Maandag 17/06/2019

Aanslagen 22/3

Drie jaar na de aanslagen van 22/3: depressies, schulden, echtscheidingen. “Aan de buitenkant zie je niets meer, maar vanbinnen ben ik kapot”

Tony Van Begin.

Drie jaar na de aanslagen van 22 maart in Brussel stelt de VN in een nieuw rapport dat België de terreurslachtoffers te weinig medische, financiële en psychologische hulp heeft geboden. De ravage bij de slachtoffers is, drie jaar na de bommen, groter dan ooit: veelvuldige ziekenhuisbezoeken, depressies, zware schulden, faillissementen, echtscheidingen, zelfmoordpogingen.

Die ochtend van 22 maart 2016 nam Tony Van Begin, een kranige tachtiger, de metro om in het centrum van Brussel boodschappen te doen. Hij had het nieuws ’s morgens gemist en wist niet dat er in Zaventem een aanslag was gepleegd.

Van Begin: “De metro kwam langzaam op gang om het station van Maalbeek uit te rijden. Plots was er die enorme knal en een bliksemflits, gevolgd door een verbijsterde stilte onder de passagiers. Hoe lang die stilte aanhield, kan ik niet zeggen. Twee, drie seconden? Dan werd het aardedonker en begonnen mensen te schreeuwen. Kinderen huilden. De deuren van de wagon waren geblokkeerd. De noodverlichting floepte aan, we zagen dat een raam was gebarsten, en daar klauterden we één voor één door.

“Op het perron hing een dikke stofwolk die je de adem benam. In het zwakke schijnsel van onze mobiele telefoons zochten we naar de uitgang. Het perron lag vol mensen, ik kon niet zien of ze dood waren of gewond. Overal waren brandjes, het leek een tocht door de hel. Het klinkt misschien raar, maar ik ben foto’s beginnen te maken. Ik ben gebeten door fotografie en ik heb altijd mijn fototoestel op zak om wat ik meemaak te documenteren. Ik was opgelucht dat ik niets mankeerde en beleefde alles in een waas. Toen ik boven in de Wetstraat kwam, lagen er gewonden op het voetpad, terwijl de ochtendspits er stapvoets voorbijschoof. Ik ben nog een kwartier blijven kijken, niet goed wetende wat ik moest doen. Dan heb ik een bus gezocht, met het absurde plan om toch boodschappen te gaan doen, maar er reed geen enkele bus of tram meer. En dus ben ik te voet naar huis gegaan.”

Onderweg dacht Tony aan hoeveel geluk hij had gehad. In zijn wagon waren veel slachtoffers gevallen, maar hij was door het oog van de naald gekropen, zonder een schrammetje. De rugleuning van zijn zitje had hem beschermd tegen de explosie. Hij hield er niets aan over – dacht hij toen. Maar drie jaar na de bommen is het wel duidelijk: niemand die de aanslagen in Zaventem en Maalbeek heeft meegemaakt, kwam ongedeerd weg.

“Er is een leven voor en na 22 maart voor honderden mensen die de aanslagen hebben meegemaakt”, zegt Philippe Vansteenkiste van slachtoffervereniging V-Europe. Zelf verloor hij die ochtend zijn zus Fabienne, die op de luchthaven van Zaventem werkte. Vansteenkiste gaf zijn internationale job in business development op en besloot in België te blijven om zich in te zetten voor de rechten van terreurslachtoffers.

Philippe Vansteenkiste.

Vansteenkiste: “Ik woon nu met mijn vrouw en kinderen dicht bij mijn ouders. Ons leven staat al drie jaar in het teken van de aanslagen, we hebben al onze financiële reserves uitgeput. Maar ik kan de onrechtvaardigheid waarmee de slachtoffers van 22 maart worden behandeld niet aanvaarden. Hoe België met hen omgaat, is een pure schande.”

De VN geeft jullie in een nieuw rapport gelijk.

