Vrijdag 18/10/2019

Interview

Dries Mertens: “Als voetballer word je vanzelf een beetje dom. Katrin heeft dat nooit begrepen, tot nu”

Beeld Koen Bauters

God woont in Napels, is 1,69 meter groot en kan een geweldig stukje voetballen, zo bewees Dries Mertens gisteravond in de Champions League-match tegen Rode Ster Belgrado. Napoli won met 3-1, mede dankzij twee goals van Mertens. Hij komt zo aan honderd doelpunten voor Napels én wordt de eerste Belg met tien goals in de Champions League. 

Maar vandaag heeft God – Dries voor de vrienden – geen zin om het alleen maar over voetbal te hebben. Hij schopt zijn slippers uit, ploft neer in een zeteltje en begint uit te weiden over pizza’s, daklozen, eenwielers en zijn relatie met Katrin Kerkhofs, dezer dagen te bewonderen in Dancing with the Stars

Vergeet Romelu Lukaku en Eden Hazard, vergeet ook Luc Nilis en Emile Mpenza. Geen Belg die ooit zoveel doelpunten heeft gemaakt in buitenlandse loondienst, eerst bij Utrecht en PSV, nu bij Napoli. Proficiat!

“Leuk, maar mocht men het mij niet hebben gezegd, had ik het niet geweten. Zó moeilijk is het bovendien ook niet: de Belgische spitsen bij buitenlandse clubs zijn niet dikgezaaid.” (lacht)

Pik er eens één doelpunt uit.

“Dan denk ik meteen terug aan Utrecht - AZ in 2011. Mihai Nesu (Roemeense ploegmaat van Mertens bij Utrecht, red.) was na een botsing op training verlamd geraakt. Eén week later speelden we tegen AZ en ik scoorde, drie keer zelfs. Tijdens het vieren van het eerste doelpunt drong het absurde van de situatie tot me door. Enerzijds was er de blijdschap, anderzijds het besef dat Mihai voor het leven verlamd was.”

Dries Mertens zet Napoli op 3-0 voorsprong in de Champions League-match tegen Red Star Belgrado. Beeld Getty Images

En je lob vorig seizoen tegen Lazio? Bij Napoli-fans riep die goal herinneringen op aan een vergelijkbaar doelpunt van Diego Maradona 30 jaar eerder.

“Die goal was mooi, maar ze deed me minder dan die goals tegen AZ. Er moet ook een gevóél bij zijn. Er is niks mooiers dan de winning goal maken in de laatste minuut, of na drie weken droogstaan weer scoren en dan alle frustratie van je afgooien.

“Ik vind het wel jammer hoe ze in het voetbal tegen een spits aankijken. Heb je niet gescoord, dan heb je niet goed gespeeld. Dat knaagt, want ik ben geen échte spits.”

Terwijl scoren geldt als het hoogste genot voor een voetballer, vergelijkbaar met – zo wil het cliché – klaarkomen.

“Doe mij dan toch maar klaarkomen.” (lacht)

Ben je een andere voetballer geworden?

“Ik heb nu meer oog voor mijn statistieken. Nog één doelpunt en ik heb er honderd gemaakt voor Napoli. Geef me nog zes maanden en ik word hun topschutter aller tijden: Marek Hamsik staat voorlopig op 117.” (lacht)

Twee seizoenen geleden greep je maar nipt naast de topschutterskroon in Italië. Hoe erg vond je dat?

“Héél erg! Topschutter worden in de Serie A, dan ga je de geschiedenisboeken in, hè. Maar ik verlang er nóg meer naar om eens kampioen te spelen. Ik heb nog nooit een landstitel gewonnen, ook niet met PSV. Dat is een smet op mijn palmares. Maar Juventus is zó sterk: een budget van 600 miljoen euro, tegenover 200 miljoen bij ons. Ze zouden in Italië een prijs in het leven moeten roepen voor de tweede plaats.”

2017 was je absolute topjaar, maar je won niets.

