Maandag 03/08/2020

"Door deze campagne heb ik me weer mooi gevoeld"

Reshma in oktober 2014, vijf maanden na de aanval.Beeld AFP

"Lipstick is net zo makkelijk verkrijgbaar als zoutzuur", zegt de Indiase Reshma in het YouTube-filmpje dat al weken over het internet zwerft. Dat ondervond ze aan den lijve toen ze vorig jaar werd aangevallen door haar zwager. Nu voert ze op social media campagne met als boodschap: #endacidsale.

Gedurende een minuut legt de tiener in een zogenaamde 'make-up tutorial' uit hoe je lippenstift perfect moet aanbrengen. In de laatste seconden krijgt de tutorial een andere wending. Reshma Qureshi (18) legt vanuit haar roze prinsessenkamer uit dat Indiase meisjes dagelijks slachtoffer worden van zoutzuuraanvallen. Het filmpje ging de wereld over en Reshma haalde de nationale en internationale media. De BBC is op dit moment bezig met een documentaire over de - ogenschijnlijk - vrolijke vlogger.

Maar in Chembur, een moslimwijk in noordoost Mumbai, woont een heel ander meisje. Vrolijk is ze allerminst. schuw des te meer. De prinsessenslaapkamer is niet haar slaapkamer. Sterker nog: er is geen slaapkamer. Het huis waarin Reshma woont heeft niet eens een voordeur. Of een wc.

Het is moeilijk om stukjes huid in haar gezicht te vinden die het zoutzuur niet heeft aangetast. Ze verloor een van haar ogen. Er komt vocht uit de holte van de plek waar haar linkeroog heeft gezeten. Iedere paar minuten dept ze haar wang met een doekje dat ze in haar hand met perfect gelakte nagels vasthoudt.

"Ik heb geluk", zegt ze. "Mijn familie en vrienden zijn er voor me. Er zijn ook genoeg slachtoffers bij wie dat niet zo is. Mijn omgeving probeert alles zo veel mogelijk te laten blijven zoals het was, hoewel ik het huis bijna niet meer uit kan. Hoezeer ze ook hun best doen, niet naar buiten kunnen is verstikkend."

Ze dept haar wang weer. Reshma's moeder en broer, die ook aanwezig zijn in de kamer, leggen uit dat de huid niet helemaal dicht zit en dat vuil in de lucht irriteert. Vandaar de tranen. "Het brandt soms", vult Reshma aan. "Datzelfde gevoel heb ik als ik warme thee drink. Ik weet niet precies hoeveel procent van mijn lichaam verbrand is. Tot nu toe heb ik zeven operaties ondergaan."

Als ze even later naar buiten gaat, wordt snel duidelijk waarom dat een bijna onmogelijke opgave is. Ze is een attractie voor kinderen uit de buurt en bedekt haar gezicht na elke nare opmerking. Maar bovenal doet het zonlicht haar pijn. Ze houdt het vijf minuten vol.

Indiase zoutzuurslachtoffers zijn op zichzelf aangewezen. De overheid doet weinig tot niets om hen te helpen. Officieel zou ieder slachtoffer drie lakh (300.000 roepies, zo'n 4.225 euro) moeten krijgen, maar slechts een handvol heeft dat geld daadwerkelijk gekregen. Ook Reshma hoefde niet op steun van de staat te rekenen. Haar operaties zijn betaald door de familie en Make Love Not Scars, een Indiase ngo die naast Reshma nog 35 andere zoutzuurslachtoffers op verschillende manieren ondersteunt.

"De overheidscompensatie wordt nauwelijks uitgekeerd dankzij de stroperigheid in het Indiase ambtenarenapparaat en de niet-functionerende rechtsstaat", zegt Ria Sharma van Make Love Not Scars. "Dat is een van de grootste problemen van India."

Het land is koploper in achterstallige rechtszaken. Ter illustratie: het totale aantal lopende zaken wordt geschat op dertig miljoen, waarvan tienduizenden bij het hoogste orgaan, het Supreme Court, liggen. Die moeten verdeeld worden over slechts 31 rechters. Zaken als die van Reshma hebben geen prioriteit.

