Maandag 25/05/2020

Interview

Dossier voedselallergieën: ‘Mijn hoofd begon te duizelen en ik dacht dat ik zou sterven’

Beeld Geert Van de Velde

Drie landgenoten praten over hun primaire voedselallergie. ‘Ik moest zo snel en zoveel overgeven dat ik bijna stikte. Ik lag uitgeput op de grond in mijn eigen kots en diarree.’

Gunter Van Dyck (47) lijdt aan atopie: hij is allergisch voor een hele waslijst aan stoffen, van graspollen tot haar van katten en honden, maar ook voor tal van voedingswaren.

Voor welke voeding bent u allergisch?

Van Dyck: “Citrusvruchten, kiwi, curry, koriander, prei, noten, look, perzik, kersen en alles wat uit de zee komt. Ik mag geen mosselen of schelpdieren eten, en zeker geen vis. Onlangs dronk ik een kopje koffie op het werk en begonnen mijn lippen plots op te zwellen. Ik raakte in paniek omdat ik geen idee had waarom ik plots allergisch reageerde. Bleek dat de vaatwasmachine kapot was en de vaat met de hand was afgewassen. Allicht waren er restjes visolie aan dat kopje blijven plakken. Mijn collega’s stonden al klaar met de adrenalinespuit (standaardtherapie tegen een zware allergische reactie, red.), maar wisten niet goed of ze die adrenaline mochten inspuiten. Het is ook voor mij elke keer moeilijk in te schatten hoe een allergische reactie zal evolueren. Ik kan na tien minuten weer oké zijn, maar evengoed is mijn leven in gevaar.”

Hebt u dat al meegemaakt?

Van Dyck: “Jammer genoeg wel. Ik had een keer een ernstige vorm van eczeem, waardoor mijn gezicht vol schilfers zat en pijn deed. Ik had al alle mogelijke pillen en zalfjes geprobeerd, dus besloot ik op zoek te gaan naar oplossingen in het alternatieve circuit. Ik besloot een kuur met paardenmelk te volgen – ik had al een tijdje geen last meer van mijn paardenallergie en kon zelfs paardenbiefstuk eten, dus ik dacht dat die kuur wel kon helpen. Ik moest een kleine hoeveelheid bevroren paardenmelk ontdooien en opdrinken. Binnen de tien minuten kreeg ik zo’n zware allergische reactie dat ik dacht dat ik zou sterven. Mijn hoofd begon te duizelen en ik rende naar het toilet, maar ik haalde het niet. Ik moest zo snel en zoveel overgeven dat ik bijna stikte. Ik was even compleet van de wereld en lag uitgeput op de grond in mijn eigen kots en diarree. Toen ik weer helder kon nadenken, belde ik mijn vriendin of ze zo snel mogelijk naar huis wilde komen.”

Zijn zulke extreme reacties eerder uitzonderlijk?

Van Dyck: “Toch niet. Onlangs had ik op een trouwfeest iets soortgelijks. Ik had de traiteur een lijst bezorgd met voedingsmiddelen die ik zeker niet mocht eten, maar tijdens het dessert liep het toch fout. Ik lepelde mijn chocomousse naar binnen en voelde me na een paar minuten al misselijk worden. Ofwel hadden ze de glazen ingesmeerd met citroen, wat weleens wordt gedaan, ofwel zaten er citrusdeeltjes in het ijs. Samen met mijn vrouw ben ik naar onze hotelkamer gegaan, waar ik de hele nacht bij de wc-pot heb gezeten.”

Was er geen enkele arts die u kon helpen?

Van Dyck: “Net vóór mijn citrusallergie werd vastgesteld, kon een arts me ervan overtuigen om bij hem een therapie te volgen. Hij zei dat hij zelf serums maakte en alleen maar positieve resultaten had gezien bij zijn patiënten. Een paar minuten nadat hij me een spuit met zijn zelfgemaakte serum had gegeven, kon ik niet meer op mijn benen staan. Mijn bloeddruk daalde pijlsnel en ik heb zeker een uur op zijn onderzoekstafel gelegen, met een adrenalinespuit naast me. Dat had ik nog nooit meegemaakt. Toen ik hem er later over aansprak, ontkende hij alles.”

