Woensdag 17/07/2019

Musical

Dorian Liveyns, vriend van James Cooke: ‘Op een avond zei hij: ‘Kun jij op Immoweb even een huis voor ons zoeken?’’

Musicalacteur Dorian Liveyns (26) en James Cooke (34) samen voor de camera krijgen blijkt een zo goed als onmogelijke opgave. De musical 40-45, waarin ze beiden spelen, ligt even stil, maar Liveyns repeteert zich rot voor de musical Aladdin, een productie van Theaterhuis Uitgezonderd van vriendlief, en Cooke slaapt weer dagelijks op de Evanna met Gert Verhulst. ‘Zonder Dorian krijg ik mijn leven niet gestructureerd’, vertelde Cooke al vaak. En dat is niet alleen omdat Dorian de boodschappen doet.

Dorian Liveyns: “Ik ben al na twee weken bij James ingetrokken toen ik hem leerde kennen. Maar hij wilde daarna al heel snel verhuizen naar iets wat echt van ons samen was – hij voelde dat ik het niet prettig vond dat het appartement waar we woonden zijn nest was waar ik in kwam gevlogen. Dus op een avond zei hij tegen mij: ‘Kun jij op Immoweb even een huis voor ons zoeken?’ Ik was 22! Ik zag op Immoweb bedragen die ik me als student niet eens kon voorstellen. ‘Liefje,’ heb ik ten slotte gezegd, ‘dat mag je niet in mijn bakje leggen.’ Ik kon dat echt nog niet aan. Een paar maanden later hebben we samen iets gezocht. Ik heb toen wel de inrichting van ons huis voor een groot stuk op mij genomen.”

Wat structureer je nog meer?

“Ik plan de uitstapjes en beheer zijn niet-professionele agenda, die met de familiefeesten en de etentjes bij vrienden. En ik zorg er ook voor dat er eten in huis is. Ik vind dat niet meer dan normaal. Hij heeft professioneel zo veel verantwoordelijkheid. Thuis ook nog eens de ijskast moeten vullen of lekken repareren, dat gaat gewoon niet. Ik maak ook dat de kleren die hij de volgende dag aan wil, gewassen zijn, zodat hij zich nergens zorgen over hoeft te maken.”

Jij repareert lekken? Ben jij ook een klusser?

“Ik ben degene die de IKEA-kasten in elkaar zet, ja. En ik kan ook stopcontacten repareren, want ik heb een jaar elektriciteit en mechanica gestudeerd vóór ik naar de kunsthumaniora ging. Ik moest een jaar overbruggen omdat ik op de kunsthumaniora pas in het derde jaar kon beginnen. Mijn vader is sierschouwplaatser en is opgeleid als schrijnwerker. Hij heeft ons hele huis verbouwd. Ik vond dat ook interessant en heb hem vaak geholpen. Ik wilde kunnen wat hij kon.”

Ook al had je op je zesde besloten dat je musicalacteur zou worden.

“Ja. Dat was nadat ik de musical Pinokkio had gezien. Mijn ouders hadden daar tickets voor gewonnen. De VHS-cassette van de musical die we daarna mee naar huis kregen, hebben mijn zus en ik letterlijk kapotgespeeld. Elke ochtend deden we samen voor de spiegel de dansjes van Fox en Trot na, en op elk familiefeest traden we daarmee op. Mijn zus leidt nu een dansschool waar ik een dag per week lesgeef. Zij volgde als kind al ballet en jazzdans. Ik ging altijd mee en op den duur ben ik de lessen mee beginnen te volgen.”

Voetbalde je ook?

“Dat heb ik nooit gedaan. Ik was doodsbang van al die ballen die in het rond vlogen. Ik heb er ooit één recht in mijn gezicht gekregen en daarna meed ik elk voetbalveld. Maar ik had op school wel vriendinnen en vrienden, hoor. Ik was nooit iemands beste vriend, maar het was ook niet zo dat niemand iets van mij moest weten. Ik ben nooit gepest of met de vinger gewezen. Ik denk dat het mij goed lukt overal doorheen te manoeuvreren. Dat ik me anders voelde kon me niet schelen.