Vansteenkiste: “In het begin gingen we ervan uit dat er erkenning en hulp zou komen. Het heeft een tijdje geduurd voor we beseften dat we niets zouden krijgen als we er zelf niet achteraan gingen. Een schadevergoeding bekomen is een helletocht gebleken. Vandaag zijn de meeste mensen nog altijd niet correct vergoed. De meesten hebben noodhulp gekregen, maar die lenigt alleen de eerste kosten. De terugbetaling van medische zorgen loopt in het honderd. Veel slachtoffers zijn in de armoede gesukkeld. Zelfstandigen zijn failliet gegaan omdat ze niet konden werken door hun verwondingen. Er zijn nog altijd slachtoffers die de ene na de andere operatie moeten ondergaan en die in zware schulden zitten.”

Ik hoor dat veel slachtoffers met fysieke verwondingen er vandaag beter aan toe zijn dan de mensen die alleen psychologische klachten hadden.

Vansteenkiste: “De mensen die zwaargewond waren, werden na de aanslag als eersten geëvacueerd en waren meestal bewusteloos, zodat ze minder lang aan de gruwel werden blootgesteld. Anderen moesten ter plaatse uren wachten in totale onzekerheid en beleefden de dreiging ten volle. Het risico op psychologische gevolgen is bij hen veel groter, en die worden compleet onderschat.

“Naar schatting 40 procent van de overlevenden lijdt aan het posttraumatisch stresssyndroom, een stoornis die ook bij oorlogsveteranen voorkomt. Het duurt soms maanden voor die klachten zich manifesteren, en in het begin beseffen die mensen zelf niet eens wat er aan de hand is. Het begint met kleine dingen: ze kunnen niet slapen, ze voelen zich slecht, hebben moeite om zich te concentreren, kunnen hun emoties niet beheersen. Ze gaan naar de dokter, maar als die de link met de aanslagen niet legt en geen adequate behandeling opstart, ontwikkelt het trauma zich verder en gaat het de verkeerde kant op.

“Dat is bij velen het geval. Hun klachten zijn verkeerd begrepen en niet behandeld, en dat wreekt zich nu. Mensen die vroeger perfect functioneerden, zijn weken of maanden opgesloten in een psychiatrische kliniek. We krijgen elke week telefoons van overlevenden die uitgeput zijn, met depressies kampen en zelfmoordgedachten hebben. Ze isoleren zichzelf en worden soms agressief, uit frustratie. Relaties lopen stuk omdat partners die samen in de luchthaven of op de metro waren, totaal verschillend reageren. Er zijn zelfmoordpogingen. Vooral jonge mensen hebben het lastig. Ik ken slachtoffers die al een jaar hun huis niet meer uitkomen.”

De derde bom

Drie jaar na de aanslagen heeft Typhaine Salmon (29) nog altijd last van angstaanvallen die haar op elk ogenblik van de dag kunnen overvallen. Hevige crisissen, erger dan een epilepsieaanval, waardoor ze telkens 24 uur buiten strijd is.

Salmon: “Alles kan een trigger zijn: een politiepatrouille, een straaljager die overvliegt, een loeiende sirene, militairen die ergens de wacht houden. Zulke dingen voeren me onmiddellijk terug naar de dag van de aanslag. ‘Er is iets aan de hand’, denk ik dan. ‘Het gaat opnieuw gebeuren!’ Een permanente angst beheerst mijn dagen. Ik voel me nergens nog veilig. Sinds 22 maart denk ik dat er overal en op elk moment een aanslag kan plaatsvinden.”

Typhaine zat die ochtend op de luchthaven van Zaventem te ontbijten, wachtend op het vliegtuig naar Barcelona. Van de ontploffing zelf herinnert ze zich niets meer. Ze was fysiek ongedeerd en werd samen met andere passagiers geëvacueerd naar het tarmac. Daar bleven ze uren wachten, terwijl gewonde en bloedende mensen voorbijliepen en de geruchten over een derde bom in het rond gonsden. De dag erna begonnen de paniekaanvallen, drie tot vier per dag.

Typhaine Salmon.

Salmon: “Zo’n crisis begint meestal met mijn handen die trillen en mijn tanden die klapperen. Daarna verspreidt het zich en begint mijn hele lichaam te beven. Niemand kan dan tot mij doordringen. Mijn spieren verkrampen, ik kan nauwelijks ademhalen, ik huil, rol mezelf op tot een bolletje, heb het gevoel dat ik ga sterven. Dat duurt een paar uur. Na zo’n crisis slaap ik wel achttien uur, omdat mijn lichaam uitgeput is. Ik heb er intussen al drie jobs door verloren. Momenteel werk ik in een bouwbedrijf als officemanager, en tot nu toe gaat het goed. De directie en mijn collega’s hebben begrip voor mijn situatie. De laatste crisis dateert van twee weken geleden, toen het brandalarm afging.”

