Vrijdag 24/09/2021

Dringend gezocht: een plaats om te spelen

Steeds meer kinderen, en steeds minder open ruimte om te spelen. Geen wonder dat Vlaanderen stilaan zenuwziek wordt. Kinderspel gaat dan al snel overlast heten. Overlast die we bestrijden met rilatine, GAS-boetes en borden met 'verboden te voetballen'. Maar er is ook een andere, minder makkelijke weg: 'Geef kinderen hun ruimte terug.' Jeroen de Preter

Het begon als een klein lokaal bericht, maar sijpelde afgelopen week ook door naar de nationale media. In een kleine doodlopende straat in Wetteren staat sinds kort een nieuw bord. 'Verboden te voetballen.' Het bord werd er geplaatst na een klacht van een aantal bewoners uit de straat. Schade hadden die nog niet ondervonden, maar het geluid van botsende ballen was naar verluidt niet meer te harden.

Verbieden dus maar. "We hebben de mosterd gehaald in Lokeren , waar ze ook te kampen hebben met overlast van voetballende kinderen", zo verklaarde burgemeester Alain Pardaen in Het Laatste Nieuws. GAS-boetes zijn er in Wetteren voorlopig nog niet uitgeschreven, zo zei Pardaen nog, maar wat niet is, dat kan natuurlijk nog komen. "Mocht het verbod natuurlijk systematisch worden geschonden, dan zijn sancties op termijn onvermijdelijk."

Het voetbalverbod in Wetteren doet denken aan de recente polemiek over de GAS-boetes voor het gooien van sneeuwballen. Ook hier ontstaat de indruk dat onze samenleving steeds minder verdraagt van haar kinderen.

Maar of dat wel een juiste indruk is? Plekken waar niet gevoetbald mocht worden, die bestonden vijftig jaar geleden ook al. En wie ooit een album van Kwik en Flupke las, weet dat de politie al in de jaren dertig werd ingezet om 'guitenstreken' te bestraffen.

Wat er dan wel anders is dan vroeger? Het voetbalverbod in Wetteren legt de vinger nogal duidelijk op de wonde.

De kinderen van Wetteren moesten volgens de burgemeester wijken omdat de straat in kwestie "een smalle wandelstraat van vijf meter breed" is, bovendien gelegen "vlak bij een grote parking".

Geen goeie plek om te voetballen dus, maar hebben ze wel een alternatief? Waar zijn de plekken in de buurt waar een voet- of sneeuwbal nietstoort?

In Vlaanderen worden die met de dag zeldzamer. Volgens het Milieurapport Vlaanderen (MIRA) nam de bebouwde oppervlakte in ons gewest de afgelopen twintig jaar met 23 procent procent toe. Conreet ging het om 670 extra bebouwde vierkante kilometers, oftewel ongeveer 70.000 voetbalvelden. Op die grond kwamen woningen, handelsterreinen en wegen, in plaats van bossen, weilanden, velden, braakliggende terreinen, de open ruimte kortom.

De toenemende bebouwing valt en hangt bovendien samen met nog een andere evolutie. Tegelijk nam ook het bevolkingsaantal toe. Woonden er in 1990 nog gemiddeld 424 Vlamingen op een vierkante kilometer, dan waren het er in 2011 al 466 geworden.

Om het metaforisch uit te drukken: Vlaanderen was de afgelopen twintig jaar een huis dat steeds drukker werd bevolkt, terwijl het tuintje steeds kleiner werd. Bovendien werd er in dat huis de afgelopen jaren nogal driftig aan gezinsuitbreiding gedaan. Een babyboom, waarvan we het einde nog niet hebben gezien.

Lag het aantal jaarlijkse geboortes in 2001 nog onder de 60.000, dan zijn het er vandaag al meer dan 72.000. Vertaald naar vandaag betekent dat: duizenden potentiële sneeuwballengooiers meer dan tien jaar geleden, in een ruimte die steeds geslotener wordt. Een mens zou van minder nerveus worden, en het zal er niet onmiddellijk op beteren.

Vlaanderen zal over tien jaar ongeveer 100.000 kinderen meer tellen dan vandaag. In de stad Antwerpen lopen op dit ogenblik ongeveer 33.000 zes- tot elfjarigen rond. In 2020 zullen het er minstens 10.000 meer zijn.

Het etiket ADHD

Wordt er over de gevolgen van de demografische evolutie voor het onderwijs al een tijdje gedebatteerd, dan blijft het voorlopig nog relatief stil rond een ander, even ingrijpend gevolg. Behalve het recht op onderwijs, is er immers ook zoiets als het recht op spel. Maar wordt er, behalve aan extra scholen, ook aan extra speelruimte gedacht? Wordt er ook voldoende geïnvesteerd in open ruimte, of zal kinderspel binnenkort nog meer 'overlast' heten, met alle GAS-boetes van dien?

