Maandag 26/10/2020

InterviewJobs

Dossier studiekeuze: met deze vier beroepen zit u gebeiteld

Beeld Marco Mertens

Daar is de zomer, daar is de keuzestress. 18-jarigen speuren op virtuele opendeurdagen naar de opleiding of job van hun leven, bang gemaakt door moeders met vragen als: ‘Filmstudies? Wat wil je dáár mee doen?’ Terwijl het werk in precoronatijden voor het grijpen lag, staat er opeens een ongeziene crisis voor de deur. Welke jobs verzekeren nog steeds een met vette loonstrookjes doorspekte toekomst? Wij geven het u op een bierkaartje: met deze vier beroepen zit u gebeiteld.

De arbeidsmarkt ligt op apegapen. In februari, de laatste maand van rozengeur en maneschijn, schreven bedrijven nog 24.000 nieuwe vacatures uit. Maar na een overaanbod aan vacatures kampt de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling (VDAB) nu met een overaanbod aan werkzoekenden.

Joke Van Bommel, VDAB-woordvoerder: “In maart noteerden we voor het eerst in vijf jaar meer dan 200.000 Vlaamse werkzoekenden. Die cijfers deden ons schrikken. Wie nu afstudeert, heeft eigenlijk brute pech. Deze crisis had niemand voorzien. We raden schoolverlaters aan om de vacaturedatabanken met een zo breed mogelijke blik te bekijken.

“Knelpuntberoepen zullen ook tijdens en na deze crisis blijven bestaan, want de maatschappelijke tendensen erachter zijn niet verdwenen. De digitalisering is nog versneld, wat maakt dat elke sector digitale profielen zoekt. Ook de bouwsector blijft razendsnel evolueren naar een duurzamer model, waardoor de vraag naar technische en technologische profielen hoog zal blijven. Plus: de babyboomgeneratie is er niet opeens jonger op geworden. Het tekort aan zorgverleners is dus ook niet minder nijpend. Er liggen kansen voor wie zich wil omscholen.”

Volgens Horeca Vlaanderen-voorzitter Filip Vanheusden zal 20 procent van de horecazaken de crisis niet overleven. Kijken tieners beter naar andere sectoren?

Ans De Vos, expert in duurzame loopbanen en professor aan de Antwerp Management School: “Ik denk het niet. De horeca is van groot belang in ons land, en is sowieso een sector met veel verloop. Zelfs in normale tijden gaan veel zaken failliet en starten er evenveel nieuwe op. Op de langere termijn zal de sector opveren. Dat verwacht ook de horecawereld zelf.”

Van Bommel: “Het is wat raar om in deze tijden van nood in de horeca van ‘knelpuntberoepen’ te spreken, maar er zal sneller dan we denken weer nood zijn aan koks, kelners en sommeliers.”

SOMMELIER: ‘EEN BEETJE VERLIEFD’

Sommelier is een knelpuntberoep, en zal dat ook na de coronacrisis blijven.

Carine Hoedt: ‘Ik had lang niets met alcohol, en nu schenkt mijn job me zó veel voldoening. Eigenlijk werk ik in de zorgsector, maar met gezonde mensen.’Beeld Marco Mertens/HUMO

De voltallige redactie is kandidaat!

Carine Hoedt, sommelier en gastvrouw bij restaurant Merlijn in Beselare: “(lacht) Ik hoor het vaak: ‘Jij mag de hele dag drinken?’ Ja, ik proef veel wijn. Maar het zou nogal onprofessioneel zijn om stomdronken bij wijnboeren langs te gaan. Ik spuw de wijn dus uit. Het cliché dat sommeliers goedbetaalde alcoholici zijn, mag de wereld uit. Ik ben in tien jaar als sommelier welgeteld één keer dronken geweest.

“Eigenlijk had ik lang niets met alcohol. Ik heb geen drank nodig om mij te amuseren, ik dronk zelfs jarenlang geen wijn. Ik heb management gestudeerd en deed vroeger bureauwerk. Rond mijn 40ste ben ik dan samen met mijn echtgenoot een restaurant begonnen en ging ik aan de slag als gastvrouw. Zo kwam ik in aanraking met wijn. Sommige klanten spraken vol passie over de geuren en de smaken, maar ik kende er de eerste letter niet van.