Hoe ben je na de aanslag in Zaventem opgevangen?

Salmon: “Ik herinner me weinig of niets van die eerste week. Ik had zo veel crises dat ik niet kon functioneren. Een vriendin die voor me zorgde, bracht me telkens naar de spoedafdeling. Uiteindelijk hebben ze me in het ziekenhuis gehouden, in een geïsoleerde afdeling met drugs- en alcoholverslaafden. Ik voelde me dag en nacht onveilig. Omdat het ziekenhuis geen behandeling wilde starten, werd ik een week later overgeplaatst naar een psychiatrische instelling. Ook daar wisten ze niet hoe ze me konden helpen. Ik werd er geplaatst tussen psychiatrische patiënten met heel andere problemen en voelde me eenzamer dan ooit. Na vier dagen heb ik zelf gevraagd om me te ontslaan. De psychiater vond het niet nodig om me nog verder op te volgen. Voor hem was de kous af.

“En dus keerde ik terug naar Barcelona, waar ik al vijf jaar woonde en werkte. Mijn situatie verslechterde er alleen maar. Ik kreeg crisis na crisis, zonder aanleiding. Op straat, op het werk, in de winkel, op het strand. Ik kon geen enkele job houden. Ik was volledig op mezelf aangewezen en kwam op den duur amper nog mijn huis uit. Geld voor een psycholoog had ik niet. Uiteindelijk ben ik naar België teruggekeerd.

“Ik ben intussen erkend als een slachtoffer van 22 maart, hoewel ik mezelf niet zo durf te noemen als ik de andere slachtoffers zie. Ik beschouw mezelf eerder als collateral damage. De crises komen nog terug, zo om de twee weken, en ik weet dat ik ermee zal moeten leren leven.

“Ik krijg erg weinig begrip. Ik kan er eigenlijk niet over praten zonder dat mijn omgeving met de ogen begint te rollen. ‘Je hoeft niet te klagen, je hebt geen been verloren’, zegt mijn eigen zus. Mensen geven me het gevoel dat ik gek ben, of reageren onverschillig. De meeste steun krijg ik van mijn hond, Sookie. Zij voelt nog voor mij wanneer er een crisis op komst is, en dan kleeft ze aan mij. Om me te beschermen en gerust te stellen. Door haar heb ik de moed gevonden om erdoor te spartelen. Dat ik er vandaag nog ben, heb ik aan haar te danken.”

Ook Tony Van Begin kwam niet ongeschonden uit de aanslag in de metro. Na drie maanden kreeg hij een hevige vorm van parkinson die vóór de explosie in lichte vorm in zijn lichaam sluimerde. Vandaag neemt hij zware medicatie en zijn gezondheid sputtert op alle vlakken.

Van Begin: “Voor de aanslag maakte ik nog elke week een fikse wandeling van 25 kilometer, zonder moeite. Ik deed aan sport en yoga. Vandaag heb ik evenwichtsproblemen en slik ik zware pillen. Wandelen lukt niet meer. Het ergste vind ik dat ik niet meer bij mijn echtgenote kan slapen. Elke nacht vecht ik in mijn slaap, herbeleef ik 22 maart, spartel ik met mijn armen en benen en begin ik te roepen. ’s Ochtends herinner ik me niets meer, maar voor mijn echtgenote was het onhoudbaar, zij kreeg af en toe een klap. We slapen nu in aparte kamers, maar ik hou haar nog steeds uit haar slaap met mijn gebrul.”

Annie, zijn echtgenote: “Mijn man is niet meer dezelfde. Er is niet alleen de hevige uitbarsting van parkinson, hij is gewoon van karakter veranderd. Hij wordt sneller kwaad, is vermoeid, geïrriteerd, en bijna obsessief in de weer voor de andere slachtoffers die het moeilijk hebben. Het is een permanente stress in zijn leven. Onze kinderen zouden willen dat hij het loslaat, maar hij kan het niet.”

Waarom is het zo belangrijk voor u om door te gaan?

