Dinsdag 11/05/2021

Drie romans per jaar

Acht jaar schreef Honoré Balzac (dat 'de' had hij er eigenhandig tussengeplakt, om redenen die verderop zullen blijken) aan deze Verloren illusies. Als steeds was het nagelbijtend nachtwerk in kamerjas, vijftien uur aan een stuk, voortgestuwd door koffie en boterhammen met sardines, kwestie van de schuldeisers vóór te zijn. Een leven dat zijn dood zou worden.

De uitwegloze afhankelijkheid van de eigen pen vrat hem zo op, dat op het einde zelfs de zwartste bak troost hem geen letter meer kon ontlokken. Dit was het leven dat hij gekozen had indertijd, ja zelfs verkozen had boven het notarisbestaan, maar waar hij somme toute nimmer echt voor koos: tot een gedisciplineerd, ochtendlijk, geen-dag-zonder-regel-schrijver, huisvaderlijk beheerder van eigen talent, bracht hij het nooit. Steeds lokte het snelle fortuin, dat hem een schrijvend renteniersleven moest verschaffen, en de ene gedoemde business venture volgde de andere op, afgewisseld met lange reizen naar een verre gravin.

Met dat al bracht hij drie romans per jaar uit. Zijn Comédie humaine moest een romancyclus van 137 titels worden. Het werd een universum in 90 boeken. Niet dat het tellen van Balzacs boeken eenvoudig is: hij herschreef, herplakte, hertitelde. Zo ook Illusions perdues, dat uit drie opeenvolgende verhalen bestaat, die samen één bittere, zwarte zedenschets vormen, waarin het gaat over schrijverschap, ambitie, keuzes in het leven, verraad, vriendschap - en het nimmer te onderschatten effect van een nauwsluitende herenpantalon, mits met panache gedragen.

Parijs, circa 1821: schamele mansardes, armzalige eethuisjes, de wereld van de bevlogen en berooide jonge intelligentsia. Daar vertoeft een mooie doch brodeloze jonge dichter geheten Lucien, uit de provincie aangekomen met weinig onder de arm buiten zijn schone ziel, die hij nu doende is aan de duivel te verkopen. Tegen de raad van zijn vrienden in: "Het is een hel daar, een afgrond van bedrog, leugens en verraad," waar hij, zo waarschuwen ze Lucien, zijn zuiverheid zal verliezen, en ook hen, zijn vrienden, want ware vriendschap "kan iemand zijn vergissingen wel vergeven, maar niet de bewust gedane keuze om ziel, geest, overtuigingen te prostitueren."

De hel van geestelijke prostitutie in kwestie is - u raadde het wellicht reeds - de journalistiek. Een al te aanlokkelijk pad naar snelle glorie dat Lucien, waarschuwingen ten spijt, inslaan zal; een Mefisto die hem schadeloos zal stellen voor alle vernederingen die hij indertijd, pril provinciaal, aankomend dichter, nét-niet-aristocraat, in Parijs heeft moeten ondergaan.

Luciens sociale afgang in die eerste week Parijs behoort tot het hartverscheurendste ooit beschreven. Eén scène speelt zich af in een loge van de Opéra, waar Lucien, ongemakkelijk en opzichtig in zijn te nieuwe, foute kleren en provinciaals overgecoiffeerd haar, vergeefs kwinkslagen uitprobeert op zijn aristocratische beschermster, Louise de Bargeton - die hem destijds in het stadje Angoulême ontdekte en op sleeptouw nam naar Parijs, waar ze hem thans, in haar eigen gooi naar kosmopoliete glamour, zo snel mogelijk kwijt wil. Vóór het stuk ten einde is, zal Louise Lucien publiekelijk dumpen, ten aanschouwen van een gniffelende jeunesse dorée.

Maanden later lokt dan de wraak, en gretig grijpt Lucien de kans om middels het nieuwe wapen van de roddel-cum-oppositiepers Louise en haar kliek er vreselijk van langs te geven. Lucien, snijdend, geestig, erudiet, blijkt een geboren dagbladcriticus, en het duurt niet lang vóór hij heerst over theaters, schrijvers, society-columns - en dus over Parijs. Mooi, het leven is mooi.

Maar dit in theaterloges, restaurants en overgeprijsde huuretages gesleten bestaan is geen echt leven. Lucien verricht geen echt werk (zijn stukken zijn gevat maar oppervlakkig, en aan dichten komt hij niet meer toe), verdient geen echt geld (perscombines en uitgeverszaakjes worden buiten hem om gesloten en dus wordt hij van het journalisme niet rijk; hij wordt onderhouden door zijn minnares, de lieve sexy actrice Coralie - meer bepaald door Coralies rijke, oude beschermer: die doet in textiel en is een échte bourgeois), en hij draagt geen echte naam. Lucien de Rubempré laat hij zich noemen, een fluwelen klank die wel bij zijn blanke, blonde verschijning past, maar wettelijk niet de zijne is: het is de naam van zijn moeder. (Van zijn vader heet hij gewoon Chardon - distel - een naam die hem aan de anonieme steken van venijnige vakbroeders blootstelt.)

Het is dan ook de tijd van de Restauratie (1815-1830). De koningen Bourbon zijn terug, en mét hen, het snobisme van de aristocratische titel. Nog maar eens is het openbare leven een "waterval van misprijzen", zoals Mirabeau het ancien régime noemde. De intens kwetsbare ijdelheid van Lucien snakt naar een bona fide 'de' - een mogelijkheid die hem mettertijd wordt voorgespiegeld door een nieuwe kliek adellijke vrienden.

Nu ja, vrienden: Lucien overschat hun vergevingsgezindheid voor zijn vroegere satirische aanvallen, en dat wordt zijn ondergang. Hij laat zich voor de kar van la droite spannen, wat hem brouilleert met zijn journalistieke club én met zijn oude hardwerkende vrienden (als teken van serieus engagement moet hij het magnum opus van een eertijds dierbare metgezel negatief recenseren - de pennenprostitutie is compleet).

Onstuitbaar als een nachtmerrie volgt daarop Luciens debacle. Krediet en connecties drogen op, de titel wordt hem honend onthouden, Coralie sterft, negentien jaar oud (zeer bohème), en de laatste louis raken vergokt, nog maar eens het bewijs dat Lucien altijd de magische formule verkiezen zal boven de noeste arbeid.

Niet dat dit de moraal van het verhaal is: noeste arbeid wordt in Balzacs wereld ook niet beloond. Zaken, daar gaat het om. Zaken, zaakjes, afspraken, regelingen, en zot is wie zich zelf uitslooft. Tot de verliezers in dit verhaal hoort dan ook Luciens schoonbroer, de loyale hardwerkende drukker David, die in de provincie rijk probeert te worden door te voorzien in de materiële behoeften van de nieuwe juggernaut die pers heet. Tegen het eind van de roman heeft David, na heroïsche inspanning, een nieuw en goedkoper soort papier voor massafabricage uitgevonden. Het baat hem niets, de hypotheek slaat toe, en een leger loerende, wachtende businesstypes doet zich te goed.

Glorieloos en geldzuchtig is Balzacs wereld; men zwemt erin - of men verzuipt. Lucien kiest intussen, verslagen en vernederd, het laatste. Na een afscheidsbrief aan zijn zus ("ik dacht een eik te zijn, ik ben hoogstens een sierstruik") zoekt hij een diepe poel op. Einde? Niks einde. Het leven mag uitzichtloos zijn, maar dóór gaat het. Lucien de Rubempré moet nog enkele Scènes de la vie parisienne mee, en dus wordt hij op de valreep weerhouden door weer een nieuwe Mefisto, in de sinistere gedaante van een Spaanse jezuïet (!), die hem in een huiveringwekkend tête-à-tête verzoent met het cynisme in de wereld. Denk aan Napoleon! "Mannen als hij, mijn jongen, hebben zich een toekomst geplaveid met ondankbaarheid, verraad, manipulatie. Wie alles wil, moet alles durven. Denk eens na. Wie een rondje wil belotten, verzet zich toch ook niet tegen de spelregels? Die regels liggen vast en men houdt zich eraan." Wie zo onnozel is om open kaart te willen spelen, moet niet willen meedoen. "Maak jij soms de regels in het spel van de ambitie?" En voort hobbelt de koets, Parijs weer in, en weer is een les geleerd, een illusie over de wereld verworpen, een persoonlijke eerzucht aangescherpt, een burger geboren. En route vers de nouvelles aventures.

Honoré de Balzacs Illusions perdues werd gepubliceerd in 1843.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234