“Bij Syntra heb ik dan een opleiding tot sommelier gevolgd. Mijn medestudenten praatten in les één al over aroma’s, terwijl ik achteraan in het lokaal alle moeite van de wereld had om de wijn even in mijn mond te houden. (lacht) Maar ik heb doorgezet en nu geef ik zelf lessen. Het is een vaardigheid als een andere: je leert door te oefenen.”

Hoe komt het dat sommelier een knelpuntberoep is?

Hoedt: “Er zijn uiteraard geen tienduizend Vlaamse sommeliers nodig, maar het is zoals bij andere beroepen in de horeca: je werkt wanneer anderen niet werken – ’s avonds, tijdens de lunchtijd, in de weekends.”

Stefanie Diopere, bestuurslid Vereniging van Vlaamse Sommeliers en lesgever bij Syntra: “Ik heb voltijds als sommelier gewerkt, maar dat viel niet te combineren met mijn gezinsleven. Als mama van twee jonge kinderen lukt het gewoonweg niet. Vrouwen zijn even goede wijnkelners als mannen, maar het is geen toeval dat het een mannelijk beroep is: vrouwen worden nog steeds geacht om de huishoudelijke taken op te nemen. Dat lukt niet als je ’s avonds en in de weekends in het restaurant moet werken. Het is allicht geen toeval dat Carine zich nu volop kan smijten als sommelier: ze heeft geen jonge kinderen meer.”

Hoedt: “Op zaterdagen werk ik van de lunch tot 3 uur ’s nachts. Het restaurant zit vol, het is warm, je moet rushen: soms heb je nauwelijks tijd om te ademen. Deze job is fysiek zwaar. Je redt het niet als je niet verslaafd bent aan adrenaline en gezonde stress.”

Diopere: “Daar komt nog bij dat de verloning niet overeenstemt met het harde werk. Dat is wellicht het grootste obstakel voor jongeren. Slechts een handvol sommeliers heeft een echt goed loon – vaak alleen in sterrenrestaurants.”

Hoedt: “Jonge mensen die in de horeca willen werken, zijn sowieso niet dikgezaaid. Ze kiezen ook niet snel voor sommelier. Ze drinken nog niet zo lang, en als ze drinken, is het vaak bier. Ze zijn nog niet verliefd geworden op wijn.”

Wat boeit je zo aan dit werk?

Hoedt: “Het geeft zó veel voldoening. Als sommelier en gastvrouw werk ik eigenlijk in de zorgsector, maar dan met gezonde mensen. In het restaurant komen soms mensen over de vloer die eenzaam zijn, die hun zorgen komen vergeten. Als wijnkelner dien je mensen, met een glaasje wijn, een deur die je openhoudt, een kussentje op de stoel als iemand oncomfortabel laag zit. Je helpt mensen met je twee handen én je derde hand: de wijnfles. Klanten koesteren mijn expertise: ik krijg soms jaren later nog berichtjes van mensen die zich herinneren hoe lekker de wijn was die ik hen aanraadde.

“In een samenleving waar alles steeds sneller en efficiënter moet, staan mensen op restaurant eindelijk stil. Ze genieten en wij verzorgen hen. Ik weet dat mijn taak volbracht is als mensen iets vergeten zijn. Ze gaan dan zo ontspannen buiten dat ze hun jas of portefeuille laten liggen. Niet in elk beroep valt de waardering van mensen voor jouw werk zo van hun gezicht en lijf af te lezen. Ik zou níéts anders willen doen.”

Wie moet aan de opleiding beginnen?

Diopere: “Mensen met een passie voor eten en drinken. Voor wijn, uiteraard, maar het hoeft niet eens alcohol te zijn. Ik zie in mijn lessen studenten heerlijke mocktails bedenken om te combineren met gerechten. Ook het beroep van biersommelier komt op.”

Hoedt: “Sommeliers zijn sociaal en bovenal levensgenieters. Dit beroep verandert je leven: je proeft en ruikt plots alles. Ik passeer geen bloem meer zonder er vol aan te snuiven. Omdat je dagen draaien rond zintuiglijke ervaringen, wordt je wereld intenser.