Tony Van Begin: “Iedereen denkt dat de problemen van de slachtoffers na drie jaar zijn opgelost, dat de schade is vergoed en dat ze voort kunnen met hun leven. Maar dat is helemaal niet zo en ik wil dat de mensen dat weten. De verzekeringen laten alles aanslepen zodat de slachtoffers het moegestreden opgeven. Medische experts proberen onze klachten te minimaliseren om zo weinig mogelijk te moeten uitkeren.”

Lachwekkend

Orphée Vandenbussche was 30 en had net een kapsalon geopend in de chique wijk rond de Brusselse Zavel, toen ze bij de aanslag in Maalbeek gewond raakte. Omdat ze als zelfstandige geen aanspraak kan maken op een schadevergoeding van de verzekeringen, heeft ze zware financiële problemen – naast alle andere.

Vandenbussche: “Ik had grote investeringen gedaan in het salon en was van plan om langzaam op te bouwen met de hulp van een leerjongen. Maar omdat ik gewond was en maandenlang niet kon werken, was ik verplicht om mensen in dienst te nemen. Ik was ervan overtuigd dat de overheid ons zou helpen, maar de compensatie die we kregen, was niet eens voldoende om de zeven maanden huur van het kapsalon te betalen in de periode dat ik niet kon werken. Ik heb met dat geld ook een nieuwe jas van 60 euro gekocht. Dat vond ik symbolisch belangrijk, omdat ik de mijne in de aanslag verloren had.

Orphée Vandenbussche.

“Ook de verzekeringen betalen niets. Ik heb net een brief gekregen waarin ze zeggen dat ze me alleen een schadevergoeding kunnen uitbetalen als terroristen mijn kapsalon opblazen. Dat ik onderweg was naar het salon, telt voor hen niet. Mijn verwondingen worden niet erkend als een arbeidsongeval, omdat ik zelfstandige ben. Als een van mijn werknemers op weg naar het kapsalon in de metro iets was overkomen, zouden ze hem wel helpen. De vergoeding van de overheid voor de medische kosten is lachwekkend. Ik heb net een brief gekregen met de terugbetalingen die ik van de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsuitkering krijg: van mijn tientallen consultaties bij dokters, psychiaters en kinesisten krijg ik 114 euro terugbetaald. 114 euro!

“Mijn man en ik hadden gespaard voor het salon en om een appartement te kunnen kopen. Maar al het geld is opgegaan aan de gevolgen van de aanslag. Ik heb mijn auto moeten verkopen, mijn man de zijne, we hebben onze bromfiets verkocht, ik heb zelfs mijn fiets verkocht voor 60 euro om eten te kopen voor mijn zoontje. En nu hebben we niets meer. Onze toekomst is weg. Ja, ze hebben ons een gratis abonnement aangeboden voor het openbaar vervoer, maar op de metro krijgen ze mij niet meer.”

Wat is daar juist gebeurd?

Vandenbussche: “Ik zat op een paar meter van de zelfmoordterrorist. Er is een grote metalen plaat op mij gevallen – een stuk van het dak, denk ik – die me het leven heeft gered, want de mensen rond mij waren onherkenbaar verminkt. Passagiers die de metro ontvluchtten, liepen over mij. Iemand zag iets bewegen onder de plaat, heeft me gevonden en naar buiten geholpen. Ik had schedelfracturen, brandwonden, een gat in mijn wang en metaalscherven in mijn hele lichaam. De rechterkant van mijn lichaam heeft de schokgolf van de explosie opgevangen, waardoor ik daar altijd pijn heb en mank. Ja, ik heb het overleefd, godzijdank, maar soms wou ik dat ik een been miste, of een oog, zodat mensen zouden beseffen dat ik ook een slachtoffer ben. Aan de buitenkant zie je niets meer, maar aan de binnenkant ben ik kapot.”

Ik zie je bezig in je kapsalon: voor de klanten ben je de vrolijkheid zelve, die over koetjes en kalfjes praat.

