Zaterdag 10/12/2022

'Doping is als overspel: je begint er beter niet aan'

'Dit wordt het Onmogelijke Interview', zegt ex-radiojournalist Jan Wauters (68) voor het gesprek begint. Na afloop is duidelijk waarom. Omdat deze zwart-wittijden niet uitnodigen tot nuance. Omdat de kritische radioreportages waarmee hij ooit naam maakte nu halvelings vergeten zijn, uit het collectieve geheugen verdrongen door dat ene, piëteitsvolle interview uit 1969, met de op doping betrapte Eddy Merckx. Jan Wauters over doping, over wat beboet en gezegd moet, en verzwegen en getolereerd mag worden.

Door Walter Pauli / Foto Jimmy Kets

Meer dan dertig jaar lang was Jan Wauters een van de meest gezaghebbende sportjournalisten van het land, de alomtegenwoordige stem op de radio, van 1965 tot 1992 onafgebroken 'de man op de motor' in de Tour. Hij zag, hoorde, vertelde en legde uit, en Vlaanderen hing aan zijn lippen. Nu wordt ook zijn generatie wielerjournalisten in het boetekleed gehesen: de mannen van de 'omerta', zij die wisten maar niet onthulden. "Als men mij iets in vertrouwen vertelde, heb ik dat gerespecteerd. Wat ik wist, heb ik in mijn reportages verwerkt, in de vragen die ik stelde. Maar ik breek mijn woord niet. Ook al kan ik mij daardoor soms niet goed verdedigen. Daardoor is dit een onmogelijk interview."

En toch wil Jan Wauters praten: over wielrennen en doping, over hoe het peloton, het publiek en de pers er jarenlang mee omgingen. Omdat het in zijn karakter ligt. En omdat hij, ondanks alles, nog altijd houdt van deze sport.

Jan Wauters: "Sport zit in mij, van jongs af aan. Mijn vader heeft zelf nog gekoerst. Thuis ontmoette ik de renners uit zijn tijd, zoals Georges Ronsse en Karel Kaers (oud-wereldkampioenen uit de jaren dertig, WP). Hij organiseerde wedstrijden in de wijk en als kind mocht ik de omroeper zijn. Daarnaast ontdekte ik de taal en wat je ermee kon doen. Spreken, lezen, schrijven ook. En ten slotte kwam er politieke belangstelling bij. Eerst voor de koningskwestie, maar vooral voor de internationale politiek. Ik was gefascineerd door de figuur van Mendès-France, een socialistische Jood die toch de Franse oorlog in Indochina verdedigde.

"Ik kan tot vandaag moeilijk afstand nemen van alle zaken die me ooit geboeid hebben. Ik blijf lezen. Ik blijf de politiek volgen. Ook de sport. En van alle sporten blijft wielrennen de meest beklijvende. Ook door de geheimdoenerij, door wat we niet weten, niet zien, en alleen maar kunnen bevroeden.

"Ik was al vroeg nieuwsgierig. Toen ik zes was, vroeg ik mij af wat er gaande was als ik het zuchten hoorde in de andere kamer, wist ik al waar de kindjes vandaan kwamen. Ik was elf toen vader mij meenam naar de Acht van Brasschaat, een wielercriterium dat toen duizenden toeschouwers lokte. Ik ging naar Café De Kroon, waar de renners zich omkleedden. Daar zag ik Lode Anthonis, de Belgische kampioen van 1951, die klaar stond om zichzelf een spuit toe te dienen. 'Moet gij ook een spuit hebben, manneke?'

"Al dat soort zaken riepen bij mij fantasieën op, maar ook de drang om te weten. Wat gebeurt er tijdens de zesdaagsen achter de gordijntjes? Wat gebeurt er in de hotelkamers? Zat er ook een andere kant aan die heldenverhalen? Voor mij zijn helden nooit volledig 'held', ook niet in de sport. Helden zijn vaak schelmen."

Dat was duizenden jaren geleden al zo in de Ilias: Odysseus, Agamemnon, Paris, al die helden waren complexe figuren.

Jan Wauters: "Dat is de dubbelzinnigheid van het leven en net dat vind ik boeiend. Ik hoor nu roepen: 'Nultolerantie voor doping'. Ik ken weinig mensen die in hun eigen leven, zelfs ten opzichte van hun eigen principes, een nultolerantie aanhouden. Ik weet het wel, het is zo ver gekomen met de verzwering, de verettering van het wielrennen dat men het laatste vuil eruit wil duwen. Maar we leven toch allemaal met wat vuil in ons?

"Sommige mensen willen witter zijn dan wit. Ze verdragen geen smet meer op het blazoen. Ze nemen Bjarne Riis zelfs zijn Ronde van Frankrijk van 1996 af, ook al is dat dopinggebruik allang verjaard. Ik begrijp niet waarom de Tourdirectie de gele trui van Riis afneemt en niet van Bernard Thévenet. Thévenet bekende zijn dopinggebruik ook.

"Sommigen zeggen nu: alle Tourwinnaars van de laatste dertig jaar zijn verdacht. Zeg dan meteen: ze zijn allemáál verdacht. Won Fausto Coppi zuiver? Zou Ferdi Kübler niets genomen hebben? Schrap dan de hele erelijst van de Tour. Destijds was er een bereidheid om te aanvaarden dat extra middelen soms nodig waren. Van Fausto Coppi, met zijn talent, zijn magistrale uitstraling, werd niet alleen gezegd dat hij over een speciale soigneur beschikte. Maar ook dat hij, als krijgsgevangene van de Britten in Noord-Afrika tijdens de Tweede Wereldoorlog, de amfetamines had leren kennen. Via de grote Coppi zijn die in het peloton gebracht.

"'Ik ga niet sneller rijden van doping', zei Jacques Anquetil, 'maar met doping lijd ik minder pijn. En waarom zou ik pijn moeten verdragen?'

"Mannen als Coppi en Anquetil hadden ook een bijzonder nauwe band met hun dokter. Het is toch merkwaardig dat beiden, twee van de drie grootste renners aller tijden, getrouwd zijn met de echtgenote van hun arts: Coppi met 'la Dama Bianca', Anquetil met zijn Jeanine.

"'Il faut se soigner', zei Anquetil. Nu zou men botweg zeggen: 'se doper'. Vroeger aanvaardde men dat argument 'verzorging'. Nu niet meer. Waar ligt de grens?"

Hun tijdgenoot Rik Van Steenbergen heeft in een legendarisch tv-interview met Eddy Merckx en Rik Van Looy uitgelegd wat hij deed. 'Ik had een doosje met drie pilletjes: een blauw, een rood, een wit. Als ik op 50 kilometer voor het einde nog in de kopgroep zat, slikte ik het blauwe. Op 20 het rode. Op 10 het witte. Als ik er niet meer bij was, bleven die pilletjes zitten.'

"Ik kan mij voorstellen dat kampioenen als Van Steenbergen en Van Looy in bepaalde omstandigheden 'een tandje bij staken'. Het bewijst dat doping niet tot drama's hoeft te leiden. Van Steenbergen heeft een hoop problemen gekregen na zijn carrière, maar fysiek bleef hij tot op hoge leeftijd een gezonde, sterke man. En kijk eens naar Van Looy. Die is de zeventig voorbij en nog altijd een atleet."

In Koarle, de mooie biografie van Karel Van Wijnendaele, vertelt Joris Jacobs dat Van Wijnendaele het de journalisten van Sportwereld verbood om zelfs maar te spreken over doping, ook niet onder elkaar op de redactie.

"Toch begon dat vanaf de jaren zestig te veranderen. Al reageerde het wielerwereldje daar scherp op. Terwijl ik erbij stond, zat Gaston Plaud, de sportdirecteur van Peugeot en van Walter Godefroot, te schimpen op 'ce gars de la radio flamande': 'Als ik die kan vinden'. Maar ook manager Jean Van Buggenhout apprecieerde mijn reportages niet zo erg en sommige collega's al evenmin."

Maar Jan Wauters was even niet de harde interviewer toen hij in 1969, in Savona, als enige journalist bij de gedopeerde Merckx zat.

"Die scène is een eigen leven gaan leiden. (boos) Al mijn andere radioreportages, al die keren dat ik de ongemakkelijke vragensteller was, dat alles is niet bewaard. Ik ben nog altijd trots op mijn reportages tijdens het WK voetbal 1978 in Argentinië, toen ik het over de dwaze moeders had en de junta aan de kaak stelde, ook al kreeg ik daarvoor heel wat kritiek, vooral in Gazet van Antwerpen. Maar radio is vluchtig, dus mijn werk is blijkbaar vergeten. Op dat ene interview na.

"Wat is er die dag gebeurd? Ik hoorde het nieuws 's ochtends op de radio. Ik kende Martin Vanden Bossche goed, een ploegmaat van Merckx. Het hotel was afgezet, maar hij liet me toch binnen. Ik raakte zelfs in Merckx' kamer binnen. We waren aanvankelijk maar met vier man: Vanden Bossche, ik, manager Giacotto en Italo Zilioli, Merckx' Italiaanse ploegmaat. Ik heb daar een kwartier gezeten zonder dat Merckx wist dat ik er was. Hij lag er te huilen, te creperen op zijn bed. Ik zag een man die niet wist wat hem overkomen was. Ik had hem de dag voordien nog geïnterviewd en zoals altijd had Merckx daarbij een beetje weggekeken terwijl hij sprak. Er was niets aan de hand. Hij begreep het gewoon niet. Hij had toch niets anders gedaan dan al die vorige dagen?

"Ik zeg daarbij niet dat Merckx níéts gedaan zou hebben. Achteraf heb ik van Martin gehoord dat ze in de ploeg al eens Reactivan namen, een amfetaminepilletje. 'Een Reactivanke', zeiden ze vergoelijkend. Waren Merckx en zijn omgeving te overmoedig geworden? Ik weet het niet. Ik zag alleen dat Merckx to-taal van de kaart was. Dat ik onder de indruk was van een huilende Eddy Merckx, neem je me dat kwalijk? Toen heb ik inderdaad een interview afgenomen op nogal schroomvolle toon. Enige pudeur heeft het toen gehaald op de harde journalistieke aanpak. Nooit zag ik een renner in grotere 'diepten van ellende' en dat uitgerekend in Hotel Excelsior. Dat is toch een drama? Mag een journalist niet meer gevoelig zijn voor drama? Wie mij dat kwalijk wil nemen, zegt het maar. Ik schaam me niet voor dat interview. Op juni 1969 was ik in Savona de enige journalist die erbij was en die vragen durfde te stellen."

Over het algemeen 'sprak men daar niet over', over doping.

"Toch wel. Men sprak daarover 'achter de hand'. Mijn generatiegenoot Luc Van Loon schrijft in Het Laatste Nieuws: 'We lachten er cynisch mee'. Half lacherig, half cynisch, dat was de sfeer. Maar er kwam weinig naar buiten. Al begon het ons, toen 'de jongere generatie', wel te dagen. Men spreekt nu van bloeddoping alsof het iets nieuws is. Toch doken na de Olympische Spelen van 1972 al snel de verhalen op over bloeddoping bij de Fin Lasse Virén, die olympisch goud haalde op de 5.000 en 10.000 meter. En denk maar niet dat die wetenschap tot de atletiek beperkt bleef. Ook in het peloton kende men die technieken al. Men sprak over 'stierenbloed'. En zoals altijd en overal waren het de besten, de kampioenen die als eerste zo'n aanbod kregen.

