Dinsdag 15/10/2019

Opvoeding

“Door onze stress durfde ze niet meer te plassen”: waarom peuters steeds later zindelijk worden

Beeld Tine Schoemaker

Start uw kind nu maandag op school, maar plast het nog altijd in zijn broek? U bent niet alleen. Ouders stellen de potjestraining steeds langer uit, blijkt uit een verse studie. De angst om tekort te schieten zit er dik in bij ouders én kinderen. “Door onze stress durfde ons kind niet meer te plassen.”

Met haar boekentas en een pamper aan, zo stapte Helena (2,5) in november voor het eerst de kleuterklas binnen. Klaar voor het avontuur, maar nog niet voor het potje. “In de zomer hadden we het al eens geprobeerd”, vertelt mama Caroline (34). “Ik liet haar in een onderbroekje buiten lopen. Maar telkens als ze een ongelukje had, raakte ze compleet in de stress. Op den duur herkende ik haar niet meer: ze wist geen blijf met zichzelf, speelde niet meer. Het was duidelijk te vroeg. Omdat ik haar niet onnodig in de stress wilde jagen, hebben we er een tijdlang niet meer over gepiept.”

Helena is geen uitzondering. Wel meer kleuters zitten op hun eerste schooldag nog in de pampers, zo toont onderzoek. “De zindelijkheid valt beduidend later dan vroeger”, stelt Tinne Van Aggelpoel (UAntwerpen en UZA), die op het onderwerp doctoreert. “In de jaren 60 was zo’n 90 procent van de kinderen zindelijk op 2,5 jaar. Nu is dat slechts 20 à 30 procent. Kleuters zijn vandaag een half jaar tot een jaar later droog.” En daar is de helft van de ouders zich niet eens van bewust.

Ook Caroline niet. “Lukte dat dan vroeger? Nee, ik zou er nooit mee begonnen zijn voor Helena 2 jaar was. Vanuit het idee: dat is bijlange nog niet aan de orde. Ik geloof ook niet dat het ons gelukt was; niet door te dwingen, niet door rustig te proberen. Bovendien: kleuters mogen toch nog een beetje kind blijven?”

Wanneer kunnen onze kinderen dan wél de pot op? Tinne Van Aggel­poel legde de vraag aan 1.200 ouders voor. Wat blijkt? Pas als de schooltijd nadert, rond de 2,5 jaar, schiet de helft van de ouders in actie. Een kwart kijkt de kat uit de boom tot het kind zelf signalen uitstuurt dat het er klaar voor is. En slechts een kwart gaat er vroeger mee aan de slag. Besluit: het ligt niet aan het kind dat het later droog is, maar aan de omgeving. Die speelt er veel later op in.

“Ouders weten niet meer wanneer ze eraan kunnen beginnen”, verklaart professor Alexandra Vermandel (UAntwerpen/UZA), bekkenbodemtherapeute en auteur van Je kind zindelijk krijgen? Dat doe je zo!. “Veel ouders stellen het onbewust uit, uit angst het verkeerde te doen. Ze denken dat het ‘gevaarlijk’ is om hun kind voor 2 jaar op de pot te zetten. Maar dat is niet zo. Dat kan perfect vanaf 18 maanden, zonder dat het dwingend hoeft te zijn. Punt is: je moet het potje wel aanbieden, spreken over pipi en kaka. Vergelijk het met een kind dat zelfstandig leert eten. Op een bepaald moment moet je toch ook die lepel aanbieden, wetende dat het nog zal morsen.”

Entertainment

Begint uw koter na de vakantie aan zijn schoolcarrière, maar plast hij nog in het wilde weg? De kans zit er dik in dat u nu al de hete adem van juf of meester in uw nek voelt. Leerkrachten in het kleuteronderwijs toonden al vaker hun ergernis omdat ze nog te veel ‘loodgieter’ moeten spelen. Een klus die hen van hun echte pedagogische taken weghoudt.

“Sommige ouders beloven werk te maken van het potje, en vervolgens betrap je ze voor en na schooltijd in het toilet terwijl ze hun kind toch opnieuw ‘voor het gemak’ een pamper aantrekken”, vertelt een kleuterleidster uit Brussel, die liever niet met haar naam in de krant komt. “Voor die kinderen is het ook niet leuk: vaak worden ze door klasgenootjes uitgelachen. ‘Die draagt nog een pamper.’”

Hoe dichter die schoolstart, hoe banger ook de ouders. Want wanneer slaat het stimuleren om in forceren? “Die angst is herkenbaar”, knikt Annelies (36), mama van Marit (5) en Ada (3). “Toen ik zelf anderhalf was, heeft mijn onthaalmoeder geprobeerd om me zindelijk te maken. Ze was enorm kwaad op mij omdat het niet lukte. Ongeloof­lijk, maar ik herinner mij dat dus. Gelukkig heeft mijn moeder toen ingegrepen. Bij onze kinderen wilde ik dus liever niets forceren. Maar bij Marit, onze oudste, hadden we verschillende pogingen nodig. Ze leek bang voor het potje. Uiteindelijk konden we niet anders dan haar toch te ‘dwingen’ om te blijven zitten. Na een paar keer hard zijn lukte het. Eén week voor school was ze zindelijk, op 2 jaar en 8 maanden.”

