Zondag 28/11/2021

ReportageAsielcentra

Druk op de asielcentra stijgt: ‘We gaan van crisis naar crisis’

Tenten in de sportzaal van het asielcentrum in Sint-Truiden: vroeger diende deze zaal voor leuke activiteiten, nu voor noodopvang.  Beeld Franky Verdickt
Tenten in de sportzaal van het asielcentrum in Sint-Truiden: vroeger diende deze zaal voor leuke activiteiten, nu voor noodopvang.Beeld Franky Verdickt

Eerst was er corona, dan was er opnieuw een sterke stijging in het aantal asielzoekers. Het personeel van de opvangcentra is moe en moet nu koortsachtig op zoek naar oplossingen. Vooral omdat er ook meer niet-begeleide minderjarigen binnenkomen. ‘Al deze jongens hebben echt hulp nodig.’

“Wat ik weet over de volgende maanden? Alleen dat ze heel zwaar gaan worden”. Simon Vanmechelen, directeur van het opvangcentrum in Sint-Truiden oogt vermoeid als we hem in zijn bureau spreken.

Fedasil biedt er plaats aan zo’n 500 asielzoekers, maar het centrum zit al maanden helemaal vol. “De druk gaat zeker niet afnemen”, zegt Vanmechelen. “Ik vrees dat er personeelsleden met een burn-out gaan uitvallen, omdat hun dagen nu al heel lang en slopend zijn.”

Het opvangcentrum in Sint-Truiden staat er al sinds 1998. Toen werd een legerkazerne omgevormd tot plek om nieuwkomers te onthalen. De gebouwen hebben nog steeds hun oude markeringen. ‘Schuilplaats’, lezen we op een muur. Maar omdat de kazerne al twintig jaar dienst doet als opvangcentrum, zonder noemenswaardige verbouwingen, is de faciliteit nogal afgeleefd.

In een zaaltje van de vleugel waar minderjarige jongens worden opgevangen, is een gebroken ruit afgeplakt met karton. De jongens hebben een oude kickertafel om zich mee te amuseren, maar velen geven de voorkeur aan hun smartphone om naar Afghaanse muziek kunnen luisteren.

Buiten steekt een jongen drie vingers in de lucht om aan te geven dat hij al evenveel maanden in België verblijft. Veel meer kan hij niet zeggen. Ook met anderen gaat het contact heel moeizaam. Door corona hebben ze nauwelijks Nederlandse les kunnen krijgen, zegt een begeleider.

Nieuwe toestroom

De asielcentra in ons land zijn nog maar net door de coronacrisis gekropen, en de cijfers van de voorbije maanden laten alweer een grote toestroom zien. Met een bezettingsgraad van 94 procent zitten de 28.000 plaatsen in de centra de facto vol. Omdat de asielprocedure soms lang aansleept, komen er weinig plaatsen vrij.

In september waren er 3.326 mensen die in België een beroep deden op internationale bescherming. Als we de curves naast elkaar leggen, zien we dat het aantal verzoeken de laatste maanden hoger ligt dan in 2019, het laatste jaar voor corona. Voor deze maand zou er weliswaar een knik in de cijfers komen. In de cijfers van september zitten bijvoorbeeld ook de 420 Afghanen die via de evacuatiemissie Red Kite naar ons land zijn overgebracht.

De diensten hebben vooral bij de niet-begeleide minderjarigen een serieuze stijging gezien. Normaal komen er in deze periode van het jaar tussen de 150 en 250 niet-begeleiden ons land binnen. Maar nu ligt hun aantal zowat dubbel zo hoog: in augustus waren en 409, in september 421. “Het opvangcentrum biedt in normale tijden plaats aan 49 minderjarige jongens”, zegt Vanmechelen. “Maar nu zijn ze met 63. Per dag hebben we maar vijf begeleiders om hen bij te staan, dus hun werk is nu behoorlijk pittig.”

Een combinatie van omstandigheden zet de asielcentra nu voor het blok. Omdat het gevaar van corona nog steeds om de hoek loert, moeten opvangcentra plaatsen vrijhouden om positief geteste bewoners af te zonderen. De voorbije maanden heeft Fedasil ook hulp geboden aan slachtoffers van de overstromingen die niet meer in hun eigen huis konden wonen.

Het resultaat is dat er veel minder plaatsen beschikbaar zijn, net nu er een grote toestroom aan asielzoekers op gang is gekomen omdat er geen lockdownmaatregelen meer gelden. De machtsovername door de taliban in Afghanistan heeft er volgens Dirk Van den Bulck, commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen, minder mee te maken. Wel is het zo dat België voorlopig geen Afghanen meer terugstuurt.

“Wie nu bij ons een verzoek indient, is vaak al langer in Europa”, zegt Van den Bulck. “Eigenlijk moeten ze volgens de Dublin-akkoorden dan terug naar de eerste Europese lidstaat, waar ze een procedure zijn gestart. Maar omdat de lidstaten nog steeds hun eigen belangen vooropstellen, loopt er nog veel mis met de Europese migratieaanpak. Soms zijn er ook meerderjarigen die zich als minderjarigen voordoen, omdat Dublin op hen niet van toepassing is. Dan is het belangrijk om zo snel mogelijk een leeftijdsonderzoek uit te voeren.”

Met enige creativiteit lukt het in Sint-Truiden toch nog om bedden te vinden. Toen een gezin uit de familie-afdeling vertrok, werd hun kamer ingericht als een slaapzaal voor zes minderjarige jongens. Maar begeleiders kan de directie niet zomaar uit haar hoed toveren. Het enige wat de begeleiders kunnen doen, is zich focussen op de jongens die hun hulp het meest nodig hebben.

“We hebben bijvoorbeeld iemand die op school echt niet kan volgen”, zegt Vanmechelen. “Hij begrijpt ook veel dingen niet, waardoor hij vaak conflicten krijgt op school of met zijn begeleiders. We zijn nu aan het bekijken of we hem halve dagen naar school kunnen laten gaan, om hem niet te overbelasten.”

Dat is maar één jongen, zegt de directeur. Maar de meeste minderjarige jongens komen uit Afghanistan. Zij zijn fysiek wel hier, maar omdat de taliban hun thuisland onder de voet gelopen hebben, zitten ze met hun gedachten vaak daar. Als de begeleiders zich enkel kunnen toeleggen op de ‘moeilijke gevallen’, is het lastig om de rest niet uit het oog te verliezen.

“Veel Afghaanse jongens hebben het gevoel dat ze van hieruit niets kunnen betekenen voor hun vrienden en familieleden ginds”, zegt Vanmechelen. “De begeleiders moeten ze zich dubbel plooien om ervoor te zorgen dat iedereen op tijd bij de dokter geraakt en andere afspraken nakomt. Maar eigenlijk hebben al die jongens echt hulp nodig. Nu gaat er soms een dag voorbij en hebben we over veertig jongens zelfs niet gesproken.”

 De jongens hebben een oude kickertafel om zich mee te amuseren, maar velen geven de voorkeur aan hun smartphone om naar Afghaanse muziek kunnen luisteren. Beeld Franky Verdickt
De jongens hebben een oude kickertafel om zich mee te amuseren, maar velen geven de voorkeur aan hun smartphone om naar Afghaanse muziek kunnen luisteren.Beeld Franky Verdickt

Klein Kasteeltje

Nog voor migranten in een opvangcentrum terechtkomen, moeten ze zich eerst aanmelden in het Klein Kasteeltje in Brussel. Daar heeft het personeel gisteren het werk neergelegd. Omdat de doorverwijzing naar andere centra heel moeilijk verloopt, door een gebrek aan plaatsen, is de maximumcapaciteit er overschreden.

Vanaf ongeveer 8.30 uur ’s ochtends kunnen nieuwkomers daar aanschuiven om een afspraak te maken om zich te kunnen registreren in het asielsysteem. Door de coronamaatregelen kunnen de asielzoekers maar in kleine groepjes naar binnen, waardoor velen de voorbije maanden op straat moesten blijven.

“We hadden gehoopt dat die situatie achter de rug zou zijn”, zegt Joost Depotter, coördinator beleid en ondersteuning bij Vluchtelingenwerk Vlaanderen. “Maar op 16 september bijvoorbeeld is de toegang geweigerd aan 32 mensen, onder wie een gezin met negen kinderen. Ondertussen is de situatie weer wat verbeterd, maar op drukke dagen zijn er nog steeds problemen.”

Om de toegenomen instroom op te vangen, heeft de regering deze zomer beloofd om het netwerk uit te breiden met extra bufferplaatsen. Fedasil is nu op zoek naar 5.400 plekken om mensen onder te brengen. “Samen met mijn diensten zet ik alles op alles om voldoende opvangcapaciteit te voorzien”, zegt Sammy Mahdi, staatssecretaris voor Asiel en Migratie (CD&V). “Maar gezien de enorm hoge instroom die we momenteel kennen, is die opdracht zeker niet evident.”