U zou graag een bourgondiër zijn, maar u moet veel laten staan. Wat mist u het meest?

Van Dyck: “Met mijn citrusallergie heb ik het zeer moeilijk. Ik kon vroeger echt genieten van een malse kiwi of een glas cola met ijsblokjes en een schijfje citroen. En van marsepein, en de oosterse keuken. Ik probeer er niet te veel aan te denken, want er zijn weinig alternatieven.”

Met een gerust gemoed op restaurant gaan zit er niet in?

Van Dyck: “Ik kies altijd veilige gerechten, zoals pizza of steak met friet. Maar als ik op restaurant ga, leg ik mijn leven in handen van anderen.

“Sinds 2014 is al wie voeding aanbiedt, verplicht om informatie te geven over stoffen in de voeding die een allergische reactie kunnen veroorzaken, maar een citrusallergie komt niet veel voor, en dus worden citrusvruchten nergens vermeld.”

U gaat wellicht nooit de deur uit zonder uw adrenalinespuit?

Van Dyck: “Ik heb altijd mijn noodtasje bij me, zelfs als ik even naar de winkel ga. Ik heb er eentje in mijn auto, op mijn werk, thuis... Daarin zitten onder andere een medicijn om de luchtwegen te ontspannen, een cortisonepuffer, een neusspray, oogdruppels, pijnstillers en een adrenalinespuit.”

Kunt u iets meer over die spuit vertellen?

Van Dyck: “Die moet ik gebruiken als ik een zware allergische reactie riskeer. Je wordt dan kortademig en je voelt je tong en je keel opzwellen. Je bloeddruk daalt en soms kun je de controle over je blaas en je sluitspier verliezen. Dan moet je snel die adrenaline in je bovenbeen spuiten. Gelukkig heb ik ze zelf nog nooit moeten gebruiken.”

U leed als kind al aan allergieën. Wanneer merkten uw ouders dat er iets mis was?

Van Dyck: “Toen ik pas geboren was, reageerde ik slecht op melk. Maar in de jaren 70 stond de medische kennis over allergie nog in de kinderschoenen, en dus bleef mijn moeder me melk geven. Ik was een huilbaby en stond vol uitslag – door die allergie, weten we nu.

“Als kind was ik erg vaak ziek. Elk schooljaar miste ik twee, soms drie maanden. Ik voelde me geïsoleerd en raakte achterop met de leerstof. Mijn ouders hebben me toen voor een jaar naar het Zeepreventorium in De Haan gestuurd, voor kinderen met chronische aandoeningen. Erg veel heeft het niet geholpen, en mijn leerachterstand werd alleen maar groter.

“In het middelbaar stond er keer op keer in mijn agenda: ‘Gunter werkt niet mee in de klas.’ Of ‘Gunter veegt er zijn voeten aan.’ Maar ik moest wel antihistamine slikken, een medicijn dat allergische reacties onderdrukt. Die medicatie was destijds erg zwaar en je werd er slaperig van. Als ik ze niet nam, kon ik ’s nachts niet slapen van de jeuk. Maar overdag was ik moe en prikkelbaar, en ik kon me niet concentreren.”

Dat moet niet makkelijk geweest zijn als puber.

Van Dyck: “Ik heb me weleens depri gevoeld. Ik zag er misschien wel stoer uit, met mijn leren jas en mijn lange haren. En als ik ziek thuis moest blijven, zei ik achteraf dat ik geen zin had gehad om naar school te gaan.

Soit, ik heb me door het middelbaar moeten slepen. Daarna wilde ik criminologie studeren, maar toen ik hoorde dat ik door mijn allergieën en mijn astma nooit bij de politie kon werken, spatte mijn droom uit elkaar.”

Had u een plan B?

Van Dyck: “Ik ben nu IT’er. Als ik als kind ziek thuiszat, prutste ik vaak aan computers. Ik doe mijn job graag, maar het is niet mijn eerste keuze. Dat heb ik lang als een persoonlijk falen gezien.”

Stoot u vaak op onbegrip?

Van Dyck: “Allergie is een term die vaak wordt misbruikt. Nu denkt de helft van de wereldbevolking allergisch voor gluten te zijn. Dat frustreert me wel, want ik word in restaurants vaak als de zoveelste moeilijke klant bekeken. Maar mijn allergie is een handicap, geen ongemakje.”