"Onze ruimte is minder en minder op maat van kinderen", zegt Jo Van den Bossche, coördinator van de Vlaamse Dienst Speelpleinwerk. "Industrie, het verkeer, woningen, ze eisen allemaal hun stuk op van de nog beschikbare ruimte. Ik ben geen geitenwollen sok. Ik begrijp dat er veel noden bestaan in onze samenleving. Maar ondertussen zit je wel met een steeds groter wordende groep kinderen, die het met een steeds kleiner wordende ruimte moet doen. Want anders dan volwassenen hebben kinderen niet de stem of de macht om hun deel van de koek op te eisen. Naar hen wordt nauwelijks geluisterd, terwijl ze de ruimte natuurlijk even hard nodig hebben. Dus gaan ze toch maar de straat op, vaak tot ergernis van de rest van de samenleving, die er niets beter op vindt dan verbodsbordjes te hangen of GAS-boetes uit te schrijven."

Voor de inperking van de ruimte wordt ondertussen een grote prijs betaald, zegt Van den Bossche. "Onlangs hoorde ik Mieke Vogels op de radio vertellen dat maar een kleine minderheid van de mensen bij wie als kind ADHD werd vastgesteld, daar ook als volwassene nog onder te lijden heeft. Zou het niet kunnen dat veel kinderen dat etiket opgekleefd krijgen, terwijl ze in werkelijkheid gewoon hun energie nergens kwijt kunnen?"

Medicalisering en repressie zijn vandaag populaire oplossingen, maar Van den Bossche ziet stilaan wel een tegenbeweging ontstaan. Ook op beleidsniveau.

Zo is er het voorbeeld van de stad Dendermonde, waar vijf jaar geleden het algemeen politiereglement werd veranderd. Geluid wordt er volgens dat reglement niet langer hinderlijk beschouwd "wanneer dit het gevolg is van spelende kinderen". Van den Bossche wijst verder ook op de inspanningen die bijvoorbeeld de stad Antwerpen de afgelopen jaren heeft geleverd als het gaat over de creatie van nieuwe ruimte. "Een project als het Park Spoor Noord bewijst hoe een grote, bespeelbare ruimte niet alleen goed is voor kinderen, maar voor iedereen die er woont."

Natuurspeelplaats

Het beleid van de stad Antwerpen lijkt voorlopig een en/en-verhaal. Aan de ene kant is er de liefde voor de GAS-boetes, aan de andere kant de onmiskenbare wil om iets aan het gebrek aan (speel)ruimte in de stad te doen.

"De nood aan ruimte is groot", zegt Maarten Caestecker, bestuurscoördinator Jeugd van de stad Antwerpen. "Maar je kan niet zeggen dat er de afgelopen jaren niets gebeurd is om het probleem aan te pakken. In het begin van de eeuw waren er in Antwerpen 120 speeltereinen, vandaag zijn het er meer dan 180. Dat neemt niet weg dat er nog altijd een tekort is. Een tekort dat vooral in dichtbevolkte wijken van het centrum en van Borgerhout nijpend is. Nieuwe investeringen dringen zich dus in de eerste plaats daar op, niet het minst omdat je er met één speelruimte meteen een groot pak kinderen gelukkig maakt. Tegelijk zijn het natuurlijk net die wijken waar het creëren van een nieuwe ruimte niet evident is.

"In de toekomst zullen we dus nog harder en creatiever moeten nadenken over dit probleem. Een mogelijke oplossing bieden de speelplaatsen van de scholen. Deze ochtend nog (gisteren) is in Borgerhout een natuurspeelplaats geopend die ook na de schooluren open is. Op dit ogenblik ligt er een mooi concept op tafel om hetzelfde te doen voor een school op Linkeroever. Maar evident is dat niet. Zo rijzen er bijvoorbeeld verzekeringstechnische problemen."

Bovendien, zegt Caestecker, kan de ene oplossing wel eens de geboorte betekenen van een ander. "Het Park Spoor Noord laat zien hoe groot de behoefte aan open ruimte wel is. Eén zonnestraaltje, en die immense ruimte zit vol. Tegelijk zie je dat die buurt voor nogal wat mensen onbetaalbaar wordt, waardoor verhuisbewegingen op gang komen, bijvoorbeeld richting Deurne Noord. Zo ontstaan weer nieuwe behoeftes, waar je als stad soms niet onmiddellijk op kan antwoorden."

Freiburg

Niet simpel dus, en het wordt nog complexer. Want terwijl de demografische groei de behoefte aan open ruimte doet vergroten, creëert diezelfde evolutie ook de nood aan nieuwe woningen. "We moeten de feiten onder ogen zien", zegt Elke Decruynaere (Groen), schepen van Jeugd in Gent. "In 2060 zullen er 19 procent meer Gentenaars zijn dan in 2005. Dat betekent dat we zullen moeten bijbouwen. Tegelijk willen we heel nadrukkelijk een stad zijn die vriendelijk is voor kinderen en jongeren, en hen dus de ruimte geeft. Het zal niet makkelijk zijn om die twee noden met elkaar te verzoenen. Dat vraagt om slimme oplossingen."