"Tijdens de Tour logeerden we nog in dezelfde hotels als de ploegen en de renners. Ik zat erbij toen de dokters discussieerden over Joop Zoetemelk. Ik hoorde de twee artsen zeggen dat het geen zin had dat Joop zijn lichaam kapot zou rijden, alleen om het wiel van Merckx te houden. Dat hoorde je, maar je kon niet zeggen: 'Joop is gedopeerd'. Maar dat er zaken achter de schermen gebeurden, dat 'wist' je dus. Niet omdat je de precieze feiten kende of de juiste producten, maar door wat je vernam."

Die artsen ontwikkelden dezelfde redenering als een aantal dokters die jaren later epo toedienden: het is onverantwoord dat een renner zijn lichaam verwoest.

"Ik kon enig begrip opbrengen voor hun bekommernis. Verplaats je even in de tijd. Renners werden toen omringd door vaak louche 'soigneurs'. Sjofele, onverzorgde mannen met grof taalgebruik, die hun renners ook grof behandelden. De moraal toen was dezelfde als die nu: pakken en niet gepakt worden. 'Gepakt worden' is in die filosofie altijd erger dan 'pakken'.

"Ik was er een grote voorstander van om die soigneurs te vervangen door dokters, aan wie de medische begeleiding van de renners zou worden toevertrouwd. Ik ging er toen ook van uit dat als zo'n dokter oordeelde dat een bepaald product verantwoord was, dat niet per se fout was. Als een echte dokter de druk en de pijn die het wielrennen meebrengt onder controle kan houden, mag dat dan niet? Is enige hulp zo erg? Als het medisch verantwoord gebeurt en onder begeleiding, moet je daar zo tegen zijn? Ik heb ook wel eens twee nachten doorgeblokt voor een examen met de hulp van Captagon.

"Maar het moet om occasionele verzorging gaan, op een ogenblik dat een renner lijdt. Het mag geen automatisme, geen systeem worden. Het dient om renners te helpen, niet om hun prestaties kunstmatig op te krikken. In die jaren heb ik me het volgende standpunt eigen gemaakt: dat de renners in godsnaam wegblijven van het wilde, ongecontroleerde toedienen. Geef hen goede medische begeleiding en vertrouw dat toe aan dokters. Maar we hebben toen nooit gedacht dat het tot een perfide systeem zou uitgroeien, zoals dokter Rijckaert er een bij Festina ontwikkelde."

Is dat niet de interne contradictie van uw redenering? Als een dokter renners professioneel wil begeleiden móét hij toch systematisch te werk gaan: deze precieze hoeveelheid en op geregelde tijdstippen. Als hij moet ingaan op de intuïtie van de renner zelf, à la tête du client, dan krijg je toch uitschuivers? Als er al 'verantwoorde' doping zou bestaan, dan kan die alleen methodisch zijn en dus systematisch.

"Ja en neen. Ja, ik vind nultolerantie in principe goed. Ik wil niet tolerant zijn tegenover doping en bedrog. Maar neen, geen blinde nultolerantie. Je moet omgaan met medische producten. Lang geleden al bracht professor De Vleeschouwer mij tot dat inzicht. Hij was de voorganger van professor Debackere aan het hoofd van het labo te Gent. Zijn methode, legde hij uit, vertrok van gezond verstand: 'Als ik een minieme hoeveelheid efedrine in de urine van een renner vind, weet ik dat dat sporen van neusdruppels zijn, niet van doping. Dan rapporteer ik dat zelfs niet aan de wielerinstanties. Maar als ik een hoge concentratie van datzelfde product aantref, een waarbij de renner haast een half flesje moet hebben gebruikt, dan ben ik onverbiddelijk. Dan is het doping.' De Vleeschouwer paste zijn eigen 'nultolerantie' dus zelf aan aan de omstandigheden. Hij interpreteerde.

"Moet je dus in alles honderd procent principieel zijn? Ik heb veel respect voor mensen die pleiten voor een kaarsrechte lijn, zoals Roger Moens doet: 'Wie doping neemt, pleegt bedrog. Punt uit.' Maar ik zie niet altijd een scherpe grens.

"Al besef ik dat het peloton te ver is gegaan met doping, en dat er vandaag haast sprake is van een noodtoestand. Dat men nu bijzonder streng optreedt, tot daar aan toe. Maar maak van nultolerantie toch niet de norm."

Vandaag is alleen het strengste streng genoeg. Een jaarsalaris als boete, straks levenslange schorsing, en dat voor élke dopingovertreding. Stel dat men elke automobilist die in een bebouwde kom een ongeluk veroorzaakt - wat erger is dan doping - eenzelfde strafmaat zou opleggen: levenslang rijbewijs kwijt en een boete van een jaarsalaris.

"De nieuwe dopingstraffen staan niet meer in verhouding tot het misdrijf. Die passen niet in een normale rechtspraak. Dit is opnieuw de inquisitie, mannen die heiliger willen zijn dan de paus.

"Ik ben bang voor nultolerantie. Als je dat begrip als uitgangspunt neemt, kom je snel bij een Vlaams Blokachtig, communistisch denken uit. Het moet allemaal zijn zoals de wet voorschrijft. Geen genade, ook niet voor het kleinste foutje, en altijd de meest onverbiddelijke straf. Daarom pleit ik voor een zekere tolerantiegrens. Ja, men moet streng optreden tegen doping. Maar neen, men mag niet genadeloos zijn en zeker niet onredelijk.

"Je zou ook het best geen alcohol drinken als je moet rijden en toch is een kleine hoeveelheid toegestaan. Terwijl we eigenlijk weten dat geen alcohol het veiligste is. Toch zijn we in deze 'verstandig': we weten dat het leven niet alleen uit rechtlijnigheid bestaat.

"In de sport geldt hetzelfde. Kijk naar de sprint tussen Steegmans en Boonen in Gent. Dat vind ik 'des mensen'. Dat we niet allemaal zuivere zielen zijn, dat we niet allemaal het beste voorhebben met onze naaste, dat we onszelf allemaal zo graag zien: aanvaard dat toch.

"Mag is het plastisch uitdrukken? Doping is als overspel. Je begint er beter niet aan. Je kent immers niet alle gevolgen. Je komt in een leugenachtig leven terecht. Je weet niet of je er op tijd mee kunt stoppen. Het brengt je in de war. Je eigen geloofwaardigheid komt erdoor in het gedrang.

"Ik zal doping dus niet zomaar goedkeuren of voor het vrije gebruik pleiten. Amfetamines waren verslavend, maar met mate gebruikt waren ze lang niet zo schadelijk als de corticoïden die later kwamen. Schijnbaar bewerkstelligden ze herstel en genezing, maar ze tastten de lichamelijke genezing wel aan. En de hormonale doping was helemaal te erg. Mede door mijn vrouw weet ik hoezeer hormonen bepalend zijn voor je leven, hoe ze ingrijpen in je persoonlijkheid. De gevolgen van hormonale doping zijn op lange termijn veel erger dan die van amfetamines. Mijn zoon Benno is ook amateurwielrenner geweest. Weet je dat er van zijn lichting, de 'klas van 1965', niet minder dan vijf gestorven zijn? Niet nu, niet later, maar toen, toen ze nog koersten?

"Het wielrennen moet dus streven naar een nultolerantie, maar moet die grens af en toe kunnen loslaten. Ik heb er vaak over gesproken met dokter Jules Mertens. Die durfde weleens een inspuiting toe te dienen, bijvoorbeeld om ontstekingen tegen te gaan. Maar hij praatte met zijn renners. Hij legde ze uit waarom amfetamines slecht zijn. Renners krijgen dan een oneigenlijke drive, gaan sprinten waar dat eigenlijk niet kan, kruipen door het kleinste gaatje, veroorzaken valpartijen. Hij legde hen uit dat hun prestaties nog veel feller achteruit zouden gaan, al is het maar omdat amfetamines je nachtrust verstoren. En wie niet kan slapen verliest zijn conditie. Met andere woorden: op een educatieve wijze leerde hij hen 'omgaan' met die medische begeleiding."