U bent als atopiepatiënt niet alleen allergisch voor allerhande voeding?

Van Dyck: “Mijn lichaam maakt te veel afweerstoffen aan waardoor ik allergisch reageer op onder andere gras- en boompollen, schimmels, onkruid, allerlei grassoorten en zilvervisjes, maar ook honden, katten en paarden. Ik krijg dan een astma-aanval, huiduitslag of een shockreactie, die dodelijk kan zijn.

“Toen ik nog een twintiger was, wilde ik mijn leven niet laten begrenzen door mijn allergieën. Ik haalde een dobermann in huis, maar al snel werd ik ziek. Ik zag hem graag, maar ik haatte de astma en eczeem die ik door hem kreeg. Het compromis was dat de hond zijn eigen slaapkamer had en alleen in de tuin en de keuken mocht rondlopen. Nu hebben we een kat, maar die moet buiten blijven.”

Een berekend risico?

Van Dyck: “Af en toe ga ik haar aaien, maar meteen daarna moet ik mijn handen wassen, anders krijg ik jeukende uitslag of erger. Op bezoek bij vrienden had ik onlangs symptomen van astma, maar ik wist niet waarom, tot hun kat tevoorschijn kwam. Ik wilde niet meteen weggaan, maar na een uur kon ik amper nog ademhalen en moest ik naar huis.”

Mensen met een stuifmeelallergie hebben er alleen tijdens de lente last van. Maar door die atopie bevindt uw lichaam zich het hele jaar door in verdedigingsmodus?

Van Dyck: “Ik reageer altijd wel ergens allergisch op, ongeacht welk seizoen. Hooikoorts komt alleen in de lente voor, maar voor mij is het altijd lente.

“Ik heb zoveel allergieën dat mijn lichaam voortdurend reageert: soms is mijn huid ontstoken en heb ik eczeem. Een andere keer spelen mijn longen op, waardoor ik een astma-aanval krijg. Prikkels die het immuunsysteem van andere mensen gewoon opvangt, worden bij mij uitvergroot. Vandaag reageer ik hevig op de huisstofmijt. Net vóór je aanbelde, had ik een gigantische niesbui.”

Bestaat de kans dat u voor nog meer stoffen of voedingsmiddelen allergisch wordt?

Van Dyck: “Dat kan. Mijn citrusallergie is begonnen toen ik een jonge dertiger was. Ik ben nu 47 en heb sindsdien geen nieuwe allergieën meer gekregen.

“Het is moeilijk te achterhalen waarom ik zo gevoelig ben. De dokters denken dat het aan mijn erfelijk materiaal kan liggen, en dat ook de milieuvervuiling een rol speelt. Ik ben namelijk opgegroeid bij een drukke autosnelweg.”

U lijkt positief ingesteld te zijn. Verliest u soms de moed?

Van Dyck: “Als je gezicht onder de ontstoken wondjes, het bloed en de schilfers zit, ondermijnt dat wel je zelfvertrouwen. Soms heb ik geen zin om met starende blikken geconfronteerd te worden. Andere keren heb ik minder energie voor mijn werk en mijn gezin. Ik werk niet fulltime, omdat ik vaak moet recupereren, bijvoorbeeld als ik een paar weken slecht heb geslapen door de astma en de jeuk. Ik moet voortdurend uitzoeken hoeveel medicatie ik kan gebruiken zonder te veel aan levenskwaliteit in te boeten.

“Uit frustratie heb ik de website Allergienet.be opgericht. In wachtzalen of op internetfora heb ik veel mensen met soortgelijke verhalen leren kennen. Ik dacht: waarom richten we geen vzw op die onze belangen verdedigt?”

Hoe zwaar weegt uw allergie op het gezin?

Van Dyck: “Soms moeten we twee maaltijden koken, omdat de kinderen toch zo gevarieerd mogelijk moeten kunnen eten. En vaak kan ik niet meedoen met activiteiten. Onlangs wilde onze jongste dochter met mij gaan zwemmen, maar mijn hele lichaam zat vol wondjes en door de chloor riskeer ik sowieso een astma-aanval.

