Maandag 18/10/2021

Drieduizend brandweerlieden nemen afscheid van gevallen collega's

Patrick Dewael: 'Brandweermannen weten dat het gevaarlijk is en toch kiezen ze ervoor'

'De dood komt even heel dichtbij'

De uitvaartplechtigheid van zeven slachtoffers van de gasramp in Aat is gisteren uitgegroeid tot een ingetogen maar daarom niet minder indrukwekkend eerbetoon van drieduizend brandweerlieden aan hun gevallen collega's. 'Tja, zo'n dag als deze doet ons wel nadenken. De dood komt even heel dichtbij. Je denkt na over de risico's die je neemt en je voelt je kwetsbaar.'

Aat

Van onze verslaggever

Koen Vidal

Het is stil in de Rue de Pintamont. En toch staat de lange straat die naar de St-Julienkerk loopt vol mensen. Ze zeggen niets en kijken naar de vier grote brandweerwagens die stapvoets voorbijrijden, overladen met bloemen en kransen. Daarachter dragen zes collega's in wit-blauwe T-shirts de houten lijkkist van Electrabel-arbeider Michel Lambrix. Wanneer de last van de kist en het dode lichaam te zwaar wordt, laten de zes mannen zich afwisselen door andere dragers. Voor de kist loopt een collega die een kussentje voor zich uit houdt waarop het burgerlijk kruis 1ste Klasse ligt. Een ereteken voor daden van moed en zelfopoffering dat minister van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael enkele minuten daarvoor postuum had uitgereikt aan Lambrix en aan de vijf brandweerlieden en de politieman die gisteren werden begraven. Achter de kist met de Belgische driekleur lopen de familieleden. Eerst de vrouw met haar twee tienerdochters. Even later worden de andere kisten voorbijgedragen. Vooraan op de kist staan de namen van de overledenen: De Electrabel-werknemer Michel Lambrix (50), politieagent Pierre Dubois (47), de brandweermannen Eddy Pettiaux (64), Jean-Pierre Laloy (37), Noël Merlin (56), Pierre Diricq (34) en Guy Lizon (32). De kisten van de brandweermannen worden gedragen door gehelmde collega's in werkuitrusting.

Achter de rouwenden stappen 3.000 brandweerlieden. Aan de spelden op hun zwarte, dikke kostuums kun je zien van welk korps ze zijn: Binche, Edegem, Roeselare, Gistel, Lessines, Edingen, Kuurne, Ingelmunster, Gent, Hasselt, Antwerpen, Charleroi, zelfs vanuit Frankrijk. Tien minuten later arriveren de kisten aan de St-Julienkerk. Het plein voor de ingang staat vol mensen. Zij zullen de plechtigheid via een reuzenscherm kunnen volgen. Op het scherm passeren heel wat prominenten: premier Guy Verhofstadt (VLD), kamervoorzitter Herman De Croo (VLD), senaatsvoorzitter Anne-Marie Lizin (PS), vice-premier Laurette Onkelinx (PS), minister van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael (VLD) en burgemeester van Aat Bruno Van Grootenbrulle. Achter hen nog tientallen federale en Waalse politici. Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Rudy Demotte (PS), Franstalig minister-president Maria Arena (PS), Waals minister-president Jean-Claude Van Cauwenberghe (PS), Brussels minister-president Charles Picqué (PS), minister van Werk Freya Van den Bossche (SP.A), ex-burgemeester van Aat Guy Spitaels, defensieminister André Flahaut (PS) en toekomstig EU-commissielid Louis Michel (MR). De laatste die binnenkomt, is prins Filip. De cameraploegen zoomen voortdurend op hem in. De familieleden van de slachtoffers die eveneens vooraan plaatsnemen, komen veel minder in beeld. "Zo gaat dat bij een nationale begrafenis", merkt een toeschouwer op.

Dan is het precies elf uur en begint de sirene van een van de brandweerwagens te loeien. Een minuut lang. Alle aanwezigen weten dat er nu over heel het land brandweersirenes te horen zijn en dat vele mensen uit solidariteit een minuut stilte respecteren. Als de sirene is uitgeloeid, zien de mensen die buitenstaan hoe minister Dewael als een van de eersten het woord neemt. Hij omschrijft brandweermannen als "de soldaten van het vuur" die hun roeping volgen en de risico's kennen. "Ze weten dat het gevaarlijk is en toch kiezen ze ervoor." Ook politieman Dubois krijgt lovende woorden. "Op eigen initiatief ging hij vrijdag bij de ramp zijn collega's van de brandweer helpen. Hij ging daar waar de plicht hem riep." En over Electrabel-medewerker Lambrix: "Voor Michel Lambrix was het vrijdag een werkdag zoals elke andere en plots is voor hem alles opgehouden. De familieleden en de collega's van alle slachtoffers moeten weten dat ze niet alleen zijn in hun verdriet. Zoals Cocteau het schreef, ligt het echte graf van de doden in het hart van de levenden."

Daarna neemt burgemeester Bruno Van Grootenbrulle het woord. Hij heeft kritiek op de gebrekkige manier waarop de families van de slachtoffers over het lot van hun naasten werden geïnformeerd. Zonder namen te noemen, haalde de burgemeester ook uit naar de communicatie-aanpak van de privé-bedrijven die betrokken zijn bij de ramp: "In deze geïndustrialiseerde wereld komt het steeds vaker voor dat het geld belangrijker wordt geacht dan de mens." Niet dat de woorden van de burgemeester veel reacties uitlokken. Vandaag is het geen dag van protest, zie je sommige aanwezigen denken. Ook de redelijk strakke eucharistieviering wordt door de meeste mensen ondergaan. De bisschop van Doornik, Guy Harpigny, heeft het over het blinde karakter van de ramp. Over het noodlottige toeval dat de slachtoffers uit het leven en hun families heeft weggerukt. Buiten op het kerkplein krijgen enkele tientallen personen last van de hitte en de emoties. Rode Kruis-medewerkers beginnen water rond te delen. Ook de aanwezige brandweerlieden vragen om water: vanwege hun dikke kostuums begint ook voor hen de hitte te wegen. Maar bijna iedereen blijft de ceremonie volgen, in de blakke zon. Bijna zo onbeweeglijk als een foto.

Naar het einde van de plechtigheid komt er weer beweging op het plein voor de kerk. Politiemotors komen aangereden, gevolgd door de zwarte Mercedes van prins Filip. Iedereen kijkt zwijgend hoe de prins als eerste de kerk verlaat en met zijn escorte wegrijdt. Enkele minuten later breekt een applaus los: op het moment dat de lijkkist van Michel Lambrix wordt buitengedragen. Het applaus zal nog zes maal weerklinken. Telkens een kist verschijnt. Geen juichend applaus. Gewoon een applaus gevolgd door een stilte.

Nadat de laatste kist is weggedragen, de familieleden en de regeringsleden zijn gepasseerd, gaan de brandweerlieden in groepjes van vier à vijf staan. "U wilt weten wat deze dag voor mij betekent?", zegt brandweerman Frans Vrancx van het korps van Heist-op-den-Berg. "Tja, zo'n dag als deze doet ons wel nadenken. De dood komt even heel dichtbij. Je denkt na over de risico's die je neemt en je voelt je kwetsbaar. Zeker als je zoals ik een familie en kinderen hebt. Toen ik daarnet de vrouwen en kinderen van de slachtoffer zag passeren, had ik het erg zwaar. Want vandaag is er heel veel volk en zijn er allerlei personaliteiten hulde komen brengen aan de slachtoffers. Maar straks zijn ze begraven. Dan gaat iedereen naar huis en blijven de vrouwen en kinderen die hun man verloren alleen achter." Frans' jongere collega's zijn veel zuiniger met hun emoties. "Nadenken over de risico's die we nemen? Kijk, we hebben ervoor gekozen hé. Dit is onze job. Als er ergens een brand is en ze vragen ons om te gaan, dan gaan we."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234