“Goh, ik maakte 28 goals. En voor het eerst volstonden 91 punten niet om Italiaans landskampioen te worden. We waren een leeggeperste sinaasappel op het eind, meer konden we echt niet doen. Mag ik dan niet gelukkig zijn? Op mijn Wikipedia-pagina zal geen landstitel staan, maar ik heb een prachtig jaar beleefd. Dat nemen ze me niet af.”

Sta je er weleens bij stil hoe je carrière zou zijn gelopen als Napoli-spits Arkadiusz Milik twee jaar geleden zijn knieblessure niet had opgelopen, en coach Maurizio Sarri jou niet tot ieders verrassing tot zijn vervanger had gebombardeerd?

“Nee, alles gebeurt met een reden. Je hoeft niet achterom te kijken en te denken: wat als? Je moet het moment pakken en ervan genieten. Zo sta ik in het leven, en dat heb ik van Mihai Nesu. Hij heeft zijn leven in een flits tot stilstand zien komen. Stel dat het mij overkomt, ze mogen me direct een pilletje geven. Dan is het genoeg geweest, klaar. Maar hij heeft gevochten, ook al belandde hij in een rolstoel en kon hij eerst niet eens meer zelfstandig eten. Hij richtte de Mihai Nesu Foundation op en helpt nu kinderen die hetzelfde hebben meegemaakt. Als je mij vraagt of hij de gelukkigste persoon ter wereld is, dan zeg ik volmondig: ja!

“Hij woont inmiddels weer in Roemenië, bij zijn familie. Daar ben ik hem vorig jaar gaan opzoeken. We zijn iets gaan eten, ik ben blijven slapen en we hebben samen zijn centrum bezocht. Hij glom van trots, ik was zó fier op hem! Vorige week had ik hem nog aan de lijn. Hij gaat nu een nieuw centrum openen, want hij moet nu kinderen weigeren en dat krijgt hij niet over zijn hart. Als ik zijn geluk zie, schiet me steeds dezelfde gedachte door het hoofd: gebeurt niet alles met een reden?”

Het heeft je geraakt, hè?

“Het heeft mij veranderd, ja. Ik weet nu hoe veerkrachtig een mens is. De kracht die ik bij Mihai heb gezien, blijft me inspireren.”

Altijd zomer

Dit seizoen loopt het wat stroever voor jou. Waaraan ligt dat?

“Waarom denk je dat Jan Vertonghen, Mousa Dembélé en zoveel andere spelers last hebben van blessures? Een WK vergt enorm veel van je lichaam. Je geeft je twee maanden lang helemaal, en daarna krijg je tweeënhalve week vakantie. Je keert later dan je ploegmaats terug naar je club, waar ze willen dat je meteen aansluit bij de groep. Dan is het logisch dat je lichaam protesteert. Ook onze trainer wilde me direct laten spelen, maar dat zag ik niet zitten: 'Even wachten, ik ben nog niet klaar.' Intussen ben ik wel klaar, maar zet hij me toch op de bank. Dat vind ik niet kunnen, en dat heb ik hem ook gezegd. Zo ben ik wel.”

Je begon aan het WK als basisspeler, maar werd gewisseld toen het 0-2 stond tegen Japan en de uitschakeling nabij leek. Vervolgens kwam je in de sensationele zege tegen Brazilië niet van de bank af, en verder dan invalbeurten kwam je ook daarna niet meer. Dat moet een harde noot zijn geweest.

“Echt niet! Uiteraard was ik teleurgesteld dat ik uit de ploeg ging. En mocht je me meteen na die match gesproken hebben, had ik er vast wat frustraties uitgegooid – zulke interviews schaffen ze beter af. Maar goed, we stonden in de halve finale van een WK, ik was superblij! Misschien is dat ook wel een kantje van mij: ik ben niet egoïstisch genoeg.”

Thierry Henry, de inmiddels vertrokken assistent van bondscoach Roberto Martínez, noemde je de slimste speler met wie hij ooit werkte. Wat bedoelt hij daarmee?

“Dat ik meedenk op het veld, misschien? Ik heb vaak met hem gesproken en dan merk je aan alles dat hij bij Barcelona heeft gespeeld. Daar blinken kleine spelers met weinig fysieke uitstraling vaak uit. Dat kan maar één ding betekenen: ze denken veel sneller.”

