Donderdag 22/08/2019

Dreigende genocide in een land dat niemand kent

Terwijl wij met zijn allen in de atlas op zoek zijn naar waar het land zich precies bevindt, is in de Centraal-Afrikaanse Republiek een bushoorlog aan het uitgroeien tot een volkenmoord. Volgende week beslist de VN-Veiligheidsraad over een interventiemacht van 9.000 blauwhelmen. De Belgische mensenrechtenrapporteur Peter Bouckaert is net terug van het escalerende conflict en vreest het ergste. 'We zitten in een razende spiraal van wraak en weerwraak.'

Begin november rijdt de Belgische mensenrechtenonderzoeker Peter Bouckaert samen met de Britse fotograaf Marcus Bleasdale over een verlaten weg op een honderdtal kilometer van de stad Bossangoa, in de Centraal-Afrikaanse Republiek. Bouckaert is emergency-directeur bij Human Rights Watch en dit is een van de zwaarste missies uit zijn lange carrière. Gevechten tussen losgeslagen Seleka-rebellen en de zogenaamde anti-balaka-burgermilities escaleerden in een spiraal van geweld dat ook steeds meer een religieuze inslag krijgt. Het straatarme land staat aan de rand van een genocide. Vierhonderdduizend mensen, tien procent van de bevolking, sloegen op de vlucht. De dorpen die Bouckaert en Bleasdale met hun wagen passeren zijn dan ook verlaten. Spookdorpen.

Bouckaert: "Op een bepaald moment zag ik een hoopje kleren en andere spullen op de weg liggen. Een groep mensen was blijkbaar ijlings het woud ingerend. Ze hadden het geronk van onze wagen gehoord en dachten waarschijnlijk dat we Seleka-rebellen waren en dat we hen gingen vermoorden. We stapten uit en tot onze verbazing zagen we een huilende peuter langs de weg staan. Zijn ouders waren hem tijdens de vlucht kwijtgeraakt. Het kostte ons een hele tijd om de mensen gerust te stellen en ze te overhalen hun schuilplaats te verlaten.

"De uitgeputte vader van het achtergelaten kind vertelde ons dat ze de hele nacht hadden gestapt. Hun dorp was twee weken eerder aangevallen door Seleka-strijders, die tientallen mensen hadden vermoord. De rest van de dorpelingen was het woud ingerend en houdt zich sindsdien schuil. Zonder voedsel, zonder medicijnen, zonder malarianetten. 'Veel kinderen sterven aan malaria en tyfus', vertelde de man. 'Wij besloten dat de situatie onhoudbaar werd en dat we Bossangoa moesten zien te bereiken. Maar uit angst voor de rebellen bleef het overgrote deel van onze lotgenoten achter in het woud. Ten prooi aan honger en ziekte.'"

De getuigenis van de vader zegt alles over de dramatische oorlogssituatie waarin de bevolking is terechtgekomen. Het conflict in dit door de wereld vergeten land begon een jaar geleden, toen Seleka-strijders, een coalitie van drie rebellenbewegingen, een offensief begonnen tegen de centrale regering. De vonk van het geweld had niets te maken met etnie of religie, maar wel met het feit dat president François Bozizé er niet in geslaagd was de extreme armoede, die de hele bevolking teistert, terug te dringen. Op 24 maart 2013 verdrijven Seleka-strijders Bozizé van de macht. Rebellenleider Michel Djotodia roept zichzelf uit tot de nieuwe president. Net als de meesten van zijn strijders behoort hij tot de moslimminderheid.

De oorlog tussen de Seleka en het regeringsleger was al erg genoeg, maar omdat Djotodia er niet in slaagt zijn strijders te ontwapenen, breekt in het voorjaar de hel los in de Centraal-Afrikaanse Republiek. Duizenden losgeslagen Seleka-rebellen beginnen te plunderen en gaan zich steeds meer als moordcommando's gedragen. Vooral christelijke burgers worden aangevallen en vermoord. Onder de strijders bevinden zich ook huurlingen uit buurland Tsjaad en leden van de Soedanese Janjaweed-milities die jarenlang de bevolking van Darfur terroriseerden en verantwoordelijk zijn voor de dood van honderdduizenden mensen.