“Onze vorige vakantie, aan zee was dat, is in mineur verlopen. Ik had drie weken lang erg veel last. Wellicht was de flat toch niet zo allergievriendelijk als beloofd. Daardoor moest mijn vrouw veel meer voor haar rekening nemen. Maar we vormen een hecht gezin, die mindere momenten nemen we erbij. We passen ons aan en proberen zoveel mogelijk te profiteren van de goede dagen.”

Te veel hygiëne

Professor Philippe Gevaert van de Universiteit Gent is gespecialiseerd in allergieën. Hij ziet het aantal gevallen van voedselallergie jaar na jaar stijgen.

Gevaert: “Zo’n 100.000 mensen of bijna 1 procent van de Belgen heeft een primaire voedselallergie. Als ze iets verkeerds eten, kunnen ze binnen het kwartier in een shock raken. Alleen een adrenalinespuit kan hen redden.

“Nog eens 7 procent van de Belgen lijdt aan een secundaire, niet-levensbedreigende voedselallergie. Zo reageren mensen die allergisch zijn voor berkenpollen vaak ook op appelen, peren, kersen, selder of hazelnoten. Met een pilletje antihistamine is dat meestal snel verholpen.

“In Vlaanderen heeft bijna 30 procent allergische klachten, en in de categorie van 25 tot 45 jaar is dat zelfs 45 procent. Vóór de Tweede Wereldoorlog lag dat cijfer onder de 10 procent.”

Hoe is die stijging te verklaren?

Gevaert: “Mogelijk leven we té hygiënisch. Hoe meer je als kind wordt blootgesteld aan bacteriën, hoe kleiner de kans dat je een allergie ontwikkelt. Kinderen van landbouwers die honderd jaar geleden niet-gepasteuriseerde melk dronken, waren sterker dan de kinderen van vandaag. Uiteraard moeten we niet gaan leven zoals rond 1900, maar te veel hygiëne is ook niet goed.”

Hoe meer je als jong kind in contact komt met risicovolle stoffen, hoe beter?

Gevaert: “Ik verwijs graag naar een studie van een Israëlische onderzoeker die in Londen woonde en zich erover verbaasde hoeveel Londenaars allergisch zijn voor pinda’s. In Israël zijn er amper mensen met een pinda-allergie. Hij voerde een studie uit bij baby’s van wie de ouders een voedselallergie hebben. De ene groep kreeg koekjes met pinda’s in, de andere groep koekjes zonder pinda’s. Van de eerste groep ontwikkelde slechts een kleine 2 procent vijf jaar later een pinda-allergie. In de tweede groep was dat bijna 14 procent, dus zeven keer méér. Hoe meer je het immuunsysteem van een kind traint tijdens de eerste levensjaren, hoe kleiner het risico op allergieën.”

Birte Van den Eynde: ‘Ik kreeg gezwollen lippen en diarree van een stukje amandeltaart. De bakker had pinda’s door de amandelen gemengd, want dat is goedkoper.’

Pinda-alarm

Birte Van den Eynde (16) is allergisch voor pinda’s. Zelfs minuscule deeltjes in de lucht kunnen een levensgevaarlijke reactie veroorzaken. Mama An De Busser (43) zag hoe ze er als peuter voor het eerst slecht op reageerde.

De Busser: “Birte was twee jaar toen we samen met mijn mama op een terrasje in een winkelcentrum zaten. De ober zette een potje pinda’s op tafel en Birte stak er een in haar mond. Ze verslikte zich en spuwde het nootje uit, en meteen kreeg ze dikke ogen en zwol haar keel op. Uit het bloedonderzoek bleek dat ze allergisch voor pinda’s is.

“Een paar jaar later zaten we met ons gezin op een bus die ons naar de luchthaven zou brengen. Toen een passagier een potje pinda’s opende, reageerde Birte al na een paar minuten. Ademhalen leek wel een gevecht. In de luchthaven haastten we ons naar de medische dienst. Ze dachten aan een klaplong of een aanval van valse kroep, maar al snel bleek dat het een allergische reactie was op minuscule pindadeeltjes in de lucht die in haar luchtwegen waren terechtgekomen.

