Maandag 21/06/2021

'Door omstandigheden buiten mijn wil'

Dertig jaar geleden, op 30 mei 1970, overleed de schrijver Roger van de Velde. Hij was vijfenveertig jaar en had de laatste acht jaar van zijn leven voornamelijk in gevangenissen doorgebracht. Na een solidariteitsactie was hij korte tijd eerder vrijgekomen. Dertig jaar later besteden de literaire tijdschriften De Brakke Hond en Gierik&NVT ruime aandacht aan 'het geval Roger van de Velde'. Een portret van een onterecht welhaast vergeten auteur.

door Johan Vandenbroucke

Een 'manspersoon', zo verklaarde een getuige aan de ijlings gewaarschuwde politieagenten, was iets na 19 uur het café Brasserie André in de Statiestraat te Antwerpen binnengekomen. "Mij scheen deze persoon onwel," vervolgt het getuigenverslag: "Hij zei geen woord. Wij hebben hem op een stoel gezet en hem wat water voorgezet. Hij bleef daar zo stom zitten." Enkele minuten later werd vastgesteld dat de man totaal niet meer reageerde.

Aldus staat het overlijden van Roger van de Velde geboekstaafd in een politieverslag. Hij bezweek op een caféterras na een overdosis Palfium. Hij was vijfenveertig jaar oud en liet een vrouw en drie kinderen na. Hij had, bij zijn dood, vier boeken gepubliceerd - postuum zouden er nog drie verschijnen. Drie weken eerder had hij de Arkprijs van het Vrije Woord in ontvangst mogen nemen. En nog een maand eerder, begin april, was hij na heel wat commotie over zijn opsluiting vrijgelaten uit de gevangenis. Aan vrienden-schrijvers die voor hem actie hadden gevoerd, kondigde hij aan dat hij zich vrijwillig zou laten behandelen voor zijn verslaving, weinige dagen later werd hij verwacht in de Jellinek-kliniek te Amsterdam. Toen hij stierf had hij een strip pillen in zijn bezit, en twee doktersvoorschriften, waarvan één blanco, terwijl het andere Palfium vermeldde.

Roger van de Velde kwam in 1947 als journalist in dienst bij De Nieuwe Gazet. Dat zou hij blijven tot aan zijn dood. Ook in de laatste jaren van zijn leven, die hij voornamelijk in gevangenissen en inrichtingen doorbracht, kon hij in de tussenperioden altijd weer bij de krant terecht, dankzij zijn vriend en beschermheer hoofdredacteur Frans Strieleman. Aanvankelijk werkte hij er als sportverslaggever, later als algemeen en polyvalent journalist die naast veelgeprezen cursiefjes ook over sociale onderwerpen en theater schreef. Al had hij dan al enkele radiohoorspelen op zijn naam en al had hij onder pseudoniem enkele halfzachte pornoromannetjes gepleegd, een literair schrijver werd hij eigenlijk pas in de gevangenis. In 1969 getuigde zijn vrouw aan Walter van den Broeck - die het vermeldde in Heibelboek, een uitgave van Brito (1970) met diverse bijdragen over Roger van de Velde: "Het is ondanks alles toch aan de gevangenis te danken dat hij schrijver is geworden."

Vanuit de gevangenis van Merksplas had Van de Velde op 8 februari 1970 in een brief aan Jeroen Brouwers uitgelegd "in welke omstandigheden en gedreven door welke impuls" hij begonnen was "met het bedrijven van literatuur". Brouwers begon zijn herdenkingsstuk 'Zes pioenrozen. Over Roger van de Velde' (onder meer gepubliceerd in Vlaamse leeuwen) met de vermelding van deze brief, die nu integraal in de themanummers van Gierik&NVT en De Brakke Hond staat afgedrukt. Van de Velde schreef: "Ik weet precies dat het 19 februari was, omdat ik de volgende dag voor de Raadkamer moest verschijnen, die mij weer eens op grond van artikel zoveel, paragraaf zoveel, gek zou verklaren." Voorts: "Ik was ziek van fysieke en psychische ellende en ik vreesde dat ik niet alleen nog zieker maar wellicht echt gek zou worden. Ik durfde niet eens doordenken op de krankzinnige situatie dat ik, met het vooruitzicht van minstens zes maanden opsluiting, in die cel zat omdat ik enkele pijnstillende pilletjes had geslikt."

Van de Velde was opgesloten omdat hij verslaafd was aan Palfium, een pijnstillend medicijn dat in de jaren vijftig met een barnumreclame als een onschadelijk wondermiddel was aangeprezen door de geneeskundige industrie. In 1959, net voor zijn derde maagoperatie, kreeg hij het voor het eerst voorgeschreven. Korte tijd later werden de schadelijke bijwerkingen van het product vastgesteld en werd het tot dan toe vrij verkrijgbare Palfium op de narcoticalijst geplaatst, voortaan alleen nog op doktersvoorschrift te verkrijgen. Voor Van de Velde was het toen al te laat: hij was verslaafd, kon niet meer zonder zijn dagelijkse dosis Palfium, die overigens veel hoger lag dan de gebruikelijke voorgeschreven hoeveelheid van vier pilletjes. In een van de 'celbrieven' aan zijn moeder staat: "de ellende van mijn operaties en de pijn die ik heb moeten doorbijten, liggen aan de grondslag van mijn kwaal. Tenslotte zit ik hier niet als misdadiger, maar veeleer als een zieke. Ik heb niemand nadeel berokkend (tenzij mezelf en onrechtstreeks mijn gezin) en ik heb ook nooit het inzicht gehad iemand te benadelen."

Na zijn eerste arrestatie in september 1961 - hij werd opgepakt omdat hij links van de weg reed - wilde zijn advocaat, in een poging hem een gevangenisstraf te doen ontlopen, hem ontoerekeningsvatbaar (op het moment van de feiten) laten verklaren. Dat was, hoe nefast het later ook gebleken is, in die tijd juridisch geen dwaze optie, zo beargumenteert Eddy van Vliet (die later de advocaat van Roger van de Velde werd) de beslissing van zijn confrater in een boeiend essay dat hij in 1980 publiceerde in het tijdschrift Bzzlletin. Van de Velde onderging een psychologisch onderzoek. In het verslag stond dat hij leed aan "zware karakterstoornissen, gekenmerkt door instabiliteit, schizoïde introvertie en een oppervlakkige levensinstelling zonder spontane emotionele reflexen; dit alles resulterend in een staat van erge geestesstoornis". Op basis daarvan werd hij geïnterneerd. Voor zijn verslaving werd hij niet behandeld. Dus bleef hij verslaafd, zodat hij iedere keer dat hij voorwaardelijk vrijkwam binnen de kortste keren weer werd opgepakt en opgesloten. Van de laatste acht jaar van zijn leven verbleef hij er bijna zes in de gevangenis.

Zo was hij anderhalve maand vrij toen hij op 10 oktober 1969 opnieuw werd gearresteerd. Enkele dagen later schreef hij aan zijn 'liefste mama' een brief met een dwingend verzoek. Hij - 'Uw wanhopige zoon, Roger' - smeekte haar naar een apotheker te gaan met een volgens zijn instructies ingevuld dokterbriefje, dat zij kon vinden in zijn tas: "Gij hoeft dus alleen in te vullen: mijn naam en adres. Vervolgens: Palfium, twintig tabletten à 5 mg. En Tesparax, tien tabletten. En onderaan rechts zomaar een ingebeelde handtekening, plus de datum." Een voorbeeld van een doktersbriefje had hij zorgvuldig getekend. Verder schreef hij: "Als gij dan de Palfium en de Tesparax hebt, zoudt gij het volgende moeten doen, mama. Neem de pilletjes eruit en wikkel ze in een stuk papier, dat gij mij volgende zaterdag tijdens het bezoek in de hand stopt." Ook in andere brieven getuigt hij dat hij 'herhaaldelijk geknoeid' had met vervalste doktersvoorschriften.