Sinds 2013 is er enige vooruitgang geboekt in de zoutzuurproblematiek. Vanaf dat jaar worden aanvallen als zodanig geregistreerd. Voorheen vielen ze onder 'criminaliteit tegen vrouwen', omdat 90 procent van de slachtoffers vrouw is.

De officiële cijfers laten de afgelopen jaren een stijgende lijn zien in het aantal aanvallen, maar het is onduidelijk hoeveel slachtoffers er precies vallen. Schattingen variëren van 300 tot 1.000 gevallen per jaar. "Het aantal ligt veel hoger dan de officiële cijfers, want zoutzuuraanvallen komen vaak binnen families voor. Vrouwen hebben soms niet de financiële middelen om de juridische strijd aan te gaan. Het merendeel van de daders gaat vrijuit", zegt Sharma.

Toch koestert ze voorzichtig hoop. "De overheid begint langzaam wakker te worden. Onlangs werd bekendgemaakt dat ze de medische kosten van slachtoffers willen gaan betalen. Maar zoals met alle wetten in dit land is het nog maar afwachten hoeveel ervan terechtkomt."

Een foto van Reshma voor de aanval. Nu kan ze niet meer buitenkomen zonder te worden aangestaard of nare opmerkingen te krijgen.Beeld © AFP

Drie uur wachten op hulp

Op 19 mei 2014 verandert Reshma's leven voorgoed. Die ochtend loopt ze met haar zus Gulshan en twee vriendinnen over straat. Plotseling ziet ze haar zus schrikken. Daar, aan de rand van het park staat Gulshans man, Reshma's zwager.

Gulshan en haar man hebben een slechte relatie. Ze zijn uitgehuwelijkt, kenden elkaar nauwelijks toen ze tot elkaar werden veroordeeld. De man ontpopte zich tot een veeleisende echtgenoot. Hij wilde geld van zijn schoonfamilie. Wanneer die niet meer aan zijn eisen kon voldoen, gooide hij in zijn razernij tot twee keer toe benzine over zijn echtgenote. Zij wist beide keren te ontsnappen aan verbranding.

Dit zou haar dood worden, besefte de familie, en haalde haar weg bij de gewelddadige man. Na haar vertrek ontvoerde hij hun 4-jarige zoon. Gulshan spande een zaak aan en won de voogdij. En nu staat hij daar dus, aan de rand van het park.

De zus alarmeert Reshma en haar vriendinnen. Die rennen weg, terwijl Gulshan wordt aangevallen door haar man. Op dat moment komt een motor aanrijden, met daarop twee familieleden van Reshma's zwager - ze herkent ze.

Vanaf de motor wordt aan haar haren getrokken. Ze struikelt. Probeert op te staan. Nog een keer. Het lukt niet, de mannen stappen van de motor af en drukken haar tegen de grond. Niet lang daarna voelt ze het zoutzuur in haar gezicht branden. Gulshan weet te ontsnappen. Het zoutzuur heeft haar niet in het gezicht geraakt, maar ze heeft lichte brandwonden op haar lichaam. De mannen vluchten.

Gulshan probeert mensen te vinden die eerste hulp willen bieden, maar niemand is daartoe bereid. Langzamerhand groeit de groep omstanders. Er staan twintig, dertig mensen, maar nog steeds biedt niemand hulp aan. Na een halfuur neemt een jongen haar achter op zijn motor mee naar het ziekenhuis. "Doe je ogen dicht", zegt hij steeds tegen haar. Het zoutzuur heeft haar vol in het gezicht geraakt en Reshma schreeuwt van de pijn. Ze houdt hem zo stevig vast dat ook hij brandwonden op zijn rug krijgt, maar hij klaagt niet.

Het ziekenhuis wil haar niet opnemen, zo blijkt bij aankomst. Eerst moet ze aangifte doen. Achter op de motor gaat ze naar het politiebureau. Eenmaal daar krijgt ze formulieren toegeschoven om aangifte te doen. Als ze terugkomt bij het ziekenhuis moet ze opnieuw formulieren invullen. Pas drie uur na de aanval krijgt ze eerste hulp.