Dat is het stokpaardje van Michel Bruyninckx, je leraar aan de topsportschool in Leuven. Zijn stelling is dat aan de top het brein het verschil maakt.

“Michel is een wereldautoriteit. Hij moet zich vaak verdedigen voor zijn ideeën, maar ik ben een believer. Het zegt de doorsnee voetbalkenner misschien niets, maar methodes die je hersenen en gevoel voor ruimtelijk inzicht trainen – zoals CogiTraining en SenseBall – hebben mij mee gevormd.”

Volgens je vader beschikte je als kind al over een buitengewone motorische coördinatie. Binnen de kortste keren kon je fietsen op de eenwieler die je kreeg voor je communie.

“Die eenwieler was één van mijn mooiste cadeaus ooit. Ik was het gelukkigste jongetje van de wereld toen ik die avond in mijn bed kroop. Ik probeerde de slaap te vatten, maar hoorde de hele tijd tók-tók-tók buiten. Door mijn slaapkamerraam zag ik mijn papa op die eenwieler zitten, met zijn hand steunend op de brievenbus van de buren. Telkens als hij probeerde te vertrekken, viel hij. Dat was de tók die ik hoorde. De volgende ochtend zag ik zijn frustratie: hij kon er niet tegen dat ik er wel meteen mee weg was.”

Je hebt sportieve genen.

“Mijn papa is vijf keer Belgisch turnkampioen geweest. Ik heb het niet meegemaakt – ik ben de jongste van drie zoons – maar hij was naar verluidt erg goed. Ook mijn moeder was erg sportief.

“Naast ons huis lag een stuk grond waar papa twee doelen in elkaar had getimmerd en waar mijn broers en ik van 's ochtends tot ’s avonds voetbalden. Wij waren altijd buiten, ik kan mij niet herinneren dat ik ooit televisie heb gekeken. In mijn herinnering was het ook nooit winter, het leek wel altijd zomer in mijn jeugd.”

Had je een idool?

“Michael Jackson! Er hing een poster van hem in mijn kamer.”

Je rugnummer 14 verwijst niet naar Cruijff?

“Mijn neef was een groot supporter van Ajax. Toen ik naar PSV ging, vond hij dat maar niks. Ik troostte hem: 'Ik heb speciaal voor jou het nummer 14 van Johan Cruijff gekozen.' (lacht) Een geintje, 14 was gewoon mijn eerste rugnummer ooit, bij Eendracht Aalst. Sindsdien is het mijn geluksgetal.”

Wie heeft de grootste invloed op jou gehad?

“Kat! Ik ken haar bijna mijn halve leven, van toen ik 16 was. Enfin, in het begin had mijn papa natuurlijk de grootste invloed. Wacht, verander dat maar in mijn beide ouders, anders zal ik het mogen horen van mijn mama. (lacht)

“Ik facetime vaak met mijn vrienden, vooral als ik met de ploeg op hotel zit. Op zondag zie ik dan hoe zo'n vriend aan de rand van een voetbalveld staat te kleumen: 'Dries, het is hier zo koud!' Maar hij staat er wel, voor zijn zoons. Wel, mijn papa heeft dat élke dag voor mij gedaan. Van Leuven naar Brussel, de files en de kou getrotseerd, uren gewacht in de kantine. Als kind sta je daar niet bij stil, maar ik moet hem zó hard bedanken.

“Mensen denken nogal snel dat je zomaar aan de top komt. Dat is niet zo. Ik heb geen jeugd gehad: om acht uur stond ik op, ik ging naar school, kwam weer thuis, vertrok naar de training, was om half elf ’s avonds terug thuis, at snel iets en viel in slaap boven mijn boeken. Zo zagen mijn dagen eruit. Tijd om iets met mijn vrienden te doen, was er niet.”

Klopt het dat je bij Anderlecht groeihormoon aangeboden kreeg?