“Wie wijnkelner wil worden, moet wel kunnen studeren. Velen in de horeca steken graag de handen uit de mouwen, maar blokken niet graag. Sommeliers bestuderen de wetenschap achter de wijnteelt, de vorm van de druiven, het effect van de grond, een stukje aardrijkskunde. De studie vereist enige passie en discipline.”

Vrezen jullie niet voor het beroep, nu de horecasector zwarte sneeuw ziet?

Hoedt: “Nee. De bourgondische Vlaming zal blijven vragen naar lekker eten en goede wijn. Het is nu even aanpassen, met het mondmasker, het plexiglas en de afstand, maar sommeliers zullen nooit uitsterven. Drieduizend jaar geleden dronken mensen al wijn, over drieduizend jaar zullen mensen nog steeds wijn drinken. Daar verandert één virus niets aan. Mensen zullen na deze periode net nood hebben aan rust, verwennerij en genot – en dus aan sommeliers.”

BELASTINGINSPECTEUR: ‘ECHT DETECTIVEWERK’

Vorige week nog gehoord op café: ‘Het probleem met het beroep van belastingcontroleur is dat 90 procent van hen de rest een slechte naam geeft.’ Met zo’n reputatie is het geen wonder dat er een nijpend tekort is aan deze boemannen.

Willy Vandendriessche: ‘Een belastingplichtige schreef me: ‘Ik wil gerust alle stront op uw bureau komen deponeren, zodat u kunt uitmaken of het beroepsmatig is of niet.’’Beeld HUMO/Marco Mertens

Hannelise Boerjan, attaché employer branding bij de Federale Overheidsdienst Financiën: “Bij de FOD Financiën werken zo’n 20.000 mensen. Tegen 2025 gaan er bijna 6.000 met pensioen. Onze mensen voelen de werkdruk nu al toenemen, en dat zal alleen maar erger worden.”

Waarom krijgen jullie geen belastingcontroleurs aan de slag?

Boerjan: “Uit een onderzoek van uitzendkantoor Randstad blijkt dat werkzekerheid, een goed salaris en een gezonde work-life balance dé prioriteiten zijn van jonge werkzoekenden. Wij bieden het allemaal. Eigenlijk zou de FOD Financiën bovenaan moeten staan op de verlanglijstjes van recent afgestudeerden, maar we hebben een perceptieprobleem dat dateert van de crisis in de jaren 70. Toen zette de overheid massaal werklozen aan de slag bij de belastingdienst, waardoor er te weinig werk was voor alle ambtenaren. Dat is vandaag helemaal anders. We zijn niet langer oubollig: tegen 2023 willen we bijvoorbeeld volledig papierloos werken. Dat wil ik andere grote bedrijven nog wel eens zien doen. Tax-on-web werkt vloeiend, we organiseren hackathons... We hebben dan wel geen pingpongtafels zoals hippe start-ups, onze teams worden wel steeds jonger.”

Wat vindt een jonge belastingcontroleur zelf?

Willy Vandendriessche (30), controleur personenbelasting: “Jonge kinderen dromen niet van een bestaan als belastingcontroleur, ook ik niet, maar ik vind het uitzonderlijk boeiend werk. Er heerst een fijne sfeer op kantoor, de vakantieregeling is goed en het loon meer dan degelijk. De job is ook veelzijdig, net omdat de belastingbrieven die wij controleren zo complex zijn: beroepskosten, buitenlandse inkomsten, roerende inkomsten...”

Ho maar! Waar kan ik me inschrijven?

Vandendriessche: “(lacht) Je moet uiteraard geïnteresseerd zijn in de financiële wereld. Eigenlijk zijn wij inspecteurs. We onderzoeken dossiers waar een geurtje aan hangt. Ik speur databanken af, bevraag de belastingplichtige, stel soms vragen aan derden. Ik vind het boeiend om te zoeken naar de waarheid achter de cijfers, naar iets wat op het eerste gezicht onbegrijpelijk is. Een beetje zoals een detective, maar dan op fiscaal vlak. Soms krijgen we ook dossiers van de rechtbank en zoeken wij naar de inbreuken. De combinatie van het sociale contact, de fiscale expertise en het speuren maakt het een uitdagende job. Het is geen luilekker ambtenarenbestaan, zoals je soms hoort.”