Vandenbussche: “Dat is mijn masker. Als ik hier binnenstap, trek ik mijn kostuum aan en ben ik Orphée van het salon. Ik hou me sterk, er zijn zelfs klanten die niet weten dat ik bij de aanslag betrokken was. Als ik thuiskom, hou ik me sterk voor mijn zoontje. Hij is vijf, hij verdient een vrolijke moeder. De enige momenten waarop ik mezelf ben, is wanneer iedereen slaapt en ik wakker lig van de fluittoon in mijn oren. Sinds de explosie lijd ik aan tinnitus in de ergste vorm. Ik kan geen boek meer lezen. Ik kan niet gaan liggen om te slapen, want als het stil is, wordt het oorsuizen ondraaglijk. Ik moet een gehoorapparaat dragen, speciaal om de fluittoon te dempen. Een apparaat van 1.600 euro. Weet je dat ik zelfs dát uit mijn eigen zak heb moeten betalen?

“In het begin wilde ik niet naar een psycholoog gaan, omdat dat zoveel kost. Maar vorig jaar heb ik toch hulp gezocht bij een psychiater, omdat ik me zo ellendig voelde. Een consultatie kostte 100 euro, wekelijks. De Hulpkas betaalt me daar 7,30 euro van terug. Is dat psychologische bijstand? Ik ben ermee moeten stoppen, want het kostte me 400 euro per maand. Met mijn slechte benen zou ik normaal gezien drie keer per week naar de kinesist moeten. Ik gun het mezelf één keer per week, meer kan ik niet betalen. Ik krijg 2,39 euro terugbetaald per sessie. Als ik me nu laat onderzoeken door een medisch expert van de overheid, krijg ik de vraag waarom ik me niet heb laten verzorgen. Ja, waarom?

“We zijn drie jaar na de aanslagen en ik slinger tussen woede en diepe droefenis. Ik heb overwogen om het salon te verkopen en mezelf te laten verzorgen. Maar omdat dit een risicobuurt is voor aanslagen – het Joods Museum en het ministerie van Buitenlandse Zaken liggen vlakbij – bleek de zaak enorm in waarde gedaald. Veel winkels in de buurt zijn failliet gegaan omdat de klanten niet meer durfden te komen. Ik heb beslist om voort te doen, ik heb er te hard voor gevochten: mijn kapsalon is mijn tweede kind. Ik probeer altijd door te gaan, sterk te zijn. Maar het kost me ongelooflijk veel moeite. Ik weet dat mijn lichaam op een bepaald moment zal zeggen dat het niet meer gaat.

“Ik begrijp mensen die zelfmoord plegen heel goed. Ik heb er zelfs aan gedacht om uit het raam te springen, om me te pletter te rijden, om pillen te nemen. Dan stoor ik niemand meer en is het gedaan met vechten voor terugbetalingen en vergoedingen. Dan zal ik mijn zoontje niet meer voortdurend moeten teleurstellen als hij op sportkamp wil en ik het niet kan betalen. Dan ben ik niemand meer tot last en verkopen ze het kapsalon maar, basta. Maar dat is egoïstisch, want mijn man en mijn zoontje zullen niet van de problemen verlost zijn. En dus vecht ik voort, tot mijn laatste snik.”

Engel van Zaventem

Er is een aanslag gepleegd tegen de staat: de staat is dus verantwoordelijk voor wat haar burgers is aangedaan en moet hen vergoeden. Is dat zo moeilijk?

Vansteenkiste: “In België wel. Kijk naar de VS, Frankrijk of Spanje: daar neemt de staat in geval van terreur altijd de slachtoffers onder haar vleugels, zonder discussie. Maar in België schuift de overheid alles door naar de verzekeraars, die natuurlijk niet neutraal zijn. Bovendien zijn er grote verschillen tussen verzekeringen, waardoor slachtoffers ongelijke behandelingen krijgen. Zaventem heeft Amlin als verzekeraar, in Maalbeek is het Ethias. De nabestaanden van Maalbeek zijn, cynisch gesteld, beter af dan die van Zaventem. Heel pijnlijk is dat, en tegen de richtlijnen van de EU, want er mag geen discriminatie zijn tussen slachtoffers.”

Er is ook een verschil tussen nabestaanden van Vlaamse, Brusselse en Waalse slachtoffers.

Vansteenkiste: “(knikt) In Wallonië geldt een vrijstelling van erfbelasting, in Brussel en Vlaanderen niet. Stel je het maar eens voor: je partner sterft in een aanslag, je kampt met verdriet en miserie, maar ook de belangrijkste inkomstenbron van het gezin valt weg. En tóch moet je torenhoge erfbelastingen betalen voor iemand die je verloren hebt in een terreuraanslag.