“Ik had niemand nodig om na school mee te spelen. Ik wilde toch alleen maar met cd’s meezingen en dansen. Bovendien had ik een neef die even zot is van musical, naar wie ik altijd kon gaan. En in de balletles en de musicalles die ik al snel ben gaan volgen, waren alle jongens zoals ik. Mijn ouders hebben me ook altijd aangemoedigd. Mijn moeder is met mij naar alle kunstscholen gereden om te kijken welke ik de leukste vond.”

De vader van James stuurde zijn zoon krantenknipsels over acteurs die moesten stempelen, waarmee hij wilde zeggen: ‘Zo zul jij ook eindigen.’ Die vrees hadden jouw ouders niet.

“Omdat ik zelf mocht beslissen wat ik wilde doen, gingen mijn ouders ervan uit dat ik wel zo verstandig zou zijn me in iets anders te verdiepen om brood op de plank te krijgen als het fout zou lopen met mijn droom. Ze hebben altijd heel veel vertrouwen in mij gehad.”

Ze hebben je zelfs naar de Academie voor Muziek- en Musicaltheater in Tilburg laten gaan, tussen de Nederlanders. Je houdt van James, dus...

“Ik hou wel van hevig. (lacht) What you see is what you get, die houding. Bevalt het je niet, dan is dat pech. Zelf ben ik precies zo. Omdat we allebei zo direct zijn, werkt het zo goed tussen James en mij. Onze ergernissen spreken we direct uit. Ik roep: ‘James, laat je sokken niet rondslingeren!’ En dan schreeuwt hij: ‘De wasmand puilt uit!’ We kroppen allebei nooit iets op. Daarom kan de emmer nooit overlopen.”

Toen je James ontmoette, heb je meteen gezegd: ‘Die wil ik!’ Hoe wist je dat meteen zo zeker?

“Ik zag hem bij Studio 100 binnenkomen voor de eerste repetitie van Wickie de Viking. Zo’n bom vol charisma, die persoonlijkheid: ik wist niet dat dat bestond. Zó indrukwekkend. Zeker voor iemand die net aan zijn eerste stage begon.”

Dan denk je als stagiair toch: dit is te veel voor mij?

“Ik wilde hem van dichtbij meemaken en toen we na de repetitie allemaal iets gingen drinken, ben ik op het terras naast hem gaan zitten. We zijn aan de praat geraakt, en toen bleek dat ik ook bij hem stage zou lopen bij de musical Muerto! van theater Uitgezonderd, een stuk over kindsoldaten in Colombia dat hij zou regisseren. Ik ben echt als een blok voor hem gevallen.

“Ik denk dat iedereen wel een beetje verliefd is op hem. Dat kan gewoon niet anders. Hij is een enorme sfeermaker – als hij er is, is het altijd feest. Tegelijkertijd weet hij professioneel heel goed waar hij mee bezig is. Dat is zo’n bijzondere combinatie.”

James speelt altijd hoofdrollen. Jij daarentegen speelt nu de beste vriend van Aladdin. In Pippi Langkous vertolkte je haar vriendje Tommy en in Maya was je de beste vriend van de bij. Droom jij nooit van een hoofdrol?

“De rol moet echt bij mij passen. Dat vind ik het belangrijkst, dat ik een rol speel waarin ik me kan uitleven zoals ik dat wil.”

Je wilt niet per se op de voorgrond treden?

“Misschien niet. Maar ik ben wel aanwezig in het ensemble en ik durf al eens een mop te maken. Ik vind een goede groepssfeer heel belangrijk. Daarom zal ik mezelf nooit boven de anderen stellen.

“Als ik auditie doe, is er vaak wel een rol waarvan ik denk: ‘Dat is een personage dat ik goed zou kunnen neerzetten.’ Maar ik zal dat nooit hardop zeggen. Ik denk dan: ‘Als het echt een rol voor mij is, zal de regisseur dat ook wel zien.’”

Er moet toch een rol zijn waar je van droomt?