Maar is dat geen raad voor evenwichtige mannen, voor verstandige jongens die 'kunnen omgaan' met al die middelen. Hoeveel renners die in de problemen kwamen, waren niet eenvoudige jongens, bereid tot veel voor succes: Eric De Vlaeminck, Benny Schepmans, Frank Vandenbroucke, zovele tientallen anderen.

"Ik heb nog ergere debacles gekend. Wij zagen de achtervolgingswaanzin van Jos Verachtert, die uiteindelijk zijn vrouw en zichzelf heeft omgebracht. Er zijn nog andere ex-renners die zich een kogel door het hoofd hebben geschoten. Maar mag ik naast Eric De Vlaeminck zijn broer Roger plaatsen? Roger won de Ronde van Zwitserland, haalde vaak de top tien in de Giro, waar hij ook veel ritten won. Maar in de Tour gaf hij driemaal op. 'Ik weet het', zei hij me, 'maar als ik Decadurabolin had genomen, zoals ze mij hadden voorgesteld, dan had ik misschien wel kunnen volhouden in de Tour.' Maar Roger de Vlaeminck deed dat dus niet. Misschien uit schrik, dat kan. Maar het is geen natuurwet dat renners te ver móéten gaan."

Maar ze doen het, en je ziet het, ook al kun je het niet zeggen. Eddy Merckx stopte in 1977. Collega Tony Landuyt vergeleek de Merckx van 1977 met de oudere Elvis, datzelfde jaar overleden. De scherpte die eraf was, het gezwollen gezicht: het rockte niet meer. In Presleys geval kwam dat door pep.

"Het is een prachtig beeld en het klopt. Ik heb Merckx er bij zijn afscheid in 1978 mee geconfronteerd: 'Eddy, je geraakt je gewicht nu niet kwijt.' Eddy weet dat nu nog. Ik heb het misschien niet eens gezegd, maar hij hoorde het wel: 'Zijn het cortisonen?'

"Ik ben nooit een echte onderzoeksjournalist geweest, maar wel altijd alert. Door scherp te kijken, zie je veel. Michael Rasmussen heb ik nooit vertrouwd. Dat abnormaal magere lijf, die 'doodskop' erop. Rasmussen heeft zijn eigen lichaam extreem uitgeboord. Dat kan toch alleen maar met middelen waarvan ik moet aannemen dat ze niet gezond zijn? We zaten bijna naar een doodzieke man te kijken. Als ik Rasmussen zie, overvalt mij een lichte schaamte. Over het algemeen bewonder ik het type van l'atlète pâle', zoals Jacques Anquetil of de jonge Frank Vandenbroucke: de scherpe atleet, bleek en kwetsbaar. Rasmussen is het kwetsbare voorbij. Het is bijna ziekelijk. Rasmussen is een zeloot van de velo. Terwijl ik normaal gezien jaloers ben op magere atleten. Fausto Coppi, bijna het evenbeeld van Eugenio Pacelli, paus Pius XII: de scherpte die overgaat in het sacrale. Ik val daarvoor, als wat rondere heer.

"Maar ik kijk ook graag naar een Thomas Dekker, Rasmussens ploegmaat bij Rabobank. Dat is een heel ander type. Groot, on-Hollands, donker. Het uiterlijk van Thomas Dekker doet aan dat van Van Nistelrooy of Van Basten denken. Tussen hun voorvaders zal je wel een Spaanse bezetter vinden. Toch is Thomas Dekker het grootste talent van de lage landen. Hij fietst zoals Seedorf voetbalt: begaafd, vroegrijp, eigenwijs. Ik vind hem de verleidelijkste jonge renner van de Tour, meer nog dan Alberto Contador. Maar ik weet van het leven: pas op met verleidelijkheid."

De nieuwe dopingstraffen staan niet meer in verhouding tot het misdrijf. Die passen niet in een normale rechtspraak. Dit is opnieuw de inquisitie, mannen die heiliger willen zijn dan de paus

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234