“In Wallonië bestond dat systeem vroeger ook, maar een van de nabestaanden van de aanslag op de Place Saint-Lambert in Luik in 2011 heeft geweigerd om die erfbelasting te betalen. ‘Gooi me dan maar in de gevangenis,’ zei hij. Dat vond de Waalse regering te ver gaan: ze wilde absoluut een schandaal vermijden en heeft de wet aangepast. In Vlaanderen weigert de regering dat, ze is er zelfs voor naar de Raad van State getrokken. Mensen die de erfbelasting niet kunnen betalen, krijgen deurwaarders over de vloer.”

Precies omdat zoveel slachtoffers in de steek gelaten worden, begon Philippe Vandenberghe (49) vier weken geleden met een hongerstaking in de vertrekhal van Brussels Airport. Hij heeft zijn veldbed uitgestald naast gate 11, vlak bij de plek waar de eerste zelfmoordterrorist zichzelf opblies, en blijft er dag en nacht, overlevend op water, soep en sapjes. Op de ochtend van 22 maart 2016 was hij als informaticus aan het werk in het gebouw naast de vertrekhal. Hij was als een van de eersten op de plek van het onheil om hulp te bieden, en redde meerdere mensen. ‘De Engel van Zaventem’ werd hij genoemd. Maar zelf hield hij er een posttraumatische stressstoornis aan over. De beelden van verminkte en om hulp smekende slachtoffers achtervolgen hem elke nacht. Veertien kilo heeft Vandenberghe inmiddels verloren, maar hij houdt vol. Met zijn actie wil hij de gebrekkige medische en psychologische opvolging van de overlevenden van 22 maart aanklagen.

Ik dacht dat slachtoffers van 22 maart allang een officieel statuut als terreurslachtoffer hadden gekregen?

Vandenberghe: “Een ‘statuut van nationale solidariteit’ heet dat. En dat is ons inderdaad beloofd, met de wet van juli 2017 die er toen snel, snel door minister van Volksgezondheid Maggie De Block is doorgeduwd. Maar in de praktijk is er niet veel te merken van de beloofde bijstand. Om als slachtoffer te worden erkend, moeten we ons laten onderzoeken door de medische experts van de Gerechtelijke Geneeskundige Dienst (GGD) van het overheidsorgaan Medex. Zij bepalen je invaliditeitsgraad. Ligt die boven de 10 procent, dan kun je aanspraak maken op een – klein – vergoedingspensioen en de terugbetaling van medische en psychologische onkosten.

“De experts van de GGD zijn aangesteld door de verzekeraars, en hebben de neiging om zo veel mogelijk mensen onder de 10 procent te houden. De tests zijn het afgelopen jaar afgenomen en mensen krijgen stilaan de resultaten. Ik ken slachtoffers die gewond werden en worstelen met hun trauma, die gestrand zijn op 8 of 5 procent. Anderen worden wel erkend als slachtoffer, maar krijgen een veel te lage invaliditeitsgraad. De resultaten zijn geen weerspiegeling van de realiteit die de slachtoffers elke dag beleven, en daardoor raken ze gefrustreerd. De dokters hebben bijvoorbeeld helemaal geen kennis van het posttraumatisch stresssyndroom. Er zijn mensen die de diagnose van borderline krijgen opgeplakt, omdat de symptomen vergelijkbaar zijn.”

Vansteenkiste: “De dokters proberen psychologische klachten toe te schrijven aan dingen die vóór de aanslag zijn gebeurd. Ze vragen bijvoorbeeld of je vader en je moeder nog leven. Als dat niet het geval is, verlies je automatisch al een paar procenten, want het overlijden van je ouders heeft je volgens die experts vast en zeker getraumatiseerd. Ze vlooien je hele verleden van voor de aanslagen uit. Je moet ook bewijzen dat je niet aan het liegen bent en geen komedie speelt. ‘Was u wel slachtoffer? Bent u niet aan het overdrijven?’ vragen ze soms letterlijk.