“In het UZ in Leuven hebben ze daarna vastgesteld hoe ernstig haar allergie was, en we kregen meteen een adrenalinespuit mee naar huis.”

Birte, heb je die al vaak moeten gebruiken?

Van den Eynde: “En of. Een van de eerste keren was in het vierde leerjaar, toen een meisje boterhammen met pindakaas bovenhaalde in de refter. Niet veel later zagen mijn handen blauw. Toen ik hees werd en zwaar begon te ademen, belde de juf in paniek naar mijn mama met de adrenalinespuit in haar handen – ik vond het toen nog te griezelig om mezelf in te spuiten. Maar het is goed afgelopen.

“Datzelfde jaar at ik op een familiefeest taart met amandelen. We dachten dat die taart wel veilig was, maar de bakker had pindanoten door de amandelen gemengd, omdat dat goedkoper is. Al bij de eerste hap proefde ik dat er pinda’s in zaten. Ik spuwde die hap meteen uit, maar na een kwartier kreeg ik dikke lippen, tintelingen in mijn mond, last van mijn ogen en diarree. Mijn mama heeft me toen voor het eerst een spuitje gegeven terwijl iedereen erop stond te kijken. Ze was best zenuwachtig, want ze wilde me geen pijn doen, maar je moet toch wat kracht gebruiken. Afijn, na wat sukkelen is het toch gelukt.”

Ondertussen ben je er bedreven in geworden?

Van den Eynde: “Sinds het derde middelbaar heb ik echt veel aanvallen. Dat jaar moest ik mezelf maar liefst zes keer een spuitje geven, in het vierde jaar acht keer – waarvan drie keer in tien dagen tijd. Daar ben ik telkens even niet goed van. Ik voel me dan oververmoeid en wil het liefst de hele dag slapen. Dit schooljaar heb ik nog maar één keer moeten spuiten.”

De Busser: “Toen Birte klein was, probeerden we op alle scenario’s voorbereid te zijn: we legden een noodkit met medicatie op school, bij de grootouders, bij vriendinnetjes… Een dure aangelegenheid, want die adrenalinespuiten werden toen niet terugbetaald. Eén spuit kost 53 euro en blijft maar anderhalf jaar goed.

“Toen Birte naar het eerste middelbaar ging, kochten we een mooi handtasje, zodat ze haar noodkit altijd bij zich zou hebben, en moest ze zichzelf leren inspuiten. Maar ik wilde het niet groter maken dan het is, omdat ze dan misschien té angstig zou worden. Ik heb haar verzekerd dat ze alles kan doen wat ze wil. Zolang ze haar medicatie bij zich heeft, kan er niets gebeuren. In mijn diëtistenpraktijk zie ik vaak overbezorgde ouders die hun kind niet op kamp of schooluitstap laten gaan door hun allergie. Ik begrijp dat wel, maar je door angst laten verlammen helpt je niet vooruit.”

Is elke allergische reactie even ernstig?

Van den Eynde: “Dat valt niet te voorspellen. De ene dag reageer ik eerder mild, de volgende dag kan ik in shock gaan. Daarom is het ook zo moeilijk om te beslissen wanneer ik mijn adrenalinespuit moet opdiepen.

“Waarom mensen zo verschillend reageren op dezelfde allergie, heeft de medische wetenschap nog niet kunnen achterhalen. Ik weet wel dat ik heviger reageer als ik moe of gestrest ben, of als het heel warm is. De dokter vermoedt dat ook de hormonen een rol spelen en dat ik er na de puberteit misschien minder last van zal hebben.”

Hoe zwaar weegt die allergie op je leven?

Van den Eynde: “Vorige zomer had ik het er heel moeilijk mee. Ik was op kamp met vriendinnen toen er plots een waas van pindanoten in de lucht hing en mijn lichaam er zwaar op reageerde. Ik nam mijn medicatie en daarna moest ik samen met een vriendinnetje op mijn kamer blijven.

“Vroeger zat ik elk jaar in een andere klas en moest ik telkens vooraan komen om mijn situatie aan de klasgenootjes uit te leggen en te vragen dat ze nooit pinda’s of pindakaas zouden meebrengen. Ik had altijd het gevoel dat ik veel van hen vroeg en hen met mijn probleem opzadelde. Nu zit ik al drie jaar in dezelfde klas en beseft iedereen de ernst van mijn allergie. Ook de school let erop. Zo moest de poetsvrouw eens het hele chemielokaal aanpakken omdat er een experiment met pinda’s had plaatsgevonden.”

