Zondag 05/12/2021

Doornik en Dun

Laat ik maar beginnen met excuses voor de column die vorige week op deze plek verschenen is.

Ik kan niet anders dan grootmoedig toegeven dat ik dat stukje onder hevige dwang geschreven heb en wel met een revolver tegen mijn grijze slapen aangedrukt.

Vraag om verschoning ook aan mijn talrijke Oost-Vlaamse vrienden die ik diep gekwetst heb met mijn goedkoop geschimp op hun 'leutig' taalgebruik, aan die sympathieke harde werkers op de redactie van Goedele, aan alle mensen en dieren die Aimé heten en ook aan de VRT-nieuwsdienst die écht de beste is van de hele wereld.

Om nog te zwijgen over de LDD, een vrolijke vriendenclub die zich tot doel gesteld heeft nog voor Kerstmis de wereld te verbeteren.

En nu mijn hersenen toch in de biechtmodus staan, nog één bekentenis :

Ook de vorige paragraaf heb ik geschreven met een revolver tegen de kop.

Angstzweet was mijn deel, alsook een aanzienlijk verhoogde harteklop en wellicht daarom nam ik gisteren de beslissing mijn dorp aan de Zenne even te verlaten.

De rustige snelweg genaamd A8 was daarin een goede bondgenoot want nauwelijks was ik Witseland voorbij of ik belandde al met de voorkant van mijn bolide in de suburbs van de mooie stad Doornik.

Doornik - ik was er de afgelopen halve eeuw in geen geval al ooit bewust geweest - viel me heel erg mee. Dat kan ook aan de zon gelegen hebben en aan het schoolreisgevoel dat mij altijd overvalt wanneer, zoals in dat oude bluesliedje, mijn mind een beetje on vacation is en mijn mouth niet langer workin' overtime.

Wat er mij aan doet denken dat ik u allang eens de muziek van Mose Allison wilde aanbevelen, een blanke zanger-pianist die ondertussen 82 is geworden maar nog wekelijks op diverse podia staat en daar zijn heel eigen mengsel van moderne jazz & blues serveert.

Live voortreffelijk dus, maar voor het nageslacht ook mooi op plaat vastgelegd door o.a. de legendarische opnametechnicus Rudy Van Gelder.

Van Morrison is een grote fan, Bob Dylan ook en The Who bezorgde Allison zelfs een zorgeloze oude dag door meer dan eens zijn 'Young Man's Blues' te coveren, onder meer op de moeder van alle liveplaten: The Who Live At Leeds.

Terwijl ik het centrum van Doornik binnenrijd, zingt Mose een foutloze versie van Willie Dixon's 'The Seventh Son'.

Als goed christen stap ik eerst de kolossale kathedraal binnen op zoek naar een paar voorname schilderwerken die daar volgens de reisgids zouden hangen, maar het duurt niet lang of ik besef dat ik me niet echt in een godshuis maar op een archeologische site bevind.

Behendige bordjes leggen er in vele talen uit dat er nog veel werk aan de godswinkel is, daar in Doornik, maar dat het binnenkort allemaal in orde komt.

Ik geloof het graag en beloof nu al plechtig dat ik terugkom.

Niet dat mijn belofte iemand een lor kon schelen, want op zo'n zonnige middag kom je ook in Doornik alleen maar wat mad dogs and englishmen tegen op straat.

En een enkele verlopen Chinees die de deur van het Musée des Beaux Arts bijna tegen zijn toch al platte neus kreeg omdat het even dicht moest voor een lekker luie middagpauze 'de 12 à 14 heures'.

Als u het ooit ook overkomt en u bent al was het maar een klein beetje van het beschaafde type dan zou ik toch wachten tot deze Waalse kunsttempel weer opengaat, want wat er te zien is binnen is schilderkunst van het allerhoogste niveau en in een dosering die ook door een bevlogen amateur als mijzelf op minder dan een halve dag te behappen is.

Het overkomt mij wel vaker in kleinere, vaak provinciale, musea dat ik op geen tijd meer inzicht verwerf in de hele kunstgeschiedenis dan na zo'n slopende lange mars door het Louvre, het Prado of zelfs de National Gallery.

Het Museum van Doornik - een architecturaal zeer goed idee van Victor Horta - heeft een eerder kleine maar uitzonderlijke reeks doeken van grote en kleine meesters.

Wie namen wil, kan die krijgen (Rubens en Bruegel, Ensor en Spilliaert, Manet en Monet, Seurat en Van Gogh) maar de verborgen schatten die daartussen, daaronder en daarnaast hangen zijn op zich alleen al de reis, nouja reis, dubbel en dik waard.

Achteraf ben ik op de Grand Place nog een kop koffie gaan drinken die warempel al wat zuiders smaakte.

Op de terugweg probeert Mose Allison mij nog wat te deprimeren met zijn 'I've got the right to cry' maar ik blijf blinken van blijdschap tot ik tijdens het gebruikelijke verloren rijden in Bernissart terechtkom, een dorp dat zijn bekendheid dankt aan de destijdse vinding van enkele dinosauriërs.

Nu weet ik wel van mezelf dat ik een beetje een dino ben, maar ik hoef daar niet voortdurend aan herinnerd te worden.

Wanneer ik uiteindelijk mijn stelplaats binnenrij zingt Mose nog net droef en innemend over 'Trouble In Mind'.

Werd het toch nog een rotavond!

Doornik viel me heel erg mee. Dat kan ook aan de zon gelegen hebben en aan het schoolreisgevoel

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234