“Op mijn 16de speelde ik met gasten als Vincent Kompany en Anthony Vanden Borre. Zij waren ruim een kop groter dan ik. Uit tests bleek dat mijn lichaam achterliep op mijn leeftijd. Ze lieten me een categorie lager spelen, en toen kwam ook dat voorstel. Mijn ouders zijn er nooit op ingegaan. Zij waren niet zo voetbalgezind en hechtten vooral belang aan mijn studies. Daar berustte ik in. Ik heb altijd gedacht dat ik in derde klasse zou spelen, en dat zou combineren met een job in het onderwijs. Mijn papa was sportleraar, dat wilde ik ook worden.

“Op mijn 19de zat ik in Gent op kot in een piepklein studiootje. Maar toen kon ik naar Nederland en vroeg ik mijn ouders of ik me twee jaar lang alleen op het voetbal mocht concentreren. Dat is goed uitgedraaid, al had mijn mama het er moeilijk mee dat ik niet voortstudeerde. Toch zijn ze me blijven steunen, ook toen ik bij mijn transfer naar Utrecht voor het eerst een beetje geld kreeg. We kochten er een appartementje mee, dat leek hun het verstandigst. We hebben het nog altijd.”

Flodder

Ondertussen is Katrin bijna even bekend als jij: ze is niet van het tv-scherm weg te branden.

“O, ik hou haar wel met de voetjes op de grond! (lacht) Kat heeft een zeldzame gave: zet haar bij één van mijn ploegmaats en binnen de vijf minuten weet ze meer over hem dan ik. Ze is zó geïnteresseerd in mensen. Daarom was het programma Duivelse vrouwen helemaal haar ding. Dancing with the Stars is dat minder, daar stond ik niet helemaal achter. Kat gaat graag uit en danst graag, maar ze is geen danseres. De mensen gaan er haar niet beter door leren kennen.”

De echte Katrin is degene die zich in Tipsy samen met haar zus Lyn graag dronken laat voeren?

“Zo zijn wij wel een beetje, ja: levensgenieters. Nu, soms flapt ze er iets uit waarvan ik denk: 'Doe dat toch niet!' Zoals in 'De slimste mens', toen ze zei dat wij graag een glaasje drinken. Ik ben wel een voetballer, hè. (lacht) Maar goed, in haar familie – ik noem hen de familie Flodder – gaat het er nu eenmaal zo aan toe. De liefde en gezelligheid die ik daar voel, doen me er de rest graag bijnemen.”

In Gert Late Night sprak Katrin openlijk over jullie relatieproblemen.

“Ik had het zelf niet gedaan, maar het stoort me niet: Kat is zo.

“Elke relatie komt weleens in woelig water terecht. Denk je dat je, als je van je 16 jaar samen bent, alleen maar geluk hebt gekend? Natuurlijk niet. We hebben het samen opgelost, en daar ben ik blij om: het toont nog maar eens hoe sterk wij zijn. Veel koppels zouden uit elkaar zijn gegaan.”

Hoe moeilijk is het om als koppel in het voetbal overeind te blijven?

“Overal gaan relaties stuk, is het voetbal dan een uitzondering? Eden Hazard is samen met zijn vrouw van toen hij 16 was, Thomas Meunier sinds zijn 18de. Ze hebben kinderen en zijn gelukkig samen. Het moeilijkst is het voor jongens die al heel jong naar het buitenland gaan. Weg van de familie, weg van de vrienden. Beetje geld verdienen, wat meer belangstelling van de vrouwen: dan maak je sneller een fout.”

Het nieuws van jullie relatiebreuk ging snel rond. Hoe was dat?

“Op dat vlak ben ik een steen geworden.

“Ik heb ook Twitter verwijderd van mijn gsm, om niet steeds te moeten lezen hoe slecht ik heb gespeeld. Ik voel me veel beter nu. Ik ben ook wat ouder, ik ben het ondertussen gewoon dat ik onder het vergrootglas lig. Maar voor de mensen rond mij is het moeilijker.”

In de docu 'God in Napels' bleek hoe benaderbaar je bent gebleven. Het contrast met de docu over Kevin De Bruyne zette dat nog eens extra in de verf.