Heb je het gevoel dat die allergie je doen en laten beperkt?

Van den Eynde: “Dat is te zwaar uitgedrukt. Ik kan alles doen wat ik graag doe, als ik mijn medicatie maar bij me heb. Ik vind het vooral vervelend dat ik er andere mensen mee moet lastigvallen. Elk jaar ga ik op kamp in het buitenland, en dan ben ik ‘dat meisje met haar pinda-allergie’. Maar ik ben méér dan die allergie. Het maakt me soms boos, maar ik kan het al beter relativeren dan vroeger. Als kind verstopte ik me als ik pinda’s zag of er nog maar over hoorde. Eigenlijk zou ik weleens willen weten hoe die smaken. (lacht)

Bestaat de kans dat je nog andere allergieën krijgt?

Van den Eynde: “Ik ben nu ook allergisch voor curry en lupinemeel. Dat laatste wordt gebruikt voor zacht gebak, sandwiches of zoute chips. Ik moet dus altijd goed het etiket lezen.”

De Busser: “Lupine is één van de veertien allergenen die elke voedingsproducent duidelijk moet vermelden op zijn producten. Toen ik dat ging controleren bij vijftien bakkers in de buurt, bleek dat slechts een kleine minderheid op de hoogte is van de wetgeving. Maar de meesten zochten die meteen op.”

Stuiten jullie soms op onbegrip?

Van den Eynde: “Als we met het vliegtuig op reis gaan, vragen we het cabinepersoneel altijd of ze erop willen letten dat niemand pinda’s bestelt of opeet. Dan roepen ze dat om, maar niet altijd. Een paar jaar geleden zei de piloot: ‘Blijf thuis als je niet gewoon kunt meevliegen.’ Iedereen keek naar mij, en sommigen draaiden met hun ogen of tikten op hun horloge.”

De Busser: “Het lastige is dat een voedselallergie bij iedere patiënt anders is. Sommigen kunnen wel in de buurt van pinda’s komen, anderen reageren al wanneer er pindapartikeltjes in de lucht hangen. Daarom gaan sommige mensen ervan uit dat Birte overdrijft. Of ze geloven gewoon niet dat zo’n zware pinda-allergie bestaat. Maar de meeste mensen doen echt hun best om ons te helpen, ook op restaurant.”

Gezwollen oren

Het dochtertje van Evy Langendries (32), Charlotte (2,5), heeft een koemelkallergie. Dit voorjaar reageerde ze zwaar op een paaseitje. Op de spoedafdeling zakte ze in elkaar in de armen van haar moeder.

Langendries: “Charlotte is geboren met de ziekte van Hirschsprung, een erfelijke ziekte waarbij zenuwcellen in een deel van de darmwand ontbreken en de ontlasting ter plaatse blijft zitten. Na haar geboorte kwamen we te weten dat mijn man drager is van de ziekte – onze oudste zoon heeft die namelijk ook.

“Vanaf dag één wilde ze amper eten en het weinige dat ze binnenkreeg, gaf ze meteen weer over. De chirurg heeft een stuk van haar darm verwijderd, maar ze bleef slecht eten. Ik zette elke twee uur de wekker om haar borstvoeding te geven, maar ze hield amper iets binnen. We wisten niet of dat het gevolg was van de darmziekte, of dat er iets anders aan de hand was.”

Wanneer werd duidelijk dat ze een koemelkallergie had?

Langendries: “De arts had wel een vermoeden en hij stelde voor dat ik een koemelkvrij dieet zou volgen, maar ik voelde me niet fit genoeg om op dieet te gaan. Ik ben toen overgeschakeld van borstvoeding naar flesvoeding, maar Charlotte dronk steeds moeizamer. Toen ze drie maanden oud was, stopte ze zelfs volledig met drinken en moest ze via een sonde gevoed worden. En we wisten nog steeds niet wat er scheelde.”

Wanneer kreeg ze haar eerste zware allergische reactie?

Langendries: “Toen ze 1 jaar oud was, kreeg ze in de crèche per vergissing fruitpap met koekjesmeel, waarin melk zit. Ze kreeg huiduitslag en haar neus en ogen zwollen op. De kinderarts op de spoedafdeling zei dat het kwam door een virale infectie, maar wij waren ervan overtuigd dat het een allergische reactie was op de melk in het meel. Een allergiespecialist heeft Charlotte toen getest op koemelkallergie en ons vermoeden bevestigd. Zij gaf ons meteen een adrenalinespuit mee, omdat ze dacht dat Charlotte steeds ernstiger zou reageren.”

Was dat ook zo?

Langendries: “Helaas wel. Ze reageerde heftig op een sneetje kalfsworst, waar na analyse melkeiwitten in bleken te zitten. Die reactie konden we nog onder controle houden met haar puffer en siroop. Maar in mei van dit jaar at ze een paaseitje waar volgens de verpakking geen melk in zat. Ze had er nog maar de helft van op toen ze hevig begon te hoesten. Zelfs haar oren zwollen op. Ik gaf haar een spuitje en we reden zo snel mogelijk naar de spoedafdeling.

“De spoedarts schrok toen hij Charlottes symptomen zag en wilde haar een nacht in het ziekenhuis houden. We zaten in een kamer te wachten toen ze plots op mijn schoot in elkaar zakte. Haar lippen werden grijs en haar lijfje voelde klam aan: de adrenalinespuit was uitgewerkt en de allergie ging weer tekeer. Ze kreeg meteen een infuus met cortisone. Sindsdien heb ik altijd twee spuiten bij me.”

U moet eigenlijk altijd en overal op uw hoede zijn.

Langendries: “Absoluut. Als je in een pretpark in de rij staat voor een attractie, delen veel ouders niet alleen koek of snoep uit aan hun eigen kroost, maar ook aan andere kinderen. Ik heb al vaak moeten ingrijpen: ‘Sorry, mevrouw, maar mijn dochter is extreem allergisch.’

“Ik moet me telkens weer verantwoorden. ‘Is het wel zo erg?’, krijg ik vaak te horen. Heel frustrerend. Soms heb ik het gevoel dat ik word weggezet als een overbezorgde moeder.”

Hoe gaat het op school?

Langendries: “De kindjes eten er hun tussendoortje onder toezicht op een bank in de speelzaal, en in de refter zit Charlotte op een stoeltje dat wat hoger staat dan de andere. Als klasgenootjes jarig zijn en koekjes of snoep meebrengen, mag zij een veilige snack uit een doos in de kast kiezen. Ze weet ondertussen heel goed dat ze alleen koekjes uit die doos mag eten. Als we met haar spelen, vraag ik haar af en toe wat er gebeurt als ze de verkeerde koekjes eet. ‘Dikke kop!’ antwoordt ze dan. Grappig, en tegelijk triestig. (lachje)

“De school werkt gelukkig heel goed mee. Bij het begin van het schooljaar zat ik samen met alle leerkrachten, de zorgjuf en de directie om haar situatie uit te leggen, en wanneer ze de puffer moeten gebruiken of haar siroop moeten geven. En als ze twee verschillende symptomen heeft, bijvoorbeeld hoest en huiduitslag, dan moeten ze adrenaline inspuiten. Overal in de school hangt ook haar foto met een waarschuwing erbij.”

Hoe zwaar weegt Charlottes allergie op jullie gezinsleven?

Langendries: “Op restaurant gaan is niet evident. Soms lijkt het wel Russische roulette. In een restaurant in een dierenpark stond er bijvoorbeeld ‘rijstpap zonder melk’ op de kaart: dat kan natuurlijk niet. En als ik merk dat de allergenenkaart niet meer dan een formaliteit is, vertrekken we weer.

“Makkelijk is het niet. We mijden verjaardagsfeestjes en we zullen Charlotte in de toekomst wellicht nog meer moeten ontzeggen, tenzij ze haar allergie ontgroeit. Volgens de ene specialist heeft ze nog een paar jaar de tijd, volgens de andere had het al gebeurd moeten zijn. Die onzekerheid is misschien nog het moeilijkst om mee om te gaan.”

© Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234