Zaterdag 17/04/2021

Dossier Kak

undefined

Mijn vader hield van Bach. En ik van Bacharach. Voor hem kon een cantate niet lang genoeg duren en ik vond dat zelfs het mooiste liedje, enkele notoire uitzonderingen daargelaten, het best sterft na twee minuten en 59 seconden.Mijn vader, die volgende week 99 jaar zou zijn geworden indien een ontploffing in zijn hersenen hem niet vlak voor het bereiken van de pensioenleeftijd van deze aardbol weggeveegd had, tolereerde mijn liefde voor het lichte lied wel, maar liet toch niet na mij af en toe op een valse noot te wijzen bij een of ander door mij bewonderd gitaarcombo, of zelfs ronduit het stembereik te ridiculiseren van mijn idool van de week.Bob Dylan kende hij niet maar hij vond ‘Blowin' in the Wind’ wel een erg mooi nummer, zij het in de amechtige versie van Richard Anthony, die er ‘Ecoute dans le vent’ van gemaakt had. En zolang Elvis de heupwiegende man uit Memphis was kon hij ook geen genade vinden in de ogen van mijn verwekker, maar toen we ooit samen uit Cinema Eldorado kwamen waar we de film G.I. Blues gezien hadden, konden er wel enkele lovende woorden af voor de Kings versie van het Duitse volksliedje ‘Muss I Denn’.Mijn vader hield van all things German. Niet omdat hij fout geweest was in de oorlog, want dat was hij niet, maar wel omdat Duitsland hem zoveel gegeven had: de al genoemde Bach en Beethoven, Dürer en Cranach, en de in geurend leer gebonden volumes van Goethe en Schiller die hij des avonds in een hoekje zat te lezen, gehuld in een walm die afkomstig was van de rook der goedkoopste aller sigaretten, Almos.Ik zag hem zo graag zitten daar, die man die slechts tot zijn tiende naar school was geweest en wiens leven zowel als kind als later als jonge volwassene verknoeid was door een wereldbrand. Een man zonder zogezegde educatie die mij nog eer ik twaalf jaar was geworden het wonder dat Parijs heet liet zien, en Breughels Val van Icarus. Een man die mij meenam naar de KVS en de Muntschouwburg, maar ook naar het Paleis voor Schone Kunsten of het Théâtre National, naar Leonard Bernstein en naar Dave Brubeck, naar het Koninklijk Circus en naar het Verséstadion waar het Anderlecht van Van Himst, Puis, Verbiest en Jurion toen speelde.Mijn vader was een volstrekt onbekende Vlaming maar toch had ik zijn foto graag zien hangen in het Gentse Circus Mahy, waar ik gisterenochtend eindelijk geraakt ben om Stephan Vanfleterens portretten te bekijken. Ook al omdat ik over geen enkele goede foto van mijn vader beschik en de Stephan in kwestie er zeer zeker in geslaagd zou zijn de ziel van mijn maker te vangen in sierlijk zwart en wit.Ik had behalve respect, bewondering en plezier nog een andere gewaarwording toen ik door die met fotografie gevulde Gentse garage liep, en wel dat ik niet minder dan 92 van de daar in een lichtdrukmaal getoonde mensen als eens ontmoet had, er bovendien tenminste veertig goed kende en met zeker anderhalf dozijn van hen vriendschapsbanden onderhield.Wat zegt dat over mij? Dat ik een starfucker ben of eerder nog een paling die zich al een halve eeuw door allerhande clubjes van dit land een weg zoekt naar een eigen zijn?Ik schat dat het gewoon toeval is. Op de verkeerde plaats, maar op het juiste moment. Aan mijn sympathieke uitstraling kan het in elk geval niet liggen. Mensen zeggen me vaak dat ze bang voor me zijn of dat ik een muur rond me bouw en dat ze me daardoor moeizaam durven te benaderen, of dat mijn dikwijls afwijkende meningen over iets of iemand storend, ja zelfs kwetsend zijn.Tja zeg, kan ik er aan doen dat ik tegelijk moet lachen en kotsen wanneer ik Andrea Croonenberghs ‘That’s All Right Mama’ hoor zingen op de heilige vloer van de Sun Studios, zoals laatst in Vlaanderen vakantieland? Is het mijn fout dat ik het werk van sentimentele brallers als Bram Vermeulen en zelfs Ramses Shaffy eigenlijk nooit gemogen heb, ook niet wanneer ze plotseling overleden blijken te zijn? Ben ik de enige die de door de smaakpolitie tegenwoordig zo geroemde Les Barons een aardige film vind maar niet het meesterwerk dat men ons probeert aan te praten? Ik koester zelfs een beetje argwaan tegenover smartass Nabil Ben Yadir, de scenarist-regisseur van Les Barons, die ik overal dezelfde promopraatjes hoor rondstrooien en domweg hoor toeteren dat de kwaliteit van een Belgische film gemeten moet worden aan de mate waarin die op een Amerikaanse film lijkt. Niet dat ik iets tegen Amerikanen heb overigens, want deze week is iTunes bij mij synoniem voor John Fogerty en zijn Rides Again, het veertig jaar te laat verschenen vervolg op de legendarische Blue Ridge Rangers-lp, en geniet ik tegelijk al uitgebreid van Ella Fitzgeralds op komst zijnde cd-box Twelve Nights in Hollywood door het stokoude Ella in Hollywood van onder het stof te halen en nog eens virtuoos mee te scatten op de geweldige liveversie van ‘Mr. Paganini’ terwijl ik op de hometrainer zit.Ja, zoals u ziet is er zelfs in mijn leven soms vrolijkheid aanwezig. En schoonheid. Zo was ik vorige zondagavond laat bijna toevallig getuige van wellicht het mooiste tv-moment van het aflopende jaar. Het gebeurde in het gastprogramma Lichtpunt. Na afloop van een uitstekend interview door Mark Schaevers omgordde de schrijfster en nog zoveel meer Charlotte Mutsaers een accordeon en speelde ze onder het plegen van enkele ontroerend houterige danspassen een deuntje dat de week die ons Leterme teruggaf voorgoed naar het verleden speelde.Een lichtpunt, zonder meer.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234