In de gevangenis begon hij verhalen te schrijven, uit radeloosheid, zoals hij vermeldde aan Jeroen Brouwers: "Het prozaïsche en wellicht ontluisterende feit is dat ik, in een radeloos verzet tegen de sluipende wanhoop, absoluut iets met mijn handen en mijn geest wilde doen, hoe of wat dan ook. Daarom heb ik bijna automatisch de schrijfstift en de gelijnde briefvellen genomen en met een deken over mijn schouders ben ik begonnen aan het eerste verhaal van het boek, dat in diezelfde rotcel zou uitgroeien tot Galgenaas."

Het manuscript werd de gevangenis uitgesmokkeld en kwam, via zijn moeder, terecht bij de journalist en schrijver Frans de Bruyn, die meteen het literaire talent herkende. In een herinnering schrijft De Bruyn: "Vanuit instinctief medevoelen begon ik dadelijk te lezen, dan relaties op te bellen, teksten te verzenden, mensen te bezoeken." Hij kon enkele verhalen in tijdschriften plaatsen en kreeg zijn eigen uitgever Bruna enthousiast om het boek uit te geven. Galgenaas verscheen in 1966 en werd door de kritiek lovend onthaald. De literaire carrière van de gevangene Roger van de Velde was begonnen. In Galgenaas staat: "Vrijheid is een droom, die achter tralies opgesmukt wordt tot een feestelijke maar bedrieglijke illusie."

Een jaar later verscheen een tweede boek, de verhalenbundel De slaapkamer bij Manteau. Toenmalig literatuurpaus Karel Jonckheere had Roger van de Velde bij Manteau binnengehaald, zeer tot ergernis van Frans de Bruyn. Het boek kreeg in 1968 de Dr. L. Philipsenprijs, in de jury zat naast Jonckheere ook Marnix Gijsen. Van de Velde mocht even de cel uit om de prijs in ontvangst te nemen. In een brief beschreef hij de "bijna Kafkajaanse vervreemding" die hij later nog zou ervaren: "er werd van mij verwacht dat ik zeer verheugd was, maar ik zat steeds maar aan die gevangenis te denken, en het leek bijna een sinistere grap. Of die keer, ongeveer een jaar geleden, toen ik met Lampo voor de televisie in de uitzending Vergeet niet te lezen mocht gaan praten over De slaapkamer. Voor die camera is mij toen waarachtig door het hoofd geflitst: wat zit ik hier fotogeniek te doen en een intellectualistisch babbeltje te voeren alsof er geen vuiltje aan de lucht zou zijn; goed wetende dat ik morgen opnieuw verdwijn in een donker hol!"

In 1969 verscheen De knetterende schedels een verzameling biografische verhalen over lotgenoten in de psychiatrische afdeling van de gevangenis, een hoogtepunt in zijn werk. In hetzelfde jaar verscheen, ditmaal bij Johan Sonneville, het pamflet Recht op antwoord, waarvoor hij in 1970 de Arkprijs van het Vrije Woord kreeg. Daarin analyseerde hij scherp en polemisch zijn internering, het leest nog altijd als een felle aanklacht tegen het Belgische rechtssysteem en gevangeniswezen.

Daarvan getuigt hij ook in brieven. Uitgenodigd op een manifestatie van 'Het komitee van Waakzaamheid', dat op 20 mei 1968 tegen de censuur protesteerde, moest hij, zoals hij schreef "verhinderd door omstandigheden buiten mijn wil", verstek laten gaan: "Ik zit namelijk in de gevangenis, en ik zit er voor de zoveelste maal dat ik de tel kwijt ben." In die brief: "Al die jaren heb ik de boeken niet mogen lezen die ik wilde lezen, de brieven niet mogen schrijven die ik wilde schrijven, de vrienden niet mogen spreken die ik wilde spreken. Het manuscript van mijn eerste boek heb ik, zoals deze missive, met achterbakse hand- en spandiensten moeten buitensmokkelen, en toen die euvele daad aan het licht kwam, werd mij prompt controle opgelegd op alle verdere geschriften om voortaan te beletten dat ik door de publicatie van subversief proza de weldenkende maatschappij voor het hoofd zou stoten."

