalapostels."

In elk geval is er bij Boretti geen tirannenmoord meer, want Eliogabalo komt tot inkeer en trouwt met Flavia, tegen de historische waarheid en tegen de dramatische logica in.

"Uiteraard is dat subversieve element voor mij niet voldoende reden om een stuk op te voeren. Het libretto is ijzersterk maar de muziek had nog slecht kunnen zijn. Gelukkig was dat niet zo."

Cavalli was een oude man toen hij dit stuk schreef. Is dat eraan te horen?

"Hij toont er zich bijna reactionair in. Hij weigert de mode te volgen, die vraagt om virtuozere aria's. In Cavalli's opera is er relatief weinig coloratuur maar als ze er is, heeft ze een dramaturgische betekenis. Voor de rest is het bijna een hommage aan Monteverdi. Het slotkwartet bijvoorbeeld is nagenoeg een citaat van het slotduet uit Poppea. Het is ook een opera vol mooie, ontroerende lamenti."

En dus ook een psychologisch stuk?

"Het heeft iets van Don Giovanni. Dat is niet toevallig, het thema hing in de lucht. Twee jaar later komt de eerste Don Juan-opera op het toneel, L'empio punito van Alessandro Melani. De Don Juan-stukken van Tirso da Molina en Molière waren al bekend. Eliogabalo wil, net als Don Juan, iedere nacht een andere vrouw in zijn bed. De drie vrouwen in de opera herinneren heel sterk aan Anna, Elvira en Zerlina uit Mozarts opera: zij zijn de slachtoffers. Je hebt ook een soort Don Ottavio, in de persoon van Giuliano. Eliogabalo heeft het overigens ook op mannen. Zotico is zijn mannelijke minnaar. Volgens de bronnen was hij zelfs met hem getrouwd. Door al die figuren wordt Eliogabalo enigszins naar het achterplan geschoven. Het verhaal ontwikkelt zich als het ware in concentrische cirkels rond de titelfiguur. Niet degene die doet lijden, is het belangrijkst maar diegenen die onder hem lijden, met andere woorden: de vrouwen die hij verleidt. Dat aspect van de opera omtrent de drie vrouwen is het psychologische gedeelte. Maar Cavalli probeert niet Eliogabalo zelf psychologisch te ontleden, wat ook wel moeilijk zou zijn."

U staat ervoor bekend dat u stukken vaak verregaand bewerkt. Was dat hier ook nodig?

"Dit soort manuscripten van de Venetiaanse opera zijn altijd in zekere zin schetsen. De componist heeft niet alles uitgeschreven. Je kunt het vergelijken met Rubens die een schets maakt voor een schilderij dat zijn atelier uitvoert. Wij muzikanten zijn in zekere zin het atelier van Cavalli. Maar in vergelijking met bijvoorbeeld La Calisto of de Venetiaanse opera's van Monteverdi is hier veel meer uitgeschreven. De meeste lamenti hebben een vierstemmig uitgeschreven strijkersbegeleiding. Ik heb dus minder werk gehad met die instrumentatie vervolledigen. Maar er is wel veel ruimte voor improvisatie, met name in het continuo."

Hoe ziet u de verhouding tussen historiciteit en actualiteit, tussen hoe het vroeger was en hoe het nu moet?

"Om te beginnen vind ik het pretentieus om te zeggen: nu moet het zo. Maar ieder dirigent zou zich volgens mij zoveel mogelijk moeten documenteren om te kunnen gissen hoe het vroeger was. En dan moet je beslissingen nemen. In deze muziek moet je meer beslissingen nemen dan in latere muziek. Ik vind dat ik het recht heb om niet te doen wat ze vroeger gedaan hebben. In de huidige omstandigheden heeft dat soms geen zin meer. L'incoronazione di Poppea is bijvoorbeeld geschreven voor een heel klein theater met 250 plaatsen, het orkest bestond maximaal uit tien mensen. Dat kun je niet maken in een zaal met tweeduizend toeschouwers. Geen enkele van die componisten had ooit kunnen denken dat hun muziek in de 21ste eeuw nog opgevoerd zou worden. Zij schreven alleen voor de omstandigheden die zij kenden.

"De populairste opera van Cavalli, Il Giasone, is - heel uitzonderlijk! - dertig jaar lang gespeeld; er zijn tien manuscripten van. Die tien zijn allemaal verschillend. Telkens weer werd het stuk aangepast. Dat doe ik ook en omdat ik van nature geen minimalist ben, probeer ik mij voor te stellen hoe zo'n opera geklonken heeft in een grootse setting, aan een hof bijvoorbeeld. Maar ik sluit andere mogelijkheden niet uit, zelfs niet om een stuk als Poppea met moderne instrumenten of een rockband uit te voeren. Het enige wat ik tegen een bewerking voor een modern symfonieorkest heb, zoals die van Maderna, Henze of Boesmans, is dat het element improvisatie helemaal verloren gaat."

Eliogabalo van Francesco Cavalli gaat vanavond in première in de Munt. Op 1 mei is er de hele dag een colloquium over de opera van Cavalli, eveneens in de Munt. Info en inschrijving: www.demunt.be. De nieuwe opname van Le nozze di Figaro is verschenen bij Harmonia Mundi.

'Zeggen dat je een stuk zus of zo moet opvoeren, vind ik pretentieus. Ik heb het recht het anders te doen dan vroeger'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234