Caroline zette haar dochter Helena een maand voor school opnieuw op de pot. Poging twee. “Eerst was Helena dolenthousiast, ze werkte goed mee. Maar dan is ze ineens gestopt met plassen, zowel op het potje als in haar pamper. Ze hield alles zo lang mogelijk op. Volgens de kinderarts wilde ze het te goed doen, ze had een angst opgebouwd voor ongelukjes. Wellicht had ze onze stress opgepikt, voelde ze iets te veel druk omdat het in orde moest komen voor die eerste schooldag. ‘Chill’, dachten wij. ‘Een pamper is even goed.’ Gelukkig maakte de juf daar geen punt van.”

Kinderen die met natte billen de klas uit moeten: we kunnen dat aantal naar beneden halen, meent Leen Du Bois, woordvoerster bij Kind en Gezin. “Zolang ouders maar tijdig de zindelijkheid ondersteunen. Nu wachten velen nog op een signaal vanuit de kinderopvang.”

Klopt, bevestigt kinderverzorgster Cynthia van Ecken. “In vier op de vijf gevallen laten ouders de beslissing aan ons over: is hun kind er klaar voor of niet? In de opvang zijn wij er al mee bezig vanaf 18 maanden, en vanaf 2 jaar intensiever. Maar altijd zoveel mogelijk volgens de evolutie van het kind. Heeft de peuter absoluut nog geen controle over de sluitspieren, dan wachten we even af. Anders zadel je het kind alleen maar op met angst of een negatief zelfbeeld.”

Hurkt je kind? Grijpt het verveeld naar zijn pamper tijdens het plassen? Kan het zijn luierbroek zelf aan- en uittrekken? En blijft het al langere tijd droog? Het zijn allemaal tekenen aan de wand dat je kleine er klaar voor is. Alleen, sommige signalen zie je pas zodra je de pot ook effectief onder hun poep schuift. Professor Vermandel: “Veel ouders zeggen dat ze de signalen van hun kind afwachten. Dat is erg dubbel. Als je het zelf nooit over pipi en kaka hebt, dan is het moeilijk om een teken te krijgen. Laat je kind gerust toekijken terwijl jij naar het toilet gaat en verleid het om het ook te proberen: ‘Wat ben jij een grote jongen, met je onderbroekje aan’.”

Kortom, maak het potje aantrekkelijk. Entertainment mag. Leen Du Bois (Kind en Gezin): “Roep ook zelf enthousiast: ‘Kom, potjestijd!’ Dat werkt beter dan te vragen: ‘Kom je op het potje?’ Zeker als je tweejarige volop in zijn nee-fase zit. Laat de pot ook op vaste tijdstippen terugkeren, zoals na het opstaan en na het eten. Peuters, die van structuur houden, werken dan beter mee. Kinderen die het potmoment niet zien aankomen, zullen sneller protesteren. Is je peuter echt bang of weigert hij hardnekkig, las dan twee weken een pauze in.”

Zolang die pamper maar sneller aan de haak kan, stelt Alexandra Vermandel: “Niet dat we terugmoeten naar de kakstoel. Maar doe zoals onze grootouders vroeger: laat je kind wat meer rondlopen in zijn blote poep. Plast het, dan krijgt het meteen feedback: ‘Hola, ik ben nat tot op mijn tenen’. Met een pamper aan blijven die signalen te veel verdoezeld, zowel voor het kind als voor de ouders. Dat maakt het moeilijk om gepast te reageren.”

Nooit boos worden

Een bewaterd bed met een penetrante damp, uitgerekend op jouw drukke dag? Als het een troost mag zijn: op welke leeftijd je ook start, ongelukjes zullen er altijd zijn. Doet je kind in zijn broek, straf het dan niet, zo benadrukken experts, want dat zorgt alleen voor spanning.

Annelies beaamt: “Wij maken er een punt van om nooit boos te worden om een ongelukje, ook nu niet. Wij zien dat als een accident de parcours. Dat kan altijd eens gebeuren en ze kunnen er ook zelf behoorlijk door van slag zijn. Uitvliegen is dan alleen maar contraproductief. Toen Ada al zindelijk was, is ze eens op de speelgoedkast gekropen en heeft ze daar de boel ondergeplast. Was dat een ongelukje, was het baldadigheid? Ik weet het nog altijd niet. Alleszins, we hebben toen vooral gevloekt om de situatie, omdat het zoveel poetswerk was. Maakten we ons al kwaad op Ada, dan wel omdat ze achter onze rug op de kast gekropen was.” (lacht)

Een volle straal op de kast. Een slecht gemikte drol naast de pot – of was het verdorie een welgemikte? Je peuterdochter die verwonderd een voet plant in haar plas, en zo overal haar afdruk nalaat. Nee, niemand zit te wachten op een doordrenkte autostoel. Of, godbetert, peuterkeutels in de designzetel. Toen een kleuterleidster laatst aan ouders vroeg waarom ze nog steeds niet met zindelijksheidtraining waren begonnen, klonk het antwoord: “We hebben net een nieuw tapijt”. Niet dat iedereen daarom de zindelijkheidstraining uitstelt, maar ze bestaan zeker, ouders die hun interieur met lakens bedekken, die een fleecedeken onder de kleuterkont schuiven, of een toile cirée in de potjeshoek.

Annelies met Ada (3): “Uitvliegen bij een ongelukje is contraproductief.” Beeld Wouter Van Vooren

“Voor mij was het slechts een paar dagen kwaad werk”, blikt Annelies terug. “Daarna was het grotendeels in orde. Het helpt natuurlijk als je in de zomer kunt trainen, dan lopen ze al makkelijker eens buiten, en niet in de living. Al was ‘de pot’ soms een rekbaar begrip. Zo heeft Ada eens geplast in het potje van haar pop. Het is mij nog altijd een raadsel hoe ze daarin geslaagd is zonder te morsen. Ze moet wel heel goed kunnen mikken. En een leeftijdsgenootje haalde ooit doodleuk een vergiet uit de keukenkast, om daarin haar behoefte te doen. Ook dat was een potje.” (lacht)

Bezint eer ge begint, zo tippen wel meer ouders. En start ermee in een vakantie, als jullie alle tijd hebben: je kleine om te experimenteren, jij om te supporteren en de extra was weg te werken. Maar, zo stellen deskundigen, blijf nadien wel consequent. Je kind tussendoor een pamper aantrekken, omdat jij die ene krappe deadline hebt: not done. Zo brengen we onze bloedjes alleen maar in de war. Een gouden tip van Leen Du Bois: “Lukt het droog blijven nog niet goed en moet je naar een feestje, dan kun je je kind eerst een onderbroekje aandoen, met daarover een luier. Zo voelt het nog altijd dat het plast, maar wordt alles netjes opgevangen.”

Bedplassen en constipatie

De ouders, de opvang, de oma’s en opa’s: vandaag zijn er, vergeleken met de ‘jaren stillekes’, veel meer opvoeders betrokken bij het hele potjesgebeuren. Vermandel: “Dat maakt het er zeker moeilijker op. Ouders werken hard, er zijn veel tweeverdieners, ze hebben er minder tijd voor. Maar daarom mogen we hen nog niet met de vinger wijzen. Het is een gedeelde verantwoordelijkheid. Precies daarom moeten alle partijen ook op dezelfde lijn zitten. Gaat de pamper thuis uit, dan ook bij oma en in de crèche. Bij gescheiden ouders is dat soms ­lastig: bij de ene mag een luier, bij de andere niet.”

Ook kinderverzorgster Cynthia van Ecken merkt hoe belangrijk het is dat ouders mee aan hetzelfde zeel trekken. “Ooit was er een papa die mij er de schuld van gaf dat zijn zoontje niet goed zindelijk was. Tijdens de week, in de opvang, was die jongen nochtans altijd proper. Maar in het weekend plaste hij blijkbaar constant in zijn broek. Bleek dat die ouders hem dikwijls een luier aantrokken, telkens wanneer zij dat nodig vonden. Daar moet je toch mee opletten. Op den duur weet je kind het niet meer: heb ik nu een pamper aan of niet? En mag ik daar nu ook in plassen of liever niet?”

Een potje komt niet met een glazen bol. Hoeveel tijd je kind nodig heeft, kun je alleen maar ondervinden. Sommigen pikken het snel op en staan na drie dagen droog. Bij anderen duurt het weken, bij nog anderen meer dan een maand. Ook Helena maakte ondertussen de klik. Eerst thuis, sinds vorige week ook op school. Toch vindt Caroline het nog altijd ‘te vroeg’, op 2,5 jaar. “Tuurlijk hebben leerkrachten dat het liefst, anders komen ze handen tekort. Maar kan de overheid daar dan niet op inspelen, zodat zij meer hulp krijgen? In plaats van kinderen onder druk te zetten?”

Caroline is niet de enige die er zo over denkt. Ongeveer de helft van de ouders vindt dat hun kind niet zindelijk hoeft te zijn op 2,5 jaar, weet onderzoekster Van Aggelpoel. Nochtans heeft een verlate zindelijkheid – behalve nadelen voor de juf en onze afvalberg – ook lichamelijke gevolgen, waarschuwt ze. “Kinderen die langer in de pampers zitten, verspreiden makkelijker ziektes. Ze zullen ook langer bedplassen, en hebben later vaker last van constipatie.”

Ada laat er haar slaap niet voor: zij trekt enkel bij bedtijd nog een luier aan. Net als Helena. Wanneer ook die pamper uit mag? “Kun je geloven dat ik daar zelfs nog niet over nagedacht heb”, lacht Caroline. “Dat zal ook wel weer ineens komen, zeker? Ik lig er alleszins niet van wakker. Ik ken geen enkele volwassene die nog met een pamper slaapt.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234