Moordkonvooi

Dat het conflict totaal uit de hand is gelopen, blijkt uit de getuigenissen die Peter Bouckaert en zijn collega Lewis Mudge in oktober en november verzamelden. Bijzonder schokkend is het verhaal van een Seleka-konvooi dat een moordende rondrit langs enkele dorpjes ondernam.

Bouckaert: "Op 10 oktober reden vier voertuigen met Seleka-strijders de stad Bossangoa uit. Terwijl ze richting Ouham-Bac reden, namen ze vanuit hun wagens regelmatig burgers onder vuur die op de vlucht waren voor het geweld. Ter hoogte van het dorpje Wikamo schoten ze de twaalfjarige Samuel Denamjora en nog drie andere mensen dood. Nadat de dorpelingen waren weggevlucht, stapten ze uit en plunderden ze het lokale ziekenhuis en de school. Vervolgens staken ze de huizen een voor een in brand. Heel het dorp werd platgebrand.

"De militieleden stapten weer in hun wagens en zetten hun weg voort. Even later hielden ze opnieuw halt voor enkele huisjes en openden ze het vuur. De meeste mensen konden ontsnappen, maar de 34-jarige Nicole Faranganda, die de dag daarvoor van een babymeisje was bevallen, had nog niet de kracht om snel te lopen. Zij werd geraakt en viel dood neer."

Maar dat was nog niet het einde van hun moordende road trip. Bouckaert: "Aangekomen in Ouham-Bac sprongen de strijders uit hun voertuigen en begonnen ze zoveel mogelijk dorpelingen te vermoorden." Meticuleus citeert Bouckaert de namen en leeftijden van de slachtoffers. "Jean-Marie Sendamanou, 50, werd voor de ogen van zijn vrouw Philomene doodgeschoten. Daarna executeerden ze ook Philomene. Marceline Gandaboye, 35, werd geraakt toen ze met haar baby op de rug probeerde weg te vluchten. Hiller Redebonna, 55, schoten ze voor zijn huis dood. Gervais Berofi, 28, was niet in staat om te vluchten omdat hij bij een vroeger accident een been was verloren: doodgeschoten. Gaston Sanbogai, 22, was blind en probeerde zich in het hoge gras naast zijn hut te verbergen. De Seleka-strijders vonden hem, trokken hem uit het gras en executeerden hem. Alice Gandako, 60, de vrouw van de burgemeester: voor haar huis doodgeschoten. Marie Konamina, 50, en een 28-jarige man met bijnaam Pasteur: doodgeschoten. De achtjarige Marcial Redebonna en de tweejarige Diane Fokean kwamen tijdens hun vlucht in de rivier terecht. Dianes vader, Armand Fokean, 38, sprong in het water om de kinderen te redden. Ze verdronken alledrie." De Seleka-aanvallers maakten duidelijk geen enkel onderscheid tussen strijders, mannen, vrouwen en kinderen. Wel waren alle slachtoffers christenen.

Bouckaert verzamelde meerdere getuigenissen van overlevenden die vertelden hoe drie belangrijke moslimzakenlui van het stadje de Seleka-milities vergezelden en hen aanwezen welke hutten vernield moesten worden. Alles wijst erop dat de moordpartijen een religieuze inslag hebben.

Wraakacties

Dat de lange reeks aanvallen tegen christelijke burgers voor represailles zou zorgen, viel te verwachten. Bestaande dorpsmilities, die waren opgericht om bandieten te bestrijden, voerden de jongste maanden zware wraakacties uit. Deze zogenaamde anti-balaka-strijders (balaka betekent machete) vielen niet enkel Seleka-rebellen aan maar vermoordden ook talloze gewone moslimburgers. Ook bij deze aanvallen werd geen enkel onderscheid gemaakt tussen mannen, vrouwen, kinderen en ouderen. Wat ook opvalt, is dat tijdens de aanval eerst de christenen van de moslims worden gescheiden, waarna die laatsten worden geëxecuteerd, neergestoken of met machetes doodgeslagen. De huizen van moslims worden systematisch platgebrand.

Peter Bouckaert: "We zitten in een razende spiraal van wraak en weerwraak. De jongste weken was er een versnelling in de escalatie. We merkten dat op het terrein. De moordpartijen, de groeiende haat tussen de gemeenschappen: het extremistische discours neemt toe en dat is zeer verontrustend. Alle ingrediënten voor een nog erger scenario zijn aanwezig."

Om te vermijden dat de oorlog verder escaleert in een echte genocide, besliste Frankrijk deze week om duizend extra militairen naar het land te sturen. Die komen boven op het vierhonderdtal manschappen dat al in Bangui gelegerd is en dat vooral Franse burgers moet beschermen.

De Franse interventiebrigade zou vooral de zwakke Afrikaanse vredesmacht Misca moeten versterken. Parijs spreekt van een tijdelijk mandaat van zes maanden, in afwachting van de ontplooiing van een echte VN-vredesmacht van 6.000 à 9.000 militairen, waarover de VN-Veiligheidsraad volgende week moet beslissen. Maar een aantal landen lijkt nog te twijfelen en dat heeft veel te maken met het feit dat de Centraal-Afrikaanse Republiek een godvergeten land is zonder enig geopolitiek of strategisch belang. "De ergste crisis waarover mensen nog nooit gehoord hebben", zei Amerikaans VN-ambassadeur Samantha Power hierover.

Klok tikt

Peter Bouckaert: "We hebben niet veel tijd te verliezen. De Verenigde Staten twijfelen momenteel of ze de VN-macht in de Centraal-Afrikaanse Republiek willen steunen. Zoals altijd is het een centenkwestie. Bijzonder storend is dat. Het doet me denken aan de Rwandese genocide van 1994. Ook toen was men oeverloos aan het palaveren over wie de interventiemacht zou betalen. Met als gevolg dat de versterking pas ter plaatse kwam toen de volkenmoord al afgelopen was en er 800.000 mensen dood waren. Nog een parallel met Rwanda is dat de Centraal-Afrikaanse Republiek virtueel onbekend is. Franse diplomaten klaagden deze week nog over het feit dat hun collega's uit andere landen zogoed als niets over de situatie weten. Rwanda werd pas bekend na de genocide. Laten we vermijden dat er in de Centraal-Afrikaanse Republiek eerst een volkenmoord moet plaatsvinden voor we het land op de wereldkaart plaatsen."

Bouckaert twijfelt er niet aan dat een internationale vredesmacht een grote en onmiddellijke impact zal hebben. "De rebellen zijn erg slecht uitgerust. Ik was getuige van de voorbereiding van een aanval en zag hoe een Seleka-commandant eerst in het dorp op zoek moest gaan naar benzine. Erg amateuristisch allemaal. Maar met al hun gebreken slagen zij er momenteel wel in om de bevolking te terroriseren. Die situatie zal pas keren als de rebellen geconfronteerd worden met een goed bewapende tegenmacht. Ik hoop alleen maar dat de internationale gemeenschap niet al te lang meer talmt, want echt: de klok is aan het tikken."

4,6 MILJOEN INWONERS

50% christen / 15% moslim

35% lokale religies

OPPERVLAKTE

622.984 km2, iets groter dan Frankrijk

LEVENSVERWACHTING

51 jaar voor vrouwen

48 voor mannen

Recente geschiedenis

Ex-kolonie van Frankrijk, onafhankelijk sinds 1960. Sindsdien werden er vijf militaire coups gepleegd.

In 1977 wordt het land heel even wereldbekend als Jean-Bédel Bokassa zich tijdens een exuberant feest tot keizer laat kronen.

In december 2012 lanceert een coalitie van rebellenbewegingen, de Seleka-strijders, een offensief dat in maart 2013 tot de afzetting van president François Bozizé leidt. Seleka-commandant Michel Djotodia, behorend tot de moslimminderheid, roept zich uit tot president. Hij krijgt zijn rebellen niet ontwapend als die christelijke dorpen aanvallen. Ze ontketenen een spiraal van etnisch-religieus geweld dat naar een genocide dreigt af te glijden. Tot voor kort was er amper internationale aandacht voor het conflict.

November 2013: in afwachting van een VN-vredesmacht stuurt Frankrijk duizend militairen naar het land om het bloedbad te stoppen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden