Vrijdag 24/01/2020

Druifluis

Schrijvers op reis. Wat zien zij wat wij niet zien? Deze week: P.B. Gronda bericht vanuit Borgosesia, een oud-industrieel dorp in Piemonte, Italië. 'Helaas ligt ook Zwitserland op minder dan een uur rijden.'

Langs de Viale Duca D'Aosta, de straat die het centrum van Borgosesia met het tweesporige station verbindt, ligt het niet al te zorgvuldig onderhouden gebouw van het Istituto Magni. In hoofdletters staat boven de bovenste rij ramen gebeiteld: Scuola Technica e Industriale. Een technische school, dus, die een halve eeuw lang eigenlijk niets anders was dan een broedplek voor de toekomstige werknemers van de Manifattura Lane di Borgosesia. Dat is de oudste wolfabriek in Italië en een symbool voor een industrie die heel de regio kenmerkt en bepaalt. De typische rode hemden van de troepen van Garibaldi werden ooit in de Manifattura gemaakt en de fabriekspoort getuigt vandaag van een groots verleden en heel veel tijd om ijzerwerk in sierlijke krullen te buigen.

Maar die halve eeuw stopte ergens in de jaren negentig. Je kunt nu nog altijd een technische opleiding volgen aan Istituto Magni, maar het verschil is dat het niet langer een soort officieuze afdeling van een succesvolle fabriek is in een uitzonderlijk rijke, industriële ministad, maar een naar de normen van vandaag te duur geworden gebouw dat jonge mensen opleidt die op het einde van de rit precies zes jobs aangeboden krijgen per honderd afgestudeerden. Een terminus, eigenlijk.

De fabrieken sluiten, net als veel van de winkels en eenmanszaken. Wie denkt dat het in Vlaanderen crisis is, moet maar eens naar een oud-industrieel dorp in Italië rijden. Niet dat het Grieks of Spaans wordt qua miserie, maar de tijden die Borgosesia ooit toelieten om een galerij aan te leggen op de centrale piazza en dat volledig in marmer te laten doen, die zijn duidelijk voorbij. "Komt wel terug", zeggen sommigen. Ooit werd hetzelfde gezegd van onder meer: LA Gears, gezond verstand bij luchthavencontroles, die trend om je zonnebril omgekeerd op je hoofd te zetten. Jammer genoeg altijd onterecht.

De bevolking van Borgosesia bestaat vandaag voor een groot deel uit twee groepen. Industriëlen die nog wel een generatie of twee in hun zwart geld en vastgoed kunnen blijven schommelen, en de mensen die in hun fabrieken werkten en nu zonder werk zitten of naar een grotere stad moeten vluchten om daar voor 900 euro netto per maand te worden uitgebuit. De stap naar een andere economie is lastig. Zij die het kunnen betalen, sturen hun kinderen naar dure universiteiten zodat ze de streek of het land kunnen verlaten. Al de rest zit voor tv en draagt trainingspakken. Een beetje zoals in Wallonië, maar met meer bloot in de spelprogramma's.

Dit alles om te zeggen dat de ruimte of het budget voor cultuur en kunst in de streek ongeveer even groot is als de vraag naar vrouwelijk meerderjarig personeel aan het Vaticaan.

Literatuur is dan ook ver te zoeken in Borgosesia. Ooit was er een dichter en toen stierf die en werd zijn huis verkocht aan een andere gek. Namelijk aan mij. Dat is het zowat. De naam van de straat waarin dat huis staat, komt ook meteen van de enige schrijver die het ooit tot straatnaam-bekendheid heeft geschopt, een zekere Nicolao Sottile. Een geestelijke die ook weleens een haiku schreef tussen het redden van de armen en de doellozen door.

Nochtans heb je hier alles om een heel vrachtschip kunstenaars en gasten die 'graag met creatieve dingen en zo bezig zijn' en ook soms wat bas spelen het leven te geven dat zij wensen.

Ten eerste is er veel drank. De wijn die ze hier uit de Nebbiolodruif persen in onder andere het naburige Gattinara wordt wereldwijd geroemd. Heel de wijnregio bestreek ooit ongeveer 40.000 hectare. Ik denk niet dat het er nu nog 4.000 zijn, door verschillende plagen van druifluizen. Ik denk dat 'druifluis' het meest trieste woord ter wereld is. Je leest het en je weet dat je dag eraan is. Feit is wel dat enkel de sterkste ranken er nog staan en dat de kwaliteit hoger is dan ooit.

De landschappen zijn ook zo divers dat iedereen op zoek naar enige inspiratie er wel iets moet vinden. Einde van de straat linksaf, straat volgen en je komt in Alagna, laatste bebouwde stop voor de Alpen. Bergwandelingen, goed verstopte alpenweiden met refuges waar bergitaliaantjes je graag kaas van hun beesten en bergwater zullen aanbieden. Einde van de straat rechtsaf, half uur rijden en je bent in Orta San Giulio, historisch dorpje aan het Ortameer en zonder twijfel een van de mooiste plekken van Italië. En wie het Ortameer toch wat klein vindt, rijdt gewoon tien minuten verder naar Omegna of Verbania aan het Lago Maggiore. En op de terugweg kan je dan langs de Borromeo-eilanden rijden en tegelijk naar de art-nouveauhotels aan de andere kant van de straat staren. Het Regina Palace, de naam alleen al. Hotels voor mensen in polo's van Loro Piana die graag een kwart citroenschijfje in de plaats van het nogal gulzig overkomende halfje in hun glas Perrier willen. De eigenaars van het wereldwijde luxemerk Loro Piana zijn trouwens mijn buren en gaan op zaterdag ook gewoon even winkelen. Met de helikopter. Nog een perceel verder staat een appartementsblok dat iemand in een trip in de seventies met blauwe tegels heeft laten bezetten en waarvan de inwoners een wedstrijd lijken te houden voor de grootste schotelantenne. Spanningsvelden, kijk, ook daar moet een kunstenaar mee aan de slag kunnen.

De Piemontese keuken is volgens mensen die echt heel veel eten misschien wel de beste in heel de wereld. Neem nu risotto. Mja. Dat vind ik nu persoonlijk wel niet zo lekker. Enfin, toch niet voor meer dan twee happen. Je denkt: niet slecht, en dan neem je nog drie happen en besef je dat elke hap dezelfde is als de vorige, maar dan minder plezant. En dan word je stilaan een beetje misselijk. Een beetje zoals bij een plaat van Muse of een relatie met Eline De Munck, denk ik. Sorry, Eline, je bent vast een heel leuke.

Helaas ligt ook Zwitserland op minder dan een uur rijden. Nu vraag ik u hoeveel grote schrijvers of andere kunstenaars ooit uit Zwitserland zijn gekomen. Ik zal het u zeggen: één. Maar niemand kent hem en hij werkt ook halftijds in de Carrefour van Andermatt. Dat mag ook niet verbazen. Waarover zou je in godsnaam schrijven? "'De berg is weer niet van positie veranderd', zuchtte Ernst, maar de stomme geit zei niks terug." En dan bedoel je dus echt een geit, hè. Enfin, het dier. Krijg je zelfs geen novelle mee gevuld.

Dus om het bondig samen te vatten: grijp uw laptop, uw schildersezel of uw fotocamera en kom naar hier. Alle goeie dingen in het leven zijn voorhanden en de zonuren overvloedig. Ga gewoon niet naar Zwitserland. En breng genoeg geld mee voor een polo van Loro Piana.

Straus Park van P.B. Gronda verscheen bij De Bezige Bij Antwerpen. Volgende week: Maarten Inghels bericht vanuit Barcelona.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234