Donderdag 29/10/2020

'Doperen behoorde tot mijn vak'

Patrik Sinkewitz kwam voor het eerst met doping in aanraking toen hij met de grote jongens ging meerijden. Dat was in 2003, hij reed voor QuickStep. Na zijn overstap begin 2006 naar T-Mobile begon hij met bloeddoping. 'Uit eigen vrije wil.'

door Hans Vandeweghe

BRUSSEl l Der Spiegel brengt morgen het getuigenis van Patrik Sinkewitz, de T-Mobileprof die deze zomer in de Tour crashte en van wie een paar dagen later bleek dat hij in juni op testosteron was betrapt.

Men kan het Der Spiegel-interview - sinds gisterenavond online - op twee manieren lezen.

Puur hypothetisch: stel dat men een medium zou zijn dat ten allen prijze wil bewijzen dat QuickStep doping faciliteerde en organiseerde, dan kan men met veel kwade wil - door de feiten niet in de context te plaatsen en quotes uit hun verband te halen - 'bewijzen' dat Sinkewitz in zijn Belgische periode een dopeur werd.

Een andere lezing - gebaseerd op feitenkennis en historisch besef - hangt een meer realistisch beeld op van dopinggebruik in de 21ste eeuw: de renner als zelfbediener, al of niet gedoogd door zijn ploeg. Dat was Sinkewitz.

"Jammer voor T-Mobile, niet jammer voor Sinkewitz. Ik verdacht hem ook bij ons van doping." Aldus deze zomer een kaderlid van de QuickStepploeg, nadat bekend raakte dat de Duitse subtopper tegen de lamp was gelopen. Men was eind 2005 bij QuickStep blij dat men van Sinkewitz af was.

Het getuigenis van Sinkewitz in Der Spiegel is wellicht niet volledig. Het valt op dat hij in de hele affaire rond de bloeddoping van de Universiteit van Freiburg geen namen wil noemen. Dat doet hij wel als het over zijn QuickStepjaren gaat, maar een echte beschuldiging wordt het nooit.

"Ik reed tot en met 2002 voor het beloftenteam Mapei en daar was doping geen item. Pas toen ik in 2003 in het profpeloton bij QuickStep ging rijden, werd mij duidelijk hoe het moest. Het hoorde bij de job. Iedereen wist het, maar niemand praatte erover."

Der Spiegel vraagt daarop van wie hij de kunst van het doperen heeft geleerd, van artsen, van renners? Sinkewitz antwoordt: "Van iedereen een beetje. Ik heb doping niet uitgevonden."

Hij noemt ook de producten: Epo natuurlijk en ook corticosteroïden en Synacthen (ACTH, het voorloperhormoon dat cortisones aanmaakt).

De betrokkenheid van QuickStep dan? "Ik kan mij niet indenken dat Patrick Lefevere niet wist wat wij deden. Maar er is nooit over gepraat. Een aantal dingen blijven simpelweg onbesproken."

Hoe moet dit worden geïnterpreteerd? Heeft Sinkewitz zich gedopeerd in dienst van QuickStep? Ongetwijfeld.

Was dat in opdracht van en met de hulp van QuickStep? Onzeker, wellicht zelfs niet. Daartoe dient historische context. 2003 is het jaar waarin Johan Museeuw in de zomer wordt betrapt na intensief sms-verkeer met een dierenarts (José Landuyt). In één van de sms'jes is Museeuw in paniek en vraagt hij aan Landuyt wat hij moet doen: "Ik heb 51 (hematocriet) en morgen komt Yvan (Van Mol, de ploegarts)." Museeuw wil niet dat Van Mol ziet dat hij heeft geknoeid. Waarop Landuyt hem zegt wat te doen: veel zout water drinken.

Voorgaande is echt gebeurd, zit in het gerechtelijk dossier. Numero uno Museeuw kon voor zijn doping niet terecht bij de ploeg en nieuwkomer-buitenlander Sinkewitz zou dat wel kunnen? Dat lijkt onwaarschijnlijk. Alle pogingen (van media, van senatoren) om Landuyt op te voeren als parallelle door QuickStep georganiseerde dopingpiste, zijn tot op heden jammerlijk mislukt.

Tenzij hij aan het Bundeskriminalamt meer en andere dingen heeft verklaard, blijkt uit dit getuigenis dat Sinkewitz een geval was als Marc Lotz, de QuickSteprenner bij wie in 2006 epo is gevonden: renners die bij gebrek aan facilitering vanuit het team op eigen houtje handelen. Dat blijkt uit de producten - die perfect zelf te gebruiken en te verkrijgen zijn - en dat blijkt ook uit de verklaringen.

Overigens - om bij QuickStep te blijven - heeft Sinkewitz het ook nog over Paolo Bettini. Herinner u het voorbije WK waarin Bettini in opspraak kwam omdat Sinkewitz volgens ZDF zijn naam zou hebben genoemd als leverancier van testosterongel. Sinkewitz ontkent dat formeel: "Ik wist nergens van toen Bettini mij daarover belde. Ik heb nooit gezegd dat ik van hem iets heb gekregen. Dit is één groot misverstand."

Veel interessanter is zijn verhaal over bloeddoping bij T-Mobile en hoe hij in de Tour van 2006, nadat Jan Ullrich niet mocht starten omdat bekend raakte dat hij Fuentesklant is, toch nog van Straatsburg naar de kliniek in Freiburg rijdt om zijn opgespaard bloed te laten opdruppelen. "Ze wilden niet meer, maar mijn bloed lag daar, en het was van mij. Kunnen we het evengoed gebruiken," zei hij en zo geschiedde. Maar het bloed klonterde en er druppelde bijna niks bij hem naar binnen.

Sinkewitz kwam tot bloeddoping na zijn overstap van QuickStep naar T-Mobile. "Een ploeg die goed reed in zware wedstrijden, daar moest ik zijn." In november 2005, bij een eerste contact, begint Sinkewitz zelf tegen de teamartsen (Heinrich en Schmid) over bloedtransfusies met eigen bloed. "Dat was mogelijk, maar ik had vooral de indruk dat ze er niet met de volle goesting aan begonnen. Wellicht om te beletten dat we zelf zouden gaan shoppen, hebben ze ons geholpen." (Dat Ullrich niet naar Freiburg voor zijn bloedmanipulatie ging, maar naar Madrid, heeft wellicht te maken met de voorzichtige aanpak van de Duitse artsen.)

Opvallend is zijn verder betoog: "Niemand heeft mij in de richting van bloeddoping geduwd. Men heeft nooit gezegd: dat moet je nu doen. Het initiatief ging van mij uit."

Dat laatste is opmerkelijk. Sinkewitz zit in het spijtoptantenprogramma en heeft er dus alle belang bij om zoveel mogelijk te onthullen. Anderzijds wil hij ooit weer koersen. "Ik kan ook een aardig stukje koersen zonder doping. Het is ook het enige wat ik echt goed kan."

Patrik Sinkewitz:

Niemand heeft mij in de richting van bloeddoping geduwd.

Men heeft nooit gezegd: dat moet je nu doen.

Het initiatief ging van mij uit

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234