Aan die oplossingen wil Gent zo snel mogelijk beginnen te werken. "De demografische evolutie dwingt ons ertoe om het bestaande ruimtelijke structuurplan bij te sturen. Deze maand nog komt de gemeenteraad hierover samen. Bedoeling is de leefbaarheid in de stad verder te verhogen door de mobiliteitsdruk te verminderen en meer plaats te geven aan gezinnen met kinderen."

In het nieuwe structuurplan wil Decruynaere uitgaan van de nu al gehanteerde 'groennorm', die bepaalt dat er voor elke Gentenaar minstens 10 vierkante meter groene ruimte moet zijn. Kinderen tot zes jaar moeten op maximaal 100 meter afstand een speelruimte kunnen vinden, voor kinderen tot twaalf jaar moet dat 400 meter worden. "Het richtinggevende voorbeeld is Freiburg, de stad die ons leert dat nieuwbouw en groen perfect hand in hand kunnen gaan."

Gent wil trouwens ook op een ander vlak de toon zetten in Vlaanderen. Kinderen en jongeren moeten zich volgens Decruyenaere overal in de stad vrij kunnen bewegen. "Ze beperken zich nu eenmaal niet tot de grenzen van een speelterrein als ze de stad willen verkennen en bespelen. Dat veroorzaakt wel eens irritatie, maar de boodschap die we als stad Gent willen uitdragen, is dat spelende en rondhangende kinderen en tieners geen probleem zijn."

Zachte revolutie

Steeds meer mensen, met steeds minder plaats. De vraag hoe we in de toekomst met die evolutie zullen omgaan, ligt vandaag ook op het bord van Philippe Muyters (N-VA), minister van Ruimtelijke Ordening. Muyters werkt op dit ogenblik aan een nieuw beleidsplan Ruimte voor Vlaanderen 2020, de opvolger van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. Uit de eerste contouren van dat plan blijkt dat de minister een zachte revolutie wil ontketenen. Zo is er de ambitie om de bebouwde oppervlakte in Vlaanderen niet langer te laten toenemen. Geen evidentie, zo blijkt nu al.

Toen Muyters vorig jaar te kennen gaf dat de Vlaming, om dat doel te bereiken, in de toekomst compacter, minder afgelegen en minder individualistisch zal moeten wonen, ontstond er meteen een fikse rel. De open ruimte, voor veel Vlamingen blijft het in de eerste plaats een bouwopportuniteit.

Het nieuwe beleidsplan van Muyters was ook het vertrekpunt van een enquête die Steunpunt Jeugd vorig jaar afnam bij duizend jongeren tussen 14 en 25 jaar. Over het algemeen bleek die Vlaamse jeugd wel oren te hebben naar de revolutie die de minister bepleit.

De bekommernis over de teloorgang van de open ruimte blijkt bij jongeren immers groot. Zo is er een relatief groot draagvlak voor een bouwstop op het platteland, en is wonen in de stad zeker geen schrikbeeld. Al moet die stad wel heel duidelijk een groene, autoluwe stad zijn. Gevraagd naar hoe onze steden aantrekkelijker kunnen zijn, antwoordde bijna de helft van de jongeren spontaan dat ze groener moeten worden. De tweede prioriteit is de verkeersveiligheid. Een aantrekkelijke stad is voor de bevraagde jongeren een groene, autoluwe stad, met veilige fietspaden en degelijk openbaar vervoer. Van parkeer- of migratieproblemen liggen ze duidelijk veel minder wakker.

De resultaten van deze enquête vormden de basis voor een advies dat de Vlaamse Jeugdraad onlangs aan Philippe Muyters bezorgde. De Vlaamse Jeugdraad vraagt in dat advies om in de eerste plaats werk te maken van groene, open (speel)ruimte op plekken waar die ruimte het minste voorhanden is, zoals in de centra van de grote steden.

De Jeugdraad formuleerde ook een paar stevige bedenkingen bij het beleidsplan van Muyters. Zo roept onder meer de ambitie om van Vlaanderen de 'logistieke draaischijf van Europa' te maken een paar pertinente vragen op. Joke Laukens, stafmedewerker ruimte van Steunpunt Jeugd: "Wij zijn niet tegen die ambitie op zich, maar de vrees bestaat dat dit zal leiden tot nog meer autosnelwegen, en uitbreiding van de bestaande luchthavens. Als we dan toch de logistieke draaischijf moeten zijn, laat ons dat dan waarmaken op een duurzame manier, door te investeren in treinverkeer en vervoer over water."

Tot slot vraagt de Jeugdraad de minister nog om een gunst. Bossen zijn in Vlaanderen schaars geworden. Mede daarom dreigen ze vandaag halve musea te worden. "Het zijn plekken waar je meestal braafjes op de paden moet blijven, in plaats van ruimtes om je in uit te leven", zegt Joke Lauwens. "Voor de jongeren van de Jeugdraad was dat een heel belangrijk punt: laat bossen ook plekken zijn om in te spelen, in te sporten of om op kamp te gaan. Laat het in de natuur spelend kind alstublieft niet uitsterven."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234