“Ja! Die van de kandelaar Lumière in Beauty and the Beast. Daar droom ik al van sinds mijn tienerjaren. Ik hou van die rol, want die is niet te serieus. Lumière heeft een groot shownummer met veel toeters en bellen waarin ik me kan smijten, en hij heeft een Frans accent – ik hou van stemmetjes fabriceren. Je moet als kandelaar ook een beetje raar bewegen. Als Sebastiaan de krab in The Little Mermaid moest ik dat ook doen. Ik ben van nature een danser, ik vertel graag met mijn lichaam. Ik speel vooral graag uitgesproken typetjes. Dat zijn meestal bijrollen. Ik wil ook weleens een prins spelen, maar die zijn altijd zo normaal. Als prins kun je je niet uitleven. Ik speel ook heel graag mee in het ensemble, zoals in 40-45. Je hebt daarin veel vrijheid. Ik kan me daarin alle grote gebaren en bewegingen permitteren die ik wil. Daar geniet ik van.”

Je heb voor 40-45 negen rollen ingestudeerd, om op elk moment te kunnen inspringen voor iemand die wegvalt.

“Ja. Het verhaal van 40-45 is fantastisch en ik heb het al vanuit negen verschillende perspectieven kunnen vertellen. Dat is toch geweldig?”

Je wilt je vooral amuseren. De drang om je te bewijzen, waar James lang mee heeft geworsteld, is jou vreemd?

“Ja, omdat mijn ouders zo veel vertrouwen in mij hadden, denk ik. Dan heb je niet die behoefte om van alles te willen bewijzen. Ik durf veel dingen uit te proberen, maar ik voel me ook wel zo verantwoordelijk dat ik mezelf nooit dingen zal opleggen waarvan ik niet zeker ben dat ik ze kan waarmaken. Daardoor stel ik mezelf niet vaak teleur en groeit het vertrouwen in mezelf. Ik weet dat ik een goede danser ben, maar ik ga geen auditie doen voor het Ballet van Vlaanderen. Dat niveau haal ik niet, dat weet ik. Iemand die zich per se wil bewijzen, doet dat misschien wel en haalt zichzelf onderuit. Hij begint nog meer aan zichzelf te twijfelen, waardoor de drang om te tonen wat hij allemaal wél kan, waarschijnlijk nog groter wordt.”

James is veel gepest op school omdat hij te hard probeerde speciaal te zijn, vertelde hij vaak, maar hij is er wel ver mee gekomen.

“Dat is waar. Ik ben voorzichtiger dan hij. Hij durft veel meer. Twee jaar geleden had hij het idee om musicalartiesten die nog nooit een hoofdrol hadden gespeeld, de kans te geven in een show te laten zien wat ze konden. En die show ís er gekomen, in het Fakkeltheater in Antwerpen. Drie artiesten zongen er liedjes en werden begeleid door een pianist. Hij heeft dat georganiseerd zonder er zelf profijt uit te halen. Als James iets in zijn hoofd heeft, begint hij het direct te verwezenlijken. Dat vind ik zo bijzonder. Het lijkt misschien alsof hij niet altijd genoeg nadenkt, maar dat doet hij wel. Hij is ook een snelle denker. Maar ik vind het toch heel prettig dat ik in mijn hoofd heel rustig ben.”

Zo rustig dat je niet in paniek raakte toen jij had besloten dat James de ware was, en hij jou afwees.

“Het liep niet soepel in het begin, neen. (lacht) Hij zat in de fase van de onenightstands omdat hij net uit een relatie kwam die niet fijn was afgelopen. Hij heeft in het begin flink op de rem gestaan, maar ik voelde van het begin af aan dat het goed zat tussen ons.”

Toen hij dat ook doorkreeg, nodigde hij je thuis uit voor een etentje, maar hij zei: ‘Je moet wel zelf koken.’

(lacht) Ja. James kan nog niet eens een ei bakken. Ik doe niets liever dan uitgebreid koken. Ik heb heel veel samen met mijn oma aan het fornuis gestaan, en mijn eerste weekendwerk was als kelner in een feestzaal. Het gerecht dat ik die eerste avond heb geserveerd, heb ik klaargemaakt voor James.”

Zeebaarsfilet met prei, en sint-jakobsschelpen met gedroogde tomaten. Toen wilde je wél indruk maken.

“Ja. Ik ben verse vis en groenten gaan halen op de markt in Ronse, en ik heb samen met mijn oma een dessert gemaakt dat ik in een koelbox heb meegebracht. Ik heb de lat toen wel te hoog gelegd. Nu wil hij dat ik altijd zo kook. (lacht) Maar hij had ook zijn best gedaan. ‘Als ik kook, moet jij voor de aankleding zorgen’, had ik gezegd, en toen ik binnenkwam, bleek dat hij honderd ballonnen had opgeblazen. Dat gaf me natuurlijk wel hoop.”

Wat doet James voor jou?

“Veel! Hij gaat mee met mij skiën, terwijl hij dat verafschuwt. Hij weet dat ik mijn geluk niet op kan als ik in de sneeuw op de latten sta, zeker als hij erbij is, en hij wil mij graag zo gelukkig zien.”

Hij probeert zelfs te skiën.

“Een keer met de lift omhooggaan en dan uren met de skimonitor staan praten: als je dat skiën wilt noemen, ja. Hoe die man zijn leven in elkaar zit vindt hij interessanter dan de helling afglijden. Op de laatste skivakantie wachtte hij in het chalet tot ik terug was en heeft hij de hele week op zijn laptop zitten werken.

“Alles wat hij doet, moet af zijn, en precies zoals hij het in zijn hoofd had. Hij is een enorme controlefreak. Daarom is het ook goed dat ik rustig ben. Als een project niet helemaal loopt zoals hij wil, kan ik zeggen: ‘Het komt allemaal goed, liefje. Vertel eens, wat is er aan de hand?’ Dan kan hij ventileren. Ik luister graag naar hem en probeer mee te denken. Ik ben graag betrokken bij alles wat hij doet. Ik weet altijd precies waar hij naartoe gaat voor welke meeting, en met wie hij vergadert.”

De musical Aladdin, waarvoor je nu repeteert, is een productie van James.

“Ja, maar ik heb auditie moeten doen zoals iedereen, hoor: een liedje, een dansje... Maar toen er geoordeeld moest worden, heeft hij gezegd: ‘Ik doe mijn oren dicht en houd mijn mond, want ik vind mijn lief sowieso fantastisch.’”

Zijn je ouders fan van hun schoonzoon?

“Wat denk je?”

Dat het geen schoondochter is was geen probleem?

“Totaal niet. Ik ben zelf nooit uit de kast moeten komen. Dat ik van jongens hou is nooit een probleem geweest. Ook voor mij voelde het normaal aan, omdat er op de dansschool en de kunsthumaniora nog meer uitgesproken typetjes rondliepen dan ik. Op de eerste dag van mijn zevende jaar aan het Brusselse conservatorium kwam er een jongen de klas binnen die vroeg: ‘En zijn hier homo’s?’ Iemand antwoordde: ‘Ja, hij, hij, hij en hij.’ En toen wees hij naar mij. Het is altijd duidelijk geweest, ik heb het nooit hardop moeten zeggen. Ook niet tegen mijn ouders. De eerste keer dat ik met een vriend thuiskwam, keek niemand verbaasd op.”

Naar welke muziek behalve musicals luister je nog meer?

“Ik luister naar niets anders. Op mijn telefoon staat alleen maar musicalmuziek, en ook soundtracks van films. Is dat erg?”

Als James en jij in dezelfde musical spelen, zoals nu in 40-45, oefenen jullie dan samen?

“Ik oefen liever als hij niet thuis is. Zodra hij binnenkomt, doe ik de boeken toe. Ik schaam me toch een beetje als een nummer nog niet perfect is. James niet. Hij komt binnen en zegt: ‘Ik heb een nieuw nummer gekregen dat ik moet zingen.’ Hij zet de cd op, begint keihard mee te zingen en vraagt dan: ‘Wat vond je ervan?’ Dat zou ik ook willen kunnen, maar zover ben ik nog niet.”

Is er nog iets waar je van droomt?

“Maar ik lééf in een droom. Telkens als ik na afloop van 40-45 op het podium sta en het applaus hoor losbarsten, denk ik: ‘Zie mij hier staan!’ Vijf jaar geleden zat ik aan de andere kant en was ik aan het applaudisseren. Wat kan ik me in hemelsnaam nog meer wensen? Ik moet alleen wel nog bruin worden voor mijn rol in Aladdin. Dus als je het niet erg vindt, ga ik nu naar de zonnebank.”

© Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden