Zaterdag 07/12/2019

Drie auteurs delen hun schrijfgeheimen Eenzaam zwoegen in je onderbroek

Talloos zijn de handboeken die aspirant-schrijvers op de juiste weg zetten. Interessanter wordt het als auteurs hun schrijfgeheimen delen, zoals James Salter en DBC Pierre. Lezen blijkt primordiaal voor een schrijverschap. Volgens filosoof Damon Young kun je het 'goede lezen' overigens feilloos leren. Dirk Leyman

Er zijn meer schrijvers dan lezers in Nederland. Als iedereen die de hoop koestert een boek uit te geven, een boek zou kopen, zouden alle schrijvers rijk zijn.'

Het is een boutade van Ilja Leonard Pfeijffer uit zijn vermakelijke, licht ironische stoomcursus Hoe word ik een beroemd schrijver? uit 2012. De uitspraak is ongetwijfeld ook van toepassing op Vlaanderen. Bij ons wemelt het evenzeer van aspirant-schrijvers die hengelen naar literaire roem. Het schrijverschap blijft iets uitermate begerenswaardigs, een streven dat romancière Flannery O'Connor ooit de bitsige woorden ontlokte: "Ze willen niet schrijven maar schrijver zijn. Ze willen hun naam boven iets gedrukts zien staan, om het even wat." Filosoof Damon Young noemt het 'de colofoncultus'.

Dat er rondom deze ambitie een wijdvertakte industrie is ontstaan, verwondert niet. Vanuit de VS waaide het concept creative writing over, waarbij schrijvers in een academische omgeving hun trucs ten beste gaven. Tegenwoordig heb je een overvloed aan schrijfcursussen, workshops, masterclasses, persoonlijke schrijftrainingen en zomerkampen. Zelfs de prille uitgeverij Das Mag gelooft erin als rekruteringsmiddel voor ontbolsterend talent en ook andere talentscouts houden ze in het vizier (denk aan de schrijfvakanties van deBuren in Parijs).

Daarnaast heb je een rist lucratieve zelfhulpboeken die de schrijver in de dop op het rechte pad moeten zetten. Toch blijft het een feit: als je geen spatje talent hebt, zullen duizenden cursussen of masterclasses je geen sikkepit helpen.

Gevestigde schrijvers worden vaak aan de mouw getrokken om hun schrijfervaringen te delen. Zo komt het dat James Salter kort voor zijn dood een aantal lezingen gaf waarin hij de finesses van zijn schrijverschap toelichtte, nu verzameld in De kunst van de fictie. Gewezen Booker Prize-winaar en belhamel DBC Pierre licht dan weer op ongedwongen wijze het deksel van zijn keukenpotten in Laat ze maar denken dat je als schrijver geboren bent. De filosoof Damon Young onderzoekt in Het goede lezen hoe de verstokte lezer mee een boek tot leven wekt.

Buitenboordmotor

De in Australië geboren, maar in Mexico opgegroeide DBC Pierre stormramde ooit in 2003 op een blauwe maandag de Engelse literatuur binnen met Vernon God Little. Hij blies de Booker-jury omver met zijn zwarthumoristische roman over een moordpartij op een school. Vervolgens koesterde hij iets te nadrukkelijk de reputatie van enfant terrible en eiste zijn voorkeur voor de betere booze zijn tol. De verkoopcijfers van volgende boeken als Lights Out in Wonderland en Breakfast with the Borgias namen een parmantige duik.

Was 'Dirty But Clean' Pierre een onehitwonder? De voormalige drug- en gokverslaafde kreeg onlangs van zijn uitgever het verzoek om het eens te proberen met een non-fictieboek, waarin hij zijn autobiografie en schrijversmanieren uit de doeken zou doen. Kon dat het publiek misschien behagen?

Laat ze maar denken dat je als schrijver geboren bent is volstrekt geen schrijversgids met een vastomlijnde structuur, eerder een labyrintische, zij het geestige dwaaltocht. 'Een eerlijk boek is menselijk weefsel' en moet organisch groeien, aldus DBC Pierre. Meteen benadrukt hij het belang van zitvlees en eenzaamheid bij de schrijfarbeid: 'Ik zweer je, als je eenmaal hebt aanvaard dat je dit werk in je onderbroek kunt doen, blijk je op een of andere ellendige nacht in die onderbroek te zitten, eenzamer dan je ooit had kunnen denken.' Doorschrijven, dát is de boodschap.

DBC Pierres 'atypische schrijfgids' heeft iets holderbolderends, alsof de auteur voortdurend op zijn eigen adem trapt, voortijlend van de ene anekdote naar de andere en dan weer verzandend in de volgende zijsprong. Subplots, personages, dialoog, verrassingseffecten: het komt allemaal aan bod, maar in samengeveegde brokstukken én flarden.

"I was a great bullshit artist all my youth", vertelde DBC Pierre ooit aan een interviewer van The Independent. Dat maakt hij in deze gids nogmaals waar. Of zoals The Irish Times opmerkte, deze buitenboordmotor van de Engelse letteren schrijft in 'a kind of surfer-dude pep-talk register'. Toch kun je je voordeel doen met deze gids, tenminste als je her en der wat topzware zinnen weet te overleven.

DBC Pierre weet - als ervaringsdeskundige - zinvolle dingen te vertellen over het gebruik van pepmiddelen, drank en drugs of de impact van muziek en seks op het schrijven. 'Als je tegelijkertijd kunt drinken en schrijven moet je dat vooral doen, maar schrijf dronken, redigeer nuchter', predikt hij. Koffie kan je op gang helpen, maar meer niet. Wiet daarentegen is 'een echte schrijversdrug. Geen achtbaankracht maar chillkracht' en vooral nuttig voor de eerste versies. DBC concludeert droogweg dat 'uiteindelijk schrijven onze enige echte drug is'.

