Zaterdag 03/12/2022

Dribbelaars zetten het voetbal te kijkBrazilië-Chili 4-2

Santiago de Chili, 17 juni 1962

Wie op een wereldkampioenschap speelt, heeft rendez-vous met de geschiedenis van het voetbal. Overal ter wereld schatten pers en publiek de prestaties van de vedetten van Japan-Korea 2002 in en vergelijken ze hen met de helden van Italië 1990 of Engeland 1966. De huidige lichting Rode Duivels speelt niet alleen tegen Rusland, zij bokst ook op tegen de schaduw van Jan Ceulemans en Guy Thys. Vandaar dat De Morgen dat roemrijke WK-verleden weer in herinnering brengt. Iedere dag een eigenzinnige focus op de beste spelers, de hardste schoten, de vuilste overtredingen en de bitterste ontgoochelingen. Nieuw licht op voorbije glorie en verval, vijftig dagen lang.Walter Pauli De kunstjes van goddelijke gehandicapten

Dribbelaars worden vaak 'technische' voetballers genoemd. Ze zijn dat ook wel, maar eigenlijk zijn dribbelaars een ras apart, duidelijk te onderscheiden van voetballers. Technische voetballers, dat waren verdedigers als Ruud Krol bij het Oranje van 1974 en 1978, middenvelders als de Argentijn Ardiles, de bedrijvige - 'technische' - moeial die zijn team naar de wereldbeker stuwde, offensieve spelers als Pierre Littbarski of Karl-Heinz Rummenigge, Duitsers weliswaar, maar toch zo sterk met de bal aan de voet, onfortuinlijke klassespelers die zowel in 1982 als 1986 aan het kortste eind trokken in de WK-finale. Er is ook een hemelsbreed verschil tussen dribbelaars en voetballers met een passeerbeweging. Tot die laatste klasse behoren de meeste grote vedetten. Pelé, Johan Cruijff, Maradona, Ronaldo vandaag, ze konden en kunnen als geen ander een man voorbij, twee als het moet. Het zijn acties met krullen en franje, maar - en hier komt het in essentie op aan - altijd doelgericht. Cruijff die in 1974 een paar Argentijnen laat uitglijden om dan te scoren, Maradona die in 1986 eerst tegen Engeland, dan tegen België goddelijke races opzet, een combinatie van snelheid, passeerbewegingen en één-twees, ongelooflijk hoe lenig die logge Argentijn dan was.

Dribbels zijn nog kunstiger, maar meestal volstrekt nutteloos. Het is de l'art pour l'art van het voetbal, op zichzelf gericht, met als enig doel de glorie en glitter van de dribbelaar zelf, zijn prestige en plezier. En, net zoals dat met kunst gebeurt, gaan die dribbels soms irriteren. Te individualistisch, te zeer 'allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie'. En ook een voetballer moet communiceren met zijn maats, in contact staan met zijn publiek. Enzo Scifo had een passeerbeweging in huis, maar durfde vaak ook dribbelen op het middenveld. Mannetje voorbij, dan terugdraaien, de rug naar het doel, op zoek naar nog een actie. Hij dacht daarmee de tribunes amuseren, maar hij streelde vooral zichzelf, zijn ego. Dribbelaars laten zich daarom meestal strikken aan de dribbel te veel. Ze horen applaus, het alcohol van de dribbelaar. Lekker, het vraagt om nog, en nog, maar het verdooft hun hersenen, schakelt hun ratio uit, voorzover ze die hebben. En dan struikelen ze, zoals iedereen die zich mateloos laaft en bedrinkt.

Die kronkels laten zich niet beschrijven. Voetbalkenner Pol Jacqemijns heeft het ooit geprobeerd, de techniek waarbij "een handige lichaamsbeweging en een ingewikkeld benenspel vereist zijn". Zelfs die notoire kenner schreef zijn vingers in een knoop bij het ontleden van acties waarin lijn noch logica te zoeken zijn, behalve de geniale inval van de dribbelaar.

Niet-dribbelende verdedigers kunnen dat evenmin, en die kijken zich dan ook de ogen uit op de kunstjes van echte dribbelaars. Dribbels zijn dan ook tegennatuurlijke ingevingen, en daarom bij uitstek geschikt voor andersvalide spelers. De grootste dribbelaar aller tijden uit de geschiedenis van het WK, de Braziliaan Garrincha, was niet toevallig een half mismaakt kind. De jongen had in zijn jeugd aan polio geleden, vandaar de kromme stand van zijn verwrongen benen, en na een operatie bleef zijn linkerbeen 6 centimeter korter dan zijn rechter. Dat lichaamsgebrek nodigde echter uit tot capriolen die zelfs de nuchterste verdedigers hoofdpijn deden krijgen. En had Robbie Rensenbrink, de kunstenaar van het Astridpark en het grote Oranje van 1974 en 1978, de linksvoor die evenmin een dribbel schuwde, niet de bijnaam 'slangenmens' gekregen, een nauwelijks verholen verwijzing naar circusvolk, met halfvolwassen dwergen en de gorillavrouw. In dat rariteitenkabinet heeft de pure dribbelaar, helaas, zijn plaats.

Garrincha heeft er jaren boven uitgestoken. Zowel in 1958 en 1962 werd hij met Brazilië wereldkampioen. In de eerste finale draait hij de Zweden tureluurs en tekent hij de eerste twee doelpunten aan, vier jaar later wordt hij met vier doelpunten zelfs co-topscorer. Garrincha, de oerdribbelaar, de man die er zelfs genoegen in schepte een man te dribbelen, terug te draaien, opnieuw voor diezelfde verdediger te verschijnen en hem weerom te dribbelen, die had leren doelgericht werken. Maar toch. De halve finale tegen Chili moet Garrincha's hoogtepunt worden. Het begint prachtig, met twee doelpunten van Garrincha in het eerste halfuur. Een beetje later krijgt hij rood, zijn ploeggenoot Vava neemt de twee volgende Braziliaanse treffers voor zijn rekening. En in de finale is Garrincha ziek, zodat Vava co-topscorer wordt, en de held van de laatste fase van het tornooi.

Want ook dat is eigen aan dribbelaars. Ze draaien ook om hun eigen succes heen. Robbie Rensenbrink kon dé man van het WK 1978 worden, maar hij besloot twee minuten voor tijd op de paal. Het had iets schlemielig, maar nog niet half zoveel als het latere leven van Garrincha. Zijn verwrongen lijf kon de last van luxe niet torsen. Hij scheidde van zijn vrouw, liet zijn acht kinderen in de steek, trok op met een nachtclubzangeres, kwam in geldnood, bestookte oud-ploegmaats met zijn pecuniaire problemen, kreeg uiteindelijk ook van hen geen geld meer, raakte aan de drank, steeds vaker in de roes van herinneringen aan het oude succes, toen Garrincha nog aanbeden werd. Zijn lijf, dat hem toen roem schonk, was nu echt een handicap. Maar niet zijn knieën, linker- noch rechterbeen lieten hem in de steek. Zijn ooit nochtans zo kerngezonde lever liet hem het eerste in de steek. Amper 47 was Garrincha toen hij stierf, 'een marginaal', voor eeuwig aan de zijlijn, ooit zijn favoriete stekje, zijn uithoek vanwaar hij zijn kromme en kronkelige raids hield, en hij zijn tegenstanders verschalkte, het publiek op het verkeerde been zette en uiteindelijk ook zichzelf dol draaide. Garrincha dribbelde het leven uit.

Ook dat is eigen aan dribbelaars: ze draaien om hun eigen succes heen

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234