Mede door het pamflet Recht op antwoord trok de 'zaak Roger van de Velde' meer en meer de aandacht. Journalisten en schrijvers ondernamen acties om hun collega vrij te krijgen. Onder coördinatie van de invloedrijke Frans Strieleman werden allerlei demarches bij de overheden gedaan en werd een petitie opgesteld. Op 24 maart 1970 schrijft Van de Velde enthousiast: "De actie is inderdaad eindelijk van de grond gekomen. En hoe! Het schijnt dat de gesigneerde petities letterlijk toestromen bij Strieleman, die alles centraliseert met Lampo en Van den Broeck als zijn ijverigste adjuncten. Lampo is werkelijk in zijn element. Hij legt overal bruggehoofden en is ook reeds volop bezig voorbereidselen te treffen om mij 'op te vangen' na mijn vrijlating."

De actie werd een succes. Op 2 april 1970 kwam Van de Velde vrij. Een dag later vernam Walter van den Broeck het verheugende nieuws: "Op 3 april word ik uit mijn bed gebeld. Roger van de Velde aan de lijn! Hij is vrij! Zijn stem klinkt opgewekt, ontspannen. Het lijkt of ik hem in een ruime fauteuil zie zitten, glimlachend, genietend van de lentezon." Maar Van de Velde was nog steeds verslaafd - al beweerde hij soms stellig dat niet meer te zijn. Hij stemde ermee in zich te laten opnemen, meldde hij in een brief op 29 mei aan zijn advocaat en collega-schrijver Eddy van Vliet. Een dag later overleed hij. Het voorval veroorzaakte heel wat commotie. Aan de etalages van boekhandels verscheen een affiche met de tekst: "Door wie werd Roger van de Velde vermoord?" Ook Hubert Lampo, die in Heibelboek de geruchten tegensprak dat Van de Velde zelfmoord zou hebben gepleegd, eindigde met de aanklacht: "Hij is vermoord door het schandelijk in gebreke blijven van de gemeenschap."

Na Van de Veldes dood verscheen zijn enige roman, Tabula rasa. Een satirisch verhaal, dat hij zelf 'een farce' noemde, over een naïeve kapper die zo nodig dichter wil zijn en later bedrogen wordt door zijn literaire vrienden. Zoals Van Vliet eerder al aantoonde kan Tabula rasa gelezen worden als een sleutelroman over het literaire milieutje. Aanleiding was een banaal censuurincident waar Jan Emiel Daele en Herman J. Claeys mee te maken kregen in 1967. Verder verschenen nog postuum de verhalenbundels Kaas met gaatjes (1970) en De dorpsveroveraar (1973). In 1980 gaf Manteau zijn verzameld werk uit, met als titel Recht op antwoord & al het andere proza. Roger van de Velde werd begraven op het Schoonselhof in Antwerpen. Op zijn graf staan, behalve zijn naam, ook de regels: 'Recht op antwoord. Recht op leven.' Toen Stefan Brijs bijna dertig jaar later het graf bezocht bleken zowel van de naam als van het motto verscheidene letters verdwenen.

De Brakke Hond en Gierik & NVT besteden in hun recente nummer een speciale katern aan de dertigste sterfdag van Roger van de Velde, met daarin een biografische schets, brieven, herinneringen en journalistieke stukken. De aan elkaar complementaire nummers worden voorgesteld op vrijdag 26 mei, 20 uur, in de Groene Waterman te Antwerpen.

'Het is ondanks alles toch aan de gevangenis te danken dat Roger van de Velde schrijver is geworden''Vrijheid is een droom, die achter tralies opgesmukt wordt tot een feestelijke maar bedrieglijke illusie'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234