Boerjan: “Het is geen toeval dat mensen uit de Big Four (de grote accountancybedrijven Deloitte, PwC, Ernst & Young en KPMG, red.) vaak de overstap maken. Die bedrijven worden gezien als het summum voor jonge talenten, maar wij zijn veel meer dan zij dé experts in de financiële en fiscale wereld. Dat zien die talenten ook.”

Als belastingcontroleur ben je wel de boeman.

Vandendriessche: “De meeste mensen die ik zie, hebben onbewust fouten gemaakt en zijn redelijk in hun verweer. Ik vind het belangrijk dat iedereen dezelfde regels volgt en dat belastingen correct worden geïnd. Zonder belastinggeld geen wegen, geen onderwijs en geen kwalitatieve ziekenhuizen. Iedereen moet zijn steentje eerlijk bijdragen.”

Boerjan: “We hebben nu toch wel het belang ingezien van onze sociale zekerheid? Zonder belastingcontroleurs loopt de gemeenschap inkomsten mis die nodig zijn om uw of mijn oma te helpen genezen van Covid-19. Wij lijken misschien de bad guys, maar eigenlijk zijn wij de good guys: wij organiseren de financiering van de pensioenen, de uitkeringen en de zorg.”

Komen conflictsituaties vaak voor?

Vandendriessche: “De vijandigheid is soms voelbaar. Sommigen voelen zich aangevallen tijdens een controle en beginnen te schelden. Onlangs behandelde ik een dossier van een belastingplichtige die allerlei verdachte beroepskosten aangaf, onder meer het ledigen van zijn beerput. In een verweer schreven hij en zijn boekhouder: ‘We willen gerust alle stront op meneer Vandendriessche zijn bureau komen deponeren, zodat die kan uitzoeken of het beroepsmatig is of niet.’ Niet fijn om te lezen, maar ook niet slim om zoiets schriftelijk mee te delen, natuurlijk. (lacht)

“Anderen spelen het persoonlijk en noemen je onbekwaam. Je moet stressbestendig zijn. Maar ik merk dat een persoon die aan het schelden slaat, vaak nog andere problemen heeft. Een echtscheiding bijvoorbeeld, en dan is die fiscale controle de druppel.”

ASBESTVERWIJDERAAR: ‘VOOR BANGE MENSEN’

Onze huizen, scholen en bedrijven zitten nog altijd propvol asbest, en íémand moet dat verwijderen. Maar wie wil dat in godsnaam doen?

Tom Brosens (vooraan): ‘Het geeft me voldoening te weten dat ik de wereld veiliger maak voor de volgende generaties.’Beeld Marco Mertens/HUMO

Maarten Van Buel, voorzitter Vereniging Asbestverwijderende Bedrijven: “We zitten met een groot tekort aan werkkrachten. Tegen 2040 wil Vlaanderen asbestveilig zijn, maar volgens cijfers van de OVAM zit er in onze gebouwen meer dan twee miljoen ton asbesthoudende materialen. In 70 tot 90 procent van de woningen, scholen of appartementen loop je het risico op asbest te stuiten, en in bijna álle gebouwen van voor de eeuwwisseling. Alleen gebouwen van na 2000 zijn asbestveilig.

“Asbest is een minerale vezel en was een wondermiddel dat we tot eind jaren 90 massaal verwerkten als isolatiemateriaal in onze binnen- en buitenmuren, bloembakken, golfplaten, leidingen, enzovoort. Hoe ouder het materiaal, hoe sterker beschadigd het is en hoe meer asbestvezels er vrijkomen in de lucht. Als je die inademt, kun je lelijke ziekten oplopen – denk aan strottenhoofdkanker of aandoeningen van de luchtwegen. Het meest voorkomende probleem is een ontsteking van het longvlies. Die leidt tot een verschrikkelijke dood: je stikt in je eigen longvocht.”

Waar kunnen geïnteresseerden zich aanmelden?

Van Buel: “(lacht) Voilà, dat is het probleem. De perceptie is dat wie asbest verwijdert, ook de vezels zal inademen en gevaar loopt. Maar dat is niet langer zo.”