Sinds het begin van de coronacrisis heeft Fedasil ook maatregelen genomen voor de opvang van minderjarigen. Als die zich buiten de kantooruren komen aanbieden - lees: na drie uur ’s middags - regelt Fedasil enkel nog een bed voor ‘kwetsbare’ jongeren. Om dat concreet te maken: een meisje van zestien krijgt wel nog opvang, een jongen van die leeftijd moet zijn plan trekken.

Verschillende organisaties, waaronder Vluchtelingenwerk Vlaanderen en Dokters van de Wereld, hebben Fedasil en Mahdi nu voor de rechtbank gesleept, omdat ze het niet eens zijn met die ‘kwetsbaarheidscriteria’: voor hen zijn alle minderjarigen die op straat moeten overnachten namelijk kwetsbaar.

“Een kind blijft toch een kind”, zegt Melanie Zonderman van het Platform kinderen op de vlucht. Dat er, zoals in Sint-Truiden, in allerijl plaatsen moeten worden bijgemaakt om minderjarigen op te vangen, stoot Zonderman ook tegen de borst.

“Wij vinden dat het opvangnetwerk voorbereid moet zijn op deze fluctuaties”, zegt Zonderman. “Ik begrijp dat de diensten nu nog snel bedden plaatsen waar ze plaats vinden. Maar het kan niet dat minderjarigen daardoor slechtere opvang krijgen.” Begin oktober is er in Oudergem een centrum opengegaan voor zestig minderjarigen. Maar volgens Zonderman zet het weinig zoden aan de dijk, omdat het aantal plaatsen maar beperkt is.

‘Code rood’

Zoals het er nu naar uitziet, wordt het opvangnetwerk in snelheid gepakt, terwijl het personeel net erg zware maanden achter de rug heeft. Sinds begin 2020 moest het personeel in Sint-Truiden corona zien buiten te houden. Op een plek waar zoveel mensen zo dicht op elkaar leven, was dat onbegonnen werk.

“Helemaal in het begin van de pandemie moesten we het ook zonder beschermingsmateriaal stellen”, zegt Vanmechelen. “Op een bepaald moment hadden we zoveel clusters dat de situatie niet meer onder controle was. We zaten toen in code rood en hebben het centrum drie weken in lockdown gezet.”

Vanmechelen neemt ons mee naar de sporthal van het centrum, waar zes lichtbruine legertenten staan. Dit is de quarantainefaciliteit, waar mensen die positief testen op corona zich moeten afzonderen. Op het hoogtepunt van de crisis lagen alle 36 bedden in de tenten vol en moesten er ook nog mensen op veldbedden slapen.

Ook in het centrum was ‘testen, testen, testen’ het devies. Het UZ Antwerpen richtte een teststraat op. De resultaten van die tests kwamen dan ’s avonds laat binnen, waarna de begeleiders onmiddellijk de positieve bewoners moesten isoleren.

Er is één bepaalde herinnering aan die periode die Vanmechelen altijd zal bijblijven. “Op een nacht zijn we met de begeleiders om drie uur nog ergens aan frieten geraakt”, zegt Vanmechelen. “Daar waren we heel blij om. Dan stonden we daar allemaal gehuld in van die witte pakken. Iedereen had zo’n doffe blik in zijn ogen van pure uitputting. Ik zie bij alle medewerkers een enorm engagement. Dat maakt de job, samen met de boeiende ontmoetingen met de bewoners, zo mooi, al is ze natuurlijk ook zwaar. Eigenlijk hebben we tijd nodig om van corona te bekomen. Maar nu gaan we van crisis naar crisis.”

Al in 2019 moest het centrum wegens tekorten extra plaatsen creëren, sindsdien staan er tenten in de sporthal. Sint-Truiden is één van de weinige centra met een eigen sportaccommodatie. Een godsgeschenk, volgens de directeur, want in normale tijden kan de zaal gebruikt worden voor leuke activiteiten om de bewoners een hart onder de riem te steken. Maar nu dient ze dus al twee jaar voor noodopvang.

“Gelukkig staan de tenten in onze sporthal tenminste droog”, zegt Vanmechelen. “Er zijn ook centra waar er tenten buiten staan, terwijl de winter er weer aankomt.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234