“Kevin is toch meer een ster dan ik. Hij is op korte tijd helemaal naar de top doorgestoten, en daar zijn héél veel mensen die iets van je willen. Misschien is hij zich daarom zo gaan afschermen? Qua karakter is hij sowieso wat terughoudender.”

Toen ik Katrin twee jaar geleden interviewde, omschreef ze jou als 'een enorme levensgenieter' en 'een rock-'n-rollvoetballer'.

“Dat ben ik gewórden, door in Italië te wonen en door nu al zo lang met haar samen te zijn. Ik ben vrij streng opgevoed. Nog altijd stuurt mijn mama me berichtjes: 'Heb je extra getraind?' (lacht) Bij Katrin thuis was alles vrijer. Haar vader was een muzikant, die ik helaas veel te kort heb gekend.”

Ben je behalve een levensgenieter ook iemand die veel nadenkt?

“Ik zit boordevol ideeën, maar voer er veel te weinig uit. Het voetballeventje is vermoeiend.

“Ik trek vaak op met Jan Vertonghen en Mousa Dembélé. Twee nuchtere jongens ook, die niet de hele tijd op hun gsm zitten te tokkelen. Op hotel hebben we veel tijd, en dan praten we. Over hoeveel geluk we hebben gehad. Zo is Think Footure ontstaan: voetbalkampen voor kinderen die dezelfde droom koesteren. Daar offeren we elke zomer één of twee dagen van onze vakantie voor op, ook al lukt dat niet altijd door onze drukke agenda.”

Begin dit jaar onthulde een lokale Napolitaanse krant dat je na een wedstrijd op een koude decemberavond pizza's had uitgedeeld aan daklozen.

“Ik was alleen die avond en werd na de wedstrijd opgehaald door mijn chauffeur. 'Weet je wat?' zei ik. 'We gaan pizza's en flesjes water uitdelen.' Ik had nog een hoop kratten thuis – onze sponsor is een watermerk. Die hebben we allemaal in de auto geladen. De pizza's kregen we gratis van een bevriende pizzeria-uitbater.

“Ik wilde niet dat het bekend raakte. Dan krijg je het etiket van weldoener en dan lijkt het alsof je de aandacht bewust opzoekt. Maar goed, toevallig liep ik die avond een journaliste tegen het lijf en zo kwamen er toch een artikel en een filmpje van. Het was de periode rond Kerstmis. Ik heb toen met enkele vrienden in een WhatsApp-groepje afgesproken om elkaar geen cadeautjes te geven, maar in plaats daarvan 20 euro te schenken aan een goed doel. Die afspraak geldt nog steeds.”

Beeld Koen Bauters

Je hebt een goed hart.

“Heeft niet iedereen dat? Er was één dakloze, die man had écht honger. Maar weet je wat hij deed? Hij begon zijn pizza te delen met de man naast hem. Ik zei: 'Pak er nog één, voor morgen.' Maar hij had genoeg. Dat is zo hartverwarmend. Je moet het zelf ook maar eens doen, ik put er heel veel kracht en energie uit.”

Je krijgt er de wereldproblemen niet mee opgelost.

“Natuurlijk niet, maar je kunt anderen inspireren. Dat filmpje heeft heel wat in beweging gezet. Plots doken er heel wat filmpjes op van mensen die overal in Napels restjes van pizzeria's naar daklozen brachten.”

Je zette je ook al in voor de aanvaarding van homoseksualiteit in het voetbal.

“Ik heb veel homovrienden en lesbische vriendinnen. Tegenwoordig rust er minder een taboe op, en ik zie dat die vrienden steeds beter in hun vel zitten. Ik kreeg ook berichtjes van ouders: 'Wow Dries, je wilt niet weten wat dat gedaan heeft met onze zoon!' Dat maakt mij gelukkig.”

Ben je gelovig?

“Helemaal niet. Maar of je nu christen bent of moslim: in elk geloof zitten goede dingen. Als ik iets geloof, dan vooral dat je veel goeds terugkrijgt als je zelf goed doet.

“Weet je, het zou een mooi begin zijn mochten we allemaal met wat meer plezier in het leven staan. Ik zie te veel mensen tegen hun zin naar het werk gaan. Waarom? Zoek iets anders! Ik zie vrienden die een eigen bedrijfje starten: zij worstelen ook, maar ze doen wel wat ze graag doen.”

Niet iedereen kan, om uiteenlopende redenen, die stap zomaar zetten.

“Dat zegt Katrin ook: 'Jij ziet de wereld te rooskleurig!' Maar mocht ik baas zijn, dan zorgde ik ervoor dat mijn mensen met plezier kwamen werken. Daar wordt ook mijn bedrijf beter van.

“Met Mousa discussieer ik vaak over het basisinkomen. In Finland hebben ze het geprobeerd, maar is het fout gelopen. 'Omdat ze het niet goed hebben aangepakt,' zegt hij dan. Wij lijken misschien domme voetballers, maar de onderwerpen die Mousa op tafel gooit: slimme jongen, hoor! (lacht) Dan trekken we ons terug op onze kamer en kijken we naar een documentaire over het basisinkomen. Nu, we kijken ook naar Narcos en andere onzin, hoor.” (lacht)

Geld genoeg

Over Narcos gesproken: Napels is de grootste draaischijf van cocaïne in Italië, en de Napolitaanse maffia, de Camorra, is geïnfiltreerd in de harde kern van jouw club.

“Ik kan echt niets kwaads zeggen over de stad: ze is één van de mooiste plekken ter wereld. Mij heeft de maffia nog nooit iets gedaan. Misschien omdat ik een beetje leef zoals zij: ik draag nooit een horloge en loop meestal in een trainingspak rond.”

Diego Maradona zat wel in hun klauwen.

“Ach, Diego is een extreem voorbeeld. En vaak dikken ze dat verhaal nog wat aan. Nu, ik ben ook niet dom. Ik ga vaak uit eten: mensen willen dan met mij op de foto, en soms blijkt daar dan een Camorra-lid op te staan. Maar ik wéét dat niet. Dat zeggen ze je dan achteraf.”

Een Napolitaanse blogster schreef: 'Dries is een Italiaanse straatjongen die per vergissing in België is geboren.'

(lacht) Ik trek vaak de stad in. Dat is niet evident voor een voetballer. Maar ook al moet ik veertig keer op de foto: ik doe het. Er is een barretje waar ik vaak zit. Soms zie ik de blikken: 'Is dat Mertens? Néé, onmogelijk dat hier een voetballer zit.' Ik ga ook naar restaurants waar ze nooit een voetballer zien. Dat appreciëren ze enorm.”

Katrin vindt het niet altijd leuk, al die foto's voor, tijdens en na jullie etentjes.

“Ik weet het, soms is het lastig. Eigenlijk is het een compliment, maar soms is het te veel. Er moet er maar één zich afgewezen voelen of het doet al snel de ronde: 'Wat een arrogante kerel!' Daar ben ik bang voor.”

Na dit seizoen zal je 32 zijn...

“Maar ik voel me 18! (lacht) Ik heb nog een contract van anderhalf jaar bij Napoli en ik ga dat rustig uitdoen. Daarna ben ik vrij en kan ik overal naartoe. Misschien wil ik wel naar Miami, nog wat in de Major League Soccer spelen en in Florida wonen: zalig! Maar eerst wil ik me nog twee jaar meten met de absolute top. Ik heb het gevoel dat ik nog elk jaar beter word. Een beetje zoals wijn (lacht). Zolang ik dat voel, ga ik door.”

Voor een laatbloeier heb je het ver geschopt.

“Ik ben superblij met hoe het is gelopen. Het is een atypisch parcours, maar ik zou nooit de carrière van een echte topper willen. Ik denk weleens: 'Wat als ik er íéts meer voor had gedaan? Waar had ik dan gestaan?' Maar voetbal is niet het allerbelangrijkste in mijn leven. Ik zal blij zijn als het gedaan is en ik iets anders kan gaan doen. Als voetballer word je vanzelf een beetje dom. Katrin heeft dat nooit begrepen, tot nu. Haar deelname aan Dancing with the Stars slorpt haar zodanig op dat er geen tijd meer is voor iets anders. Ze zegt nu zelf: 'Ik word niet meer getriggerd door andere dingen.' Je lichaam en geest raken vermoeid, en wanneer je 's avonds in bed ligt, heb je geen energie meer om een boek te lezen.”