Een schreeuwplek

Veel intimistischer van opzet dan het soms machistische tromgeroffel van DBC Pierre is James Salters De kunst van fictie. De man die aan zijn militaire carrière als oorlogspiloot verzaakte en uitgroeide tot een van Amerika's grootste stilisten, hield kort voor zijn dood een aantal lezingen als 'Kapnick Distinguished Writer-in-Residence' aan de Universiteit van Virginia. Salter (1925-2015) was toen al 89 en liet vrijuit in de kaarten kijken over zijn metier.

Waarom zou de genereuze Salter niet een paar wijsheden delen? De schrijver die late roem vergaarde met A Sport and A Pastime (1967) en Light Years (1975), maakte aanvankelijk vooral furore met korte verhalen. Lange tijd stond hij te boek als een writer's writer, een etiket dat hij verafschuwde. Tot alsnog de doorbraak kwam én hij in een eregalerij met Saul Bellow, Philip Roth en John Updike werd gedropt.

Verwacht in De kunst van fictie geen stoomcursus schrijven. Eerder krijgt je het gevoel alsof de auteur gezapig vertellend bij jou in de kamer zit. Salter doet in deze meanderende, nogal los uit de pols geschreven lezingen niet alsof hij de wijsheid in pacht heeft. Eerder vertolkt hij de aarzelingen, maar ook de geneugten van het schrijverschap. Hij schreef om 'door anderen te worden bewonderd, liefgehad, te worden geprezen'. Maar hij herinnert zich ook hoe beenhard een vernietigende recensie binnenkomt, zoals hij er een moest incasseren van The New York Times voor Light Years.

Salter laat met verve zien hoeveel leergeld hij betaalde aan de door hem bewonderde auteurs. Dat zijn er heel wat, van Isaak Babel tot Gustave Flaubert en van Honoré de Balzac tot William Faulkner. En uiteraard is er de helderheid van Ernest Hemingway, die hij zo blindelings nastreefde. Salter benadrukt het belang van lezen voor elke schrijver, want 'boeken zijn wachtwoorden': 'Door de jaren heen heb ik me nooit voor langere tijd op mijn gemak gevoeld bij mensen die niet lezen of nooit gelezen hebben.'

Salter beschrijft de band die je met een geliefde auteur krijgt. 'Als het boek goed is, moet de schrijver ook goed zijn. Je voelt bewondering of halve verliefdheid, soms zelfs verering.' Zo raadde zijn vriend en schrijver Robert Phelps hem Isaak Babel aan, de auteur van verbijsterende en ontroerende verhalen over Odessa, 'bijgeschaafd tot een adembenemende intensiteit'. Salter prijst het proza van Babel als 'een handvol radium - een schittering die je nooit voor mogelijk had gehouden'. Hij stelt vast: 'De schrijvers van wie ik houd, zijn diegene die scherp kunnen observeren'.

Salter steekt zijn voorkeur voor de Franse literatuur niet weg. Bijvoorbeeld voor Flaubert, de man die vond dat een goede prozazin 'moet zijn als een goede dichtregel, onveranderbaar, even ritmisch, even melodieus'. En een schreeuwplek had - een gueuloir om zijn zinnen en alinea's luidop te testen of ze voldoende ritmisch en soepel waren. Kortom: 'Flaubert wenste objectiviteit en stijl in de precieze keuze van het juiste woord'.

Maar Salter verkiest het woord 'stem', je eigen stem die je langdurig moet polijsten. Als beginnend auteur ben je immers nog te zeer beïnvloed door andere auteurs. 'Er komt een tijd dat je geheel en al schrijft als jezelf, zonder tussenkomst van anderen.'

Een paar keer trapt Salter open deuren in, maar meestal hebben deze lezingen iets meeslepends én achteloos overtuigends.

Eersteklaslezer

Salter benadrukt het belang van aandachtig en intens lezen voor een schrijver. Het is een kwestie waar de gevierde Australische filosoof Damon Young zich uitgebreid over buigt in De goede lezer. Want geef toe, een auteur is gedoemd weg te deemsteren zonder een groep doortastende en vurige lezers. Young wil de leesdeugden rehabiliteren. 'Lezen wordt als een basisvaardigheid gezien, niet als een levenslang streven.'

Zijn aha-erlebnis bij het ontdekken van Sherlock Holmes leidde hem naar Virginia Woolf, Friedrich Nietzsche, Orhan Pamuk of Jorge Luis Borges en schonk hem 'de vrijheid van het zelfstandig denken'. Aan de hand van aristotelische deugden als weetgierigheid, geduld, moed, trots, matigheid en rechtvaardigheid legt Young uit hoe je een ware lezer kunt worden. Hij benadrukt het belang van traagheid en empathie. En hoe je een trotse lezer kunt zijn 'vanuit een kritische geest die niet door eerbiedige deemoed wordt gehinderd'.

Het klinkt allemaal keurig én welbespraakt. Helaas debiteert Young regelmatig evidenties met het aplomb van grote wijsheden. De goede lezer heeft iets te opzichtig de allure van een omgevallen boekenkast, te meer omdat Young geen vijf regels kan schrijven zonder er een ronkend schrijvers- of filosofencitaat bij te halen. Dat verstikt soms zijn betoog.

Maar in ieder geval biedt de uitermate belezen Young alle would-beschrijvers een geweldige troost. Als het toch niet lukt als auteur, dan kun je nog altijd een eersteklaslezer worden. Ook dat is tenslotte een uitermate creatief proces, aldus Young, waarvoor je hier een filosofische onderbouw meekrijgt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234