Met de campagne #endacidsale hopen Reshma en de ngo Make Love Not Scars het toezicht op de verkoop van chemicaliën te verstrengen.Beeld rv

Sociale media

"Mijn familie kwam vaak op bezoek in het ziekenhuis", vertelt Reshma. Ze heeft zichtbaar moeite om dit gedeelte van haar verhaal te vertellen. "Ze keken me dan aan en begonnen te huilen. Ik kon mezelf niet zien - mijn hoofd zat in het verband. Ik vroeg me af of het echt zo erg was."

"Toen ik mezelf anderhalve maand later in de spiegel zag, brak ik", zegt ze. "Mijn broer en moeder waren het mikpunt van mijn woedeaanvallen. Ik sloeg ze, eiste dat mijn gezicht weer zou worden zoals het was. Ik kon niet geloven dat dit met mij was gebeurd."

"Meestal verliezen de vrouwen iedere aandacht voor hun uiterlijk", zegt Ria Sharma van Make Love Not Scars. "Kleding en make-up interesseert ze niet meer. Reshma niet, ze houdt er nog steeds van om zich op te tutten."

In samenwerking met een reclamebureau bedacht de Indiase ngo de campagne #endacidsale. "Via sociale media proberen we ons te richten op de jonge Indiase samenleving. We proberen bewustwording te creëren, slachtoffers uit een sociaal isolement te halen door middel van bloggen. Sociale media zijn ons sterkste wapen, omdat we vooral bestaan dankzij donaties."

Reshma was meteen enthousiast toen Sharma haar vroeg het gezicht van de campagne te worden. Deze nieuwe ervaring heeft haar goed gedaan. De reacties op Facebook en YouTube sterken haar, zegt ze. "Ik wilde mijn verhaal vertellen om te voorkomen dat anderen zouden worden aangevallen. Maar door deze campagne heb ik me weer mooi gevoeld. Ik kreeg visagie en moest acteren! Nu weet ik precies hoe ik moet poseren voor de camera", vertelt ze trots. "En mensen van over de hele wereld willen met me praten. Mensen zoals jij, journalisten."

Ze wil zich blijven inzetten om zoutzuuraanvallen tegen te gaan. "Toen ik voor het eerst voor de camera stond, was ik verdrietig en onzeker. Ik wilde mezelf niet met dit gezicht laten zien. Later, na het zien van de video, realiseerde ik me dat het niet om mij ging. Het gaat erom dat niet nog meer meisjes en vrouwen dit moeten meemaken. Voor dat doel moet ik sterk zijn."

De beruchte 'Delhi gang rape', waarbij een 23-jarige studente in december 2012 op gruwelijke wijze om het leven kwam, markeerde een keerpunt in vrouwenrechtenactivisme in India. Vanaf dat moment verplaatste het debat zich naar sociale media en raakte het in een stroomversnelling.

Destijds werden Facebook en WhatsApp vooral gebruikt om demonstraties te organiseren. Tegenwoordig gebruiken Indiase vrouwen sociale media ook voor andere doeleinden. Zo plaatsen ze foto's en video's van hun belagers online, of wordt Facebook gebruikt om in opstand te komen tegen conservatieve kledingvoorschriften van universiteiten, zoals afgelopen week in het Zuid-Indiase Chennai.

Hoewel slechts 20 procent van de Indiërs toegang tot internet heeft, is het dankzij sociale media toch gelukt om druk uit te oefenen op beleidsmakers.

Zoutzuur als eerwraak

Driehonderd tot duizend Indiase vrouwen zijn jaarlijks het slachtoffer van een zoutzuuraanval, schat Acid Survivors Trust International (ASTI). Naast India komen de aanvallen ook veel voor in landen als Bangladesh, Cambodja, Nepal, Pakistan en Uganda. Bij het gooien van de stof wordt vooral op het gezicht gemikt, wat blindheid en gelaatsverminkingen veroorzaakt. Zoutzuur gooien is vaak een vorm van eerwraak en het grootste deel van de slachtoffers is vrouw of kind. De aanvallers nemen wraak voor bijvoorbeeld echtelijke ruzies of het weigeren van avances. Een vrouwelijk slachtoffer zal waarschijnlijk nooit trouwen, waardoor ze, in landen waar de man kostwinner is, straatarm wordt.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234