Waar ligt je toekomst?

“Wij hebben een huis gekocht in Leuven. Ik kijk ernaar uit om er in te trekken, al zal ik me wellicht nooit helemaal settelen. Maar met kinderen moet dat, niet? Daarom ben ik blij dat we er nog geen hebben: omdat ik niet wil dat ze mij als voetballer zien, en vooral omdat ik nog te veel geniet van het leven. In Italië zijn we op maandag en dinsdag vaak vrij. Dan gaan Katrin en ik weleens naar Londen, maar als ik mijn ploegmaats vraag wat zij gaan doen, krijg ik verbaasde blikken: 'De kinderen moeten naar school!' Daar sta ik niet bij stil. Maar goed, als zo'n ploegmaat zijn kinderen op zondag meebrengt naar de uitlooptraining, dan smelt ik ook, hoor.”

Katrin zei ooit: 'Zo'n Cristiano Ronaldo leeft alleen voor zijn sport, maar voor Dries is er méér: hij heeft een leven naast het voetbal nodig.'

“Als je me de keuze laat tussen een Champions League-wedstrijd bekijken of uit eten gaan, kies ik voor het tweede.”

Zou je in de nadagen van je carrière kunnen aarden in China of de Emiraten?

“Dat is het winnende Lotto-ticketje, hè. (lacht) Die trein is al gepasseerd. Ik had het wel willen proberen, ik ben iemand die zich ook in Azië wel zal amuseren. 'Dan kunnen we eens naar Thailand, en naar Bali,' zeg ik dan tegen Katrin. Gelukkig is zij de nuchtere van ons twee: 'Denk jij echt dat je zoveel vrije tijd zult hebben?'”

Voor het geld hoef je het niet meer te doen.

“Wacht maar tot jij ergens in twee jaar tijd zoveel kunt gaan verdienen als in je hele carrière. Dan ga je toch minstens even nadenken? En zeg dan maar eens nee. Nu, Katrin heeft toen de beslissing genomen: 'Geld doet ook rare dingen met mensen. Wij hebben genoeg, we hoeven niet nog meer te hebben.'”

In de hotellobby waar we zitten, sijpelen de spelers van Jong België binnen. Stéphane Omeonga, speler van Genua, komt Mertens breed lachend de hand schudden.

“Onlangs kwam ik hem tegen op de luchthaven, waar hij op een piano zat te spelen. Ik ben wel twintig minuten blijven zitten, zó waanzinnig goed was hij. Hij woont alleen in Italië en laat elke namiddag iemand komen om hem dat te leren. Ongelooflijk, toch? Ik wil al twintig jaar gitaar leren spelen, maar ik ben te laks. Onlangs zei ik nog tegen Katrin: 'Als mijn tijd komt en ik kan nog steeds geen Spaans spreken of gitaar spelen, mag je mij een klap in mijn gezicht geven. Op mijn sterfbed!'

“Ik hoop dat ik na mijn carrière toch even in Leuven kom wonen. Dan begin ik een kleine koffiebar of zo, en leer ik 's middags gitaarspelen en ga ik op Spaanse les. Ik wil kunnen praten met de mensen, overal.”

‘Zet Katrin bij één van mijn ploegmaats en binnen de vijf minuten weet ze meer over hem dan ik. Een zeldzame gave.’

Je bent een nieuwsgierige jongen.

“Als ik een muurtje zie, wil ik weten wat erachter ligt. Je hebt mensen die daar totaal niet in geïnteresseerd zijn, die gelukkig zijn in hun wereldje. Ik niet, (trekt zich met de handen op aan een denkbeeldige muur) ik ga kijken. Ik wil Azië leren kennen, ik wil naar Lapland, ik wil het noorderlicht zien.”

Je raakt nog in tijdnood.

“Ik kan niet wachten tot mijn contract is afgelopen.” (lacht)

Dancing with the Stars, VIER, vrijdagavond, 20.35 uur

©Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234