Maandag 06/12/2021

Door lagen van beschaving

k had Eric De Volder nog gezien, de avond voordien. Hij was blij. Dat zag ik meer aan zijn ogen dan aan zijn glimlach. Het was feest. Wij waren in het NTGent met een paar vrienden komen kijken naar de première van zijn Frans Woyzeck, en wij feestten mee. Dirk Pauwels, artistiek leider van Campo, was er ook, hij vertelde verhalen over zijn vriend en compagnon de route van vele jaren. Hij was niet onkritisch maar toch één en al liefde. Ook omdat Eric De Volder zo’n man is waar je maar moeilijk niet van kan houden, begrijp ik.

En dan werd het zondag. Ik zat in Amsterdam voor alweer een première van het NTGent: die van Ivo Van Hoves Kinderen van de zon. In de pauze krijg ik een telefoontje: Eric De Volder is dood. Gaan slapen en niet meer wakker geworden. Ik kende hem louter van af en toe wat praten na een voorstelling, niks persoonlijks, maar ik kreeg het er koud van. Ik zag de mensen van het NTGent staan lachen en zeveren bij een glas, zij wisten nog van niks. Hun gezichten toen ik het hen vertelde, hun zwijgen, hun ongeloof. Geen mens die het kan bevatten, dat iemand die we allemaal nog volop zagen leven, met de gretigheid die hem kenmerkte, weg was. Nooit meer terug zou komen.

Ik herinner mij de eerste voorstelling die ik van hem zag: Kamer en de man. Ik studeerde nog, groen in mijn theaterervaring, en ik wist niet wat ik zag. Geschminkte gezichten, hoekige bewegingen, woorden die klonken als rollende kasseien, in die kunsttaal ergens onderweg tussen Vlaams en Gents en nog iets anders. Alsof ik terecht was gekomen in iets waar ik weinig mee te maken had, iets van lang geleden dat rook naar Brecht, Kantor en Grotowski, die ik ook alleen maar uit boeken kende. Maar hoe langer ik keek, hoe meer het mij begon te fascineren, dat verhaal over hun eerste ontmoeting, verteld door de vrouw, en dan door de man. Ik herinner mij hoe ik begon te snappen dat ogenschijnlijke ontmenselijking net het wezen van alle menselijkheid kon raken. Dat ruw en brutaal ook poëzie kon zijn. Dat stugge figuren evenveel vertellen over het leven als vlotte, spontane varianten. Ik herinner mij dat de eenzaamheid, het onvermogen en de hoop van de twee mensen uit Kamer en de man nog een beetje bij mij bleven, lang nadat ik de schouwburg had verlaten.

Daarna ben ik het werk van Eric De Volder blijven volgen. Omdat hij zo’n artiest is van wie je vindt dat je dat moet doen. Zo ongestoord als hij zijn eigen weg ging, van bij Parisiana, Radeis over Kunst Is Modder tot bij Ceremonia, sinds ’92 zijn eigen gezelschap waar hij een trits hondstrouwe medewerkers rond zich verzamelde. Ongehinderd door trends en ontwikkelingen binnen het theaterlandschap boetseerde hij verder aan zijn eigen oeuvre. Hij maakte als regisseur van elke voorstelling óók een schilderij, en óók een muziekstuk en óók een beetje flauwekul. Hij liet zijn acteurs los, als zotte honden in de bossen, en keek waar ze mee terugkwamen, en maakte met al hun materiaal toch elke keer weer een stuk dat alleen het zijne kon zijn. Hij liet zich als schrijver inspireren door wat hij op rommelmarkten vond, of in de kranten las, of op straat hoorde. Kleine verhalen van kleine mensen die alles in zich dragen wat er over dit bestaan te melden valt, nadat hij er zijn gang mee was gegaan tenminste. Hij maakte zinnen tot kleine liedjes en bewegingen tot een soort van dansjes. Hij verwees naar vele verledens zonder er ooit nostalgisch bij te worden. Hij ging in zijn vorm weg van wat we kennen om door te dringen tot het wezen van wat we allemaal zijn. Hij wroette door lagen beschaving om te komen bij dat weke deel van ons aller hoofden: daar waar het schemert, waar het zeer doet zonder precies te weten waarom, waar we eigenlijk liever wegblijven. Want het leven is niet leuk, en mensen zijn niet nuttig en niet aangenaam. Maar da’s geen reden om niet nu en dan te lachen. Geen reden om wanhopig te worden. Wie zo door durft te duwen, wie zo geheel en al zichzelf is, en blijft, in tijden van waardering én van kritiek, op kleine en op grote podia, dat is een kunstenaar om rekening mee te houden.

Eric De Volder is dood. Maar Frans Woyzeck gaat nog spelen. Zijn allereerste repertoirestuk voor de grote zaal, een nieuwe stap in zijn oeuvre. Zijn manier om te zoeken naar nog verder, dieper, anders. Dat is raar en dat is mooi, vind ik. Nooit heeft het er minder toe gedaan wat ik van die voorstelling vond. Eigenlijk zou iedereen die houdt van theater moeten gaan kijken. Om Eric De Volder de eer te bewijzen die hem toekomt. Om een hart onder de riem te steken van de ploeg acteurs die elke avond door hun geschokte verdriet moeten bijten en zijn stuk spelen. Om mee te rouwen met de kunsten die een groot man verliezen. En ondertussen duim ik voor één keer stiekem voor het bestaan van een hemel, waar alles goed is en rustig en mooi. En af en toe ook niet, om het spannend genoeg te houden. Een hemel waar het beter zal worden dan het was, met hem erbij.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234