Tom Brosens, asbestverwijderaar en medezaakvoerder bij BVasbest: “Ik doe het nu al meer dan tien jaar. Zeker in het begin was er nog te weinig geweten over de gevaren, maar wie nu start, loopt volgens mij zo goed als geen risico meer. We laten niets aan het toeval over.”

Van Buel: “Niet-beschadigd materiaal pakken we voorzichtig op en voeren we weg. Maar als we werken met zwak gebonden of sterk beschadigde toepassingen zoals bijvoorbeeld leidingisolatie, creëren we een hermetische zone. We pakken het gebouw in zoals de kunstenaar Christo, zuigen alle lucht uit de ruimte en filteren zo de schadelijke asbestvezels weg. De asbestverwijderaars werken dan met volledige ademhalingsbescherming. Erg futuristisch allemaal, maar asbest is dan ook erg gevaarlijk.”

Het is toch niemands droomjob?

Brosens: “Ik vind het een nobel beroep. Ik ben vader en in onze scholen zit nog meer dan 100.000 ton asbesthoudend materiaal. Mij geeft het voldoening te weten dat ik de wereld van mijn kinderen en de volgende generaties veiliger maak. Het is een passie geworden: ik wil weten waar het allemaal in zit, hoe gevaarlijk het is, en hoe we onze kinderen en kwetsbaren kunnen beschermen. Ook onze ziekenhuizen zitten vol asbest. Daarnaast is het een financieel aantrekkelijk beroep. Een asbestverwijderaar verdient zo’n 2.600 euro netto per maand.»

Wie zoeken jullie voor deze job?

Van Buel: “Het maakt niet uit wat je gestudeerd hebt. Je bent erkend asbestverwijderaar na een opleiding van 32 uur, die je elk jaar in een ingekorte versie moet herhalen. Dat maakt het een ideaal beroep voor een snelle instroom, ook voor wie nu even werkloos is.»

Brosens: “Asbestverwijderaars zijn niet de krachtpatsers die je soms ziet in de bouwsector. Je moet net fijngevoeligheid in de vingers hebben, heel voorzichtig kunnen werken én je bewust zijn van elke handeling. Asbestverwijderaars zijn maar beter bange mensen, mensen die op hun hoede zijn. Er zijn cowboys in de sector, maar die brengen zichzelf en hun omgeving in gevaar. Ik vrees dat degenen die het niet te nauw nemen met de regels, de rekening rond hun 50ste wel gepresenteerd krijgen bij de dokter.”

Het is een job ‘met toekomst’, maar ooit is al dat asbest toch weg?

Van Buel: “Was het maar zo. Als we er binnen de twintig jaar al in slagen om die twee miljoen ton weg te halen uit onze gebouwen, dan zitten we nog met 40.000 kilometer aan nutsleidingen waar asbest in zit. Er liggen nog tonnen asbest onder onze voeten, en dus ook tonnen werk.”

VERPLEEGKUNDIGE: ‘RESPECT EN WARMTE’

Ze kregen tijdens de coronacrisis elke avond een staande ovatie, maar onze verpleegkundigen namen, veel liever dan applaus, een blik nieuwe collega’s in ontvangst. Actrice Elise Bundervoet (50), die bekend werd als Roxanne in Buiten de zone en dit jaar nog meespeelde in De luizenmoeder, gaf het goede voorbeeld door op haar 40ste verpleegkunde te beginnen studeren.

Elise Bundervoet: ‘Ik hoef heus niet elke keer ‘dankjewel’ te horen: ik ben verpleegkundige omdat helpen mijn passie is.’Beeld Marco Mertens/HUMO

Elise Bundervoet: “Het was een evidentie voor mij. Ik ben als tiener in de theaterwereld gestapt, maar heb altijd gevonden dat zorg en kunst dicht bij elkaar liggen: je kiest ervoor omdat je iets wilt doen met hart en ziel. Er zit een motor in jou, om kunst te creëren of om mensen te helpen. Je kiest niet voor een carrière als verpleegkundige of actrice voor het geld. Het is wie je bent. Daarom heb ik een paar jaar geleden beslist om verpleegkundige te worden, en dat te combineren met mijn leven als actrice.”

Hoe heb je de coronacrisis beleefd?

Bundervoet: “Ik heb met Artsen zonder Grenzen in een mobiel team gewerkt dat verpleegkundigen in de woonzorgcentra ondersteunt. Dat was best wel heftig. Het personeel kreeg rampzalig laat materiaal. In enkele woon-zorgcentra is bijna de helft van de bewoners zwaar ziek geworden of gestorven. Dat is traumatisch voor de bewoners, maar ook voor de verpleegkundigen. Zorgverleners zijn het gewend om met de dood om te gaan, maar nu stierven er soms tien bewoners in één week – één voor één mensen die je persoonlijk kent. We zullen het mentale welzijn van de zorgverleners goed in de gaten moeten houden, de komende maanden en jaren.”

Het is een zwaar beroep. Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg schat dat er over vijf jaar minstens 5.500 extra verpleegkundigen nodig zullen zijn, maar dat zullen we wellicht niet halen.

Bundervoet: “Het personeelstekort wordt een maatschappelijk drama. De vergrijzing treft ons op twee manieren: er gaan binnenkort duizenden verpleegkundigen met pensioen, én steeds meer babyboomers zullen verzorging nodig hebben.

“In België hebben we één verpleegkundige per elf patiënten. Dat is veel te weinig, de werkdruk is hoog. Dus korten we de opnameduur in ziekenhuizen in. Het resultaat? Thuisverpleegkundigen hebben nu veel te weinig tijd, en onze meest kwetsbaren krijgen niet langer de zorg die ze verdienen. Meer en meer zorgverleners vallen daardoor langdurig uit met burn-outs, wat voor nog meer werkdruk zorgt. Het is een vicieuze cirkel.”

Met een mooi loon lokken we verpleegkundigen ook al niet.

Bundervoet: “De waardering is sinds de coronacrisis alleen maar toegenomen. Nu moet de politiek ervoor zorgen dat verpleegkundigen eindelijk een hoger loon krijgen. Als je ziet hoeveel geld er gaat naar het management en allerlei kaderfuncties in ziekenhuizen en zorginstellingen, en die sommen vergelijkt met wat de mensen krijgen die het zware werk doen: die situatie is onhoudbaar. En toch komen we niet op straat, want we hebben daar de tijd niet voor. We staken niet omdat we er willen zijn voor onze patiënten. Dat maakt het voor de politiek makkelijk.”

Waarom moeten jonge mensen verpleegkundige worden?

Bundervoet: “Het is één van de prachtigste beroepen ter wereld. Je werkt met kwetsbare mensen, en door jouw zorgen zie je hun klachten verminderen. Je krijgt meteen de bevestiging dat jouw werk resultaat oplevert, niet alleen op het vlak van fysieke klachten, maar ook voor het algemene welzijn van die personen. Je maakt mensen gelukkig, en dat maakt jou gelukkig. Ik hoef heus niet elke keer ‘dankjewel’ te horen: ik doe dit omdat helpen mijn passie is. Al lijkt onze wereld egoïstisch, ik ben ervan overtuigd dat ik die passie deel met véél mensen.

“Ik herinner mij een man in het ziekenhuis met een ongeneeslijke neurologische aandoening. Hij was niet terminaal, maar had euthanasie aangevraagd. Die procedure duurde ongeveer een maand: hij lag dus een maand lang te wachten op zijn dood. Behalve zijn buurvrouw had hij niemand meer. Ik ging elke dag langs om te babbelen, over zijn leven, over koetjes en kalfjes – soms maar twee minuten. Zijn dankbaarheid toen hij euthanasie verkreeg, naar de artsen, de zorgverleners, naar mij toe: die zal ik nooit vergeten. Ik heb zelden zo’n gelukkige mens gezien als die man toen. Gewoon omdat wij er voor hem waren als medemensen. Dát is het echte belang van zorg: kwetsbare mensen respect en warmte geven. En tijd.”

De coronacrisis heeft veel solidariteit opgewekt. Is er een nieuwe generatie verpleegkundigen gekweekt?

Bundervoet: “Zeker en vast. Er zullen meer mensen kiezen voor de opleiding. Het ‘ik’ stond eindelijk niet meer centraal. Het beroep heeft ook in de spotlights gestaan. Maar daarop kun je niet structureel bouwen. Er moet geld gepompt worden in de lonen en de aanwerving van verpleegkundigen, en snel.”

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234