“Er is een IQ-test met veel puzzels, en een psychologische test van zevenhonderd vragen. Als je aan posttraumatisch stresssyndroom lijdt, kun je je twintig minuten per dag concentreren, meer niet, en heb je dikwijls geheugenproblemen. Velen komen uit de test als een idioot, of in het slechtste geval een leugenaar, omdat ze incoherente antwoorden geven. Die test is totaal ongeschikt voor hen. Als je de medische experts van de GGD mag geloven, hebben de bommen van 22 maart vooral hysterici, debielen en komedianten getroffen.”

Zitten er dan geen bedriegers tussen?

Vansteenkiste: “(geërgerd) Er zijn altijd bedriegers. Mensen die zeggen dat ze getraumatiseerd zijn omdat ze toevallig tv zaten te kijken, of die vertellen dat ze in de aanslag zaten terwijl ze op vakantie waren. Maar zulke dingen kun je heel makkelijk op andere manieren controleren, door het telefoonverkeer te checken, bijvoorbeeld. In Frankrijk zijn er processen gevoerd tegen mensen die verkeerdelijk beweerden dat ze in de Bataclan waren. Haal ze eruit en straf ze. Maar behandel alle slachtoffers niet als bedriegers omdat een miniem percentage valsspeelt. Eén medisch expert vroeg: ‘Hier staat dat je vader twee jaar geleden is gestorven. Is hij nog steeds dood?’ Heel vernederend allemaal.”

Vandenberghe: “Er zijn al zeker 25 slachtoffers die in beroep willen gaan tegen de beslissing van de GGD, en er zullen er nog meer volgen.”

Hippe bril

Claire Gochet, 65, betrekt een sjofel appartement in Oudergem, waar de geur van armoede hangt. Ze leeft van een invaliditeitsuitkering sinds ze enkele jaren geleden slechtziend werd door een auto-immuunziekte. Op de ochtend van 22 maart 2016 zat de gepensioneerde turnlerares in het metrostel waar Khalid El Bakraoui zichzelf opblies. Sinds die ochtend heeft ze het zicht in een van haar ogen helemaal verloren en is ze half doof. Het drie jaar durende gevecht met de verzekeringen heeft haar uitgeput.

Claire Gochet: “Van de explosie herinner ik me niets meer, alleen die felle lichtflits. Hoe ik daarna uit het verhakkelde metrostel ben geraakt, staat me niet meer bij. Ik weet alleen dat ik werd opgetild door een man, die me in zijn armen de trappen op heeft gedragen, en me buiten op het trottoir heeft gelegd. Ik ben hem eeuwig dankbaar, net als de vrouw die papieren zakdoekjes op mijn voorhoofd is komen leggen om het bloeden te stelpen. En de dokter in het ziekenhuis van Elsene, een paar uur later, die erop stond dat mijn wonde niet zomaar zou worden gehecht: ik moest en zou onder de scanner. Zonder haar zou ik hier nu niet meer zijn, want er bleek een stuk metaal in mijn hoofd te zitten. Rond middernacht ben ik geopereerd. De dokter vertelde me achteraf dat ik op de operatietafel een hartaanval én een anafylactische shock had gehad, een extreme allergische reactie. Dat ik de operatie heb overleefd, is op zich al een mirakel.”

Claire Gochet.

Wat hebt u aan de aanslag overgehouden?

Gochet: “Voor de aanslag was ik al zeer slechtziend en liep ik rond met een witte stok. Maar sindsdien is het nog veel erger: uit één oog zie ik helemaal niets meer, uit het andere enkel wat zich recht voor me bevindt. Ik draag nu een reusachtige bril die mijn ogen beschermt. Blijkbaar is het een nogal hip ding. Laatst werd ik nog op de metro aangesproken door een Engelse dj die absoluut wilde weten waar ik hem had gekocht.

“Ik heb ook constant pijn, omdat er in mijn borststreek en in mijn hoofd nog altijd metaalscherven zitten. Ik heb last van tinnitus, ook al hoor ik met mijn ene oor niets meer en heb ik voor het andere een hoorapparaat nodig. De straat oversteken is levensgevaarlijk, want ik hoor geen auto’s meer aankomen.

“Een groot deel van mijn geheugen is weg. Ik had u graag in het Nederlands te woord gestaan, maar ik herinner me niets meer van die taal. En sinds die anafylactische shock ben ik allergisch voor gelatine, zodat ik geen voedsel meer verdraag waar bewaarmiddelen of additieven in zitten – ik eet enkel nog groenten, fruit en pasta. Gisteren heb ik in het ziekenhuis vernomen dat ik nóg een medisch probleem aan mijn lijstje mag toevoegen: reumatoïde artritis aan mijn handen. Volgens de dokters is dat een verlate fysieke reactie op het psychologische trauma dat de aanslag zou hebben veroorzaakt.

“Al mijn dagelijkse beslommeringen kosten me gigantisch veel meer tijd dan vroeger, en na de middag ben ik meestal al doodmoe. Kon ik maar een fietspomp gebruiken om mezelf op te pompen. (lacht)

Hoe staat het met de schadevergoeding?

Gochet: “Bij Ethias, waar ik verzekerd ben, is het al van in het begin fout gelopen. Ze wilden mijn dossier duidelijk zo snel mogelijk afhandelen, en eisten dat ik allerlei formulieren tekende die vooral in hún belang waren. Om maar één voorbeeld te geven: ik ben met een privé-ambulance van het ziekenhuis van Elsene naar Erasmus vervoerd, omdat alle andere ambulances bezet waren – wat wil je, de hele stad stond in rep en roer. Maar die privé-ambulance wilden ze me dus niet vergoeden. Hoeveel het precies was, weet ik niet meer, maar voor iemand die zoals ik al jaren van een invaliditeitsuitkering leeft, was het véél.

“Enfin, ik heb een advocaat in de arm genomen, maar dat heeft tot nu toe geen zoden aan de dijk gezet. Want het rapport dat zijn medische expert van mijn situatie heeft opgesteld, werd al meteen in twijfel getrokken door een arts van Ethias. Die vertelde doodleuk dat mijn problemen evengoed een andere oorzaak kunnen hebben. Ofwel klopte de oorspronkelijke diagnose van Saint-Luc niet, het ziekenhuis waar ik twintig jaar lang ben behandeld. (lacht) Om maar te zeggen hoe ver die mensen durven te gaan. Er is een soort scheidsrechter tussenbeide gekomen, maar die is er ook niet uit geraakt. En sindsdien wacht ik. 

“Ja, de eerste minister heeft de verzekeringsmaatschappijen verplicht om ons allemaal 10.000 euro te betalen. Maar dat is een peulschil als je mijn medische kosten en de kosten voor mijn advocaat in rekening neemt. Nog een geluk dat ik weinig behoeften heb: ik woon in een sociaal appartementje, ik ga nooit op reis of op restaurant, ik heb geen auto of dure hobby. Eigenlijk zou ik wel iemand kunnen gebruiken om me te helpen in huis, want met die artritis lukt het me zelfs niet meer om een appel te schillen. Maar die hulp kan ik niet betalen.

“Van mijn advocaat hoor ik inmiddels niets meer, ondanks mijn berichtjes, net zomin als van Ethias. Die willen mij ontmoedigen, denk ik. En het lukt hun nog ook, want ik ben het stilaan beu. Duwen ze me morgen een minnelijke schikking onder de neus, dan teken ik. U kunt zich niet voorstellen hoezeer ik naar de dag uitkijk waarop dit allemaal achter de rug zal zijn.”

Hoe houdt u zichzelf overeind?

Gochet: “Zegt de naam Catherine Meurisse u iets? Dat is de tekenares van Charlie Hebdo die op de dag van de aanslag toevallig niet op de redactie was, omdat haar wekker niet was afgegaan. Sinds die dag kon ze niet meer tekenen en heeft ze een aantal reizen gemaakt om weer zin te krijgen in het leven. Zo is ze in de Villa Medici beland, in Rome. Daar is ze getroffen door het zogeheten syndroom van Stendhal: ze werd zo overrompeld door alle schoonheid dat ze bijna flauwviel. Sinds die dag kan ze weer tekenen.

“Ik heb een soortgelijke ervaring, in die zin dat kunst me overeind houdt. Zo vaak als ik kan bezoek ik galerijen, om me met mijn goede oog te vergapen aan schilderijen en sculpturen. Kunst overstijgt grenzen en brengt mensen samen: dat is wat ík nodig heb, en dat is wat deze wereld nodig heeft.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden